Gemeentelijke regelgeving

Horecanota 2009

Gemeente Tholen · geldt sinds 23 maart 2022

Aanhef

De raad van de gemeente Tholen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 26 mei 2009;

b e s l u i t :

de Horecanota 2009 vast te stellen.

4. Regelgeving en beleid

4.1 Landelijke regelgeving

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening

Deze wet gaat zoals de naam al zegt, over de ruimtelijke ordening in Nederland. De wet bepaalt voor overheden (gemeente, provincie en rijk) wat ze mógen en wat ze moeten doen (verdeling bevoegdheden en verantwoordelijkheden) en welke stappen ze daarbij moeten nemen (procedure). Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening stellen gemeentes in elk geval structuurvisies en bestemmingsplannen vast. Inhoudelijke vereisten voor de plannen op het gebied van de ruimtelijke ordening, staan in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Provinciaal beleid: Omgevingsplan Zeeland 2006-2012

In het omgevingsplan Zeeland is het provinciale beleid voor Ruimte, Milieu en Water opgenomen. De belangrijkste doelstellingen daarbij zijn het faciliteren van de economische dynamiek, het bevorderen van de sociaal-culturele dynamiek en het versterken van de Zeeuwse omgevingskwaliteiten.

Zo vormt het omgevingsplan een planologische handreiking voor gemeenten waarbij andere dan agrarische activiteiten in bestaande gebouwen in het landelijk gebied mogelijk gemaakt worden. In bestaande gebouwen is het in bepaalde gebieden mogelijk horeca toe te staan in het buitengebied. Zowel mogelijkheden ten aanzien van verblijfsrecreatie (hotel, pension etc.) als horeca (eethuis, theeschenkerij etc.) staan op een positieve niet limitatieve lijst voor nieuwe initiatieven als agrarische nevenactiviteit.

Gemeentelijk beleid: bestemmingplannen

Bij de herziening van de komplannen is ten aan zien van de horeca het volgende uitgangspunt vastgesteld: de aanwezige horecabedrijven zijn specifiek positief bestemd, voor nieuwe bedrijven is een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Hierbij is de horeca onderverdeeld in drie categorieën.

Categorie I behelst de "lichte categorie": bedrijven die in beginsel alleen overdag en 's avonds geopend zijn (vooral voor verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts beperkt hinder voor omwonenden veroorzaken. Voorbeleden hiervan zijn onder meer een broodjeszaak, snackbar en bistro/restaurant. Het college van burgemeester en wethouders heeft een wijzigingsbevoegdheid om de vestiging van nieuwe bedrijven in deze categorie mogelijk te maken.

Categorie II omvat de "middelzware horeca": bedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en die daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken. Dit zijn bijvoorbeeld een bar, café, biljartcentrum en zalenverhuur.

Onder categorie III valt de "zware horeca": bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn, die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen. Onder deze bedrijven vallen dancings, discotheken en partycentra.

Om de vestiging van nieuwe bedrijven uit categorie II en III mogelijk te maken, dient middels een aparte procedure het bestemmingsplan te worden gewijzigd.

De gemeente Tholen is van mening dat hotel/pensionaccommodaties en Bed and Breakfast accommodaties een verrijking zijn van het aanbod op het terrein van verblijfsrecreatie. Indien wordt gekeken naar de ruimtelijke uitstraling van Bed and Breakfastbedrijven op de omgeving, passen deze activiteiten vaak prima in een woonomgeving, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:

a.de woonfunctie dient in overwegende mate behouden en herkenbaar te blijven, waarbij het vloeroppervlak in gebruik voor de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten en aan huisgebon¬den logies met ontbijt ten hoogste 25% van het vloeroppervlak van hoofdgebouwen en de daarbij behorende aan- en uitbouwen mag bedragen, met een maximum van 50 m²;

b.het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend;

c.het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte;

d.er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten;

e.het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet milieubeheer valt is niet toegestaan.

4.1.2 Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit)

De Wet Milieubeheer (Wm) is de belangrijkste milieuwet. Het is een zogenaamde raamwet. De Wm bevat het algemene kader van de milieuwetgeving. Onderdelen kunnen in algemene maatregelen van bestuur (AmvB's) of ministeriële regelingen verder worden uitgewerkt. Het Activiteitenbesluit is zo’n uitwerking. Alle horecabedrijven in de gemeente Tholen vallen onder dit besluit.

