1. Besluit, toepassing, citeertitel en definities
1.1 Besluit
Burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam
Gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;
Gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;
Besluiten:
Het Beleid uitvoering gemeentelijke taken Wet kinderopvang gemeente Veendam 2022 vast te stellen.
1.2 Toepassing
Dit beleid is van toepassing op de gemeentelijke inzet om:
-toezicht te houden op de kwaliteit van de kinderopvang;
-aanvragen tot exploitatie en wijzigingsverzoeken voor kinderopvang af te handelen;
-te handhaven naar aanleiding van het niet naleven van voorschriften van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving;
-en eventuele preventieve activiteiten.
De gemeente heeft de volgende integrale visie op handhaving. Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt, grijpt de gemeente actief in met een handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, worden daarbij meegewogen.
Het doel van het handhavend optreden is de overtreding laten herstellen en te bestraffen indien nodig. Dit betekent dat de gemeente naast herstel kan kiezen voor het opleggen van een bestuurlijke boete.
Dit beleid is van toepassing op alle gastouderbureau’s, voorzieningen voor kinderopvang en gastouderopvang binnen de gemeente
1.3 Citeertitel
Dit document wordt aangehaald als “Beleid gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Veendam 2022”
1.4 Definities
Hieronder vindt u definities van de belangrijkste in dit beleid voorkomende termen. Voor alle (overige) definities wordt aangesloten bij de definities zoals deze zijn gegeven in de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving.
Definitie
Afwegingsmodel
In het afwegingsmodel worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een hersteltermijn, de hoogte van de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom. Het afwegingsmodel is als bijlage toegevoegd.
Awb
Algemene wet bestuursrecht
College
Het college van burgemeester en wethouders
Kinderopvangvoorziening
Buitenschoolse opvang op een specifiek adres, dagopvang op een specifiek adres, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang
Kwaliteitseisen
De kwaliteitseisen vastgelegd in voorschriften, welke door de houder nageleefd moeten worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving
LRK
Landelijk register kinderopvang
Toezichthouder
De aangewezen toezichthouder van de GGD. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.
Wko
Wet kinderopvang
2. Inleiding
2.1 Waarom beleid
In dit beleidsstuk is vastgelegd hoe het beleid is dat de gemeente Veendam voert met betrekking tot de gemeentelijke taken die voortvloeien uit de Wet kinderopvang.
Het vastleggen van dit beleid draagt bij aan:
-een transparante werkwijze, omdat houders, ouders, toezichthouders en andere belanghebbenden vooraf geïnformeerd zijn over de mogelijkheden en bevoegdheden van het college;
-rechtsgelijkheid, door het vastleggen van beleid wat voor iedereen van toepassing is;
-het stimuleren van kwalitatief goede kinderopvang.
2.2 Wat komt aan de orde
Allereerst wordt de gemeentelijke integrale visie op handhaving en de relatie met het dossier kinderopvang toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden binnen het toezicht, waaronder herstelaanbod en risico gestuurd toezicht. Daarna wordt uitgelegd hoe een aanvraag tot exploitatie afgehandeld wordt. Als laatste gaat het college in op de verschillende mogelijkheden voor handhaving bij het niet naleven van de kwaliteitseisen. Hierin wordt aangegeven welke strategie gevolgd wordt. Daarbij wordt per niet nageleefde kwaliteitseis bepaald welke handhaving daarop volgt, waarbij het afwegingsmodel richting geeft.
In het afwegingsmodel (in de bijlage) is vastgelegd:
-of er een boete kan worden opgelegd en de hoogte daarvan;
-de hoogte van een last onder dwangsom;
-de maximale hersteltermijn.
2.3 Landelijke en gemeentelijke ontwikkelingen
De Wet kinderopvang is sinds 2005 van toepassing Sindsdien is het speelveld volop in beweging. Zo bestaan er sinds 2018 geen peuterspeelzalen meer. Ook is er in datzelfde jaar een personenregister kinderopvang ingevoerd om continue screening in de kinderopvang te versterken.
Daarnaast is in 2018 en 2019 de wetgeving dankzij de (wijzigings-) Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang behoorlijk aangepast. Met ingang van 2022 is het voor gemeenten en GGD’en in de uitvoering van het toezicht op kindcentra en gastouderbureaus mogelijk om keuzes te maken in de per inspectie te onderzoeken onderwerpen (de flexibele inspectieactiviteit). Waar de toezichthouder eerder verplicht was om minimaal een vooraf landelijk bepaald aantal onderwerpen mee te nemen in het onderzoek, is er door de invoering van deze flexibele inspectieactiviteit meer ruimte voor de gemeente en de toezichthouder om variatie hierin aan te brengen.
