HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.het algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de veiligheidsregio;
b.de bestuurscommissie openbare veiligheid: een bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ingesteld door het algemeen bestuur;
c.de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg: een bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, ingesteld door het algemeen bestuur;
d.de brandweer: het onderdeel van de veiligheidsregio dat zich bezig houdt met de uitvoering van de brandweerzorg;
e.de burgemeester(s): de burgemeester(s) van de deelnemende gemeente(n);
f.de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten;
g.het dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van de veiligheidsregio;
h.vervallen
i.de directie: de medewerkers in de ambtelijke organisatie die conform de organisatieverordening de directie vormen;
j.gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland.
k.de gemeente(n): de aan deze regeling deelnemende gemeente(n);
l.de GGD: het onderdeel van de veiligheidsregio dat zich bezig houdt met de uitvoering van de publieke gezondheidszorg;
m.GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio;
n.meldkamer: de gemeenschappelijke meldkamer zoals bedoeld in artikel 35 van de Wet veiligheidsregio’s;
o.de raden: de raden van de deelnemende gemeenten;
p.de regeling: deze gemeenschappelijke regeling;
q.vervallen
r.de veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 van deze regeling;
s.de voorzitter: de voorzitter van de veiligheidsregio.
Artikel 2: Gemeentewet
Waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in de plaats van de raad, het college en de burgemeester onderscheidenlijk gelezen het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Artikel 3: Het openbaar lichaam
1Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam genaamd: Veiligheidsregio Kennemerland.
2Het openbaar lichaam is gevestigd te Haarlem.
Artikel 4: Rechtsopvolging
Het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 3 treedt op als rechtsopvolger onder algemene titel van
de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland i.o.
1.2 VERZORGINGSGEBIED
Artikel 5: Omvang
Het verzorgingsgebied van de regeling omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten te weten: Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Uitgeest, Velsen en Zandvoort.
1.3 DOELSTELLING
Artikel 6: Doelstelling
De veiligheidsregio heeft tot doel om ter behartiging van de gemeentelijke belangen:
a.uitvoering te geven aan de Wet veiligheidsregio’s;
b.uitvoering te geven aan de Wet publieke gezondheid;
c.het fungeren als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van veiligheid, brandweer en gezondheid, maatschappelijke zorg en jeugd voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen;
d.uitvoering te geven aan andere gemeentelijke taken op het terrein van veiligheid, brandweer en gezondheid, maatschappelijke zorg en jeugd.
1.4 INSTELLING EN TAKEN
1.4.1 BRANDWEER
hoofdstuk
Artikel 7: Instelling brandweer
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio stelt een brandweer in en houdt deze in stand.
Artikel 8: Taken brandweer
1In aanvulling op artikel 25 van de Wet veiligheidsregio’s voert de brandweer alle overige door de gemeenten aan de veiligheidsregio opgedragen taken uit op het gebied van de brandweerzorg. Hieronder vallen in elk geval:
a.het voorbereiden van de organisatie op het optreden van de brandweer in buitengewone omstandigheden en het regelen van de operationele leiding bij de bestrijding van rampen en crises;
b.het voorbereiden van de coördinatie bij de bestrijding van rampen en crises.
2Het bestuur van de veiligheidsregio kan besluiten dat de brandweer, bij samenwerkingsovereenkomst onder door hem te stellen voorwaarden, een van de in het eerste lid genoemde taken verricht ten behoeve van andere instanties of ten behoeve van buiten het verzorgingsgebied van deze regeling gelegen gemeenten die daartoe een verzoek doen.
1.4.2 GGD
1.4.2 GGD
Artikel 9: Instelling GGD
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio stelt een GGD in en houdt deze in stand.
