Aanhef
Managementsamenvatting
De gemeente Utrechtse Heuvelrug presenteert met deze U&H-strategie het integrale beleidskader voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het fysieke domein. Dit document vervangt het VTH-beleidsplan 2019–2024.
De strategie bundelt alle VTH-taken binnen het Omgevingsrecht, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Bijzondere Wetten (BW). Milieutaken vallen buiten deze strategie en worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Zij hanteren een eigen regionale strategie, genaamd de U&H-strategie Regio Utrecht.
Strategisch kader
De missie is het behouden en versterken van de veilige, groene en leefbare gemeente. De visie richt zich op risicogestuurde uitvoering, klantvriendelijkheid, samenwerking en toekomstgericht handelen. Prioritering vindt plaats op basis van een risicoanalyse, waarbij veiligheid, gezondheid, omgevingskwaliteit en duurzaamheid centraal staan.
Doelstellingen en strategieën
De strategie kent drie pijlers:
•Dienstverlening: tijdige afhandeling, menselijke maat, duurzaamheid en aanpak illegale bewoning.
•Uitvoeringskwaliteit: voldoen aan wettelijke eisen, procesoptimalisatie en betere afstemming tussen beleid en uitvoering.
•Financiën: efficiënte inzet van middelen, integratie in begrotingscyclus en transparante verantwoording.
Vijf uitvoeringsstrategieën zijn uitgewerkt:
•Preventie: voorlichting, participatie en buurtbemiddeling.
•Vergunningverlening: ‘Ja, mits’-houding, risicogestuurde toetsing.
•Toezicht: integraal, programmatisch en informatiegestuurd.
•Handhaving: volgens de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), met nadruk op proportionaliteit en transparantie.
•Gedogen: alleen bij concreet zicht op legalisatie of onevenredigheid, altijd gemotiveerd en tijdelijk.
Monitoring en evaluatie
Jaarlijks worden een uitvoeringsprogramma en evaluatierapportage opgesteld. Monitoring gebeurt via dashboards, audits en procesoverleggen. Evaluatie is gekoppeld aan de gemeentelijke planning- en controlcyclus.
Samenwerking
De strategie is afgestemd met ketenpartners zoals ODU, VRU, MooiSticht, politie, OM, GGD en waterschappen.
2. Omgevingsanalyse
2.3 Bestuurlijke ambities
2.3.1 Toekomstvisie
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft in haar toekomstvisie 2040 een strategisch kader ontwikkeld met drie kernprincipes die samen het fundament vormen voor een vitale, aantrekkelijke en toekomstgerichte gemeente, namelijk:
1Omgeving met kwaliteit: behoud en versterking van haar unieke groene identiteit, robuuste natuur met toegenomen biodiversiteit, het realiseren van een gezonde leefomgeving met goede lucht- en bodemkwaliteit, en het behouden van cultuurhistorische waarden, fungeren als 'landschapstuin' voor de regio, waarbij recreatie en natuur in balans zijn.
2Vitale dorpen: evenwichtigere bevolkingsopbouw door woningbouw, behouden basisvoorzieningen, het stimuleren van lokaal ondernemerschap, het versterken van sociale cohesie en het behouden van eigen karakter per dorp.
3Toekomstgerichte gemeente: in 2050 klimaatneutraal, duurzame bereikbaarheid, ontwikkeling van een toekomstbestendige economie en transformatie naar kringlooplandbouw die natuur inclusief en diervriendelijk is.
2.3.2 Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie is een document waarin staat hoe de gemeente Utrechtse Heuvelrug wil dat het grondgebied er in 2040 uit gaat zien. Dit is een nadere uitwerking van de Toekomstvisie. Het gaat daarbij over alles wat nodig is om hier te kunnen leven, wonen, werken, studeren en recreëren. Het is een strategisch document waarin staat beschreven hoe de gemeente de fysieke leefomgeving wil ontwikkelen en inrichten voor de lange termijn. In de Omgevingsvisie van de gemeente Utrechtse Heuvelrug staan drie ambities met de volgende subdoelen:
1Kwalitatief hoogwaardige leefomgeving
a.Zorgen dat er meer verschillende soorten dieren en planten komen.
b.Een goede woonplek, die goed is voor het milieu.
c.Recreatie en toerisme is in evenwicht met de natuur.
d.Beschermde waarden goed behouden.
2Vitale dorpen
a.Woningen bouwen om krachtige dorpen te behouden.
b.Bedrijvigheid in en rond de dorpen.
c.Onze inwoners zijn gezond en hebben contact. Allerlei soorten instellingen die nodig zijn voor het dagelijks leven, helpen hierbij.
3Toekomstgericht
a.Mensen komen makkelijk bij en in de belangrijkste instellingen voor het dagelijks leven.
b.Een veilige gemeente die mensen positief ervaren.
c.Er is evenwicht tussen de kwaliteit en hoe goed deze blijft in de toekomst.
2.3.3 Omgevingsprogramma’s
De Omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het beleid voor de hele fysieke leefomgeving in onze gemeente. Voor de uitwerking en uitvoering ervan is gekozen voor twee omgevingsprogramma’s. Hiermee houdt de Utrechtse Heuvelrug focus, kan direct op de voortgang gestuurd worden en goed zicht gehouden worden op de effecten. Eind 2023 zijn twee omgevingsprogramma’s gestart:
1Buitengebied in Balans met de ambitie: ‘Het in samenhang doorontwikkelen en versterken van de buitengebieden in onze gemeente met respect voor landschappelijke waarden’.
2Vitale Dorpen met de ambitie: ‘Het in samenhang behouden en vergroten van de vitaliteit van de dorpen, met de verschillende dorpse kwaliteiten als uitgangspunt’.
2.4 Maatschappelijke en ruimtelijke ontwikkelingen
2.4.1 Woningbouwopgave
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft een ambitieuze Woonzorgvisie 2024 ontwikkeld die zich richt op het creëren van vitale dorpen waar inwoners van jong tot oud prettig kunnen wonen. Drie hoofdthema's vormen de basis van de visie, namelijk (1) verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, (2) nieuwbouw als kwalitatieve aanvulling met concrete doelstelling van 167 tot 189 woningen per jaar tot 2030 en (3) betekenisvol leven, met aandacht voor wonen, zorg en welzijn. In alle woningbouwplannen moet aandacht zijn voor betaalbaarheid, vitale dorpen, duurzaamheid en groene leefomgeving.
2.4.2 Duurzaamheid
De visie van de gemeente op duurzaamheid is ambitieus en uitgebreid, met een duidelijke focus op samenwerking en het creëren van een toekomstbestendige gemeente voor haar inwoners. Duurzaamheid omvat o.a. een klimaatneutrale organisatie, een klimaatbestendige fysieke leefomgeving, duurzaam bouwen, duurzame mobiliteit, circulaire economie, bescherming van natuur en landschap, aardgasvrij wonen en duurzame recreatie. Duurzaamheid komt daarnaast terug in zowel de Toekomstvisie, Visie op Vastgoed, de Omgevingsvisie als in het programma ‘Samen Duurzaam Doen’.
2.4.3 Groen
De gemeente Utrechtse Heuvelrug streeft naar behoud en versterking van haar groene identiteit als fundament voor een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving. Het groene karakter vormt het vertrekpunt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven in de gemeente. In het samenwerkingsprogramma “Groen groeit mee” werken meer dan veertig partijen in de provincie Utrecht samen aan meer en beter groen. Steeds meer mensen willen wonen in de provincie Utrecht, de vraag naar ruimte is groot en de hoeveelheid groen per inwoner staat onder druk. Terwijl groen van grote waarde is als het gaat om het geluk en de gezondheid van inwoners, voor klimaatadaptatie en voor de biodiversiteit. Groen Groeit Mee is de ambitie om recreatief groen, natuur, water en landschap mee te laten groeien met het stijgende aantal woningen in de provincie Utrecht.
2.4.4 Ondermijning
In de Omgevingsvisie én in het Integraal Veiligheidsplan Heuvelrug is aandacht voor ondermijning. Ondermijnende activiteiten, waarbij de criminele ‘onderwereld’ gebruik maakt van de bovenwereld, kunnen helaas ook in onze gemeente voorkomen. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is er scherp op in de handhaving en treffen maatregelen om zo veel mogelijk ondermijning tegen te gaan. Daarnaast zet de gemeente Utrechtse Heuvelrug onder andere in op gezond ondernemerschap en het tegengaan van leegstand, om zo ondermijning op bedrijventerreinen en andere bedrijfslocaties zoveel mogelijk te voorkomen.
2.4.5 Illegale bewoning recreatieparken
De gemeenteraad heeft in 2020 de beleidsnota ‘niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven’ vastgesteld. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is een aantrekkelijke gemeente voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Hiervoor is het belangrijk dat er goede recreatieverblijven zijn. Het belangrijkste is dat deze verblijven beschikbaar blijven voor recreatief verblijf. Op sommige recreatieterreinen wordt in meer of mindere mate (permanent) gewoond. Dit is niet goed voor de natuur en het buitengebied. Veel recreatieverblijven voldoen ook niet aan de landelijke brandveiligheidseisen voor gebruik als woning. Wonen op recreatieterreinen kan ook andere problemen veroorzaken. Zo is er risico van ondermijning en het verhinderen van de ontwikkeling van recreatieterreinen.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug wil de kwaliteit van de recreatieterreinen verbeteren. Daarvoor is voor een aantal recreatieterreinen een toekomstgericht bestemmingsplan ‘Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug’ vastgesteld (nu onderdeel van het (tijdelijk) Omgevingsplan). Daarnaast wordt opgetreden tegen het niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven dat is ontstaan na 31 oktober 2003 én tegen huisvesting van arbeidsmigranten.
2.5 Juridische ontwikkelingen
2.5.1 Omgevingswet
De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving, onder andere op het gebied van bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft de afgelopen jaren onder andere het VTH-zaaksysteem opnieuw ingericht en de werkprocessen aangepast om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet.
Kwaliteit vergunningen
Om de kwaliteit van vergunningen te waarborgen is het eerste jaar na inwerkingtreding bij iedere vergunning het 4-ogen principe toegepast, zodat men de nieuwe processen en wet- en regelgeving eigen kon maken. In maart 2025 is dit afgeschaald naar de volgende werkwijze: nieuwe en inhuur casemanagers laten al hun vergunningen controleren door een senior casemanager, de andere casemanagers doen dit enkel bij ingewikkelde zaken. Deze controle is een verplichte stap in het proces in Rx.Mission.
Omgevingsplan
De komende beleidsperiode zal het Omgevingsplan steeds verder vorm krijgen. Op dit moment wordt een nieuw Omgevingsplan (voor de kern Amerongen) opgesteld door team Omgevingsontwikkeling. De senior casemanagers toetsen nieuwe aanvragen in de kern Amerongen aan het nieuwe Omgevingsplan om de impact hiervan helder te krijgen en feedback te kunnen geven aan het team Omgevingsontwikkeling. Het nieuwe Omgevingsplan vraagt een nieuwe manier van beoordelen en dit zullen de casemanagers zich eigen moeten maken.
De komende jaren gaat de transitie door. De gemeente Utrechtse Heuvelrug is hoofdzakelijk bezig met het opstellen van het Omgevingsplan, nadere samenwerkingsafspraken tussen de teams die VTH-werkzaamheden uitvoeren en verdere inrichting van de applicaties.
2.5.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (hierna: Wkb) is gelijktijdig met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden. Ook hiervoor heeft de gemeente de afgelopen jaren o.a. de werkprocessen aangepast. Met de komst van de Wkb wordt de technische beoordeling van bepaalde bouwwerken uitgevoerd binnen een stelsel van private kwaliteitsborging. Dit betekent dat de gemeente deze taak zelf niet meer uitvoert. Momenteel geldt dit alleen voor nieuwbouwprojecten met een laag risicoprofiel (gevolgklasse 1), zoals grondgebonden woningen en eenvoudige bouwwerken. Naar verwachting zal dit de komende jaren (nog) niet worden uitgebreid naar gevolgklasse 1 voor verbouw of naar gevolgklassen 2 en 3. Zodra dit aan de orde is, zal de gemeente deze uitbreiding verwerken in onder meer de werkprocessen en de legesverordening.
Nu de Wkb in werking is getreden, wordt pas echt praktijkervaring opgedaan met deze nieuwe wet. Het Wkb-proces is inmiddels bijna twee jaar operationeel, maar de uitvoering in de praktijk toont verschillende uitdagingen aan. Voor de aankomende beleidsperiode ligt de prioriteit op het verbeteren van de Wkb-processen, het realiseren van betere afstemming tussen de betrokken teams en het maken van specifieke werkafspraken over hoe de gemeente omgaat met haar nieuwe rol onder de Wkb. Het structureel verbeteren en vernieuwen van processen blijft essentieel om de uitvoering van de wet te optimaliseren.
2.5.3 Wet Natuurbescherming en Soortenmanagementplan
De gemeente Utrechtse Heuvelrug kampt sinds een aantal jaar met het spanningsveld tussen de wens van inwoners om hun woningen te verduurzamen en de verplichtingen uit de Wet natuurbescherming. Individuele ecologische onderzoeken voorafgaand aan isolatie bleken kostbaar, tijdrovend en een serieuze belemmering voor het behalen van de klimaatdoelen. Om deze spanning te doorbreken, zet de gemeente in op een Soortenmanagementplan (SMP): een gebiedsgerichte aanpak waarin populaties en leefgebieden van beschermde soorten integraal in beeld worden gebracht. Hiermee vervangt één gemeentebreed onderzoek honderden individuele onderzoeken, wat leidt tot versnelling en lastenverlichting.
Omdat de totstandkoming van een SMP één tot twee jaar duurt, is – in samenwerking met E.C.O. Logisch B.V. – een pre-SMP ingericht. Dit levert een tijdelijke provinciale ontheffing op, waardoor inwoners met grondgebonden woningen direct kunnen isoleren zonder individueel ecologisch onderzoek. De gemeente borgt de ecologische randvoorwaarden door alternatieve verblijfplaatsen voor vleermuizen te realiseren en het isolatietempo te faseren. Zo wordt het risico voor beschermde soorten beperkt totdat het definitieve SMP gereed is.
2.5.4 Initiatiefwet “Veilige jaarwisseling”
De Eerste Kamer heeft op 1 juli 2025 de initiatiefwet Veilige Jaarwisseling aangenomen. Naar verwachting geldt vanaf de jaarwisseling van 2026 op 2027 in Nederland een landelijk verbod op consumentenvuurwerk, waarmee de verkoop ervan aan particulieren wordt stopgezet.