Dit alles heeft ertoe geleid dat de gemeente Veendam het voor u liggende beleid kinderopvang heeft herzien en vastgesteld.
3. Kader, visie, ambitie en speerpunten
3.1 Kader
Aan kinderopvang worden kwaliteitseisen gesteld. Deze kwaliteitseisen staan in de Wet kinderopvang (Wko) en in de daarop gebaseerde algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen en aanverwante regelingen.
De regelgeving stelt kwaliteitseisen aan de volgende onderwerpen (in de GGD rapportages ook wel domeinen genoemd):
-registratie, wijzigingen en administratie;
-het pedagogisch klimaat;
-personeel en groepen;
-veiligheid en gezondheid;
-accommodatie;
-ouderrecht.
De Wko bepaalt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor toezicht op en handhaving van deze eisen. De GGD is bij wet de aangewezen toezichthouder voor kinderopvang. Het college heeft de directeur publieke gezondheid van de GGD aangewezen als toezichthouder.
De inspectie van het Onderwijs is de tweedelijns toezichthouder en controleert jaarlijks of de gemeente haar wettelijke taken met betrekking tot de registervoering en de uitvoering van het toezicht, goed uitvoert.
3.2 Visie op handhaving
Het doel van het handhavend optreden is de overtreding te laten herstellen en alleen te bestraffen indien dat gezien de concrete feiten en omstandigheden noodzakelijk wordt geacht. Dat betekent dat de gemeente een bestuurlijke boete kan opleggen.
Wanneer geconstateerd wordt dat een kwaliteitseis niet nageleefd wordt grijpt de gemeente actief in met een handhavingsmaatregel. Feiten en omstandigheden waaronder de overtreding is begaan worden daarbij meegewogen.
Deze visie sluit aan bij de visie op handhaving op andere beleidsterreinen. Handhaving is gericht op herstel en we werken vanuit vertrouwen dat overtreders zich inzetten om overtredingen ongedaan te maken binnen de gestelde termijn.
3.3 Ambitie
De gemeente Veendam vindt kwalitatief goede kinderopvang zeer belangrijk. Toezicht en handhaving worden passend ingezet. De gemeente streeft een goede relatie met de houder na en werkt vanuit vertrouwen.
Het is de ambitie van de gemeente Veendam om in de jaren 2022-2023 de relatie met de houders te versterken door regelmatig (telefonisch) contact. Tegelijkertijd wordt de handhaving op rapporten met tekortkomingen opgepakt, met als doel de kwaliteit van de kinderopvang te borgen.
In de Beleidsregel werkwijze toezichthouder kinderopvang staan thema’s opgenomen die onderdeel zijn van het gesprek dat de gemeente met de GGD periodiek voert over de invulling van de flexibele inspectieactiviteit en daarmee de keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de onderwerpen die aan toezicht onderworpen worden. De eisen met betrekking tot de verklaringen omtrent het gedrag, de registratie daarvan in het Personenregister kinderopvang, de pedagogische kwaliteit en (indien van toepassing) de Voorschoolse educatie worden bij ieder onderzoek meegenomen.
De thema’s zijn:
-Ontwikkeling en kwaliteit;
-Veiligheid;
-Gezondheid;
-Stabiliteit;
-Professionaliteit.
4. Toezicht
4.1 Onderzoeken
De toezichthouder van de GGD voert de volgende onderzoeken voor de gemeente Veendam uit:
•Onderzoek voor registratie: naar aanleiding van een ingediende aanvraag tot exploitatie onderzoekt de toezichthouder of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden volgens de voorschriften van de Wko en onderliggende regelgeving.
•Onderzoek na registratie: binnen drie maanden na registratie in het LRK vindt een onderzoek plaats (dit onderzoek vindt niet plaats bij voorzieningen voor gastouderopvang).
•Jaarlijks onderzoek: alle kindercentra en gastouderbureaus worden jaarlijks onderzocht. Wanneer voor het kindercentrum of gastouderbureau een risicoprofiel is opgesteld, wordt het jaarlijks onderzoek volgens de flexibele inspectieactiviteiten ingericht.