Geluid

Het activiteitenbesluit biedt bescherming tegen lawaai afkomstig van horeca-inrichtingen. Zowel bestaande als nieuwe horeca-inlichtingen dienen zich in beginsel te houden aan de standaard geluidsnormen. De gemeente kan gemotiveerd en onderbouwd technische voorschriften stellen aan een inrichting om aan de geldende geluidsnormen te voldoen.

Een aantal geluidsbronnen valt niet onder de geluidsnormen. De belangrijkste twee zijn:

-Stemgeluid vanaf het terras

Stemgeluid van bezoekers op een terras is niet in de beoordeling van de geluidsnormen meegenomen. Als dat wel zou gebeuren, dan zou het in veel gevallen onmogelijk zijn om een terras in gebruik te hebben. Het geluid van terrassen wordt weliswaar niet of nauwelijks afgeschermd, maar er wordt vanuit gegaan dat deze geluiden opgaan in het omgevingsgeluid.

De regel is als volgt: het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, wordt bij het bepalen van het geluidsniveau buiten beschouwing gelaten.

-Onversterkte muziek

Ook onversterkte muziek is vrijgesteld van de geluidsnormen. Een gemeente kan door een verordening afwijkende regels stellen. In principe is onversterkte muziek binnen het bedrijf en op het terras mogelijk. Bij het laatste kan wel een akoestisch onderzoek worden gevraagd.

Collectieve en incidentele festiviteiten

Bij het vieren van collectieve festiviteiten en activiteiten met een maatschappelijk belang - bijvoorbeeld braderie of kermis - kan de gemeenteraad in een verordening regelen dat de geluidsvoorschriften in een bepaalde periode niet gelden. In de gemeente Tholen komt dit terug in de Algemene Plaatselijke Verordening.

Ook festiviteiten in individuele inrichtingen, bijvoorbeeld een liveoptreden, kunnen onder een vrijstelling vallen. De gemeente kan voor ten hoogste twaalf dagen per jaar zo'n vrijstelling geven. De ondernemer die hiervan gebruik wil maken, dient daarvoor een schriftelijk verzoek in.

Handhaving geluidsnormen

De controle op de geluidsnormen wordt in de gemeente Tholen uitgevoerd door de afdeling Vergunningverlening en Handhaving. Voor deze controles is geen piketregeling vastgesteld.

Controles naar aanleiding van klachten vinden plaats op basis van beschikbaarheid van de aangewezen toezichthouders. Er worden regelmatig preventieve routinecontroles uitgevoerd waarvan enkele in samenwerking met de lokale politie.

Wanneer uit controle blijkt dat de geluidsnormen worden overschreden is het mogelijk zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk op te treden. In het bestuursrechtelijk traject wordt als sanctie na overtreding een last onder dwangsom opgelegd.

4.1.3 Drank- en Horecawet

De Drank- en Horecawet schept randvoorwaarden voor een verantwoorde verstrekking van alcohol en bevat regels voor zowel verstrekkers van alcohol als voor overheden en toezichthouders. De Drank- en Horecawet bepaalt dat voor het schenken van alcohol in horecagelegenheden en voor de verkoop van sterke drank in slijterijen een vergunning verplicht is. Voor de verkoop van niet-alcoholische drank voor gebruik ter plaatse, is op grond van de Drank- en Horecawet geen vergunning vereist. Wel is een exploitatievergunning op grond van de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening verplicht.

In de wet zijn met name kwalitatieve eisen ten aanzien van de ondernemer, de leidinggevenden en de inrichting opgenomen. De wet biedt op dit punt geen enkele beleidsvrijheid, wat inhoudt dat er niet van de regels afgeweken kan worden.

Indien de ondernemer en de leidinggevende(n) voldoen aan de in de wet gestelde eisen die betrekking hebben op vakbekwaamheid, betrouwbaarheid en de inrichting van het pand, dan moet de drank- en horecavergunning worden verleend. Met andere woorden: de vergunning is een gebonden beschikking.