Artikel 10: Taken GGD
1De GGD voert de volgende taken uit:
a.de gemeentelijke taken zoals genoemd in de artikelen 2, 5 en 6 van de Wet publieke gezondheid, met uitzondering van artikel 5, lid 2 sub c en d van de Wet publieke gezondheid voor zover het betreft de 0- tot 4-jarigen;
b.de taken zoals omschreven in wetgeving op het gebied van publieke gezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning, voor zover het desbetreffende bestuursorgaan de uitvoering van deze taken heeft opgedragen aan de GGD.
2De GGD is daarnaast bevoegd om overige taken uit te voeren op het gebied van de publieke gezondheidszorg. Hieronder vallen in elk geval:
a.de ambulancezorg;
b.alle overige taken die de GGD bij overeenkomst uitvoert.
3Het bestuur van de veiligheidsregio kan besluiten dat de GGD, bij overeenkomst onder door hem te stellen voorwaarden, een van de in het eerste tot en met tweede lid genoemde taken verricht ten behoeve van andere instanties of ten behoeve van buiten het verzorgingsgebied van deze regeling gelegen gemeenten die daartoe een verzoek doen.
1.4.3 GHOR
1.4.3 GHOR
Artikel 11: Instelling GHOR
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio stelt een GHOR in.
1.4.4 MELDKAMER
1.4.4 MELDKAMER
Artikel 12: Voorzien in meldkamerfunctie
Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio voorziet in de meldkamerfunctie.
HOOFDSTUK 2 HET BESTUUR VAN DE VEILIGHEIDSREGIO
2.1 INRICHTING
Artikel 13: Organen
Het bestuur van de veiligheidsregio bestaat uit de volgende bestuursorganen:
a.het algemeen bestuur;
b.de bestuurscommissie openbare veiligheid;
c.de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg;
d.het dagelijks bestuur;
e.de voorzitter.
2.2 HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 14: Samenstelling
1Het algemeen bestuur bestaat uit tien leden.
2De leden van het algemeen bestuur zijn de burgemeesters van de gemeenten.
3De colleges wijzen uit hun midden voor elk lid een plaatsvervangend lid aan.
4Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het moment dat het lid de hoedanigheid van burgemeester verliest.
Artikel 15: Bevoegdheden
Het algemeen bestuur heeft in het kader van de uitvoering van deze regeling:
a.de bevoegdheid tot het instellen van een commissie met het oog op de behartiging van bepaalde belangen zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
b.bevoegdheden zoals omschreven in artikel 25, derde lid onder a. tot en met c. van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 16: Besluitvorming
1Het algemeen bestuur vergadert tenminste tweemaal per jaar.
2Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag. De voorzitter oefent zijn doorslaggevende stem alleen uit in een volgende vergadering wanneer in deze vergadering de stemmen over hetzelfde onderwerp opnieuw staken.
3De verdeling van de stemmen is als volgt:
a.twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Uitgeest en Zandvoort;
b.vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede;
c.acht stemmen voor het lid afkomstig van de gemeente Velsen;
d.vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer.
4De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van het aantal aanwezige leden dit verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 17: Verantwoording
1Het algemeen bestuur verschaft de raden van de gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2Het algemeen bestuur verstrekt de raden desgevraagd schriftelijk binnen een maand de door een of meer leden van die raden verlangde inlichtingen.
3Het algemeen bestuur verschaft de colleges en gedeputeerde staten desgevraagd alle informatie over alle zaken de veiligheidsregio betreffende.
Artikel 18: Advies en informatie
1Het algemeen bestuur is bevoegd ongevraagd aan een of meer colleges advies te geven of voorstellen te doen, die in verband met deze regeling nodig worden geacht.
2De desbetreffende colleges delen op zo kort mogelijke termijn aan het algemeen bestuur mee of een advies of voorstel aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen.
3Het algemeen bestuur belegt tenminste eenmaal per jaar een informatieve bijeenkomst voor de raden.
Artikel 19: Reglement van Orde
1Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen vast.
2Dit reglement wordt ter kennisneming gezonden aan de raden van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.
