Gemeentelijke regelgeving

Aanwijzingsbesluit mobiel cameratoezicht Westledeplein en omgeving

Gemeente Tiel · geldt sinds 1 augustus 2026

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Tiel;

gelet op artikel 151c van de Gemeentewet en artikel 2:77 van de Algemene Plaatselijke Verordening Tiel 2025;

OVERWEGENDE DAT:

-uit een analyse van de politie blijkt dat op en rondom het Westledeplein in de periode van 31 december 2025 tot en met 15 juli 2026 sprake is geweest van 54 meldingen met een openbare-orde-, veiligheids- of leefbaarheidsaspect, waaronder jeugdoverlast, ruzies, brandstichting, vernielingen, vuurwerkoverlast, overvallen, geweldsincidenten en overlast door personen met onbegrepen gedrag;

-deze incidenten zich op verschillende dagen en tijdstippen voordoen en daarmee een breed en structureel veiligheidsvraagstuk vormen dat niet als incidenteel of tijdgebonden kan worden aangemerkt;

-tijdens de jaarwisseling van 31 december 2025 op 1 januari 2026 op het Westledeplein ernstige ongeregeldheden hebben plaatsgevonden, waarbij onder meer een winkel is geplunderd en politieambtenaren met vuurwerk en andere voorwerpen zijn belaagd;

-de aard, ernst, frequentie en spreiding van de incidenten regelmatig optreden van de politie en andere veiligheidspartners noodzakelijk maken en de openbare orde, leefbaarheid en het veiligheidsgevoel van bewoners, ondernemers en bezoekers onder druk zetten;

-reeds verschillende maatregelen zijn getroffen, waaronder extra surveillance, inzet van boa’s en jongerenwerk en gesprekken met ondernemers, maar deze maatregelen onvoldoende zijn gebleken om de problematiek duurzaam te beëindigen of beheersbaar te maken;

-mobiel cameratoezicht de bestaande inzet kan ondersteunen door incidenten en dreigende ordeverstoringen vroegtijdig te signaleren, de politie en andere hulpdiensten sneller en gerichter aan te sturen en herhaling of escalatie van incidenten te voorkomen;

-het cameratoezicht uitsluitend wordt ingezet ten behoeve van de handhaving van de openbare orde, waarbij opgenomen beelden overeenkomstig de daarvoor geldende wettelijke bepalingen tevens kunnen worden gebruikt voor de opsporing van strafbare feiten;

-de inzet van maximaal twee camera’s binnen een duidelijk afgebakend gebied en voor een periode van maximaal zes maanden het mogelijk maakt flexibel op de openbare-ordeproblematiek in te spelen en minder ingrijpend is dan de plaatsing van meerdere vaste camera’s;

-de persoonlijke levenssfeer zo veel mogelijk wordt beschermd door de camera uitsluitend op de openbare ruimte te richten, niet-openbare plaatsen zo veel mogelijk buiten beeld te houden of technisch af te schermen en het cameratoezicht door middel van bebording kenbaar te maken;

-het belang van de handhaving van de openbare orde, de bescherming van bewoners, ondernemers, bezoekers en hulpverleners en het verbeteren van de objectieve en subjectieve veiligheid zwaarder weegt dan de beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer;

-de inzet van mobiel cameratoezicht, gelet op de ernst en duur van de problematiek en de ontoereikendheid van minder ingrijpende maatregelen, noodzakelijk, proportioneel en subsidiair wordt geacht;

-het cameratoezicht tussentijds wordt geëvalueerd en eerder wordt beëindigd indien de inzet daarvan niet langer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.

BESLUIT:

Artikel 1 – Aanwijzing gebied en duur

1Het Westledeplein en de directe omgeving in Tiel, zoals weergegeven op de bij dit besluit behorende en daarvan deel uitmakende overzichtskaart, worden aangewezen als gebied waar door middel van een verplaatsbare camera toezicht kan worden gehouden ten behoeve van de handhaving van de openbare orde.