Binnen de gemeente Tholen is het gebruikelijk dat indien een horecaondernemer een bestaand horecabedrijf overneemt, de inrichting al voor het publiek geopend kan zijn tijdens de behandeling van de vergunningaanvraag. Voorwaarden zijn wel dat de aanvraag volledig is en er zich in het verleden geen probleemsituaties op het betreffende adres of met de ondernemer hebben voorgedaan. Indien een vergunningaanvraag wordt ingediend door een nieuwe ondernemer of voor een pand waar voorheen nog nooit horeca heeft plaatsgevonden, zal de ondernemer moeten wachten met de opening tot de vergunning is verleend. De wettelijke behandelingstermijn voor de aanvraag van een drank- en horecavergunning is 3 maanden.

In de Drank- en Horecawet is in artikel 35 een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Dit artikel geeft aan dat de burgemeester op aanvraag ontheffing kan verlenen voor de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank. Het gaat daarbij altijd om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard voor een aaneengesloten periode van ten hoogste twaalf dagen, mits de verstrekking geschiedt onder onmiddellijke leiding van een persoon die voldoet aan de eisen zoals die in artikel 8 lid 2 en 4 zijn opgenomen (> 21 jaar, geen slecht levensgedrag, enz.).

De Voedsel en Waren Autoriteit is aangewezen als toezichthouder voor het naleven van de bepalingen uit de Drank- en Horecawet. Indien controle uitwijst dat er sprake is van overtreding van de wet, ontvangt de gemeente een afschrift van het proces-verbaal. Op basis daarvan kan in het uiterste geval de vergunning worden ingetrokken.

Paracommercie

Bij zogenaamde paracommerciële horecabedrijven is soms sprake van oneerlijke concurrentie ten opzicht van de reguliere horeca. Het betreft hier instellingen die zich richten op activiteiten recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard en daartoe tevens een kantine of een buffet exploiteren. Meest voorkomende voorbeelden hiervan zijn dorpshuizen en voetbalkantines met kantines in eigen beheer waar veelal met behulp van vrijwilligers wordt gewerkt terwijl soms de activiteiten gesubsidieerd worden.

Een aantal elementen kan de prijsstelling van de aangeboden horecadiensten van paracommerciële instellingen beïnvloeden, zoals:

-De directe dan wel de indirecte subsidieverstrekking;

-De versoepelde eis van het bezit van het diploma Sociale Hygiëne die voor een paracommerciële instelling is beperkt tot 2 leidinggevenden;

-Het regelmatig en vaak structureel werken met c.q. gebruik maken van vrijwilligers;

-Het niet inschrijvingsplichtig zijn bij het Bedrijfschap Horeca en Catering;

-Het van toepassing zijn van fiscaal gunstiger voorwaarden;

-Het verkrijgen c.q. huren van accommodaties tegen niet marktconforme voorwaarden en prijzen.

Een juridisch kader voor het bestrijden van paracommercialisme, voor zover daarbij sprake is van het verstrekken van alcoholhoudende dranken, wordt gevormd door de artikelen 4 t/m 6 van de Drank- en Horecawet.

Artikel 4 houdt in dat burgemeester en wethouders aan een vergunning voor het bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, die wordt verleend aan een rechtspersoon die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard, voorschriften of beperkingen kunnen verbinden die, gelet op de plaatselijke of regionale omstandigheden, noodzakelijk zijn om paracommercialisme te voorkomen. Hierbij wordt in ogenschouw genomen of de reguliere horecabedrijven over faciliteiten beschikken om aan de bestaande vraag naar horecadiensten te voldoen.

De genoemde voorschriften kunnen betrekking hebben op:

-Het in de inrichting houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen (bijeenkomsten die geen direct verband hebben met de doelstelling van de instelling);

-Het openlijk aanprijzen van de mogelijkheid tot het houden van dergelijke bijeenkomsten en/of

-De tijden gedurende welke in de inrichting alcoholhoudende dranken worden vertrekt.

Op het behandelen van een vergunningaanvraag ex artikel 3 jo artikel 4 is de openbare voorbereidingsprocedure als genoemd in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit betekent dat de conceptvergunning (met de daaraan gekoppelde voorschriften) ter inzage ligt en de belanghebbenden bezwaar kunnen indienen.