2.3 DE BESTUURSCOMMISSIE OPENBARE VEILIGHEID
Artikel 20: Instelling
Het algemeen bestuur stelt een bestuurscommissie openbare veiligheid in zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 21: Samenstelling
1De bestuurscommissie openbare veiligheid bestaat uit tien leden.
2De bestuurscommissie openbare veiligheid kiest uit haar midden een voorzitter. De voorzitter is geen lid van het dagelijks bestuur.
3De leden van de bestuurscommissie openbare veiligheid zijn de burgemeesters van de gemeenten.
4Het algemeen bestuur benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid op voordracht van de colleges van de gemeenten. Het plaatsvervangend lid is lid van hetzelfde college als het lid dat hij vervangt.
5Het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van de bestuurscommissie openbare veiligheid eindigt op het moment dat het lid de hoedanigheid van burgemeester verliest of het plaatsvervangend lid geen lid meer is van het college.
Artikel 22: Bevoegdheden
1De bestuurscommissie openbare veiligheid is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de brandweer zoals omschreven in artikel 8 van deze regeling.
2De bestuurscommissie openbare veiligheid is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de GHOR.
3De bestuurscommissie fungeert als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van veiligheid en brandweer voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen.
Artikel 23: Besluitvorming
1De bestuurscommissie openbare veiligheid vergadert zo dikwijls als zij dit nodig oordeelt.
2De bestuurscommissie openbare veiligheid besluit bij meerderheid van stemmen.
3De verdeling van de stemmen is als volgt:
a.twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Uitgeest en Zandvoort;
b.vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede;
c.acht stemmen van het lid afkomstig van de gemeente Velsen;
d.vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer.
4De vergaderingen van de bestuurscommissie openbare veiligheid zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van het aantal aanwezige leden dit verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. De bestuurscommissie openbare veiligheid beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 24: Reglement van Orde
1Het algemeen bestuur stelt een reglement vast met nadere bepalingen ten aanzien van de taken en bevoegdheden alsmede de werkwijze van de bestuurscommissie openbare veiligheid.
2Dit reglement wordt ter kennisneming gezonden aan de raden van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.
2.4 DE BESTUURSCOMMISSIE PUBLIEKE GEZONDHEID EN MAATSCHAPPELIJKE ZORG
Artikel 25: Instelling
Het algemeen bestuur stelt een bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg in zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 26: Samenstelling
1De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg bestaat uit tien leden.
2De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg kiest uit haar midden een voorzitter. De voorzitter is geen lid van het dagelijks bestuur.
3De leden van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg zijn de wethouders van de gemeenten die publieke gezondheidszorg of maatschappelijke zorg in hun portefeuille hebben.
4Het algemeen bestuur benoemt voor elk lid een plaatsvervangend lid op voordracht van de colleges van de gemeenten. Het plaatsvervangend lid is lid van hetzelfde college als het lid dat hij vervangt.
5Het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg eindigt op het moment dat het lid de hoedanigheid van portefeuillehouder publieke gezondheidszorg of maatschappelijke zorg verliest of het plaatsvervangend lid geen lid meer is van het college.
Artikel 27: Bevoegdheden
1De bestuurscommissie is bevoegd de belangen van de gemeenten te behartigen op het gebied van de taken van de GGD zoals omschreven in artikel 10 van deze regeling.
2De bestuurscommissie fungeert als overlegplatform voor onderwerpen op het gebied van gezondheid, maatschappelijke zorg en jeugd voor zover deze het verzorgingsgebied van de deelnemende gemeenten gezamenlijk betreffen.
Artikel 28: Besluitvorming
1De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg vergadert zo dikwijls als zij dit nodig oordeelt.
2De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg besluit bij meerderheid van stemmen.
3De verdeling van de stemmen is als volgt:
a.twee stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Uitgeest en Zandvoort;
b.vier stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Heemskerk en Heemstede;
c.acht stemmen van het lid afkomstig van de gemeente Velsen;
d.vijftien stemmen voor het lid afkomstig van de gemeenten Haarlem en Haarlemmermeer.