2.6 Organisatorische ontwikkelingen
2.6.1 Integratie van ORDU en RUD naar ODU
Per 1 januari 2026 fuseren de ODRU en de RUD tot de Omgevingsdienst Utrecht (ODU). Na de fusie ontstaat een samenhangend werkgebied voor de hele provincie Utrecht en een grotere omgevingsdienst die beter in kan spelen op nieuwe, complexe vraagstukken in de leefomgeving. Naar verwachting kan de nieuwe omgevingsdienst aan alle gestelde kwaliteitscriteria gaan voldoen. Deze fusie kan de komende beleidsperiode gevolgen hebben op de processen, financiën en samenwerking voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
2.6.2. Toename van VTH-taken
De inwerkingtreding van de Omgevingswet en Wkb per 1 januari 2024 — met o.a. het nieuwe Omgevingsloket, zwaardere participatie-eisen en kortere (8 weken) beslistermijnen — leidt in Utrechtse Heuvelrug tot een merkbare toename én complexiteit van VTH-taken. Daarom zet de gemeente, in lijn met de eigen U&H-strategie, risicogestuurd in. Schaarse capaciteit gaat naar activiteiten met de grootste impact op leefbaarheid, veiligheid en omgevingskwaliteit. Een deel van de basistaken is belegd bij de ODU en wordt programmatisch uitgevoerd. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug gaat het om circa 14.000 uren inzet op jaarbasis, wat de noodzaak onderstreept om uren doelmatig en adaptief te prioriteren.
2.6.3 Inrichten systemen en processen
De digitalisering van VTH-processen is een belangrijk speerpunt voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Door de digitale dienstverlening te verbeteren en moderne applicaties in te zetten, wordt het proces van aanvraag tot besluit transparanter, sneller en beter toegankelijk. Bovendien draagt digitalisering bij aan een efficiëntere interne samenwerking en biedt het betere mogelijkheden om datagedreven te sturen op prioriteiten.
Voor de behandeling van omgevingsverzoeken en het houden van toezicht wordt sinds 2022 de applicatie Rx.Mission gebruikt. Meldingen in de openbare ruimte verlopen via de app Zo Gemeld, die is gekoppeld aan het open-source taaksysteem Signalen, waarmee boa’s en toezichthouders meldingen efficiënt kunnen afhandelen.
Deze digitale ondersteuning versterkt de aansluiting tussen beleid, uitvoering en handhaving. Uniforme registraties en betrouwbare stuurinformatie zijn hierbij onmisbaar, ook van ketenpartners. De gemeente wil als bevoegd gezag goed zicht houden op alle VTH-data om risicogericht te kunnen sturen.
Uit de analyse blijkt, dat op het vlak van monitoring nog enkele ontwikkelstappen mogelijk zijn. Het verder inrichten van de digitale systemen kan helpen om managementinformatie gemakkelijker en doelgerichter beschikbaar te maken.
2.6.4 Capaciteitsproblemen en krapte op de arbeidsmarkt
Net als veel andere gemeenten kampt de gemeente Utrechtse Heuvelrug met capaciteitsproblemen in de VTH-kolom, mede door de krapte op de arbeidsmarkt. Het aantrekken en behouden van gekwalificeerd personeel, met name voor specialistische functies zoals bouwtoezicht, blijft een grote uitdaging. In de gemeentelijke uitvoeringsprogramma’s van de afgelopen jaren is vastgelegd dat de capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving de afgelopen jaren is uitgebreid, onder meer door versterking van het boa-team. Toch blijft de uitvoering kwetsbaar door personele wisselingen en schaarste op de arbeidsmarkt.
Deze problematiek sluit aan bij landelijke signalen: voor een robuust VTH-stelsel zijn meer deskundigheid en continuïteit nodig. Voor de gemeente Utrechtse Heuvelrug betekent dit dat scherpe keuzes in prioritering noodzakelijk zijn, met nadruk op thema’s met grote maatschappelijke impact zoals veiligheid en natuurbehoud. Ook regionale samenwerking via de ODU en structurele investeringen in kennisdeling en opleiding van medewerkers zijn cruciaal. Zo wordt de interne flexibiliteit vergroot en de afhankelijkheid van externe inhuur beperkt.
3. Strategisch beleidskader
3.3 Risicoanalyse en prioritering
3.3.1 Uitleg risicoanalyse en prioritering
De prioritering richt zich op toezichts- en handhavingstaken. Bij vergunningverlening is minder mogelijkheid tot prioriteren, omdat aan de wettelijke termijnen moet worden voldaan en alle aanvragen moeten worden behandeld. Echter zit er wel een natuurlijke prioritering in de werkvoorraad en diepgang van toetsing. Bij toezicht en handhaving is een duidelijke prioritering van essentieel belang. De capaciteit kan namelijk maar één keer ingezet worden, terwijl er wel een beginselplicht tot handhaving geldt. Een handhavingsverzoek moet daarom altijd resulteren in een besluit of er wel of niet gehandhaafd wordt. Afzien van handhaving, terwijl er een overtreding is geconstateerd, mag alleen in zeer bijzondere omstandigheden. Uit jurisprudentie blijkt bovendien dat een prioritering de mogelijkheid biedt om niet urgente handhavingszaken op een later moment op te pakken. De prioritering dient hier dus een essentieel onderdeel van de motivering om direct of op een later moment, al dan niet projectmatig, tot handhaving over te gaan.
3.3.2 Werkwijze prioritering
Om de prioritering te bepalen heeft een ambtelijke werkgroep een analyse gemaakt van alle toezichts- en handhavingsactiviteiten. Hierbij zijn risico’s in kaart gebracht volgens een vaste methodiek en aan de hand van verschillende beoordelingscriteria. Bij de risicoanalyse zijn de volgende vier effecttypen in overweging genomen;
•Veiligheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de (fysieke) veiligheid en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de (fysieke) veiligheid, en/of veiligheidsrisico’s voor de omgeving of derden? Het gaat hierbij om zaken als brandgevaar, explosiegevaar of instortingsgevaar.
•Gezonde fysieke leefomgeving: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de bescherming van de volksgezondheid en in hoeverre heeft de overtreding gevolgen voor de volksgezondheid? Het betreft vooral effecten op de lange termijn als gevolg van onvoldoende licht of lucht, geluid, vochtigheid en gebruik van of blootstelling aan schadelijke stoffen.
•Omgevingskwaliteit: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van de (sociale) leefomgeving en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de kwaliteit van de leefomgeving (leefbaarheid, aangezicht en privacy).
•Duurzaamheid: in hoeverre draagt het voldoen aan de voorschriften bij aan de kwaliteit van het milieu, de natuur en de cultuurhistorie en in hoeverre leidt de overtreding tot aantasting van de aspecten? Aspecten die hier aan de orde komen milieuverontreiniging (bodem, lucht water, afval), aantasting flora en fauna, duurzaamheid (verbruik van gas en elektra) en cultuurhistorie.
Aan de hand van deze vier effect typen is elke toezichts- en handhavingsactiviteit beoordeeld. Hiervoor werden per effect type de volgende twee vragen beantwoord;
1Als dit effect type optreedt, hoe groot is dit effect gemiddeld genomen?
2Hoe vaak komt gemiddeld genomen dit effect voor? Bij de kans op slecht naleefgedrag zijn de volgende vier aspecten in overweging genomen:
•Houding en gedrag
•Nalevingstabel
•Ervaringscijfers
•Maatschappij en ondermijning
Deze gegevens zijn in een database verwerkt. In de methodiek is hierbij telkens eerst de grootte van het effect vermenigvuldigd met de kans op slecht naleefgedrag. Hieruit volgt dan een risicoscore. Risicoscore = effect x kans. De categorieën met de hoogte risico’s hebben de hoogte prioriteit. Het gemiddelde effect van elke taak is vermenigvuldigd met de kans. Voor de toezicht en handhavingstaken is gekeken naar de kans dat de regels worden overtreden, de kans op een ernstige overtreding en de pakkans. Door de kans met het gemiddelde effect te vermenigvuldigen ontstaat de risicoscore. Op basis daarvan is een prioritering (1 is Zeer hoog 2 is hoog, 3 is gemiddeld, 4 is laag, 5 is zeer laag) voorgesteld. De volledige uitwerking is te vinden in bijlage 1 en 2.
3.3.3 Prioriteiten Omgevingsrecht
Top 5 prioriteiten handhaving Bouwen Omgevingsrecht
Prioriteit
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek > 1.000.000
Zeer hoog
Kinderdagverblijf
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen > 1.000.000
Zeer hoog
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000
Zeer hoog
Top 5 prioriteiten handhaving RO Omgevingsrecht
Prioriteit
(Illegale) gebruik wonen;
Zeer hoog
(Illegale) kap [bebouwde kom]
Zeer hoog
(Illegale) bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven
Zeer hoog
(Illegale) bouw; monumenten
Zeer hoog
(Illegale) bouw; grote bouwwerken [buitengebied]
Hoog
3.3.4 Prioriteiten APV/BW
Top 5 hoogste prioriteiten handhaving APV/BW
Score
Adresonderzoek Webapplicatie Landelijke Adressen en Administraties
Hoog
Alcoholwet (horeca)
Hoog
APV - Jeugd - Alcohol - Drugs
Hoog
Ondermijning
Hoog
APV - Vuurwerk
Hoog
3.3.5 Werkwijze prioritair werken
De prioritering die voortvloeit uit de risicoanalyse bepaalt de concrete uitvoering van het werk, zoals de frequentie van toezichtbezoeken en de behandeling van handhavingsverzoeken (direct oppakken of later inplannen). De gemeente Utrechtse Heuvelrug kan niet overal tegelijkertijd zijn en dus moet een evenwichtig handhavingsbeleid gevoerd worden waarbij de handhavingscapaciteit ingezet wordt op zaken met de hoogste prioriteit.
De gemeente behoudt nadrukkelijk de mogelijkheid om, waar nodig en gemotiveerd, van de risicoanalyse af te wijken en een andere prioritering toe te passen. Dat is belangrijk, omdat een exclusieve focus op de grootste risico’s kan leiden tot tunnelvisie en het over het hoofd zien van andere relevante signalen.
Daarom blijft de gemeente structureel reflecteren op de gehele fysieke leefomgeving en benut zij de praktijkervaringen van toezichthouders, vergunningverleners en beleidsadviseurs, evenals de kennis en signalen van externe partners. Deze praktijkinformatie wordt gecombineerd met de systematische risicoanalyse om te bepalen welke acties nodig zijn en waar bijsturing gewenst is.
Het is belangrijk om te benadrukken dat prioritering in toezichts- en handhavingstaken op basis van de risicoanalyse niet onder gedogen valt. Het is onmogelijk om alles te handhaven, dus het evenwichtige handhavingsbeleid leidt tot de inzet van onze handhavingscapaciteit op zaken met de hoogste prioriteit. In gevallen waarin wij ervoor kiezen om bepaalde overtredingen niet actief te handhaven, betekent dit niet dat wij deze overtredingen gedogen. Handhaving blijft mogelijk in gevallen waarin er bijvoorbeeld een klacht wordt ingediend of als de resultaten van een steekproef aanleiding geven tot controle van de gehele branche.
Overtredingen met een:
Hoge prioriteit:
•Intensief handhaven, eventueel programmatisch
•Proactief en repressief handelen
•Focus op integrale samenwerking met ketenpartners
•Informatiegestuurd
Midden prioriteit:
•Gericht periodiek toezicht, maar minder intensief
•Wijkgericht toezicht
•Waar mogelijk integrale samenwerking met ketenpartners
Lage prioriteit:
•Repressief handhaven bij excessen
•Wijkgericht toezicht
•Projectmatige inzet
3.4 Doelstellingen
3.4.1 Werkzaamheden die worden verricht n.a.v. deze doelstellingen
Op grond van artikel 13.6, lid 1 van het Omgevingsbesluit wordt hieronder per doelstelling (nummers tabel corresponderen met numerieke volgorde doelstellingen) gemotiveerd aangegeven welke werkzaamheden worden uitgevoerd om deze doelstelling te bereiken. De werkzaamheden om de subdoelen te bereiken is het uitvoeren van de strategieën, het sturen op de prioritering en het werken volgens de werkprocessen. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt dit concreter gemaakt aan de hand van prognoses, specifieke acties en benodigde fte.
De methoden die worden gebruikt om de voortgang te monitoren en om te bepalen wanneer een doelstelling is bereikt, staat beschreven in hoofdstuk 5.2.
#
Werkzaamheden
Motivatie
1
–Analyseren en implementeren van de dienstverleningsprincipes op de processen van VTH-taken.
–Bevorderen van samenwerking met inwoners, ondernemers en ketenpartners via overleg en participatie.
–Opleiden van medewerkers in communicatie, bejegening en de menselijke maat.
Deze activiteiten versterken de betrouwbaarheid, voorspelbaarheid en rechtvaardigheid van de gemeentelijke dienstverlening. Inwoners en bedrijven ervaren hierdoor meer vertrouwen en betrokkenheid bij gemeentelijke processen.
2
–Uitvoeren van periodieke controles op recreatieparken.
–Vergelijken van gegevens (BRP, BAG, toeristenbelasting) om illegale bewoning te signaleren.
–Samenwerken met o.a. politie, belastingdienst en provincie.
–Communiceren met bewoners en parkbeheerders over regelgeving en herhuisvesting.
–Handhavend optreden bij overtredingen.
Een consequente aanpak van onrechtmatige bewoning voorkomt misbruik van recreatieparken, verbetert de leefbaarheid en zorgt voor een eerlijk gebruik van de woningvoorraad.
3
–Stimuleren van duurzame initiatieven via advisering en toezicht.
–Samenwerking met regionale partners voor verduurzaming.
Door duurzaamheid te integreren in alle werkzaamheden levert de uitvoering van de U&H-taken een actieve bijdrage aan de duurzaamheidsambities.
4
–Implementeren en naleven van de VTH- kwaliteitscriteria.
–Periodieke interne audits uitvoeren en verbeteracties vastleggen.
–Scholing en certificering van medewerkers.
–Vastleggen van processen, verantwoordelijkheden en kwaliteitsborging in werkinstructies.
Voldoen aan wettelijke eisen vergroot de rechtszekerheid, transparantie en betrouwbaarheid van de uitvoering. Het versterkt tevens het vertrouwen van inwoners en samenwerkingspartners.
5
–Monitoren van de uitvoering onder de nieuwe wetgeving (praktijkervaringen vastleggen).
–Evalueren van processen en werkinstructies op effectiviteit.
–Doorvoeren van verbeteringen in werkprocessen en communicatie met initiatiefnemers.
–Organiseren van kennisdeling binnen de teams.
Door continu te leren van de praktijk wordt de uitvoering steeds effectiever, worden knelpunten vroegtijdig gesignaleerd en sluit de organisatie beter aan bij de nieuwe wet- en regelgeving.
6
–Standaardiseren van procedures tussen teams (vergunningverlening, toezicht, handhaving).
–Verbeteren van de informatieoverdracht en dossieropbouw.
–Invoeren van gezamenlijke evaluatiemomenten en kwaliteitsmetingen.