•Onderzoek voorzieningen voor gastouderopvang; jaarlijks op basis van een steekproef. De gemeente Veendam laat jaarlijks minimaal het wettelijk voorgeschreven percentage van de voorzieningen voor gastouderopvang onderzoeken.
•Nader onderzoek: naar aanleiding van (een) eerder geconstateerde overtreding(en) kan de toezichthouder onderzoeken of de overtreding hersteld is en hersteld blijft. Wanneer er een handhavingsmaatregel is ingezet, onderzoekt de toezichthouder nadat de hersteltermijn is verstreken, of de overtreding is hersteld en de handhavingsmaatregel is opgevolgd.
•Incidenteel onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van onder meer een incident, een signaal, een wijzigingsverzoek ingediend door een houder of bijvoorbeeld een thema-onderzoek passend bij de gemeentelijke speerpunten.
De bevindingen tijdens een onderzoek en het oordeel van de toezichthouder, worden in een inspectierapport vastgelegd. Deze inspectierapporten geven een beeld van de kwaliteit van de voorziening. De rapporten worden openbaar gemaakt in het LRK.
4.2 Risicogestuurd en onaangekondigd toezicht
Om een goed beeld te krijgen van een kindcentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang, vinden de onderzoeken (met uitzondering van het onderzoek voor registratie) in principe onaangekondigd plaats. Daarnaast wordt het toezicht op kindcentra en gastouderbureaus vanaf het tweede kalenderjaar dat zij geregistreerd zijn, risico-gestuurd uitgevoerd. Dit betekent meer toezicht waar het nodig is, minder waar het kan. Om hier invulling aan te geven, wordt door de toezichthouder een risicoprofiel opgesteld of aangepast na ieder (daarvoor relevant) onderzoek. Aan de hand hiervan wordt de intensiviteit van het daarna volgende jaarlijks inspectieonderzoek bepaalt.
4.3 Herstelaanbod
De gemeente Veendam en de GGD werken met de werkwijze herstelaanbod. Door te werken met herstelaanbod verwacht de gemeente dat een overtreding sneller beëindigd wordt. Dit komt de kwaliteit van de kinderopvang ten goede en de gemeente hoeft minder handhaving in te zetten.
Een herstelaanbod is het aanbod van de toezichthouder kinderopvang aan de houder om binnen de door de toezichthouder gestelde tijd een geconstateerde overtreding te herstellen. Dit gebeurt vóórdat het conceptrapport wordt opgesteld.
Het herstelaanbod kan aangeboden worden bij alle type voorzieningen, bij een onderzoek na registratie, een jaarlijks onderzoek en een incidenteel onderzoek. Het wordt niet aangeboden bij een onderzoek voor registratie of bij een nader onderzoek,
Elke overtreding kan in aanmerking komen voor herstelaanbod. De toezichthouder beoordeelt of de aard en omstandigheid zich leent voor herstelaanbod. De periode tot herstel is maximaal vier weken. De toezichthouder schrijft in het inspectierapport het verloop van het aanbod. De houder is niet verplicht om van het aanbod gebruik te maken.
In opdracht van de gemeente Veendam geeft de GGD geen herstelaanbod:
-Bij recidive;
-Bij te veel overtredingen;
-Als de benodigde hersteltermijn langer dan vier weken is;
-Als voor een andere overtreding geen herstelaanbod geboden wordt
-Als een bevel wordt afgegeven voor een andere overtreding;
-Als sprake is van specifieke voorwaarden die de gemeente met de GGD heeft uitgesloten.
De gemeente weegt de oorspronkelijke overtreding en de resultaten van het herstelaanbod mee bij haar beslissing om wel of niet te handhaven. Meer informatie hierover staat in paragraaf 6.5 Handhaving na herstelaanbod.
4.4 Schriftelijk bevel
Indien de toezichthouder tijdens een onderzoek een situatie tegenkomt waarin het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de toezichthouder zelf ingrijpen. Dit gebeurt met een schriftelijk bevel. Dit bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn en welke actie de houder moet ondernemen en binnen welke termijn dit dient te gebeuren.
De toezichthouder informeert de gemeente over het opgelegde schriftelijk bevel. Hierdoor is de gemeente tijdig op de hoogte om eventueel vervolgstappen (zoals verlenging van het schriftelijk bevel) te nemen.