4De vergaderingen van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een vijfde van het aantal aanwezige leden dit verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt. De bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
Artikel 29: Reglement van Orde
1Het algemeen bestuur stelt een reglement vast met nadere bepalingen ten aanzien van de taken en bevoegdheden alsmede de werkwijze van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg.
2Dit reglement wordt ter kennisneming gezonden aan de raden van de gemeenten en aan gedeputeerde staten.
2.5 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 30: Samenstelling
1Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter, zoals aangewezen in de Wet Veiligheidsregio’s, de burgemeester van Haarlemmermeer, de burgemeester van Velsen en twee leden van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, aan te wijzen door het algemeen bestuur binnen een maand na het aantreden van het algemeen bestuur.
2De leden van het dagelijks bestuur zijn afkomstig uit vijf verschillende gemeenten.
Artikel 31: Benoeming
1De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen voor een periode van maximaal vier jaar. Een lid dat ophoudt deel uit te maken van het algemeen bestuur, van de bestuurscommissie openbare veiligheid of van de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg, houdt tevens op lid te zijn van het dagelijks bestuur.
2De leden van het dagelijks bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter terstond in kennis. Zij blijven hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.
3In vacatures wordt in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur voorzien.
4Een lid dat het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit, kan te allen tijde het lidmaatschap van het dagelijks bestuur worden ontzegd.
Artikel 32: Taken
Het dagelijks bestuur heeft tot taak:
a.De voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming in het algemeen bestuur;
b.de coördinatie van de agendering van de bestuurscommissie openbare veiligheid en de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg;
c.De externe representatie van de veiligheidsregio;
d.Het beheer van de organisatie. In het kader hiervan is het dagelijks bestuur bevoegd alle beslissingen te nemen op het gebied van personeel en organisatie.
Artikel : 33 Vergaderingen
1Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de het dagelijks bestuur dit nodig oordeelt.
2De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.
Artikel 34: Aanwezigheid
Het dagelijks bestuur nodigt de leden van het algemeen bestuur, de leden van de bestuurscommissie openbare veiligheid en de bestuurscommissie publieke gezondheid en maatschappelijke zorg uit om aanwezig te zijn bij de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Artikel 35: Verantwoording
De leden van het dagelijks bestuur verstrekken tezamen, dan wel ieder afzonderlijk aan het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk in een vergadering van dat bestuur of schriftelijk binnen een maand alle inlichtingen die door een of meer leden van het algemeen bestuur worden verlangd.
Artikel 36: Reglement van Orde
Het dagelijks bestuur stelt met inachtneming van de bepalingen van deze regeling een Reglement van Orde voor zijn vergaderingen vast.
2.6 DE VOORZITTER
Artikel 37: Taak
1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks
bestuur.
2De voorzitter ondertekent alle stukken die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur doen uitgaan.
2.7 DE SECRETARIS
Artikel 38: Algemeen
1Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat een secretaris op voordracht van het dagelijks bestuur en stelt een instructie voor hem vast.
2De functie van secretaris is onverenigbaar met het lidmaatschap van het algemeen bestuur.
3De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.
4De secretaris ondertekent alle stukken die het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur doen uitgaan.
5Bij afwezigheid wordt de secretaris vervangen op een door het algemeen bestuur bepaalde wijze.
HOOFDSTUK 3 DE AMBTELIJKE ORGANISATIE
Artikel 39: Algemeen
1De veiligheidsregio beschikt over een ambtelijke organisatie voor de uitvoering van zijn taken.
2Het algemeen bestuur stelt de inrichting van de ambtelijke organisatie vast in een organisatieverordening.
3De bezoldigings- en overige rechtspositieregelingen van de gemeente Haarlem zijn van toepassing op de medewerkers in dienst van de veiligheidsregio, tenzij het algemeen bestuur anders besluit.