–Het gezamenlijk VTH-systeem verder inrichten.
Een goede afstemming zorgt voor consistentie, snellere doorlooptijden en hogere kwaliteit van dienstverlening. Dit voorkomt dubbel werk en vergroot de effectiviteit van de organisatie.
7
–Structureel overleg en afstemming tussen beleid en uitvoering.
–Vroegtijdig betrekken van de uitvoering bij beleidsvorming.
–Vastleggen van feedbackcycli om uitvoeringservaringen terug te koppelen aan beleid.
Een betere verbinding tussen beleid en uitvoering zorgt voor realistische beleidsvorming en uitvoerbare regelgeving. Dit verhoogt de uitvoerbaarheid en vermindert fricties in de praktijk.
8
–Integreren van de VTH-kwaliteitscriteria in de planning- en controlcyclus.
–Jaarlijks rapporteren over prestaties, middelen en kwaliteit.
–Afstemmen van budgetten op de risicogebieden en beleidsprioriteiten.
–Evalueren van de doelmatigheid van ingezette middelen.
Door VTH-kwaliteitscriteria te koppelen aan het begrotingsproces ontstaat een transparante relatie tussen beleid, uitvoering en financiën. Dit bevordert bestuurlijke sturing en verantwoording.
9
–Monitoring van inzet en prestaties via managementinformatie.
Een efficiënte inzet van mensen en middelen zorgt voor maximale maatschappelijke waarde binnen beschikbare budgetten. Dit verhoogt de effectiviteit en doelmatigheid van de uitvoering.
5. Planning & Control
5.1 Organisatie en middelen
5.1.1 Personele middelen
De huidige uitvoering van de U&H-taken wordt uitgevoerd door verschillende teams van de gemeente Utrechtse Heuvelrug, zie paragraaf 1.4. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt de prognose van werkzaamheden gemaakt voor het komende jaar en worden de – op dat moment – beschikbare personele middelen afgezet tegen de benodigde personele middelen. Hieronder de beschikbare en gevulde formatie (oktober 2025):
Team Omgevingsverzoeken
Uitleg functie en kernwerkzaamheden
Beschikbare formatie
Gevulde formatie
Inhuur
Casemanager/Vergunningverlener
Reageren of besluiten op vergunningen, meldingen, verzoeken; beantwoorden van klantvragen en behandelen van bezwaarzaken
8,334 fte
8,334 fte
1,6 fte
Team Omgevingstoezicht (T&H Omgevingsrecht en Boa’s)
Uitleg functie en kernwerkzaamheden
Beschikbare formatie
Gevulde formatie
Inhuur
Senior adviseur toezicht & handhaving +
Stelt de U&H-strategie en het uitvoeringsbeleid op, voert (integrale) handhavingsacties uit, behandelt politiek gevoelige meldingen en klachten, behandelt zwaardere handhavingsverzoeken en thematische, en fungeert als eerste aanspreekpunt binnen de crisisorganisatie.
1fte
1fte
Senior adviseur toezicht & handhaving
Houdt toezicht op verleende vergunningen en -voorwaarden, controleert de rechtmatigheid van vergunningen, voert integrale handhavingsacties uit, behandelt meldingen, klachten en handhavingsverzoeken.
3,89 fte
2,89 fte
1fte
Toezichthouder bomen en markten
Houdt toezicht op verleende kapvergunningen, treedt indien nodig handhavend op (bijv. bij verboden kap), behandelt handhavingsverzoeken rond kap, controleert herplantplicht en instandhouding van bomen, controleert illegale kap, verstrekt noodkapvergunningen, fungeert als marktmeester, verzorgt sleuteluitgifte voor evenementen en voert veldschouwen uit (vervangend).
1fte
1fte
Juridisch beleidsmedewerker handhaving
Adviseert en ondersteunt de gemeente bij bestuursrechtelijke handhavingsmaatregelen (zoals dwangsommen en bestuursdwang), behandelt Woo-verzoeken en juridische vraagstukken, stelt besluiten op, voert juridische procedures, levert input voor de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma, en vertegenwoordigt de gemeente in bezwaar-, beroeps- en hogerberoepszaken.
4,89 fte
3,89 fte
Tijdelijke inhuur
Senior boa
Prioriteert werkzaamheden en zorgt voor opname in het rooster, controleert uren op basis van het uitvoeringsprogramma en digitale gegevens, stemt werkprocessen en beleid af en implementeert deze, stelt rapportages op voor College, Raad en budgethouders, fungeert als bevoegd functionaris (BF), controleert Wpg- en AVG-naleving voor de jaarlijkse audit en bewaakt de kwaliteit.
1fte
1fte
Boa
Controleert en handhaaft op naleving van gemeentelijke verordeningen in de openbare ruimte, behandelt meldingen en klachten, informeert inwoners en ondernemers over wet- en regelgeving, neemt deel aan integrale handhavingsacties en projecten, registreert meldingen in het digitale systeem en beoordeelt of deze zelfstandig kunnen worden afgehandeld of in samenwerking met partners zoals de politie.
3,67 fte
2fte
1,67 fte
Team 2e lijn (Publiek: APV/BW verzoeken)
Uitleg functie en kernwerkzaamheden
Beschikbare formatie
Gevulde formatie
Inhuur
Administratief medewerker
Registreren binnenkomende verzoeken, verslaglegging, bewaakt termijnen, verdeling werkvoorraad
0,89 fte
0,89 fte
0fte
Senior medewerkers APV/BW
Behandelen complexe aanvragen, adviseur B&W, input beleid, BIBOB-toetsen, vertegenwoordiger bezwaar en beroep
0,89 fte
0,89 fte
0fte
Medewerkers APV/BW
Behandelen reguliere aanvragen, adviseren aanvragers, signaleren ontwikkelingen in wet- en regelgeving, opstellen verweerschriften bij bezwaar en beroep, BIBOB-toetsen, Woo-besluiten opstellen.
2,78 fte
2,78 fte
0fte
Daarnaast wordt structureel gebruik gemaakt van de expertise van specialisten, waaronder de ODU, de VRU, MooiSticht en een externe constructeur. Kleine plannen (bouwsom tot €750.000) laat de gemeente Utrechtse Heuvelrug door haar interne casemanager duurzaamheid toetsen aan de duurzaamheidseisen uit het Bbl, terwijl de grote plannen (bouwsom boven €750.000) door een extern bureau (Nieman) aan deze eisen worden getoetst. De geraamde uren en middelen van de ODU en de VRU zijn vastgelegd in dienstverleningsovereenkomsten en eveneens geborgd in de meerjarenbegroting.
Bij samenwerking met de ODU zijn afspraken over uren, capaciteit en kostentoerekening expliciet vastgelegd in de dienstverleningsovereenkomst. Dit geeft zowel de gemeente als de toezichthouder (provincie) inzicht in de feitelijke uitvoeringskosten.
5.1.2 Financiële middelen
Voor de Planning & Control van de financiële middelen binnen de U&H-strategie maakt de gemeente Utrechtse Heuvelrug gebruik van de applicatie LIAS Enterprise. Hiermee stellen wij de meerjarenbegroting, jaarrekening en tussentijdse rapportages op. De benodigde middelen voor de uitvoering van de VTH-taken worden jaarlijks structureel ingebed in de begrotingscyclus van gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Voor de komende jaren gaat de Utrechtse Heuvelrug werken met verschillende scenario’s (een basisniveau conform wettelijke minimumtaken en een plusniveau met aanvullende ambities). Daarmee kan de gemeente bij beperkte middelen onderbouwde keuzes maken. Tevens reserveren wij in de begroting een bufferpost voor onverwachte piekbelasting of onvoorziene uitgaven.
In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma werkt de gemeente Utrechtse Heuvelrug de benodigde personele en materiële middelen concreet uit. Tegelijkertijd wordt de benodigde data (input, output, indicatoren) op orde gebracht voor de verplichte evaluatie- en monitoringsrapportages richting de provincie Utrecht. Daarmee wordt de benodigde capaciteit en financiering stap voor stap inzichtelijk en beter onderbouwd.
In de gemeentelijke begroting van Utrechtse Heuvelrug worden in ieder geval de volgende baten en lasten meegenomen:
•Lasten:
o Personeelslasten (salarissen en werkgeverslasten)
o Inhuur / tijdelijke formatie
o Materiële en facilitaire middelen (bedrijfsauto’s, meetapparatuur, mobiele apparaten, softwarelicenties, informatiebeheersystemen, vakliteratuur en juridische databanken)
o Informatiekosten en kwaliteitsborging (audits, procestoetsing, datakoppelingen, beveiliging)
o Overhead en ondersteunende diensten (administratie, juridische ondersteuning, HR)
•Baten:
o Opbrengsten uit leges en heffingen
o Inkomstenoverdrachten van het Rijk en eventuele bijdragen uit regionale samenwerkingsverbanden
De uitvoering van de VTH-taken zijn met de volgende financiële middelen geborgd in de begroting van de komende jaren:
Rekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Totaal bouw- en woningtoezicht
€807.566
€1.114.192
€918.700
€870.852
€874.293
Totaal Openbare orde en veiligheid
€1.102.164
€1.401.561
€1.301.194
€1.297.303
€1.151.119
Totaal
€1.909.730
€2.515.754
€2.219.894
€2.168.156
€1.025.411
De opstelling en borging van de middelen verloopt in gemeente Utrechtse Heuvelrug als volgt:
•Op basis van de U&H-strategie en de risicoanalyse worden kritische VTH-taken en prioriteiten benoemd.
•Voor deze taken wordt de benodigde capaciteit (uren, fte’s, middelen) berekend en vertaald naar budgetten.
•Deze bedragen worden opgenomen in de meerjarenbegroting en voorgelegd aan college en raad.
•In de jaarlijkse begrotingscyclus vindt besluitvorming plaats en worden eventuele bijstellingen verwerkt.
•Tijdens de uitvoering monitoren wij halfjaarlijks de realisatie en rapporteren hierover in de tussentijdse rapportages en in de jaarstukken.
•Afwijkingen of nieuwe inzichten worden verwerkt via prognose-bijstellingen of aanvullende kredietaanvragen.
•In het evaluatieverslag leggen wij verantwoording af: welke middelen zijn ingezet, welke prestaties zijn behaald en in hoeverre dit bijdraagt aan de beleidsdoelen van Utrechtse Heuvelrug.
5.1.3 Kritieke massa (deel B VTH kwaliteitscriteria)
Het Omgevingsbesluit stelt eisen aan de kwaliteit van de uitvoering van de U&H-taken. Deze kwaliteitscriteria bestaan uit twee elementen, namelijk de procescriteria en de eisen aan de kritieke massa (kwaliteitscriteria 3.0). De procescriteria stellen eisen die er zorg voor dragen dat er een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus ontstaat, zodat resultaatgericht gestuurd kan worden. Er worden ook eisen gesteld ten aanzien van vakmanschap voor de uitvoering van de U&H-taken (kritieke massa). Zij beschrijven de minimale kwaliteitseisen op verschillende indicatoren. Deze indicatoren zijn opleiding, kennis, ervaring, frequentie van uitvoeren (aantal ‘vlieguren’) en menskracht. Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen 23 verschillende deskundigheidsgebieden.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug laat het voldoen aan de kwaliteitscriteria extern monitoren via het KennisCentrum VTH. Het KennisCentrum VTH toetst opleidingen en cursussen aan de kwaliteitscriteria, en levert onafhankelijke rapportages over de deskundigheid en robuustheid van de organisatie. Hierdoor ontstaat een extern gewogen spiegel van de mate waarin de kritieke massa worden nageleefd, inclusief aanbevelingen voor verbeteringen.
5.1.4 Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving Omgevingsrecht
De gemeente Utrechtse Heuvelrug is verplicht een verordening te hebben waarin de kwaliteit van U&H-taken wordt geborgd. In deze verordening is opgenomen welke eisen gesteld worden aan de uitvoeringsorganisaties en of de organisatie voldoet aan de kwaliteitscriteria en een motivatie wanneer daarvan wordt afgeweken. Deze verordening is vastgesteld in 2024.
5.1.5 Werkprocessen en applicaties
De teams Omgevingsverzoeken en Omgevingstoezicht, APV-vergunningen maken gebruik van de workflow-applicatie Rx.Mission. Hierin zijn werkprocessen, procedures en bijbehorende informatievoorziening voor de uitvoering en handhaving vastgelegd. Deze applicatie begeleidt medewerkers met verplichte processtappen, checklists en standaardbrieven. Het systeem voorziet in termijnbewaking en monitoring van de werkvoorraad en de doelstellingen van dit beleidsplan en de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s. De werkprocessen staan beschreven in de strategieën.
Het boa-team zet sinds 2025 de applicatie Signalen in als ondersteunend instrument bij het behandelen van meldingen betreffende de openbare ruimte. Signalen is een open source proces- en taaksysteem dat oorspronkelijk werd ontwikkeld door de gemeente Amsterdam en inmiddels succesvol wordt gebruikt door meerdere gemeenten. Het systeem categoriseert meldingen automatisch en stuurt deze naar de juiste behandelaar, waardoor boa's niet langer reactief achter de feiten aan hoeven te lopen maar ontwikkelingen kunnen volgen en hierop anticiperen. Signalen past uitstekend binnen de gemeentelijke beleidsdoelstellingen op het gebied van digitalisering, efficiëntie en burgerparticipatie. De implementatie verloopt volgens ervaringen van andere gemeenten eenvoudig en soepel, ondersteund door uitgebreide documentatie en VNG Realisatie. Periodieke evaluatie op gebruikerstevredenheid, doorlooptijden en kwaliteit van categorisering waarborgt de effectiviteit van het systeem. Signalen vormt daarmee een waardevolle aanvulling op de gereedschapskist van onze boa's voor een efficiëntere en effectievere afhandeling van meldingen over de openbare ruimte.
5.1.6 Scheiding van functies
Om de objectiviteit van onze werkzaamheden en de beginselen van behoorlijk bestuur te waarborgen, hanteren wij binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug een strikte scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. Dit betekent dat de behandelaar van een vergunningaanvraag geen toezicht houdt op de uitvoering daarvan. Ook binnen het domein toezicht en handhaving geldt een duidelijke functiescheiding.
Binnen het thema Omgeving zijn de vergunningstaken ondergebracht bij het team Omgevingsverzoeken en de toezicht- en handhavingstaken bij het team Omgevingstoezicht. Met uitzondering van het begeleiden van (hoger) beroepsprocedures is hiermee een duidelijke scheiding aangebracht op personeelsniveau: vergunningverlening enerzijds en toezicht & handhaving anderzijds. Deze scheiding wordt doorgevoerd op zaakniveau en geldt ook voor de organisaties die U&H-taken namens de gemeente uitvoeren (ODU en VRU).