Burgemeester en wethouders kunnen van deze voorschriften afwijken bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard. Hierbij kan worden gedacht aan bijzondere festiviteiten of attracties, waardoor de vraag naar horecadiensten het bestaande aanbod overschrijdt.

Bijeenkomsten van persoonlijke aard kunnen pas dan op basis van een ontheffing in een kantine van een paracommerciële instelling (bijvoorbeeld een sportkantine) worden gehouden, indien als gevolg van bijzondere festiviteiten of attracties de (zaalruimten en de andere faciliteiten van) gewone horecabedrijven daarvoor niet beschikbaar zijn. De initiatiefnemers dienen aan te tonen dat de mogelijkheden in de reguliere horecabedrijven zijn onderzocht.

Bestuursreglement

Verenigingen met een kantine waar ze tegen betaling alcohol schenken, hebben te maken met een aantal regels uit de Drank- en Horecawet (DHW):

-De vereniging moet alle huisregels over het verantwoord schenken van alcohol opnemen in een bestuursreglement om een DHW-vergunning te krijgen.

-De vereniging moet twee leidinggevenden van 21 jaar of ouder hebben met de Verklaring Sociale Hygiëne.

-Als er alcohol wordt geschonken moet één van de twee leidinggevenden of een barvrijwilliger van tenminste 16 jaar in het pand aanwezig zijn. Die barvrijwilliger moet een instructie hebben gekregen over verantwoord alcoholgebruik. Daarvoor bestaan cursussen, zoals de Schenkinstructie of de Instructie Verantwoord Alcoholschenken (IVA).

De Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) controleert ook hierop. Als een vereniging zich niet houdt aan de regels van de Drank- en Horecawet kan het bestuur van de vereniging een boete krijgen. De inspecteur van de VWA stelt de gemeente hiervan in kennis zodat ook bestuursrechtelijke maatregelen genomen kunnen worden. Zo kan bijvoorbeeld de Drank- en Horecawetvergunning worden ingetrokken.

Wijziging Drank- en Horecawet

Een voorstel tot wijziging van de Drank- en Horecawet is in voorbereiding en zal waarschijnlijk in het voorjaar van 2009 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Het is op dit moment nog te prematuur om de exacte veranderingen aan te geven, maar er wordt gesproken over:

-Aanpassing van het vergunningstelsel: De burgemeester als bevoegd gezag voor de uitvoering van de Drank- en Horecawet;

-Landelijke uniforme regels voor paracommerciële horeca;

-Uitbreiding van de bevoegdheid voor gemeenten om toegangsleeftijden voor de horeca vast te stellen;

-Decentralisatie van het toezicht op naleving van de wet van de Voedsel en Waren Autoriteit naar de gemeente: Hierover lopen gedurende de jaren 2008/2009 pilots bij diverse gemeenten.

4.1.4 Wet BIBOB

Op 1 juni 2003 is de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur (wet BIBOB) in werking getreden. Deze nieuwe wet maakt het bestuursorganen mogelijk vergunningen, subsidies en aanbestedingen te weigeren of in te trekken als er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning, subsidie of overheidsopdracht wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld (art. 3). Aldus biedt de Wet BIBOB bestuursorganen een belangrijk instrument om een bijdrage te kunnen leveren aan de preventie en bestrijding van (georganiseerde) criminaliteit en beschermt het de gemeente tegen het risico dat het criminele activiteiten faciliteert.

Sinds 2005 is de Beleidsregel BIBOB in de gemeente Tholen van toepassing op alle aanvragen voor het uitoefenen van een horecabedrijf en in voorkomende gevallen op seksinrichtingen. Dit heeft tot gevolg gehad dat de aanvraagformulieren zijn uitgebreid met vragen die zich richten op o.a. de bedrijfsstructuur en de financiering van het bedrijf.

4.2 Lokale regelgeving

4.2.1 Algemene Plaatselijke Verordening

In hoofdstuk twee van de Algemene Plaatselijke Verordening (Openbare Orde) is in afdeling 8 het toezicht op openbare inrichtingen geregeld.

Exploitatievergunning

Horecabedrijven mogen niet worden geëxploiteerd zonder exploitatievergunning. Het is de bevoegdheid van de burgemeester om deze te verlenen (artikel 2.27).

