Aanhef
Het college van de gemeente Vijfheerenlanden;
gelet op:
•artikel 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
•de Verordening rioolheffing Zederik 2018;
besluit vast te stellen de volgende regeling:
UITVOERINGSREGELING VOORLOPIGE AANSLAGEN
Artikel 1 Algemene bepaling
1Deze regeling geeft uitvoering aan de in de aanhef genoemde artikelen.
2Deze regeling is mede van toepassing ter zake van de voorlopige aanslagen rioolheffing gebruik 2019 voor de voormalige gemeente Zederik.
Artikel 2 Voorlopige aanslag
1De heffingsambtenaar kan een voorlopige aanslag opleggen, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, zulks naar zijn mening rechtvaardigt.
2De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag rioolheffing die wordt vastgesteld in of na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan, geschiedt op grond van het laatste waterverbruik zoals dat bij Drinkwaterbedrijf Oasen bekend is.
3Indien vooraf geen gegevens bekend zijn, stelt de heffingsambtenaar de voorlopige aanslag vast op basis van een schatting.
4Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige leden berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag.
Artikel 3 Inwerkingtreding en citeerartikel
1Deze regeling treedt in werking met ingang 1 januari 2019.
2Deze regeling wordt aangehaald als "Uitvoeringsregeling voorlopige aanslagen Vijfheerenlanden".