Wat betreft de samenwerking tussen juristen en toezichthouders binnen het team Omgevingstoezicht is de werkwijze als volgt: een toezichthouder die een overtreding constateert naar aanleiding van een verzoek van de behandelend jurist, draagt het constateringsrapport vervolgens aan diezelfde jurist over voor het opleggen van sancties. Tegelijkertijd stimuleren wij een goede en constructieve samenwerking tussen de verschillende rollen, zodat kennis optimaal wordt gedeeld en de kwaliteit van de gehele VTH-keten gewaarborgd blijft.
5.1.7 Bereikbaarheid
Het team Omgevingsverzoeken heeft een eigen postbus waar inwoners/bedrijven vragen kunnen stellen en bijvoorbeeld archieftekeningen kunnen opvragen. Eenvoudige vragen kunnen direct beantwoord worden. Bij ingewikkelde inhoudelijke vragen worden zij doorverwezen naar de balie of vooroverleg. Het streven is om gestelde vragen binnen 5 werkdagen inhoudelijk te beantwoorden.
Deze informatie is ook te vinden op de website, waar de Utrechtse Heuvelrug een Omgevingsplein heeft ingericht. Op het Omgevingsplein is informatie over de regels voor bouwen/vergunningen te vinden maar ook antwoorden op veel gestelde vragen over de omgevingswet, participatie, vooroverleg, mantelzorg, nieuwbouwprojecten, bomen kappen etc.
Conform artikel 13.9, lid 2, sub d van het Omgevingsbesluit is de gemeente ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar voor het melden van acute klachten en het afhandelen van incidenten op het gebied van toezicht en handhaving.
Urgente situatie
Inwoners kunnen 24 uur per dag, 7 dagen per week calamiteiten of gevaarlijke situaties melden via het algemene telefoonnummer (0343) 56 56 00 (ook buiten kantooruren bereikbaar), via WhatsApp op 06 34 86 24 47, de Signalen-app of de meldpagina op de gemeentelijke website.
Milieuklachten kunnen buiten kantooruren worden gemeld bij de provinciale milieuklachtentelefoon (0800 – 022 55 10).
Bij acute spoed – zoals levensbedreigende situaties die niet enkele uren/dagen kunnen wachten – dient contact te worden opgenomen met het alarmnummer 112.
APV en Bouwregelgeving
Toezicht en handhaving op het gebied van APV en Bouwregelgeving worden uitgevoerd door gemeentelijke toezichthouders en boa’s. Afhankelijk van het onderwerp komen meldingen binnen via de politie of rechtstreeks via de gemeente. Voor de uitvoering van VTH-taken werkt de gemeente structureel samen met vaste partners: de ODU voor milieutaken, de VRU voor brandveiligheid en crisisbeheersing, en Ingenieursbureau Boorsma voor constructieve veiligheid.
Constructieve veiligheid
De toetsing van constructieve veiligheid vindt plaats op oproepbasis door Ingenieursbureau Boorsma en is niet ingericht als een publiek toegankelijke 24/7-piketdienst. In acute situaties kan echter via de crisisorganisatie of via gemeentelijke toezichthouders direct de benodigde expertise worden ingeschakeld. De VRU coördineert in noodgevallen de inzet als formeel verantwoordelijke voor crisisbeheersing binnen de Utrechtse gemeenten.
Hiermee is geborgd dat de gemeente, ook buiten kantooruren, altijd bereikbaar en inzetbaar is voor spoedeisende meldingen en incidenten binnen het domein van toezicht en handhaving.
5.2 Monitoring en evaluatie
5.2.1 Uitvoeringsprogramma
Jaarlijks wordt de U&H-strategie verder uitgewerkt in een concreet uitvoeringsprogramma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma heeft haar wettelijke grond in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit.
Het uitvoeringsprogramma bevat de werkvoorraad, prioriteiten, doelen, activiteiten en methoden op operationeel niveau en fungeert als actieplan voor het komende jaar. Indien nodig wordt het uitvoeringsprogramma afgestemd met de instanties die verantwoordelijk zijn voor strafrechtelijke handhaving. Het uitvoeringsprogramma geeft ook aan hoe de (financiële en personele) middelen van dat jaar worden ingezet en vergelijkt deze met de beschikbare capaciteit en de werkvoorraad. Eventuele verschillen hierin worden geanalyseerd en kunnen leiden tot aanpassingen in het plan en de begroting voor het komende jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt naar de provincie (IBT) gestuurd en ter kennisname naar de gemeenteraad.
5.2.2 Methoden monitoring doelstellingen
De doelen die in het uitvoeringsprogramma zijn geconcretiseerd, worden gedurende het jaar gemonitord. De volgende methoden worden toegepast:
•Managementinformatie en dashboards: Het is van belang inzicht te hebben in werkvoorraden, doorlooptijden en trends en ontwikkelingen. Hierdoor wordt duidelijk welke resultaten zijn behaald en in welke mate de doelstellingen zijn gerealiseerd. Het goed registreren van de uitvoering is zowel voor de dagelijkse sturing als voor het actueel en scherp houden van het beleid van belang. Nu en in de toekomst is dus data steeds belangrijker.
•Evaluatiegesprekken en procesoverleggen: Het delen van trends, knelpunten en verbeterpunten zowel binnen de teams al integraal is noodzakelijk om processen continue efficiënter en meer dienstverlenend te maken.
•Kwaliteitsmetingen en interne audits: Het continue beoordelen of de uitvoering voldoet aan de wettelijke VTH-kwaliteitscriteria en gemeentelijke kwaliteitsstandaarden is noodzakelijk om een transparante en betrouwbare gemeentelijke organisatie te zijn.
5.2.3 Evaluatierapportage
Evaluatie is nodig om te beoordelen of het gevoerde beleid effectief is en of het uitvoering geeft aan de gestelde prioriteiten en doelen. De evaluatierapportage heeft haar wettelijk grond in artikel 13.11 van het Omgevingsbesluit. Jaarlijks rapporteren wij in de evaluatierapportage over de uitvoering van het vastgestelde uitvoeringsprogramma. Hierbij beoordeelt de Utrechtse Heuvelrug minimaal of:
•Voorgenomen activiteiten uit het uitvoeringsprogramma zijn uitgevoerd;
•De uitvoering van deze activiteiten uit het uitvoeringsprogramma heeft bijgedragen aan de voortgang van de beleidsdoelen uit de U&H-strategie;
•De U&H-strategie (mede op basis van bovenstaande) eventueel aangepast moet worden.
De evaluatie wordt vastgelegd in een evaluatierapportage en gebruikt voor het uitvoeringsprogramma van het volgende jaar. De evaluatie kan de basis vormen het nieuw opstellen/aanpassen van de U&H-strategie. Het geeft inzicht in de bijdrage van het uitgevoerde beleid aan de gestelde visie en doelen en het naleefgedrag. De gegevens kunnen bijvoorbeeld aanleiding geven om de risicoanalyse aan te passen en doelen bij te stellen.
Het college rapporteert jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen in deze U&H-strategie. Hierbij wordt aangesloten bij de gemeentelijke planning- en control cyclus. Jaarlijks wordt aan de raad, gelijktijdig met de presentatie van de jaarrekening, verantwoording afgelegd met behulp van een jaarverslag.
Bijlage 1 Prioritering Bouwen en Omgevingsrecht
Risico inschatting
Prioriteit
I
ZEER GROOT RISICO
Zeer hoog
II
GROOT RISICO
Hoog
III
BEPERKT RISICO
Gemiddeld
IV
KLEIN RISICO
Laag
V
ZEER KLEIN RISICO
Zeer laag
Categorie Bouwen Omgevingsrecht
Risicoinschatting
Gezondheidszorgfunctie met bedgebied
I
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek > 1.000.000
I
Kinderdagverblijf
I
GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen > 1.000.000
I
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek 100.000 - 1.000.000
I
GEVOLGKLASSE 2-3 Bedrijf > 1.000.000
I
Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied
I
Basis Onderwijsfunctie / Buitenschoolse Opvang
I
Kappen
I
GEVOLGKLASSE 2-3 Publiek < 100.000
II
GEVOLGKLASSE 1 Bedrijf > 1.000.000
II
GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen 100.000 -1.000.000
II
GEVOLGKLASSE 2-3 Bedrijf 100.000 - 1.000.000
II
Tijdelijke bouwwerken (m.n. publieke functie)
II
GEVOLGKLASSE 2-3 Wonen < 100.000
II
Bouwwerken geen gebouw zijnde GEVOLGKLASSE 2-3
II
GEVOLGKLASSE 1 Wonen > 1.000.000
II
Gebouwen met celfunctie
III
GEVOLGKLASSE 2-3 Bedrijf < 100.000
III
GEVOLGKLASSE 1 Bedrijf 100.000 - 1.000.000
III
GEVOLGKLASSE 1 Wonen 100.000 -1.000.000
III
Slopen
III
GEVOLGKLASSE 1 Bedrijf < 100.000
III
GEVOLGKLASSE 1 Wonen < 100.000
IV
Bouwwerken geen gebouw zijnde GEVOLGKLASSE 1
IV
Aanleg
IV
Categorie RO Omgevingsrecht
Risicoinschatting
(Illegale) gebruik wonen;
I
(Illegale) kap [bebouwde kom]
I
(Illegale) bewoning; permanente bewoning recreatieverblijven
I
(Illegale) bouw; monumenten
I
(Illegale) bouw; grote bouwwerken [buitengebied]
II
(Illegale) bewoning; illegale kamerverhuur
II
(Illegale) kap [buitengebied]
II
(Illegale) evenementen
II
(Illegale) bouw; grote bouwwerken [bebouwde kom]
II
(Illegale) slopen
II
(Illegale) aanleg [buitengebied]
II
(illegale) reclame [industrieterreinen]
II
(illegale) inrit/uitrit
III
(Illegale) gebruik bedrijf cat. >3.1;
III
(Illegale) bouw; middel bouwwerken [buitengebied]
III
(Illegale) gebruik bedrijf cat. <2;
III
(Illegale) aanleg [bebouwde kom]
III
(Illegale) bouw; middel bouwwerken [bebouwde kom]
III
(Illegale) gebruik gronden;
IV
(Illegale) bouw; bouwwerken geen gebouw zijnde
IV
(Illegale) reclame [bebouwde kom]
IV
(Illegale) bouw; kleine bouwwerken [bebouwde kom]
IV
(Illegale) bouw; kleine bouwwerken [buitengebied]
IV
(Illegale) reclame [buitengebied]
IV
Bijlage 2 Prioritering APV/Bijzondere Wetten
Risico inschatting
Prioriteit
I
GROOT RISICO
Hoog
II
BEPERKT RISICO
Gemiddeld
III
KLEIN RISICO
Laag
Categorie APV/Bijzondere Wetten
Prioriteit
Toezicht & Handhaving (APV & OOV)
Adresonderzoek Basisregistratie personen
Hoog
Adresonderzoek Webapplicatie LAA
Hoog
Afvalstoffenverordening
Gemiddeld
Bijplaatsingen
Gemiddeld
Dumping
Gemiddeld
Zwerfafval
Laag
APV - Aanhanger
Laag
APV - Camper
Laag
APV - Fiets
Laag
APV - Station fietsen
Hoog
APV - Voertuigwrak
Laag
APV - Wegsleepregeling
Gemiddeld
APV - Parkeren
Gemiddeld
Blauwe zones
Gemiddeld
APV - Honden
Gemiddeld
APV - Bijtincidenten
Hoog
APV - Dierenwelzijn
Gemiddeld
APV - Evenementen
Gemiddeld
Alcoholwet (horeca)
Hoog
APV - Jeugd - Alcohol - Drugs
Hoog
APV - Overlast geluid
Gemiddeld
APV - Overlast Jeugd
Gemiddeld
APV - Woonoverlast
Gemiddeld
APV - Vuurwerk
Hoog
Leegstandswet
Hoog
Ondermijning
Hoog
Ontruiming
Hoog
Tekstkar
Laag
Verwarde personen
Hoog
WPG/APV
Hoog
APV -Overig
Laag
Overig
Laag
Bijlage 3 Preventiestrategie
De preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving door het vergroten van de bewustwording. Het doel is dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden, omdat er minder overtredingen worden begaan. Bij het vergroten van de bewustwording speelt communicatie een belangrijke rol. Zo moeten inwoners en ondernemers weten welke regels er zijn. De gemeente heeft de taak om hen daarover te informeren. In deze strategie zien wij een link met onder andere het uitgangspunt dat handhaving eenduidig, helder en transparant is.
Om ervoor te zorgen dat er minder toezicht en repressieve handhaving hoeft plaats te vinden, zijn de volgende maatregelen doorgevoerd:
Vooroverleg
De gemeente biedt een aantal mogelijkheden tot vooroverleg om zodoende de haalbaarheid van een initiatief al in een vroegtijdig stadium te beoordelen. Voorbeelden van (voor)overleg zijn:
•Vooroverleg Balie: op het Omgevingsloket kunt men zien of een plan past in het Omgevingsplan. Dit kan ook (op afspraak) nagevraagd worden bij de Balie. Hier wordt dan gekeken of het plan in het beleid Planologische Afwijkingen past en wordt de vervolgprocedure uitgelegd.
•Spreekuur Ruimtelijke Initiatieven: gratis online spreekuur voordat een initiatiefnemer een idee uitwerkt met tekeningen en/of onderzoeken.
•Vooroverleg principeverzoek: vooroverleg over plannen die binnen het Omgevingsplan passen of met een binnenplanse of kleine afwijking kunnen worden verleend.
•Vooroverleg Ruimtelijk initiatief: Vooroverleg over grotere ontwikkelingen die niet passen binnen het Omgevingsplan en de standaardafwijkingen.
•Intake- en Omgevingstafel: aan de intaketafel wordt beoordeeld of het plan kansrijk is en wat er nodig is om verder te gaan naar de Omgevingstafel. Op de Omgevingstafel wordt het plan verder besproken en wordt toegewerkt naar een conceptvergunning.
•Informatieverstrekking en (voor-)overleg tijdens controles.
•Overleg bij overtredingen: ook na het constateren van overtredingen van de regels is de inzet om eerst in overleg met partijen of via bemiddeling tussen partijen tot een werkbare oplossing te komen. Zo mogelijk kan dit ertoe leiden om zaken alsnog te legaliseren
Up-to-date houden van informatievoorziening
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaat het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Dit is het nieuwe Omgevingsloket en hier is alle digitale informatie m.b.t. het Omgevingsrecht te vinden. Via het Omgevingsloket kunnen burgers en bedrijven snel zien wat onder de Omgevingswet op een locatie al dan niet is toegestaan. Na te gaan is, of er een informatie-, meldingsplicht dan wel vergunningplicht bestaat. Via het Omgevingsloket kunnen initiatiefnemers een vergunningaanvraag of melding indienen in het DSO.
