Beperking omgevingstype rustige woonwijk
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Afwijking: een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan zoals omschreven in artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 2, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
b.Gebruiksoppervlakte (gbo): gebruiksoppervlakte als bedoeld in NEN 2580.
c.Huishouden: een verzameling van één of meer personen die een zelfstandige huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid.
d.Kamerverhuur voor vaste bewoning: het aanbieden van (nacht)verblijf, waarbij de kamerhuurder ter plaatse het hoofdverblijf heeft, blijkend uit de inschrijving in het BRP van de Gemeente Velsen.
e.Logies: (nacht)verblijf bieden aan personen die niet in de gemeente wonen, maar elders hun hoofdverblijf hebben. Dit geldt zowel voor recreatief verblijf als voor tijdelijk onderdak aan personen.
f.Onzelfstandige woonruimte: woonruimte die niet door een persoon of huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte.
g.Omgevingstype rustige woonwijk (uit VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering): een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies zoals bedrijven, winkels, horeca of kantoren voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer.
h.Pand: De kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandigeeenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
i.Short stay: Het structureel aanbieden van een kamer, appartement of deel daarvan voor tijdelijk verblijf aan personen die niet per se een huishouden vormen voor een aansluitende periode van minimaal zeven dagen en maximaal zes maanden.
j.Tijdelijke werknemer: Werknemer die voor een bepaalde tijd, niet langer zijnde dan 6 maanden, werkzaam is in de omgeving van Velsen.
k.Wonen: huisvesten in een woning met vast karakter.
l.Woning: gebouw of een gedeelte daarvan, bestaande uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
m.Woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet samen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
n.Zelfstandige woonruimte: een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.
Artikel 2 Werking van de beleidsregel
Deze beleidsregels hebben betrekking op een aanvraag omgevingsvergunning die tot doel heeft het legaliseren of realiseren van een short stay accommodatie. De aanvraag omgevingsvergunning mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Van een goede ruimtelijke ordening is in ieder geval geen sprake indien een of meerdere van de weigeringsgronden uit artikel 3 van toepassing zijn.
Artikel 3 Weigeringsgronden
Een afwijking van het bestemmingsplan voor short stay wordt in ieder geval geweigerd indien:
a.de aanvraag gedaan wordt voor een locatie die getypeerd kan worden als omgevingstype ‘rustige woonwijk’, rustig buitengebied of natuurgebied;
b.op het moment van de aanvraag binnen een straal van 40 meter vanuit het midden van het aangevraagde object, meer dan 5 procent van de panden vergund is voor short stay of onzelfstandige woonruimte;
c.de afwijking wordt aangevraagd voor panden die niet voldoen aan de eisen van hetBouwbesluit 2012;
d.indien er per bewoner minder dan 18m² gebruiksoppervlakte beschikbaar is;
e.vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat verlening van de afwijking zou leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid of gezondheid, dan wel een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het pand of deel van een pand waarop de aanvraag betrekking heeft;
f.blijkt dat de hoofdtoegang tot het pand niet gericht is op de openbare weg;
g.er uiterlijke aanpassingen aan het pand of deel van het pand plaats vinden of plaats moeten vinden vanwege de onzelfstandige indeling van het pand, zoals extra brand- en/of vluchttrappen;
h.belemmeringen ontstaan voor de (uitbreiding van) omliggende functies die mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan;
i.de afwijking niet past binnen het geldende parkeernormenbeleid en van de ontheffingsmogelijkheid binnen dit beleid ook geen gebruik kan worden gemaakt.
Artikel 4 Voorwaarden bij vergunningverlening
1Als voorwaarde bij de omgevingsvergunning wordt in ieder geval opgenomen:
a.dat de afwijking van de regels niet mag leiden tot een verstoring van de openbare orde, veiligheid en gezondheid, dan wel verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de afwijking betrekking heeft;
b.dat een beheerder bekend is en dat deze een nachtverblijfregister bijhoudt, in overeenstemming met de geldende Algemeen Plaatselijke Verordening en de Verordening Toeristenbelasting van de gemeente Velsen;
c.dat de verhuurder op verzoek van de gemeentelijke toezichthouder een werkgeversverklaring van de gehuisveste personen kan overleggen;
d.dat wanneer er geen hoofdbewoner in het pand aanwezig is, de verhuurder zorgt voor een vast aanspreekpunt voor omwonenden.
2Het college kan de omgevingsvergunning intrekken wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd.
Artikel 5 Inwerkingtreding en citeertitel
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na publicatie.
De citeertitel titel van de beleidsregel is 'Beleidsregel gebruik short stay tijdelijke werknemers Velsen 2017’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 januari 2017.