Artikel 40: Directie en overige medewerke
1De regionaal commandant van de brandweer en de directeur GGD staan aan het hoofd van de brandweer respectievelijk de GGD en de GHOR. Zij vormen gezamenlijk de directie van de veiligheidsregio.
2Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de regionaal commandant van de brandweer en de directeur GGD.
3De taken en bevoegdheden van de regionaal commandant van de brandweer en de directeur GGD worden geregeld in de organisatieverordening.
4Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de bedrijfscontroller. 5. Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat alle overige medewerkers van de veiligheidsregio.
HOOFDSTUK 4 FINANCIËLE BEPALINGEN
4.1 FINANCIEEL BEHEER
Artikel 41: Financiële regels
1Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de inrichting van de financiële organisatie, alsmede met betrekking tot de uitgangspunten van het financieel beleid, het financieel beheer, de financiële administratie en de controle.
2Deze regels bevatten in elk geval een beschrijving van:
a.het bestuurlijk begrotings- en verantwoordingsinstrumentarium;
b.het begrotings- en budgetbeheer;
c.de wijze waarop de financiering plaatsvindt;
d.de wijze waarop de inwonerbijdrage van de gemeenten wordt berekend;
e.het stelsel van kostentoerekeningen;
f.het reservebeleid;
g.de wijze waarop de waardering en afschrijving van activa plaatsvindt;
h.de wijze waarop de controle plaatsvindt op de financiële organisatie, het financieel beheer en de financiële administratie.
4.2 BEGROTING
Artikel 42: Begroting
1Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, de ontwerpbegroting vóór 15 april van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft, toe aan de raden van de gemeenten. De ontwerpbegroting is voorzien van een behoorlijke toelichting.
2De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op de ontwerpbegroting naar voren brengen bij het dagelijks bestuur.
3Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienwijze is vervat bij de ontwerpbegroting en biedt de ontwerpbegroting en de zienswijzen aan aan het algemeen bestuur.
4Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 10 juli van het jaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft.
5Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisneming aan de raden van de gemeenten.
6Het algemeen bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
Artikel 43: Wijziging van de begroting
Het bepaalde in artikel 42 is -met uitzondering van de genoemde data- van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting indien een dergelijke wijziging van invloed is op de omvang van de inwonerbijdrage van de gemeenten.
4.3 KOSTENVERDELING
Artikel 44: Inwonerbijdrage van de gemeenten
1In de begroting kan worden aangegeven welke inwonerbijdrage de gemeenten verschuldigd zijn in het kalenderjaar waarop de begroting betrekking heeft. De omvang van de inwonerbijdrage wordt vastgesteld aan de hand van het aantal inwoners per gemeente, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek per 1 januari van het jaar dat vooraf gaat aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft.
2De gemeenten betalen in het kalenderjaar waarop de inwonerbijdrage betrekking heeft, bij wijze van voorschot viermaal 25% van deze bijdrage. Betaling vindt plaats voor 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november van dat jaar.
4.4 REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 45: Jaarverslag
1Het dagelijks bestuur zendt, gehoord de bestuurscommissies, het ontwerpjaarverslag over het afgelopen kalenderjaar voor 15 april van het daaropvolgende jaar aan het algemeen bestuur en de raden van de gemeenten. Het jaarverslag is vergezeld van een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen, zoals bedoeld in artikel 213 van de Gemeentewet.
2Bij het ontwerpjaarverslag is gevoegd een specificatie van de door elk van de gemeenten verschuldigde inwonerbijdrage.
3De raden van de gemeenten kunnen binnen twee maanden na toezending hun zienswijzen op het ontwerpjaarverslag kenbaar maken bij het algemeen bestuur.
4Het algemeen bestuur stelt het jaarverslag vast voor 10 juli van het jaar dat volgt op het jaar waarop de rekening betrekking heeft.
5Vaststelling van het jaarverslag strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrift of andere omstandigheden.
6Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur het jaarverslag ter kennisneming aan de raden van de gemeenten.