De gemeente zorgt voor heldere, makkelijk te vinden informatieverstrekking via o.a. social media, gemeentelijke websites (met verwijzing naar (landelijke) overheden met actuele informatie over wet- en regelgeving), de balie en via de casemanagers en de toezichthouders.
Buurtbemiddeling en mediation
Er kan buurtbemiddeling worden ingeschakeld (bijvoorbeeld via Heuvelrug verbindt) of mediation. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving.
Preventie- en handhavingsplan Alcohol, Drugs en Jeugd
Op 8 februari 2018 is het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol Drugs en Jeugd door de gemeenteraad vastgesteld waarin acties en maatregelen zijn opgenomen om het drugs- en alcoholgebruik onder jongeren te voorkomen en terug te dringen. Ter uitvoering van dit plan zijn budgetten ter beschikking gesteld voor onder meer toezicht en handhaving.
Preventief toezicht
De kwaliteit van de leefomgeving wordt onder andere bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner wordt gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag. Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceelcontroles. Dat geldt voor Omgevingsrecht-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte door boa's vindt hierin plaats.
Bijlage 4 Vergunningenstrategie
In deze bijlage wordt allereerst het wettelijk kader geschetst waarbinnen het verlenen van omgevingsvergunningen plaatsvindt. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten van vergunningverlening en worden de verschillende procedures beschreven, evenals de wijze waarop hier binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug invulling aan wordt gegeven.
Wet- en regelgeving en toetsingskaders
De gemeente Utrechtse Heuvelrug hanteert objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. Deze criteria komen zowel uit wettelijke bepalingen, als uit lokale beleidsregels en verordeningen Deze lijsten zijn niet limitatief en er kan aanvullende wet- en regelgeving vastgesteld worden waarbinnen nieuwe criteria worden vastgesteld die meegenomen moeten worden in de vergunningenwerkwijze.
Omgevingsrecht
•Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
•Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
•Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
•Omgevingsbesluit (Ob)
•De Omgevingsregeling
•Omgevingsvisie
•Omgevingsplan (van rechtswege)
•Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Utrechtse Heuvelrug
•Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022
•Monumentenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug
•Woonzorgvisie 2024-2029
•Lokale Adaptiestrategie
•Gemeentelijk verkeers- en vervoersplan
•Richtlijn uitvoering archeologisch onderzoek
•Bibob-beleidslijn openbare inrichtingen gemeente Utrechtse Heuvelrug 2015
•Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2022
•Herplantbeleid gemeente Utrechtse Heuvelrug 2010
•Bouwverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2020
•Beleidsnota niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven
•Nota Tabaksschuren
APV en Bijzondere Wetten
•Algemene Plaatselijke verordening Utrechtse Heuvelrug
•Alcoholwet
•Wet op de kansspelen
•Winkeltijdenwet
•Omgevingsplan (van rechtswege)
•Huisvestingswet
•Wet Bevordering integraliteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)
•Wegenverkeerswet
•Zondagswet.
•AMvB BGBOP
•Wet wapens en munitie (m.b.t. filmopnames)
•Wet openbare Manifestatie (betogingen)
•Bibob-beleidslijn openbare inrichtingen gemeente Utrechtse Heuvelrug 2015
•Handhavingsbeleid Drank en Horeca Utrechtse Heuvelrug
•Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug houdende regels omtrent coffeeshops (Coffeeshopbeleid Utrechtse Heuvelrug)
•Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet gemeente Utrechtse Heuvelrug (Damoclesbeleid gemeente Utrechtse Heuvelrug)
•Afvalstoffenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2016
•Beleidsregel gebiedsontzeggingen Utrechtse Heuvelrug
•Beleidsregel briefadres Utrechtse Heuvelrug
•Beleidsregel openingstijden terrassen Utrechtse Heuvelrug
Uitgangspunten vergunningverlening
Bij het behandelen omgevingsvergunningaanvragen wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd:
•Ja, mits…: Er is een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven. Alle initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De beoordeling gaat dan ook uit van ‘Ja, mits….’ in plaats van ‘Nee, tenzij…’. Dit is conform de gedachte van de Omgevingswet.
•Snelheid: Wij streven ernaar om alle aanvragen en meldingen binnen de wettelijke beslistermijn te behandelen. Indien nodig maken wij gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Dit kan aan de orde zijn wanneer er sprake is van een buitenplanse omgevingsplan- activiteit (Bopa) of een anderszins complexe of omvangrijke aanvraag.
•Diepgang: De diepgang van de beoordeling van aanvragen is risico-gestuurd. Afhankelijk van het ‘risico’ van de gevraagde activiteit(en) wordt de diepgang van de toetsing bepaald.
•De gemeente Utrechtse Heuvelrug beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze. Om dat te bereiken wordt duidelijk en transparant gecommuniceerd over het beleid en zijn we duidelijk over wat er wordt verwacht van de aanvrager.
Taken
De taken bij vergunningverlening bestaan onder andere uit:
•Het toetsen en afhandelen van vergunningaanvragen en meldingen
•Interne- en externe afstemming met adviseurs en integrale advisering
•Het toetsen van vooroverleggen/principeverzoeken en adviseren over de haalbaarheid daarvan
•Het adviseren over vergunningvrije activiteiten
•Het verzorgen van klantcontacten die betrekken hebben op de aanvragen of die betrekking hebben op informatie in algemene zin betreffende de fysieke leefomgeving.
Proces vergunningaanvragen
De processen voor het behandelen van vergunningaanvragen, meldingen en vooroverleggen zijn ingericht in de applicatie RX-Mission. Voor alle brieven (ontvangst- en procedurebevestiging, verzoek om aanvullingen, (ontwerp)besluit op aanvraag, eindadvies vooroverleg, besluit verlengen beslistermijn etc.) zijn standaardbrieven opgesteld. Ook de advisering (intern en extern), publicaties en communicatie met de aanvrager verloopt via het zaaksysteem.
Werkwijze vooroverleg
Om de haalbaarheid van een initiatief verder te onderzoeken kan een initiatiefnemer een vooroverleg aanvragen. Naast de mogelijkheden voor informeel vooroverleg (telefonisch, per e-mail of op afspraak aan de balie), biedt de gemeente Utrechtse Heuvelrug de mogelijkheid om de haalbaarheid van een initiatief te laten toetsen voordat men een vergunning aanvraagt. Deze procedure noemen we een vooroverleg. Er zijn twee soorten vooroverleg: een principeverzoek of een ruimtelijk initiatief. Wanneer een initiatief past binnen het Omgevingsplan of met een binnenplanse of kleine buitenplanse afwijking verleend kan worden gaat het om een principeverzoek. Het initiatief wordt dan bijvoorbeeld beoordeeld door de disciplines Ruimtelijke ordening en stedenbouw, Cultuurhistorie en Monumenten en/of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstand). Wanneer het gaat om grotere, strijdige ontwikkelingen zoals de bouw van meerdere woningen gaat het om een ruimtelijk initiatief. Een ruimtelijk initiatief wordt zo volledig mogelijk getoetst en indien mogelijk uitgewerkt tot een referentievergunning. Beoordeling vindt plaats middels een Intaketafel en Omgevingstafel.
Voorafgaand aan een vooroverleg ruimtelijk initiatief is er de mogelijkheid om via het spreekuur ruimtelijke initiatieven een (kosteloos) verkennend gesprek met een projectleider en adviseur Ruimtelijke ordening te voeren over de haalbaarheid van het initiatief. Een vooroverleg kan via de website van gemeente of via het Omgevingsloket aangevraagd worden. In het Omgevingsloket wordt het vooroverleg een conceptaanvraag genoemd.
Werkwijze en proces vergunningverlening
Na binnenkomst van de aanvraag, wordt de standaardwerkwijze, die per type aanvraag kan verschillen, gevolgd. De processtappen van onze standaardwerkwijze zijn vastgelegd in het VTH-zaaksysteem. Het verloop van de afhandeling van aanvraag of meldingen wordt in dit systeem bijgehouden. In het algemeen ziet het proces voor behandeling van een aangevraagde omgevingsvergunning (Omgevingsrecht) en vergunning op grond van de APV of Bijzondere Wetten eruit zoals hieronder beschreven. Ter nadere toelichting is in bijlage 9 een uitgebreidere en overzichtelijkere weergave van deze processen opgenomen, aan de hand van procesplaten.
1
Zaak inboeken
•Volledigheid registratie controleren
•Aanvraag publiceren
•Initiatievenproces/vooroverleg relateren (optioneel)
•Zaak overdragen aan werkverdelers
2
Zaak opstarten
•Zaakbehandelaar toewijzen
•Juiste procedure bepalen
•Bepalen of besluit vereist is
•Procedurebevestiging verzenden
3
Toetsen aan regelgeving
•Vergelijken aanvraag met initiatievenproces/vooroverleg (optioneel)
•Delen aanvraag met ketenpartners inzake volledigheid
•Aanvraag op volledigheid toetsen
•Toets omgevingsplan uitvoeren
•Verzoek om aanvullingen verzenden + termijn opschorten (optioneel)
•Volledigheid na aanvullingen beoordelen (optioneel)
•Toetsen geldende wet- en regelgeving
•Interne- en externe adviezen opvragen
•Omgevingsdossier aanmaken
•Inhoudelijk beoordeling toetsingskaders
•Termijn verlengen (optioneel)
•Besluit termijn verlengen publiceren (optioneel)
•Bepalen of aanhoudingsplicht van toepassing is
4
Bij uitgebreide procedure: Ontwerpbesluit opstellen en ter inzage leggen
•Ontwerpbesluit opstellen
•Interne controle ontwerpbesluit
•Ontwerpbesluit verzenden
•Ontwerpbesluit publiceren en ter inzage leggen
5
Besluit opstellen
•Zienswijzen beoordelen (optioneel)
•Besluit opstellen
•Interne controle besluit (vier ogen principe)
•Besluit verzenden
•Besluit publiceren en eventueel ter inzage leggen
•Legesfactuur opstellen
6
Zaak afronden
•Omgevingsdossier vigerend maken
•Samenwerking met ketenpartners sluiten
•Bouwcontrole voor toezichthouders aanmaken
•Archiveren en zaak afsluiten
7
Juridische procedure Awb (optioneel)
•Bezwaar, beroep, hoger beroep
•Voorlopige voorziening bij (hoger) beroep
Nadere toetsingskaders beoordeling vergunningaanvragen
De toetsingskaders uit wet- en regelgeving (zowel landelijk als gemeentelijk) is vooraan in deze strategie opgesomd. Hieronder een uitwerking van een aantal processtappen.
Procedure bepalen
De Omgevingswet kent twee typen voorbereidingsprocedures voor de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: de reguliere voorbereidingsprocedure en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Zowel de reguliere als de uitgebreide procedure zijn een uitwerking van de procedureregels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Onder de Omgevingswet is op alle aanvragen de reguliere procedure van toepassing, tenzij verwacht kan worden dat de activiteiten een groot effect op de omgeving hebben (o.a. rijksmonumentenactiviteiten waarvoor advies van het ministerie van OCW nodig is en Natura-2000 activiteiten).
Volledigheid
Een goede en inhoudelijk juiste beoordeling van aanvragen is alleen mogelijk wanneer de vereiste gegevens en bescheiden aanwezig zijn. Elke aanvraag wordt consequent getoetst op volledigheid en ontvankelijkheid. De minimale gegevens en de voorwaarden waaraan deze moeten worden voldoen zijn beschreven in de Omgevingsregeling en het omgevingsplan. Als een aanvraag niet volledig is, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. Deze termijn kan op verzoek van de aanvrager (met een redelijke termijn) worden verlengd. Als de ontbrekende gegevens niet of niet volledig binnen de gestelde termijn worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Tegen het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten kan bezwaar en beroep worden ingesteld.’
Participatie
Binnen de VTH-processen speelt participatie een sleutelrol. Bij vergunningverlening wordt niet alleen gekeken naar juridische en technische criteria, maar ook naar de kwaliteit van het participatieproces: hoe zijn belanghebbenden geïnformeerd, welke zorgen zijn opgehaald en hoe is hiermee omgegaan? Bij toezicht en handhaving wordt daarnaast beoordeeld of gemaakte participatieafspraken, bijvoorbeeld over fasering of hinderbeperking, worden nagekomen.
In de gemeente Utrechtse Heuvelrug is per 16 augustus 2024 vastgesteld in welke gevallen participatie verplicht is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Voor deze verplichte participatie zijn een participatiebeleid en een stappenplan ontwikkeld, zodat initiatiefnemers weten hoe zij participatie kunnen vormgeven en wat de gemeente hiervan verwacht. Dit draagt bij aan een transparant en voorspelbaar proces dat recht doet aan de belangen van inwoners en het vertrouwen in de overheid versterkt.
Participatie is verplicht bij initiatieven die aanzienlijke invloed hebben op de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn:
•in stedelijk gebied: woningbouwprojecten van twee of meer woningen, of nieuwe functies en bouwplannen die niet passen binnen het vastgestelde ruimtelijke beleid;
•in het buitengebied: woningbouw van twee of meer woningen, de realisatie van een zonneveld groter dan 100 m², de bouw van een windmolen (ongeacht hoogte), de omvorming van verblijfsrecreatie naar wonen, het realiseren of uitbreiden van recreatieterreinen, het toevoegen van bebouwing op een historische buitenplaats, het oprichten van een nieuw landgoed, en nieuwe functies of bouwplannen die afwijken van het ruimtelijk beleid;
•zowel in stedelijk gebied als in het buitengebied: tijdelijke activiteiten met impact op de leefomgeving.
Bindend advies gemeenteraad
Ook is per 16 augustus 2024 vastgesteld in welke gevallen de raad een bindend advies geeft aan het college bij een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Bouw- en Sloopveiligheid
In het Bbl zijn regels opgenomen over het waarborgen van de veiligheid en het beschermen van de gezondheid in de directe omgeving van de bouwwerkzaamheden. Zo is het verplicht om een veiligheidsafstand uit de richtlijn Bouw- en sloopveiligheid aan te houden bij het bouwen van een gebouw.
Bij het aanvragen van de Technische bouwactiviteit of bij de bouwmelding is het verplicht om een ingevulde Risicomatrix aan te leveren. Hieruit volgt een score met betrekking tot het veiligheidsrisico. De score kan leiden tot het verplicht opstellen van een bouwveiligheidsplan en het aanstellen van een veiligheidscoördinator door initiatiefnemer.
Werkwijze en proces meldingen
Voor meldingen van voormalige vergunningplichten (omgevingsrecht) geldt de grondslag van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Dit betreft onder andere bouwmeldingen, sloopmeldingen, meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval, kapmelding en de gebruiksmelding (brandveilig gebruik). In tegenstelling tot vergunningaanvragen wordt bij meldingen alleen een volledigheidsbeoordeling uitgevoerd. Meldingen kunnen via het DSO bij de gemeente worden ingediend en worden – indien nodig – uitbesteed aan de VRU of ODU. Wanneer een melding niet volledig is, wordt deze niet in behandeling genomen. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht. Als er behoefte is aan inhoudelijk advies, wordt dit opgevraagd bij onze ketenpartners.