De burgemeester weigert de exploitatievergunning indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het bestemmingsplan. Daarnaast kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de nabijheid van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Het weigeren van een exploitatievergunning voordat een horecabedrijf in werking is gesteld, zal in de praktijk bijna niet voorkomen. Het al dan niet nadelig beïnvloeden van de woonomgeving is sterk afhankelijk van de exploitatiewijze van de ondernemer. Hierover is op voorhand slecht een inschatting te maken. Dit artikel moet daarom zo gelezen worden dat de burgemeester ook nadat de exploitatievergunning is verleend, deze kan intrekken of er beperkende voorwaarden aan kan verbinden.

Hiertoe wordt niet lichtvaardig besloten. Alvorens een exploitatievergunning zal worden ingetrokken of er beperkende voorwaarden aan worden gesteld, zal er een gedegen dossier zijn opgebouwd op basis waarvan dergelijke zware maatregelen worden genomen.

Aan de exploitant en de leidinggevende(n) worden ook eisen gesteld. Deze sluiten aan op de eisen die genoemd zijn in de Drank- en Horecawet.

Na een proefperiode van één jaar, wordt een exploitatievergunning verleend voor de duur van drie jaar. De reden voor de beperkte geldigheidsduur van deze vergunning is gelegen in het feit, dat het vergunningenbestand op deze wijze actueel blijft. Het komt voor dat ondernemers wijzigen of met andere leidinggevenden gaan werken en dit niet uit zichzelf doorgeven aan de gemeente. Van gemeentewege wordt elke drie jaar het initiatief genomen om de gegevens door te geven.

Terrasvergunning

Voor het exploiteren van een terras op de openbare weg is op grond van artikel 2.31 APV een vergunning vereist. Voordat een terrasvergunning wordt verleend, zal vanuit verschillende perspectieven naar de aanvraag worden gekeken. Zo is er aandacht voor de verkeerssituatie en de eventuele nadelige gevolgen voor de leefomgeving. Dit betreft een stukje maatwerk.

In de terrasvergunning staan de voorwaarden en beperkingen opgenomen over het plaatsen van een terras. Het college is voornemens om met iedere horecaondernemer afzonderlijk een privaatrechtelijke huurovereenkomst af te sluiten om het zakelijk gebruik van de openbare weg te regelen. Dat impliceert dat er een huurprijs wordt overeengekomen. Aan deze overeenkomst zullen algemene voorwaarden worden verbonden waarin de kwaliteitseisen staan die het college stelt aan de terrassen.

Sluitingstijden

In artikel 2.29 APV zijn de sluitingstijden voor de horecabedrijven en de terrassen opgenomen. Voor horecabedrijven geldt dat deze gesloten dienen te zijn tussen 02.00 uur en 05.00 uur. Van de terrassen mag tussen 23.00 uur en 05.00 uur geen gebruik worden gemaakt.

Uitzondering hierop wordt gemaakt voor braderieën. Tijdens die evenementen mag in de betreffende kern het terras geëxploiteerd worden tot 24.00 uur. Bij wijze van proef zal tijdens de grotere evenementen een later sluitingstijdstip voor horecabedrijven worden vastgesteld. De burgemeester kan op grond van artikel 2.30 voor één of meer horecabedrijven tijdelijk andere geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijke sluiting bevelen. Van deze bevoegdheid zal de burgemeester ten behoeve van de proef gebruik maken.

Ontheffing geluid

Op grond van artikel 4.3 gelden de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer niet tijdens door het college aan te wijzen collectieve festiviteiten.

Daarnaast is het een horeca-inrichting toegestaan per kalenderjaar een aantal incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen ook niet van toepassing zijn, mits het college hiervan twee weken voor de aanvang van de festiviteit in kennis is gesteld. Het aantal incidentele festiviteiten wordt zodanig vastgesteld dat het aantal collectieve en incidentele festiviteiten samen per inrichting niet meer dan 12 per kalenderjaar bedraagt.

4.2.2 Drank- en Horecaverordening

In 2003 heeft de gemeenteraad de Drank- en Horecaverordening gemeente Tholen vastgesteld. In deze verordening is bepaald dat inrichtingen van paracommerciële instellingen geopend mogen zijn één uur voor, tijdens en twee uur na verenigingsactiviteiten. Het sluitingsuur opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening is hierbij onverminderd van kracht.