5. Aanvraag tot exploitatie
5.1 Nieuwe voorziening
Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas in exploitatie genomen worden na schriftelijke toestemming daartoe, verleend door het college, op een in dat besluit vastgestelde specifieke datum. Als er toestemming is gegeven, wordt de voorziening vervolgens de in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) geregistreerd. Om deze toestemming te verkrijgen, dient de houder een aanvraag tot exploitatie in bij de gemeente waar de beoogd te exploiteren kinderopvangvoorziening zich bevindt. De beslistermijn is tien weken. Deze termijn kan in bepaalde situaties nog verlengd worden. Het is dus van belang dat de houder een aanvraag tijdig voor de gewenste startdatum indient. Een aanvraag wordt ingediend met een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier dat is te vinden op de websites www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.
Bij het indienen van een aanvraag voor een nieuwe kinderopvangvoorziening worden leges in rekening gebracht.
5.1.5 Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie
5.2 Houderwijziging
Een kindercentrum of gastouderbureau dat wordt overgenomen, is veelal al in exploitatie en er worden kinderen opgevangen/bemiddeld. Het is voor de continuïteit daarom van groot belang dat de oude en nieuwe eigenaar samen een overname goed regelen. Een houderwijziging wordt ingediend middels een door de rijksoverheid vastgesteld wijzigingsformulier. Deze formulieren zijn te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.
De gemeente Veendam hanteert de volgende uitgangspunten bij een overname:
-Een overname moet worden behandeld als een nieuwe aanvraag. Dat betekent dat ook bij een overname streng wordt getoetst. Naleving van de kwaliteitseisen bij andere kinderopvangvoorzieningen en de handhavingshistorie van de nieuwe houder wordt meegewogen.
-Bij een overname worden leges in rekening gebracht, omdat de overname wordt behandeld als een nieuwe aanvraag, met bijbehorend onderzoek.
-De nieuwe houder heeft redelijkerwijs tijd nodig om eventuele bestaande tekortkomingen op te heffen. Daar wordt rekening mee gehouden.
5.3 Verhuizing
6. Handhaving
6.1 Preventie
De gemeente Veendam vindt het van belang om het niet naleven van kwaliteitseisen (zoveel mogelijk) te voorkomen. In dit kader informeren wij houders over ons toezicht- en handhavingsbeleid.
De gemeente Veendam wil daarnaast besteden aan de Wet Kinderopvang op haar website www.veendam.nl. Ook zal periodiek een nieuwsbrief worden verstuurd naar houders. Op deze manier wil de gemeente de houders informeren over actualiteiten en relevante ontwikkelingen.
6.2 Maatwerk in handhaving
De gemeente heeft een beginselplicht tot handhaven. De wet en regelgeving is hiervoor de basis en in dit gemeentelijk beleid wordt hier invulling aan gegeven. Goed handhaven betekent echter ook dat het college oog heeft voor de specifieke situatie van het geval. Individuele omstandigheden – verzwarend of verzachtend – kunnen van invloed zijn op het wel of juist niet opleggen van een maatregel, nadat is geconstateerd dat een kwaliteitseis niet is nageleefd. Dat doet recht aan het feit dat niet alle situaties ‘standaard’ zijn. Handhaven is maatwerk.
6.2.4 Hersteltermijn/begunstigingstermijn
6.3 Handhavingsmiddelen
De gemeente kan de volgende herstellende en bestraffende handhavingsmiddelen inzetten:
Traject
Handhavingsmiddel
Informeel herstellend
Overleg en Overreding
(schriftelijke) Waarschuwing
Formeel herstellend
Aanwijzing
Last onder dwangsom
Last onder bestuursdwang
Exploitatieverbod
Intrekken toestemming tot exploitatie
Formeel bestraffend
Bestuurlijke boete
Niet ieder middel is in iedere situatie geschikt om in te zetten. De gemeente kiest altijd het meest passende middel.
Hieronder volgt een toelichting op de diverse middelen die de gemeente Veendam zal inzetten.
6.3.6 De bestuurlijke boete (hierna: boete)
6.4 Handhaving na herstelaanbod
Wanneer er een herstelaanbod is gedaan, kan dit van invloed zijn op de handhaving die de gemeente inzet op de overtredingen die primair door de toezichthouder geconstateerd zijn. Wanneer het herstelaanbod niet is gedaan of wanneer de houder het niet aangenomen heeft, wordt dit niet gezien als verzwarende omstandigheid voor de handhaving,
Bijlage: Afwegingsmodel
Diversen mbt naleving, registratie en wijzigingen
Wettelijke bepaling / kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
Niet voldoen aan de definitie van kinderopvang, gastouderopvang, gastouder of gastouderbureau.
n.v.t., intrekken toestemming tot exploitatie is aan de orde.
n.v.t.
n.v.t.