1
Zaak inboeken en opstarten
•Volledigheid registratie controleren
•Versturen ontvangstbevestiging
•Controleren bevoegd gezag
•Zaakbehandelaar toewijzen
2
Inhoudelijk behandeling
•Controleren gerelateerde verzoeken
•Controleren meldings- of informatieplicht
•Controleren indieningsvereisten
•Inhoudelijk behandelen (optioneel)
3
Afronden zaak
•Verzenden resultaat toetsing/afhandeling
•Kennisgeven melding of informatie (optioneel)
•Bijwerken registraties n.a.v. melding of informatie (optioneel)
•Initiëren proces maatwerkvoorschrift (optioneel)
•Initiëren proces toezicht (optioneel)
Strategie Wkb
Op 26 september 2023 heeft het college van B&W de Wkb strategie vastgesteld. Dit is voor inwerkingtreding van de Wkb vastgesteld en de komende jaren wordt ervaring opgedaan met deze strategie. Er is gekozen voor de procesbenadering. Dit houdt in dat het proces wordt uitgevoerd in lijn met de wettelijke vereisten en dat partijen in het nieuwe stelsel hun nieuwe rol en verantwoordelijkheden pakken.
De uitgangspunten zijn:
•De gemeente voert geen aanvullend bouwtoezicht uit bij gevolgklasse 1 – nieuwbouw;
•De verantwoordelijkheid voor het voldoen aan de bouwkundige eisen ligt bij de opdrachtgever en het toetsen en toezicht hierop ligt bij de kwaliteitsborger;
•De gemeente controleert de bouw- en gereedmelding enkel op de formele eisen
•Kwaliteitsborgers zijn verplicht om een melding te maken bij het bevoegd gezag wanneer zij een overtreding constateren die zij niet met de aannemer op kunnen lossen. In zo’n geval volgt de gemeente de prioritering uit de U&H-strategie en de U&H-strategie en LHSO.
•De gemeente voert administratief toezicht uit op handsondering om de gronddruk te meten. Dit doet de gemeente met het opvragen van extra informatie middels foto’s of rapporten.
Sloopmelding
Een sloopmelding moet worden ingediend als er meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt. Ook is een sloopmelding nodig als er asbest kan vrijkomen bij de sloopwerkzaamheden, ongeacht de hoeveelheid sloopafval die vrijkomt.
Bij kleine verbouwingen zonder asbest is dus geen sloopmelding nodig. Als tijdens een kleine verbouwing toch asbest wordt aangetroffen, moet alsnog een sloopmelding worden ingediend. Bij een sloopmelding kunnen in de acceptatiebrief ook aanvullende voorwaarden worden gesteld. Per 1 januari 2024 worden sloopmeldingen door de ODU behandeld.
Gebruiksmelding
Het Bbl verplicht in bepaalde gevallen een gebruiksmelding (melding brandveilig gebruik) voordat een gebouw in gebruik genomen kan worden. Deze gebruiksmeldingsplicht hangt af van de gebruiksfunctie(s) van het gebouw en/of van het aantal personen dat daarin zal verblijven. Zo is een gebruiksmelding verplicht bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur of een woonfunctie voor zorg. Bij de gebruiksmelding moeten o.a. gegevens inzake de brandveiligheidsvoorzieningen worden aangeleverd. Per 1 januari 2024 worden gebruiksmeldingen door de VRU behandeld.
Kapmelding
Voor het kappen van dode bomen en het dunnen van bomen is geen kapvergunning nodig maar moet een kapmelding gedaan worden. Hierbij zijn gegevens zoals de soort boom, stamomtrek, foto, situatietekening benodigd. De melding wordt beoordeeld op grond van de Bomenverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Bijlage 5 Toezichtstrategie
De gemeente is medeverantwoordelijk voor het bewaken van algemene belangen. Wanneer regels niet worden nageleefd door inwoners of bedrijven, en de algemene belangen in gevaar komen, is ingrijpen in sommige gevallen noodzakelijk. Toezicht op de naleving van wet- en regelgeving vindt plaats op basis van de vooraf gestelde prioriteiten en doelen.
Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders en boa’s/handhavers. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels wordt verbeterd, wat vervolgens leidt tot een kleinere kans op het ontstaan van veiligheidsrisico’s. Zodra een overtreding is geconstateerd wordt de sanctioneringsstrategie gehanteerd, en in uitzonderlijke gevallen, met daarbij een goed uitgewerkte onderbouwing, de gedoogstrategie.
De toezichtstrategie is zowel voor de taken m.b.t. Omgevingsrecht als de APV/BW van toepassing.
Vormen van integraal toezicht (en handhaving)
Verschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht (en handhaving) binnen de fysieke leefomgeving. Dit geldt voor zowel de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door de gemeentelijke Boa’s/handhavers, het Waterschap, de VRU, de provincie Utrecht, de politie, de ODU en de gemeentelijke organisatie, waaronder de buitendienst.
Door informatie gestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hieronder uitgewerkt:
Controleren met elkaar
Controles worden zo veel mogelijk op integrale wijze uitgevoerd. Iedere toezichthouder voert vanuit zijn taakveld samen met toezichthouders uit andere taakvelden controles uit. Een integrale aanpak kan toegepast worden in situaties met een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit. Ook al is deze vorm van controleren soms nodig, is deze methodiek arbeidsintensief en relatief belastend voor de ondernemer of inwoner. Deze integrale aanpak ligt wel in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners en ondernemers. I
Na elkaar controleren
Verschillende toezichthouders van verschillende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve werking. De toezichtlast van na elkaar controleren neemt echter toe, waar de efficiëntie afneemt. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, wat mogelijk kan resulteren in interpretatieverschillen tussen de verschillende toezichthouders.
Voor elkaar signaleren
Een toezichthouder kan tijdens zijn “eigen” controle een mogelijke overtreding in een ander werkveld signaleren. Als hier aanleiding voor is, zal de specialist van dat werkveld zelf een controle uitvoeren. Door middel van deze vorm van toezicht worden overtredingen vaak in een eerder stadium gesignaleerd. Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming, coördinatie (en kunde) binnen een organisatie.
Voor elkaar controleren
Een toezichthouder controleert tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden. Deze vorm van toezicht betreft voornamelijk situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor diverse surveillances.
Bij toezicht wordt er gekozen voor de meest effectieve en efficiënte werkmethode. Het streven is bij alle controles ook alert te zijn op signaalpunten van andere taakvelden en/of bevoegde gezagen. Alle opgemerkte signaalpunten worden na afloop van de controle doorgegeven aan de betrokken handhavingspartner.
Categorieën gemeentelijk toezicht
De werkwijze bij toezicht & handhaving door de gemeente wordt onderverdeeld in drie categorieën: preventief, actief en reactief toezicht. Deze onderverdeling bestaat vervolgens uit:
•Geprogrammeerd gebiedstoezicht (preventief);
•Periodiek/routinematig toezicht (actief)
•Gebiedsgerichte controles (actief);
•Controle op de naleving van verleende vergunningen en/of meldingen (actief);
•Controle naar aanleiding van handhavingsverzoeken (reactief).
Daarnaast wordt ook wraken en programmatisch toezicht uitgelegd.
Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht
De kwaliteit van de fysieke leefomgeving is deels afhankelijk van de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden”. Daar gaat een preventieve werking van uit. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd, zolang de bevindingen bij de juiste handhavingspartner worden gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht (zie hierboven).
Actief: periodiek/routinematig toezicht
Het periodiek toezicht betreft de routinematige controles die met een vaste frequentie worden uitgevoerd bij objecten binnen de gemeente Utrechtse Heuvelrug. Deze controles vinden plaats in de gebruiksfase en zijn gericht op het bevorderen van naleving en het vroegtijdig signaleren van risico's. Het periodiek toezicht vormt daarmee een structureel onderdeel van de uitvoering van het omgevingsrecht.
Bij periodiek toezicht worden alle relevante aspecten van de betreffende regelgeving betrokken. Het betreft in ieder geval toezicht op milieuregelgeving en op brandveilig gebruik en brandveiligheidsvoorschriften. Door deze integrale benadering wordt de naleving binnen het gehele fysieke domein versterkt en wordt efficiënt gebruikgemaakt van toezichtcapaciteit.
De uitvoering van het periodiek toezicht is belegd bij de ketenpartners:
•De ODU voert het periodiek toezicht uit op de basistaken binnen het domein milieu. De ODU werkt risicogericht en programmatisch. In de gemeente Utrechtse Heuvelrug voert de dienst jaarlijks controles uit op onder meer:
o Lozingen en grondwateronttrekkingen
o Energielabel C-verplichtingen voor kantoren
o Propaanopslag en vuurwerkopslagen (in samenwerking met de VRU worden alle vuurwerkverkooppunten meerdere keren gecontroleerd)
o Koelinstallaties en stookinstallaties
De ODU onderscheidt verschillende toezichtvormen: integraal toezicht (alle milieuaspecten), preventief toezicht (informeren van bedrijven), aspectcontroles (gerichte controles op specifieke onderdelen) en administratief toezicht.
•De VRU is verantwoordelijk voor het periodieke toezicht op brandveilig gebruik. De VRU voert controles uit in bestaande bouw, nieuwbouw en gebruiksfuncties met een verhoogd brandveiligheidsrisico, zoals logiesfuncties, zorginstellingen, onderwijsgebouwen en kinderopvanglocaties. De controles worden afgestemd tussen de gemeente, ODU en VRU.
De periodiciteit van de controles wordt in de uitvoering voornamelijk bepaald door deze ketenpartners. Zij hanteren landelijke en regionale risicokaders, waarbij onder meer wordt gekeken naar naleefgedrag, aard en omvang van het object, en de risico's voor milieu, gezondheid en veiligheid. Het risicobeeld bepaalt de frequentie van controles.
In deze U&H-strategie zijn de uitgangspunten voor het periodieke toezicht vastgelegd. De jaarlijkse uitwerking – waaronder de selectie van toezichtobjecten, de feitelijke controlemomenten en de inzet van capaciteit – wordt opgenomen in de jaarplannen en jaarverslagen van de eerdergenoemde ketenpartners. In het Uitvoeringsprogramma en het jaarverslag wordt hier vervolgens naar verwezen.
Actief: gebiedsgerichte controle
Een controle kan voorvloeien uit een surveillance. Op basis van de controle kan een handhavingstraject worden opgestart. Het belang van een tijdige signalering is tweeledig:
•Ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (de vooraf opgestelde prioritering in acht genomen);
•De constateringen kunnen direct opgenomen worden in elke actualiseringsronde van de bestemmingsplannen.
De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor andere taakvelden, zoals milieu, bouwen en de openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten, zoals bebouwing in het voorerfgebied en foutief parkeren.
Actief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen
Actieve controle is traditioneel en is het resultaat van het nemen van besluiten, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het in behandeling nemen van meldingen. Bij vergunningverlening is de naleving van voorschriften van groot belang. Het gaat immers om zaken die expliciet vergund dienen te worden.
Verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd in lijn met het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie.
Reactief: controle naar aanleiding van klachten en/of verzoeken om handhaving
Niet alle klachten resulteren in een controle door een toezichthouder. Of er een controle volgt is afhankelijk van de vooraf opgestelde prioritering en de aard van de ingediende melding. Op basis van het beleid wordt prioriteit gegeven aan een formeel verzoek om handhaving, gelet op de wettelijk gestelde kaders en behandeltermijnen van 8 weken. Anonieme meldingen neemt de gemeente Utrechtse Heuvelrug in beginsel niet in behandeling. Er wordt uiteraard wel direct (binnen 1 werkdag) actie ondernomen in het geval van een acute situatie. Acuut betekent een situatie die een gevaar is voor de openbare orde en veiligheid en/of een onomkeerbare situatie. In het geval van een acute situatie legt de gemeente Utrechts Heuvelrug vaak een mondelinge stillegging op en handhaaft middels een zeer acute bestuursdwang.
Wraken
Soms komt het voor dat er een overtreding wordt geconstateerd, maar dat het bevoegd gezag, op basis van de vastgestelde prioritering, geen actie onderneemt. In dit soort geval kan het bevoegd gezag een zogenaamde ‘wrakingsbrief' naar overtreders sturen. Door middel van de wrakingsbrief wordt de overtreder in kennis gesteld van de geconstateerde overtreding en op diens verantwoordelijkheid gewezen deze overtreding te beëindigen. Daarmee wordt de overtreder in kennis gesteld van ons recht in de toekomst alsnog handhavend op te treden, wanneer bijvoorbeeld beleidsmatig meer prioriteit wordt gegeven aan dit soort overtredingen.
Programmatisch toezicht
Programmatisch toezicht is een probleemgerichte aanpak waarbij het gedrag van de doelgroepen als uitgangspunt wordt genomen om de toezicht- en handhavingsstrategie te bepalen. Door op systematische wijze het (naleef)gedrag van de doelgroep te analyseren, kan er op effectieve wijze een keuze gemaakt worden over de handhavingsinstrumenten die situatie-specifiek toegepast kunnen worden.
Voorbereiding van toezicht
Voordat een controle door een toezichthouder wordt uitgevoerd, bestudeert de toezichthouder altijd eerst de relevante documentatie die onderdeel uitmaakt van het zaakdossier. Dit omvat onder andere de verleende vergunning, ingediende melding, ingediende plannen en bijlagen, en aanvullende stukken zoals constructieve berekeningen en stikstofberekeningen.
De bouwcontrole wordt door de afdeling Omgevingstoezicht aangemaakt in de taakapplicatie Rx.Mission. Via dit systeem ontvangt de toezichthouder, die ook onder Omgevingstoezicht valt, een toegewezen bouwcontrole. In het gekoppelde omgevingsdossier kan de toezichthouder alle relevante stukken raadplegen, zoals de vergunning, bijbehorende voorwaarden, en overige bijlagen. De vergunninghouder of uitvoerder van het werk informeert de toezichthouder daarnaast via e-mail of telefoon over de start van de werkzaamheden.
Tijdens de voorbereiding controleert de toezichthouder de voorwaarden, aandachtspunten en voorschriften die in de vergunning zijn opgenomen. Tevens wordt nagegaan of aanvullende documenten, zoals constructietekeningen en uitvoeringsplannen, tijdig zijn ingediend en goedgekeurd. Indien nodig wordt voorafgaand aan de controle intern overleg georganiseerd tussen verschillende afdelingen om aandachtspunten en risico's af te stemmen. Pas na een grondige voorbereiding voert de toezichthouder de toezichtcontrole uit.
Bij o.a. repressief toezicht, geïnitieerd vanuit de handhavingsjurist (bijvoorbeeld bij klachten, handhavingsverzoeken of eigen waarnemingen van de toezichthouder), wordt de controle voorbereid door de toezichthouder en handhavingsjurist. Ook hier wordt het adres opgezocht in verschillende systemen om het verleden van de mogelijke overtreding in kaart te brengen.