Onder wedstrijden, trainingen, activiteiten of bijeenkomsten waartoe de rechtspersoon nadrukkelijk is ingesteld, worden niet begrepen nevenactiviteiten als om- of verkleden, het opruimen van de accommodatie of gebruikte attributen, behandelingen of verzorging van personen en andere handelingen welke niet strekken tot beoefening of uitoefening van activiteiten waartoe de rechtspersoon conform de statuten in het leven is geroepen.

Voorts is in artikel 3 van de verordening opgenomen welke voorschriften aan de vergunning voor paracommerciële instellingen worden verbonden:

a.Het is verboden om in de horecalokaliteiten bijeenkomsten of feesten van persoonlijke aard, zoals huwelijksfeesten, familiefeesten en partijen te houden of daartoe gelegenheid te geven;

b.Het is verboden bovenstaande activiteiten openlijk aan te prijzen;

c.Het is verboden om de horecalokaliteiten of de inventaris daarvan te verhuren of aan derden tegen vergoeding ter beschikking te stellen. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen voorschriften aan een vergunning verbinden welke afwijken van het gestelde onder a.

Het gebruik van verenigingsgebouwen (waaronder niet moet worden begrepen sportkantines) waarbij niet tegen betaling alcohol wordt verstrekt, valt niet onder de reikwijdte van de Drank- en Horecawet noch onder deze verordening.

4.2.3 Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit)

Het nieuwe gebruiksbesluit heeft ertoe geleid dat het aanvragen van een gebruiksvergunning voor gebouwen waarin meer dan 50 personen aanwezig kunnen zijn is komen te vervallen. Er wordt volstaan met een melding bij de gemeente over het gebruik en de brandveiligheidsmaatregelen. Na een gebruiksmelding, die minstens vier weken voor ingebruikname van bijvoorbeeld een horecapand moet worden gedaan, kan de gemeente of brandweer ter plekke controleren of het bouwwerk en het gebruik daarvan inderdaad aan de gestelde brandveiligheidseisen voldoet.

Bijlage 1: Startnotitie

De raad van de gemeente Tholen

Sint-Maartensdijk, 13 november 2007

Onderwerp: Voorstel tot ontwikkeling Startnotitie Horecabeleid

Geachte raad,

Aanleiding en probleemstelling

Op grond van het collegeprogramma 2007 dient een horecanota uitgebracht te worden waarin het horeca(vestigings)beleid en het daarbij behorende instrumentarium uiteengezet en vastgelegd wordt.

In het recente verleden heeft de gemeente Tholen ten aanzien van de aankoop van leegstaande horecapanden op ad hoc basis beslissingen genomen en op het gebied van vestiging c.q. verandering van horecabedrijven beslissingen voor zich uit geschoven. Mede uit zorg voor het nemen van besluiten die op langere termijn ongewenste consequenties met zich mee blijken te dragen, is het besef gegroeid dat een integraal horeca(vestigings)beleid noodzakelijk is voor het maken van beleidskeuzes. Daarnaast vervult de horeca in de breedste zin van het woord ook een aantal belangrijke functies. Behalve dat horeca zorgt voor bestedingen en werkgelegenheid, heeft de horeca ook een bepaalde aantrekkingskracht op de lokale bevolking en toeristen. Ook voor het creëren van samenhang op gemeentelijke beleidsterreinen die raakvlakken hebben met horeca, het formuleren van doelstellingen en uitgangspunten die recht doen aan de verschillende functies van de horeca en het maken van keuzes hieromtrent is een horecabeleid onmisbaar.

Doelstellingen en gewenste resultaten

Op grond van dit voorstel stelt uw raad een startnotitie vast waarin op hoofdlijnen de kaders door u worden vastgesteld voor het gemeentelijke horeca(vestigings)beleid zoals dat in de horecanota zal worden verwoord en geeft u aan volgens welke procedure en tijdpad de horecanota tot stand zal komen. In het tijdpad is een voorstel voor inspraakprocedure opgenomen, waardoor burgerparticipatie gerealiseerd wordt.

Het uiteindelijke gewenste resultaat is de totstandkoming van een horecanota waarin kaders zijn vastgesteld waarbinnen horecaontwikkelingen mogelijk zijn in de gemeente Tholen.