7Het algemeen bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarop het jaarverslag betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
Artikel 46: Verrekening van de voorschotten inwonerbijdrage
Verrekening van het verschil tussen de betaalde voorschotten en de werkelijk verschuldigde inwonerbijdrage van de gemeenten vindt plaats onmiddellijk na de vaststelling van de rekening.
HOOFDSTUK 5 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Artikel 47: bestuursrapportages
Het dagelijks bestuur stelt tweemaal per jaar een bestuursrapportage vast en biedt deze aan de bestuurscommissies en de gemeenten aan ter informatie.
Artikel 48: Archivering
1Ten aanzien van de zorg en het beheer van de archiefbescheiden van de veiligheidsregio alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer, zijn de voorschriften van de gemeente Haarlem van overeenkomstige toepassing, tenzij het algemeen bestuur anders besluit.
2De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de veiligheidsregio.
HOOFDSTUK 6 BIJZONDERE BEPALINGEN
Artikel 49: Toetreding
1Gemeenten die willen toetreden tot de regeling kunnen hiertoe een verzoek indienen. Daarbij worden in elk geval overgelegd de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van de desbetreffende gemeente(n).
2Het algemeen bestuur beslist over de toetreding, gehoord hebbende de raden van alle gemeenten.
3Aan de inwilliging van een verzoek tot toetreding kunnen voorwaarden worden verbonden.
4Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding, de financiële gevolgen daaronder begrepen.
5De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot toetreding door de veiligheidsregio bekend is gemaakt.
Artikel 50: Uittreding
1Gemeenten die willen uittreden tot de regeling kunnen hiertoe een verzoek indienen. Daarbij worden in elk geval overhandigd de daartoe strekkende besluiten van de bestuursorganen van de desbetreffende gemeente(n).
2Het algemeen bestuur regelt tenminste zes maanden voor het tijdstip van uittreding de gevolgen daarvan, waaronder de financiële gevolgen, gehoord hebbende de raden van alle gemeenten.
3Indien in de genoemde periode geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt er geacht een geschil te bestaan als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
4De uittreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot uittreden door de veiligheidsregio bekend is gemaakt.
Artikel 51: Wijziging
1Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de bestuursorganen van de gemeenten kunnen voorstellen tot wijziging van de regeling doen.
2De regeling wordt gewijzigd wanneer de bestuursorganen van de gemeenten daartoe eensluidend besluiten.
3De wijziging treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin het besluit tot wijziging door de veiligheidsregio bekend is gemaakt.
Artikel 52: Opheffing
1De bestuusorganen van de gemeenten kunnen bij eensluidend besluit besluiten tot de opheffing van de regeling indien dit noodzakelijk is.
2In geval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels, waaronder het tijdstip van opheffing.
3Het algemeen bestuur stelt, gehoord hebbende de bestuursorganen van de gemeenten, tenminste zes maanden voor het tijdstip van opheffing, een liquidatieplan en een sociaal plan voor het personeel vast. Het liquidatieplan voorziet in de financiële gevolgen van de opheffing.
Artikel 53: Geschillenregeling
Ten aanzien van geschillen omtrent de toepassing van de regeling in de ruimste zin van het woord, geldt het gestelde in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK 7 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 54: Bekendmaking
1De colleges van de gemeenten dragen op de gebruikelijke wijze zorg voor de bekendmaking van de regeling.
2Binnen een maand na vaststelling van de regeling dragen de colleges van de gemeenten zorg voor de opname van de regeling in het register als bedoeld in artikel 27 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
3Het algemeen bestuur zendt de regeling aan gedeputeerde staten.
4Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is ook van toepassing op besluiten tot toetreding en uittreding tot de regeling alsmede tot wijziging en opheffing van de regeling.
Artikel 55: Inwerkingtreding en duur
1De regeling treedt in werking op 1 november 2011
2De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 56: Titel
De regeling wordt aangehaald als: gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Kennemerland.