Start exploitatie voor ontvangst toestemming college of voor de datum waarop college bepaald heeft dat exploitatie mag aanvangen.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 4e categorie (2019: € 20.750,-)
€ 20.750,-
Houder geeft wijziging van in het LRK opgenomen gegevens later door / niet door terwijl dit zou moeten gebeuren zodra de houder bekend is met deze wijziging.
2maanden
€ 2.000,-
€ 2.000,-
Niet nakomen van een vordering tot medewerking van een toezichthouder.
n.v.t.
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie (2019: € 4.150,-)
Gelijk aan bedrag boete 2e categorie
Niet opvolgen van een aanwijzing / bevel.
2weken
€ 4.000,-
n.v.t.
Niet opvolgen van een exploitatieverbod opgelegd op grond van art. 1.66 Wko.
n.v.t.
€ 20.750,-
n.v.t.
Niet nakomen van een afspraak zoals genoemd in art. 167 Wet op het primair onderwijs.
n.v.t.
€ 4.000,-
n.v.t.
Praktijk / uitvoering
Wettelijke bepaling/ kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
De houder biedt geen verantwoorde opvang.
2weken
€ 8.000,-
GO: € 2.000,-
€ 8.000,-
GO: € 2.000,-
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht
2weken
€ 4.000,-
€ 4.000,-
De houder voldoet niet aan zijn informatieplicht
2maanden
€ 1.000,-
€ 1.000,-
De houder zorgt er niet voor dat conform het beleid gehandeld wordt.
2weken
€ 2.000,-
€ 2.000,-
De houder voldoet niet aan de eisen gesteld aan veilige en gezonde kinderopvang.
2weken
€ 3.000,-
GO: € 500,-
€ 3.000,-
GO: € 500,-
De houder voldoet niet aan de eisen mbt formatie en/of kwalificatie
2weken
€ 5.000,-
GO: € 200,-
€ 5.000,-
GO: € 200,-
De houder voldoet niet aan de eisen mbt stabiliteit
(GO: groepsgrootte).
2weken
€ 3.000,-
GO: € 300,-
€ 3.000,-
GO: € 300,-
De houder voldoet niet aan de eisen mbt de VOG’s en het personenregister kinderopvang.
2weken
€ 3.000,-
GO: € 500,-
€ 3.000,-
GO: € 500,-
De houder voldoet niet aan de eis mbt de voertaal, taaleis VE en de taaleis BSO
2weken
€ 3.000,-
(voertaal)
€ 1.500,-
(overige)
GO: € 200,-
€ 2.000,-
GO: € 200,-
De binnen- en buitenspeelruimtes voldoen niet aan de eisen.
De VGO voldoet niet aan de eisen.
2weken
€ 2.000,-
GO: € 200,-
€ 2.000,-
GO: € 200,-
De houder voldoet niet aan het ouderadviesrecht / klachtrecht.
2maanden (OC)
6maanden (klacht-recht)
€ 1.000,-
€ 1.000,-
De houder van het gastouderbureau voert aantoonbaar de kassiersfunctie en/of de verplicht gestelde gesprekken niet uit.
2weken
€ 3.000,-
€ 3.000,-
De houder voldoet niet aan de uren norm voor VE
2weken
€ 2.000,-
€ 2.000,-
Documenten
Wettelijke bepaling/ kwaliteitseis
Maximale hersteltermijn
Bestuurlijke boete
Last onder dwangsom per constatering
De houder heeft beleidsdocumenten die onvolledig zijn en/of niet alle verplicht te beschrijven onderwerpen bevatten en/of niet actueel zijn.
2maanden
€ 3.000,- voor het ontbreken van het document
€ 750,- voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan.
€ 3.000,- voor het ontbreken van het document.
€ 750,- voor iedere (sub)eis waaraan niet is voldaan.
De administratie van de houder bevat niet alle verplicht op te nemen documenten en/of is op verzoek van de toezichthouder niet onverwijld te raadplegen.
2maanden
€ 3.000,- per ontbrekend document
€ 3.000,- per ontbrekend document
De houder gebruikt geen VE programma dat voldoet aan de eisen.
2maanden
€ 1.000,-
€ 1.000,-