Toelichting op de regelgeving rond short stay
Privaatrecht: het gebruik van short stay voorzieningen wordt contractueel geregeld in een netwerk van overeenkomsten tussen private partijen, zoals huurders, werkgevers, nutsbedrijven, verzekeraars, leveranciers en schoonmaakbedrijven. De gemeente heeft hier geen rol.
Bestuursrecht: De gemeentelijke rol is geregeld in het Bestuursrecht. Van toepassing zijn: de omgevingsvergunning, de regels van het bestemmingsplan, de collegebevoegdheid om af te wijken van deze regels en de voorschriften van de Bouwverordening en het Bouwbesluit.
Bouwverordening
In de bouwverordening zijn technische voorschriften opgenomen over de nieuwbouw, de verbouw en de staat van bestaande gebouwen.
Bouwbesluit 2012
Het bouwbesluit bevat bouwtechnische voorschriften waaraan alle bouwwerken minimaal moeten voldoen. Een omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik is voorgeschreven wanneer bedrijfsmatig nachtverblijf aan meer dan 10 personen wordt verschaft. Een gebruiksmelding is van toepassing wanneer een woning in vijf of meer delen kamergewijs wordt verhuurd.
Wanneer feitelijk in een woning vijf of meer wooneenheden (kamers) afzonderlijk worden bewoond, moet voor de bouwtechnische regelgeving worden uitgegaan van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur.
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Voor een goede ruimtelijke ordening worden in het bestemmingsplan de kaders vastgelegd waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen plaats kunnen vinden i.c. wat op een perceel het toegelaten bouwvolume en het toegelaten gebruik is. Het bestemmingsplan biedt de burger rechtszekerheid en bescherming tegen ongewenste ontwikkelingen in zijn woon- en leefomgeving.
De wetgever erkent de behoefte aan flexibiliteit in de praktijk van de ruimtelijke ordening. De wet biedt daarom de mogelijkheid dat het college bij de verlening van een omgevingsvergunning (tijdelijk) afwijkt van de regels van het bestemmingsplan. De gevallen waarbij het gebruik van deze bevoegdheid mogelijk is worden traditioneel 'kruimelgevallen' genoemd, hoewel de ruimtelijke gevolgen in sommige gevallen toch aanzienlijk kunnen zijn. Een tijdelijke omgevingsvergunning kan sinds 1 november 2014 voor een periode van 10 jaar worden verleend. De tijdelijke ontheffing mag ook voorzien in een permanente behoefte. Het college moet ook bij gebruikmaking van een afwijking conform de kruimelgevallen binnen acht weken besluiten op de aanvraag om omgevingsvergunning. Indien zij dit nalaat ontstaat de omgevingsvergunning van rechtswege.
Beleidsregel WABO afwijkingenbeleid Velsen 2012
In deze beleidsregel wordt aangegeven op welke manier uitvoering wordt gegeven aan de mogelijkheden die de wet biedt om bij kruimelgevallen af te wijken van een bestemmingsplan.
Algemene plaatselijke verordening 2009
De APV regelt het toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf in afdeling 9 als volgt:
-Artikel 2:28 Begripsbepaling
In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft, waaronder ook wordt begrepen de jachthaven ten zuiden van de Zuidpier.
-Artikel 2:29 Kennisgeving exploitatie
Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester.
-Artikel 2:30 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats, geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
Verordening toeristenbelasting 2017
Onder naam “toeristenbelasting” wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding door personen, die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen (BRP). In de verordening is de verplichting opgenomen tot het bijhouden van een nachtverblijfregister. Op basis van deze gegevens kan de gemeente een aanslag opleggen.
Het Wetboek van Strafrecht Artikel 438 lid 1:
Hij die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie indien hij:
1enalaat zich onverwijld bij aankomst van de persoon die in de door hem gehouden inrichting de nacht zal doorbrengen een geldig reisdocument of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht te doen overleggen;
2egeen doorlopend register houdt of nalaat daarin onverwijld bij de aankomst van die persoon zijn naam, woonplaats en dag van aankomst aan te tekenen of te doen aantekenen alsmede zelf daarin aantekening te houden of te doen houden van de aard van het overgelegde document, en, bij het vertrek, de dag van het vertrek;
3enalaat dat register op aanvraag te vertonen aan de burgemeester dan wel aan de door deze aangewezen ambtenaar.
Beleidsregel Parkeernormenbeleid
Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen bij ontwikkeling moeten worden gerealiseerd, heeft de gemeente parkeernormen vastgesteld. Deze normen geven bij nieuwbouw, uitbreiding of een bestemmingswijziging aan hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. Bij kamerverhuur bedraagt de norm 0,9 parkeerplaats per kamer. Per situatie kan worden afgewogen of er op basis van het parkeernormenbeleid mogelijkheden zijn ontheffing te verlenen.
Bijlage
NEN 2580