Rapportage van toezicht
Vanuit Toezicht is een zorgvuldige verslaglegging essentieel voor een goede informatieoverdracht en opvolging. De bevindingen van de controles worden door de toezichthouders in het toezichtdossier in Rx.Mission uniform ingevoerd volgens een vast format. Het controlerapport wordt niet actief gedeeld met betrokkenen en wordt alleen openbaar gemaakt in situaties zoals op verzoek van belanghebbenden, in het kader van juridische procedures of op verzoek van bevoegde instanties zoals de politie of justitie. Over het aantal uitgevoerde controles wordt gerapporteerd in het jaarverslag.
Nadat de toezichthouder de controlerapportage(s) aan het toezichtdossier heeft toegevoegd en een overtreding is geconstateerd, wordt het dossier overgedragen aan de handhavingsjurist. Die gaat vervolgens handhaven volgens de landelijke handhavingsstrategie (LHSO).
Toezicht onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het toezicht op meldingsplichtige bouwactiviteiten waarbij een kwaliteitsborger is ingeschakeld, gericht op locatie-specifieke aspecten en risico’s. Dit type toezicht wordt met name toegepast in situaties waarin:
•Locatie-specifieke risico’s een rol spelen, zoals constructieve uitdagingen, milieugevoelige gebieden of waterveiligheid.
•Overtredingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn geconstateerd.
•Het bevoegd gezag wordt gevraagd handhavend op te treden of in uitzonderlijke gevallen een overtreding te gedogen.
Locatie-specifieke aandachtspunten
Bij de uitvoering van toezicht wordt rekening gehouden met locatie-specifieke factoren die risico’s kunnen vergroten, waaronder:
•Bij aanleg van funderingen op eventuele verplichtingen op het gebied van archeologisch onderzoek de gemeente kent gebieden van (zeer) hoge archeologische waarde en heeft hier regels aan gekoppeld wanneer er graafwerkzaamheden plaatsvinden.
•In de ondergrond zijn binnen onze gemeente watervoerende lagen aanwezig die mogelijk een risico vormen bij het funderen van panden vanwege de ligging op de Utrechtse Heuvelrug. Sondering is daarom noodzakelijk.
Toezichthouders gebruiken deze locatie-specifieke aandachtspunten en risicoprofielen om toezicht proportioneel in te zetten. Dit draagt bij aan een efficiënte en doeltreffende uitvoering van toezicht en handhaving.
Samenwerking met kwaliteitsborgers
Een belangrijk aspect van de Wkb is de samenwerking tussen de gemeente en de kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger rapporteert afwijkingen van de bouwvoorschriften aan de gemeente. Toezichthouders beoordelen deze rapportages en kunnen aanvullende controles uitvoeren als er sprake lijkt te zijn van een strijdigheid.
Met de invoering van de Wkb is de rol van de gemeente geëvolueerd van uitvoerend toezichthouder naar regisseur van toezicht, waarbij een nadruk ligt op risico-gestuurd toezicht en handhaving bij complexe of afwijkende bouwprojecten.
Bijlage 6 Handhavingsstrategie
Als het uitvoeren van toezicht met een corrigerende insteek niet leidt tot beëindiging van de overtreding, is de gemeente in beginsel verplicht om hiertegen handhavend op te treden (de beginsel plicht tot handhaving). Professionele handhaving kenmerkt zich onder andere door een consequente uitvoering. Er zijn zowel bestuursrechtelijke als strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. De handhavingssancties zijn gebaseerd op de beschrijvingen in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Ten aanzien van de handhavingsinstrumenten verandert er in de basis niet heel veel onder de Omgevingswet. Wel zijn verwijzingen naar de grondslag veranderd naar de artikelen in de Omgevingswet.
De handhavingsstrategie sluit aan op de verantwoordelijkheden van het gemeentebestuur en is afgestemd op de samenwerking met ketenpartners die betrokken zijn bij de strafrechtelijke handhaving, zoals de politie. Binnen deze strategie wordt onderscheid gemaakt tussen bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. Omdat beide routes verschillen in juridische grondslag, werkwijze en inzet van instrumenten, wordt de strafrechtelijke handhaving – waaronder de rol van boa’s – afzonderlijk toegelicht.
Uniforme aanpak – landelijke handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO)
De inwerkingtreding van de Omgevingswet is de aanleiding geweest voor het vaststellen van de LHSO. De LHSO, vastgesteld op 12 oktober 2022, heeft een bredere reikwijdte dan de Landelijke handhavingsstrategie uit 2014.
Om uniformiteit in onze handhavingsaanpak te waarborgen, gebruikt de Utrechtse Heuvelrug de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. Deze strategie is een afwegingsinstrument voor de uitvoerders van handhaving en stelt de gemeente in staat om de overtreding in een interventiematrix te plaatsen en passende maatregelen te nemen. Daarnaast maakt de LHSO afstemming tussen de verschillende handhavingspartners mogelijk, zoals de politie en het Openbaar Ministerie.
De LHSO is gebaseerd op de volgende uitgangspunten:
•Veilige en gezonde fysieke leefomgeving (omgevingskwaliteit, natuur en doelmatig beheren/ontwikkelen);
•Vertrouwen (verantwoordelijkheid en respect);
•Integraal, risico gestuurd en effectgericht (prioriteiten en risico’s beperken);
•Onafhankelijk en professioneel (sterk, slagkrachtig en onbevangen);
•Loyale samenwerking (afstemmen, informatie uitwisselen en kennisdelen);
•Adequate overlegstructuur (samenwerking, loyaal en effectief);
•Dienstbaar (algemeen belang en rolvast);
•Transparant (afwegingen, beleid, prioriteiten, activiteiten en resultaten). De LSHO is gebaseerd op de volgende beginselen:
•Handhaving van het omgevingsrecht is gelijkwaardig, doeltreffend, afschrikwekkend en evenredig om een goede naleving te bereiken (Unierecht);
•Beginselplicht tot handhaving (bevorderen normconform gedrag);
•Gelijkheidsbeginsel (consistent en transparant);
•Verdedigingsbeginsel (zienswijzen);
•Respect voor fundamentele rechten (persoonlijke levenssfeer, huisrecht en zwijgrecht).
Bestuursrechtelijk optreden
Bestuursrechtelijk optreden is vooral gericht op het herstellen van de situatie, het terugbrengen naar de status quo ante. Ons voorkeur gaat uit naar bestuursrechtelijk optreden, met als doel de overtreding te beëindigen en/of herhaling te voorkomen. Dit wordt gedaan conform de relevante wet- en regelgeving, met de insteek het vastgestelde beleid te verwezenlijken. De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke interventie(s) vindt plaats aan de hand van de in hoofdstuk 4 van de LHSO opgenomen interventiematrix. De volgende bestuursrechtelijke interventies zijn mogelijk:
•Aanspreken/informeren
Aanspreken/informeren is een vorm van informele interventie (zonder wettelijke basis) naar aanleiding van een inspectie. Dit gebeurt op mondeling wijze, door het verstrekken van schriftelijke informatie of door verwijzing naar websites. Aanspreken/informeren is vooral aan de orde bij goedwillende normadressaten die de norm onbedoeld niet naleven en die gemotiveerd zijn de niet naleving zo snel mogelijk zelf op te lossen.
•Bestuurlijk waarschuwen
Bestuurlijk waarschuwen betekent dat de normadressaat naar aanleiding van een inspectie een waarschuwingsbrief ontvangt. In de brief is opgenomen dat de handhavingsinstantie voornemens is vergaande bestuursrechtelijke interventies te nemen, zoals de LOB of de LOD. Deze werkwijze betreft geen standaard onderdeel van elke handhavingsprocedure.
•Bestuurlijk gesprek
Een bestuurlijk gesprek met de normadressaat is een aanvullende escalerende interventie op waarschuwen. Na het versturen van een waarschuwingsbrief zal een bestuurlijk gesprek plaatsvinden. Dit wordt vaak opgevolgd door verscherpt toezicht.
•Verscherpt toezicht
Dit houdt het meer of intensiever toezicht houden op de normadressaat in. Van tevoren wordt duidelijk uiteengezet onder welke voorwaarden het verscherpt toezicht zal worden uitgevoerd en wanneer het zal worden opgeheven.
•Last onder dwangsom (LOD)
Een last onder dwangsom (hierna: LOD) is een op herstel gerichte interventie voor het ongedaan maken van overtredingen, evenals het voorkomen van verdere/herhaalde overtreding. De normadressaat wordt verplicht (hij of zij krijgt een last opgelegd) om binnen een gegeven termijn de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden. Dit kan zijn door iets te doen of na te laten op straffe van het verbeuren van een dwangsom wanneer de last niet tijdig wordt uitgevoerd. De op te leggen dwangsom moet voldoende hoog zijn om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden, ook wel bekend als “voldoende financiële prikkel”. De bevoegdheid hiervoor is vastgelegd in artikel 18.2 Omgevingswet, artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 125 van de Gemeentewet. In principe volgt de gemeente Utrechtse Heuvelrug het onderstaande stappenplan voor het opleggen van een LOD. In spoedeisende situaties kan van deze stappen worden afgeweken.
•Voornemen LOD. Het is mogelijk om een zienswijze in te dienen tegen dit voornemen. In het voornemen wordt aangegeven binnen welke termijn dit moet gebeuren. Na het voornemen is het mogelijk om nog een (extra) controlemoment in te plannen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een LOD. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreding inmiddels ongedaan is gemaakt.
•Sanctiebeschikking wordt opgelegd, dat wil zeggen het opleggen van een last onder dwangsom. Indien een zienswijze is ingediend, wordt deze meegenomen in de afweging om een LOD op te leggen.
Indien de overtreder niet binnen de gestelde termijn de overtreding ongedaan maakt dan kan de overtreder een dwangsom verbeuren. De gemeente heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en het maximum van het te verbeuren bedrag een ruime mate van beleidsvrijheid. Bij de hoogte van de dwangsom houdt de gemeente rekening met:
•de kosten die moeten worden gemaakt om de overtreding ongedaan te maken;
•de aard en de ernst van de overtreding;
•de omvang van de schade;
•de draagkracht van de overtreder;
•voordeel/opbrengst voor de overtreder;
•de waarde van de overtreding, bijv. de waarde van het illegale bouwwerk.
Om transparant te zijn naar de inwoners en ondernemers en willekeur tegen te gaan hanteert de gemeente bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsommen en de hersteltermijnen de 'Richtlijn dwangsombedragen en termijnen’ zoals deze in bijlage 8 is opgenomen.
In de handhavingsbeschikking wordt de hoogte van de dwangsom gemotiveerd. Het vaststellen van de hoogte en de maximaal te verbeuren dwangsom is altijd afhankelijk van de overtredingssituatie. Aan de tabel kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. In voorkomende gevallen kan het noodzakelijk zijn om, gezien de omstandigheden van een geval, een dwangsom vast te stellen in afwijking van de genoemde bedragen.
Indien niet aan de LOD is voldaan, zal de gemeente na verbeuren een nieuwe sanctiebeschikking opleggen. Dit kan een LOD zijn, waarbij de dwangsombedragen worden verdubbeld, of een LOB. In dit geval wordt er geen voornemen vooraf verzonden.
•Last onder bestuursdwang (LOB)
Een last onder bestuursdwang (hierna: LOB) is een op herstelgerichte-interventie voor het ongedaan maken van een overtreding. Als de overtreding niet of niet tijdig beëindigd wordt, zal de handhavingsinstantie de overtreding op kosten van de overtreder (laten) beëindigen. Een overheidsinstantie dient wettelijk bevoegd te zijn om LOB te kunnen toepassen.
Wanneer de overtreding een langere tijd aanhoudt, bestaat er een mogelijkheid om opnieuw een LOB of LOD op te leggen tot de overtreding beëindigd wordt. Ook is er een mogelijkheid om preventief een LOD of LOB op te leggen (zie artikel 5.7 Awb)
Voor de last onder bestuursdwang gelden dezelfde te doorlopen stappenplan als voor de LOD. In spoedeisende situaties kan van deze stappen worden afgeweken.
•Voornemen LOB. Het is mogelijk om een zienswijze in te dienen tegen dit voornemen. In het voornemen wordt aangegeven binnen welke termijn dit moet gebeuren. Na het voornemen is het mogelijk om nog een (extra) controlemoment in te plannen voordat wordt overgegaan tot het opleggen van een LOB. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de overtreding inmiddels ongedaan is gemaakt.
•Sanctiebeschikking wordt opgelegd, dat wil zeggen het opleggen van een last onder bestuursdwang. Indien er een zienswijze is ingediend, zal deze worden meegenomen in de afweging om een LOB op te leggen.
•Indien er niet (tijdig) voldaan is aan de LOB, zullen wij de overtreding (laten) beëindigen.
•De gemeente Utrechtse Heuvelrug zal de gemaakte kosten op de overtreder verhalen. De overtreder dient deze kosten te betalen.
De LOB is in geval van spoedeisende situaties en bij ernstige overtredingen de meest geschikte bestuursrechtelijke interventie. De handhavingsinstantie kan verzoeken om onmiddellijke beëindiging van de overtreding. Als blijkt dat de normadressaat niet bereid is aan dit verzoek te voldoen, kan de handhavingsinstantie zelf en in spoedeisende gevallen zonder voorafgaande last feitelijk optreden. De handhavingsjurist dient, na het uitvoeren van spoedeisende bestuursdwang, zo spoedig mogelijk het besluit bekend te maken.
•Bouwstop/sloopstop
Tijdelijk stilleggen betekent dat activiteiten als gevolg van de overtreding tijdelijk tot een halt worden gebracht. Dit wordt gedaan tot de overtreding is hersteld of gelegaliseerd (bijvoorbeeld door middel van een verleende omgevingsvergunning) en er sprake is van naleving van het gewenste gedrag. Er kan aanleiding zijn om bij tijdelijk stilleggen beleid en/of politiek te informeren. Aan een bouw- of sloopstop koppelt de gemeente Utrechtse Heuvelrug een dwangsom ter voorkoming van voortzetting activiteit.
•Exploitatieverbod, sluiting
Op basis van de Fraudewet bestaat de mogelijkheid om een bedrijf te sluiten of de exploitatie ervan te verbieden. Dit geldt ook voor niet vergunningplichtige normadressaten. Dit dient nauwkeurig te worden voorbereid. Het informeren van het beleid en de politiek is noodzakelijk.