2De aanwijzing geldt voor een periode van maximaal zes maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 2 – Plaatsing en verplaatsing camera

1Binnen het in artikel 1 aangewezen gebied wordt ten hoogste twee verplaatsbare camera’s ingezet.

2De camera kan binnen het aangewezen gebied worden geplaatst en verplaatst wanneer de ontwikkeling of verplaatsing van de openbare-ordeproblematiek daartoe aanleiding geeft.

3De plaatsing en eventuele verplaatsing van de camera vinden plaats op basis van een actuele beoordeling van de openbare-ordesituatie, in overleg met de politie en na instemming van de burgemeester.

Artikel 3 – Daadwerkelijke inzet en rechtstreeks toezicht

1De burgemeester stelt, na overleg met de officier van justitie, de periode vast waarin daadwerkelijk gebruik wordt gemaakt van de camera.

2De burgemeester stelt na dit overleg tevens de dagen en tijdstippen vast waarop de camerabeelden rechtstreeks worden bekeken.

3De operationele regie over het cameratoezicht berust bij de politie.

4De camerabeelden kunnen gedurende de daadwerkelijke inzet van de camera 24 uur per dag worden opgenomen.

Artikel 4 – Bewaartermijn

1De opgenomen camerabeelden worden ten hoogste vier weken bewaard.

2Na het verstrijken van deze termijn worden de camerabeelden vernietigd, tenzij er een concrete aanleiding bestaat te vermoeden dat de beelden noodzakelijk zijn voor de opsporing van een strafbaar feit en zij voor dat doel afzonderlijk zijn veiliggesteld.

3De verwerking van de camerabeelden vindt plaats overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet en de Wet politiegegevens.

Artikel 5 – Kenbaarheid en bescherming persoonlijke levenssfeer

1De aanwezigheid van cameratoezicht wordt door middel van bebording duidelijk kenbaar gemaakt aan eenieder die het aangewezen gebied betreedt.

2De camera wordt uitsluitend gericht op openbare plaatsen en andere voor eenieder toegankelijke plaatsen binnen het aangewezen gebied.

3Woningen en andere niet-openbare plaatsen worden zo veel mogelijk buiten beeld gehouden of technisch afgeschermd.

Artikel 6 – Evaluatie en beëindiging

1De noodzaak, proportionaliteit en effectiviteit van het cameratoezicht worden gedurende de aanwijzingsperiode gemonitord en uiterlijk vóór het einde van deze periode geëvalueerd.

2Een eerste evaluatie vindt plaats één maand na aanvang van de daadwerkelijke inzet van het cameratoezicht. Bij deze evaluatie wordt tevens beoordeeld hoe de in artikel 3 opgenomen werkwijze met betrekking tot de daadwerkelijke inzet en het rechtstreeks bekijken van de camerabeelden in de praktijk functioneert.

3Uiterlijk vóór het einde van de aanwijzingsperiode vindt een eindevaluatie plaats.

4De burgemeester beëindigt het cameratoezicht en trekt dit besluit in zodra het cameratoezicht niet langer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.

5Indien voortzetting van het cameratoezicht na afloop van de aanwijzingsperiode noodzakelijk wordt geacht, vindt een nieuwe beoordeling plaats en wordt een nieuw aanwijzingsbesluit genomen.

Artikel 7 – Inwerkingtreding en geldigheidsduur

1Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

2Dit besluit vervalt van rechtswege zes maanden na de datum van inwerkingtreding, tenzij het eerder wordt ingetrokken.

Artikel 8 – Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: “Aanwijzingsbesluit mobiel cameratoezicht Westledeplein en omgeving 2026”.

Bijlage

Overzichtskaart van het aangewezen gebied behorende bij het “Aanwijzingsbesluit mobiel cameratoezicht Westledeplein en omgeving 2026”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.