Aanhef
De Raad van de gemeente Vaals
Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2025 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
Besluit
Vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van marktgelden' (Verordening marktgelden Vaals 2026)
Artikel 1 Belastbaar feit
Onder de naam “marktgeld” wordt een recht geheven voor het, gedurende de markttijd, beschikbaar stellen van een standplaats op het daartoe aangewezen marktterrein, daaronder begrepen de diensten en voorzieningen die met de markt verband houden.
Artikel 2 Belastingplicht
Het recht als bedoeld in artikel 1 wordt geheven van degene aan wie de standplaats op het marktterrein ter beschikking is gesteld.
Artikel 3 Maatstaf voor heffing
De heffingsmaatstaf is het aantal strekkende meters – waarbij voor de berekening een gedeelte van een meter voor een hele meter wordt gehouden – dat voor een incidentele of vaste standplaats wordt ingenomen.
Artikel 4 Belastingtarief
Het recht bedoeld in artikel 1 bedraagt:
1voor een incidentele standplaats:
voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, € 4,35 met een minimumbedrag van € 15,00 per marktdag.
2voor een vast aangewezen standplaats:
voor los op de grond uitgestalde zaken, voor kramen, tafels en andere uitstallingen, al dan niet overdekt, alsmede voor twee- of meerwielige voertuigen en standwerkers, per strekkende meter plaatsruimte of gedeelte daarvan met een diepte van ten hoogste 3 meter, per kalendermaand € 7,83.
Artikel 5 Belastingtijdvak
1Het belastingtijdvak is voor een incidentele standplaats gelijk aan een kalenderdag.
2Het belastingtijdvak is voor een vaste standplaats gelijk aan een kalendermaand.
Artikel 6 Wijze van heffing
1Het marktgeld, dat is verschuldigd voor incidentele standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 1, wordt contant geheven door middel van een gedagtekende nota, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.
2Het marktgeld, dat is verschuldigd voor vast aangewezen standplaatsen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld
1Het marktgeld van een incidentele standplaats, als bedoel in artikel 4, lid 1, is verschuldigd op het tijdstip dat de standplaats wordt ingenomen.
2Het marktgeld als bedoeld in artikel 4, lid 2, is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak.
Artikel 8 Tijdstip/termijnen van betaling
1Als een gedagtekende nota wordt uitgereikt dient het marktgeld te worden betaald op het moment van het uitreiken van deze nota.
2In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen marktgelden voor vast aangewezen standplaatsen als bedoeld in artikel 4, lid 2, worden betaald binnen een maand na dagtekening van het aanslagbiljet.
3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het tweede lid gestelde termijn.
Artikel 9 Kwijtschelding
Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990.
Artikel 10 Overgangsrecht
De 'Verordening marktgelden 2025' van 16 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 11 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 12 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening marktgelden Vaals 2026”.