Begunstigingstermijn
Een begunstigingstermijn is de termijn die de overtreder krijgt om de overtreding te (laten) beëindigen. De begunstigingstermijn is op een zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dat houdt in, dat de termijn voldoende lang is om als overtreder de opgelegde verplichtingen uit te kunnen voeren en gezien de omstandigheden van de situatie redelijk is.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug verlengt in principe vastgestelde begunstigingstermijnen in handhavingsbeschikkingen niet. Er kan echter een gegronde reden zijn waarom de begunstigingstermijn wordt verlengd of opgeschort. Dit kan onder meer het geval zijn wanneer:
•de overtreder zelf aangeeft meer tijd nodig te hebben om de overtreding op te heffen. Hierbij moet de overtreder de gemeente een concrete redelijke termijn geven waarbinnen hij de opgelegde last alsnog zal uitvoeren;
•bezwaar is ingediend;
•een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend.
Wanneer de begunstigingstermijn wordt verlengd, is dit een nieuw besluit waartegen voor alle belanghebbenden bezwaar en beroep openstaat. Het indienen van bezwaar of instellen van beroep schort de werking van de handhavingsbeschikking niet op. Dit betekent dat de bezwaarmaker bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening moet indienen om bijvoorbeeld te voorkomen dat dwangsommen verbeuren. De begunstigingstermijn wordt in de regel niet opgeschort enkel vanwege het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening. Opschorting kan echter aan de orde zijn in situaties waarin sprake is van (dreigende) onomkeerbare gevolgen – bijvoorbeeld bij het kappen van bomen – of wanneer de veiligheid in het geding is. De voorlopige voorzieningenrechter kan beslissen de begunstigingstermijn te schorsen tijdens bezwaar/ beroepsprocedures.
Schorsen intrekken vergunning
Een verleende vergunning kan ingetrokken worden als er binnen 104 weken geen start is gemaakt met de werkzaamheden tenzij er zwaarwegende omstandigheden zijn om dit eerder te doen. Bij het stilleggen van de werkzaamheden kan een vergunning na 1 jaar worden ingetrokken conform artikel 5.40, lid 2 onder b, Omgevingswet. De volledige strategie voor het intrekken van Omgevingsvergunningen is weergegeven in de ‘Beleidsregel intrekken Omgevingsvergunning, 2012’.
Strafrechtelijke handhaving
De strafrechtelijke handhaving door de boa’s vindt op een uniforme wijze plaats binnen duidelijke wettelijke kaders. Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is hierin leidend. Dit besluit regelt de bevoegdheden, verantwoordelijkheden en voorwaarden voor de aanstelling en het functioneren van de boa’s. Daarnaast zijn de Domeinlijst Boa, akte van opsporingsbevoegdheid en akte van beëdiging essentieel. Deze documenten bepalen binnen welk domein onze boa’s actief mogen zijn, bevestigen hun bevoegdheid tot opsporing, en vormen de formele grondslag voor de uitvoering van de strafrechtelijke taken.
Binnen deze kaders werken de boa’s volgens de relevante landelijke handhavingskaders en gedragscodes, zoals vastgelegd in de Beleidsregels Boa. Het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering vormen de basis voor het opleggen van de strafrechtelijke sancties. Samenwerking en afstemming met de politie en het Openbaar Ministerie is essentieel voor de effectiviteit en legitimiteit van deze aanpak.
•Bestuurlijke boete
Een bestuurlijke boete is een bestuurlijke bestraffende sanctie die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.
Een bestuurlijke boete houdt de onvoorwaardelijke verplichting in tot betaling van een geldsom. Deze vorm van interventie kan naast een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Het opstellen van het boeterapport wordt uitgevoerd door de handhaver, maar de kennisgeving, beschikking en inning gebeuren door het boetebureau (o.a. CJIB). De maxima en bandbreedtes van boetebedragen zijn veelal vastgelegd in de wetgeving. Een belangrijk verschil met de BSBm is dat bezwaar en beroep bij het bestuursorgaan dienen te worden aangetekend, terwijl de normadressaat tegen de BSBm in verzet kan komen bij het OM. De bestuurlijke boete wordt in de gemeente Utrechtse Heuvelrug hoofdzakelijk gebruikt voor de handhaving van de Alcoholwet.
•Bestuurlijke strafbeschikking milieu
De bestuurlijke strafbeschikking milieu (hierna: BSBm) is een op het strafrecht (artikel 257ba Wetboek van Strafvordering) gebaseerde interventie die daartoe bevoegde handhavingsinstanties zonder tussenkomst van het OM kunnen opleggen. Voor feiten uit het zogenoemde “Feitenboekje Bestuurlijke Strafbeschikking Milieu- en Keurfeiten” wordt een combibon uitgeschreven (geldboete) die ter afdoening wordt gezonden aan het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De BSBm kan los van (óf óf), parallel met (én én) of volgtijdelijk aan (eerst…dan…) op herstel gerichte interventies worden ingezet.
De bevoegdheid voor het opleggen van een strafbeschikking milieu is gegeven aan de directeur van de regionale uitvoeringsdiensten. Zie artikel 2.1 bevoegd gezag van de Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid milieu- en keurfeiten (art. 257ba, tweede lid, Sv).
De BSBm is bedoeld voor relatief eenvoudige overtredingen, waarbij er over de schuldvraag geen twijfel bestaat. De ‘Richtlijn bestuurlijke strafbeschikkingbevoegdheid milieu- en keurfeiten’ geeft in de beleidsvrijheid binnen gestelde grenzen aan en de contra-indicaties voor het uitvaardigen van een BSBm. Als geen BSBm kan worden uitgevaardigd is in veel gevallen overleg met het OM noodzakelijk.
•Strafrechtelijk optreden
Het strafrecht komt in beeld als de (mogelijke) gevolgen van belang zijn of aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar. Het strafrecht komt mede in beeld als het gedrag van de overtreder daar aanleiding toe geeft. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel.
•Proces-verbaal (PV)
Boa’s/handhavers die een strafbaar feit vermoeden of constateren, kunnen een proces-verbaal (PV) opmaken. Dit optreden valt onder het strafrechtelijk optreden dat in deze landelijke handhavingsstrategie is geregeld. Een PV is de basis voor het verdere optreden van het OM dat kan leiden tot sancties als: een geldboete, een werkstraf, een gevangenisstraf, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, publicatie van het vonnis, stillegging van de onderneming en verbeurdverklaring.
Handelen van Boa’s
Onze boa’s zetten zich dagelijks actief in om de openbare ruimte en veiligheid in de gemeente te bewaken. Dit is de kernopdracht. We grijpen direct in als dit in het geding is, bijvoorbeeld bij agressie, overlast of gevaarlijke situaties. De boa’s werken volgens duidelijke afspraken, treden doortastend op en zorgen ervoor dat overtreders worden aangesproken én waar nodig beboet.
De boa’s vertegenwoordigen het gezag van de gemeente op straat. Dit vraagt om een stevige, maar ook respectvolle houding. Onze boa’s stralen gezag uit door hun kennis, manier van optreden en communicatie. Wij maken duidelijke keuzes, treden rechtvaardig op en tonen daarbij altijd respect – ook in de lastige situaties.
Effectief handhaven begint met aanwezig zijn. Onze boa’s zijn aanwezig in de wijken en op plekken waar veel mensen samenkomen. Hun aanwezigheid werkt preventief en verlaagt de drempel voor inwoners om vragen te stellen of zorgen te delen. Wij gaan het gesprek aan, leggen uit en bouwen zo aan vertrouwen. Tegelijkertijd zijn we alert op signalen die kunnen wijzen op strafbare feiten of verstoringen van de orde. Door ons aanspreekbaar op te stellen, staan we dicht bij de samenleving.
Optreden bij overtredingen van een bestuursorgaan of andere tot de overheid behorende instantie
Het bevoegd gezag heeft de verplichting toezicht te houden en, bij geconstateerde overtredingen, handhavend op te treden. Deze verplichting geldt onverkort wanneer overtredingen worden vastgesteld binnen de eigen organisatie, bij een ander bestuursorgaan of bij een andere tot de overheid behorende instantie. Ook in dergelijke gevallen wordt handhavend opgetreden overeenkomstig de vastgestelde handhavingsstrategie. Het optreden wijkt daarbij niet af van het optreden richting burgers of bedrijven. Het naleefgedrag van de eigen organisatie draagt – meer nog dan dat van burgers – bij aan het algemene normbesef en aan de geloofwaardigheid van de overheid.
De gemeente hecht daarnaast grote waarde aan transparantie. Dat betekent dat niet alleen wordt voldaan aan de wettelijke verplichtingen op grond van de Wet open overheid (Woo), maar dat ook actief wordt meegewerkt aan niet-verplichte verzoeken om informatie. Door openheid te bieden over beleid, besluiten en uitvoering krijgen inwoners beter inzicht in het gemeentelijk handelen en wordt het vertrouwen in de overheid versterkt.
Vergunningaanvragen en verleende vergunningen – ook die van de eigen organisatie – worden daarom actief gepubliceerd, zodat inwoners deze kunnen inzien en controleren. Ook bij toezicht en handhaving geldt dat inwoners moeten kunnen volgen hoe de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt. Wanneer overtredingen binnen de eigen organisatie worden geconstateerd, wordt daar op dezelfde manier tegen opgetreden als bij burgers of bedrijven. Dit laat zien dat de gemeente zichzelf aan dezelfde regels houdt als haar inwoners en dat transparantie en gelijke behandeling de basis vormen voor een betrouwbare en geloofwaardige overheid.
Privaatrechtelijke handhaving
In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft de gemeente ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De gemeente mag in beginsel alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg indien geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of indien een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de gemeente als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van:
•Het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk- of rechtspersoon ten opzichte van de gemeente;
•Het niet-nakomen van een overeenkomst met de gemeente door een natuurlijk- of rechtspersoon;
•De eigenaarsbevoegdheid van de gemeente, zoals ingebruikneming van gemeentegrond.
Procesregistratie
De doorgelopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant vastgelegd volgens de binnen de handhavingsinstantie geldende administratieprocedures en -systemen, zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan de algemene beginselen van bestuur en de AVG-richtlijnen.
Openbaring rapportages
De gemeente Utrechtse Heuvelrug heeft ervoor gekozen om rapportage van overtredingen niet openbaar te maken. Deze keuze is gebaseerd op het feit dat wij ons als gemeente liever richten op preventie dan op sanctionering. Mocht sanctionering nodig zijn vertrouwen wij erop dat onze handhavingsstrategie op zichzelf de kans op herhaling verkleint. Openbare rapportage van overtredingen draagt daar naar ons idee niet op een constructieve manier aan bij. Daarbij hechten wij veel waarden aan de privacy van onze inwoners. Door de rapportages openbaar te maken zou dit kunnen worden geschaad.
Bijlage 7 Gedoogstrategie
De gemeente Utrechtse Heuvelrug hanteert handhaving als uitgangspunt: overtredingen van wet- en regelgeving worden in principe aangepakt. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag besluiten om tijdelijk en onder strikte voorwaarden af te zien van handhavend optreden. Deze uitzonderingen worden vastgelegd in een gedoogbeschikking. Gedogen is nooit passief, maar altijd een bewuste, gemotiveerde en tijdelijke keuze, gebaseerd op een zorgvuldige belangenafweging en actuele jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het feit dat nog niet is opgetreden tegen een overtreding betekent niet dat sprake is van gedogen.
Het doel van deze gedoogstrategie is duidelijkheid verschaffen over de uitzonderlijke situaties waarin het bevoegd gezag kan besluiten niet handhavend op te treden. De strategie biedt een toetsingskader voor gemotiveerde besluitvorming, waarbij steeds wordt beoordeeld of gedogen noodzakelijk, proportioneel en tijdelijk is.
Gedogen kan uitsluitend plaatsvinden in de volgende gevallen:
•Concreet zicht op legalisatie: er is sprake van een overgangssituatie waarin de overtreding op korte termijn kan worden gelegaliseerd, bijvoorbeeld door het verlenen van een vergunning.
•Onevenredigheid: handhavend optreden is in een concreet geval onevenredig in verhouding tot het te dienen belang.
•Bescherming van hogere belangen of overmacht: het naleven van regels zou leiden tot ongewenste milieugevolgen of er is sprake van overmacht, waardoor het tijdelijk toestaan van een overtreding noodzakelijk is.
In alle gevallen geldt dat het gedogen beperkt is in tijd en omvang, en alleen wordt toegepast als dit juridisch, maatschappelijk en bestuurlijk aanvaardbaar is.
Uitgangspunten
De gemeente Utrechtse Heuvelrug past de volgende uitgangspunten toe:
•Handhaven is de regel, gedogen de uitzondering.
•Gedogen gebeurt uitsluitend na een zorgvuldige belangenafweging en met een gedoogbeschikking.
•De jurisprudentie van de Raad van State en het landelijk beleidskader “Gedogen in Nederland” (1996–1997) vormen de basis.
•Gedogen wordt tijdelijk en doelgericht toegepast, met een concrete termijn, voorwaarden voor beëindiging van de overtreding en is persoonsgebonden.
•Gedogen mag geen precedentwerking veroorzaken of de rechtszekerheid van burgers aantasten.
•De gemeente past de menselijke maat toe en houdt rekening met wat redelijkerwijs van inwoners kan worden verwacht.
Beoordelingscriteria
Bij elke mogelijke gedoogsituatie worden de volgende vragen beantwoord:
1Is sprake van een uitzonderlijke situatie?
2Bestaat concreet zicht op legalisatie of beëindiging van de overtreding?
3Is gedogen tijdelijk, proportioneel en goed te motiveren?
4Wordt voldaan aan de vereisten van zorgvuldigheid, transparantie en rechtszekerheid?
5Is handhaven in dit geval onevenredig ten opzichte van het te dienen belang?
Alleen bij een positief antwoord op deze vragen kan een gedoogbeschikking worden verleend.
Een gedoogbeschikking wordt verleend voor een beperkte duur en is persoonsgebonden van aard. De beslistermijn voor het nemen van een gedoogbeschikking naar aanleiding van een aanvraag bedraagt maximaal acht weken. In de beschikking wordt een duidelijke einddatum of eindsituatie (bijvoorbeeld overlijden of verhuizing) opgenomen. Na afloop wordt de situatie opnieuw beoordeeld. De Utrechtse Heuvelrug volgt hiermee de gedoognota van de Tweede Kamer, genaamd "Gedogen in Nederland", vastgesteld in 1996-1997, evenals jurisprudentie van de Raad van State. Gedogen moet worden beperkt in tijd en omvang, in het kader van de rechtszekerheid van de normaddressaat en precedentwerking.
Gedogen is een bestuurlijk instrument dat met grote zorgvuldigheid wordt toegepast. Het biedt tijdelijk ruimte om tot een structurele oplossing te komen, zonder de handhavingsdoelstellingen uit het oog te verliezen.
De gemeente Utrechtse Heuvelrug handelt hierbij in lijn met het principe:
“Handhaven is goed, maar preventie is beter.”
Wanneer optreden noodzakelijk is, wordt daadwerkelijk gehandhaafd. Gedogen blijft de uitzondering, niet de regel.