Concrete uitgangspunten voor de nota zijn:

a.recht doen aan:

-de belangrijke economische en maatschappelijke functie van horeca en

-het woon- en leefklimaat in de omgeving van de horeca;

b.te voorkomen dat:

-verzoeken tot vestiging van nieuwe horecabedrijven, uitbreiding en/of verandering van de aard van horecabedrijven te lang onbeantwoord blijven liggen omdat er geen toetsingskader bestaat;

-ad hoc gereageerd wordt op probleemsituaties waarmee de te nemen maatregelen beperkt blijven tot de concrete problemen van dat moment en

-verschillende regelingen en beleidsinstrumenten onafhankelijk van elkaar worden toegepast.

Kaders

Om te komen tot een integraal horeca(vestigings)beleid, vastgelegd in een horecanota, dient

a.een inventarisatie gemaakt te worden van de huidige situatie;

b.de samenhang met andere relevante beleidsterreinen te worden aangegeven waarbij aandacht wordt besteed aan uitgangspunten welke zijn opgenomen in onder meer de nota Recreatie en Toerisme, de nota Economische Bedrijvigheid en Werkgelegenheid en Bestemming Tholen 2025;

c.een helder inzicht te worden verkregen van de (on)mogelijkheden tot vestiging van horecabedrijven op grond van de komplannen en de overige bestemmingsplannen;

d.aandacht te worden besteed aan trends en ontwikkelingen, waarvoor het horecabeleid ook een bepaalde mate van flexibiliteit behoeft;

e.een ambitie op het gebied van horeca te worden ontwikkeld die past bij de gemeente Tholen;

f.voldoende draagvlak bij de direct betrokken te bestaan

g.een prioritering te worden gemaakt ten aanzien van de uitbreiding van het horecavestigingsbeleid met andere aandachtsvelden. Dit vanuit de overweging dat een gemeentelijk horecabeleid vele aspecten kent en raakvlakken heeft met andere beleidsvelden. Onder meer zijn te noemen: volksgezondheidsbeleid (waarvan alcoholmatigingsbeleid onderdeel uitmaakt), jeugdbeleid, openbare orde etc. Het is de bedoeling hiervoor een totaal beleidskader te creëren. Primair zal de aandacht worden gericht op het horecavestigingsbeleid.

Verdere procedure/planning

Het is de bedoeling dat met de vaststelling van de startnotitie uw raad op een zeker abstractieniveau:

-vooraf een visie formuleert en de kaders aangeeft voor het horeca(vestigings)beleid;

-aangeeft welke rol/verantwoordelijkheid u ziet weggelegd voor de gemeente op het gebied van horeca;

-uitspreekt welke doelstellingen u daarbij voor ogen heeft;

-vastlegt wat de pijlers worden van het gemeentelijke beleid om deze doelstellingen te bereiken en

-welke gemeentelijke middelen hiervoor moeten worden ingezet.

Burgerparticipatie

Het ontwikkelen van horecabeleid is een onderwerp dat uitermate geschikt is voor burgerparticipatie. Derhalve wordt hieraan ook aandacht besteed in de procedure van de totstandkoming van de horecanota. De door uw raad geformuleerde doelstellingen dienen te worden vergeleken met de resultaten van de raadpleging van vertegenwoordigers van de recron en de horeca in de gemeente Tholen. Indien deze vergelijking daartoe aanleiding geeft zal de startnotitie in gewijzigde vorm opnieuw aan u worden voorgelegd. Mocht blijken dat de doelstelling niet aangepast hoeven te worden, kan de horecanota nader worden uitgewerkt. Alvorens de horecanota in uw vergadering wordt besproken, verdient het aanbeveling voor de concrete invulling voor te leggen aan direct belanghebbenden. Op deze wijze is het mogelijk het draagvlak voor de nota te vergroten en in te spelen op lokale situaties.

Plan van aanpak en tijdpad

Fase in het proces

realisatie

Verantwoordelijke

1

Opstellen startnotitie.

November 2007

beleidsmedewerker algemene zaken

2.

Vaststelling startnotitie inclusief kaderstellende/richtinggevende uitspraken voor horeca(vestigings)beleid

December 2007

gemeenteraad

3

Raadpleging vertegenwoordigers horeca en recron en toetsing van doelstellingen.

Verwerking van de uitkomsten en bespreking ervan.

Februari 2008

college van b&w

4

Terugkoppeling naar raad met resultaten burgerparticipatie

April 2008

college van b&w

5

ontwikkeling horecanota + raadpleging direct betrokkenen

Verwerking van de uitkomsten

April/augustus 2008

college van b&w

6

behandeling van horecanota in commissie Algemeen Bestuur en vaststelling door de gemeenteraad

oktober 2008

gemeenteraad

Voorstel

Wij stellen u voor in ieder geval een uitspraak te doen over onderstaande stellingen:

1De visie: De gemeente Tholen kent een integraal horecabeleid dat qua ambitie past bij de gemeente Tholen, wat recht doet aan de belangrijke economische en maatschappelijke functie van de horeca en aan het woon- en leefklimaat in de omgeving van de horeca, wat een bepaalde mate van flexibiliteit behelst om in te spelen op trends en ontwikkelingen en voldoende draagvlak heeft bij direct betrokkenen.

2De kaders voor het horecabeleid worden mede gevormd door de uitgangspunten zoals die reeds zijn geformuleerd in de diverse nota's waarin aan horeca aandacht is besteed.

3De gemeente heeft met name een faciliterende rol in het horecabeleid. Dit houdt in dat er actief wordt meegedacht over initiatieven. Aan de hand van het door u nader te bepalen toetsingskader wordt adequaat gereageerd op initiatieven, waarbij de gemeente de verantwoordelijkheid heeft om ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving van de horeca te voorkomen.

4Als doelstellingen worden aangenomen:

a.Verzoeken tot vestiging van nieuwe horecabedrijven, uitbreiding en/of verandering van de aard van horecabedrijven worden beantwoord aan de hand van het door u nader te bepalen toetsingskader;

b.Maatregelen om probleemsituaties te voorkomen dan wel op te lossen zijn het resultaat van een welovergewogen beleidskeuze waarvan de gevolgen vooraf in kaart zijn gebracht;

c.Er ontstaat een integraal horecabeleid waarin verschillende regelingen en beleidsinstrumenten een samenhangend en complementair geheel vormen.

5Vanwege de omvang van het onderwerp horeca en de beschikbare capaciteit binnen de gemeentelijke organisatie, wordt het horecabeleid ontwikkeld in fases. De basis wordt gevormd door het horecavestigingsbeleid, later wordt de nota uitgebreid met andere beleidsterreinen.

6Aan iedere kern wordt binnen het horecabeleid afzonderlijk aandacht besteed, kortweg specialiseren in plaats van generaliseren.

7Om in de kernen het voorzieningen niveau te handhaven, wordt het huidige aantal horecabedrijven in categorie II (voor specificatie zie bijlage) als minimum beschouwd. Dit impliceert dat wanneer de horecabestemming van een pand wordt gewijzigd, in de kern op een andere locatie de vestiging van een nieuw bedrijf kan worden gerealiseerd.

8De concentratiegedachte wordt als uitgangspunt genomen, mits het mogelijk blijft aan initiatieven buiten het concentratiegebied medewerking te verlenen. Het gemeentebestuur verleent medewerking aan de vestiging van één grotere uitgaansgelegenheid.

9Een aantal campingkantines wordt geëxploiteerd als regulier horecabedrijf. Dit is een voorkomend, maar ongewenst verschijnsel.

10Het ontwikkelen van een horecabeleid is een onderwerp dat uitermate geschikt is voor burgerparticipatie. Daar het horecabeleid een toetsingskader moet vormen voor initiatieven van horecaondernemers, is het belangrijk deze beroepsgroep zo vroeg mogelijk bij de ontwikkeling van het beleid te betrekken. Een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de horeca en de recron is hiervoor een geschikt middel.

Tevens stellen wij u voor om in te stemmen met het ontwikkelen van een gemeentelijk horecabeleid volgens de aangegeven procedure en tijdpad.

Bijlage 2: enquête

Enquête ten behoeve van de ontwikkeling van de horecanota 2008

-------------------------------------------------------------------------------------------------

Vraag 1:

Ik woon in:

○ Anna Jacobapolder

○ Scherpenisse

○ Sint Philipsland

○ Poortvliet

○ Sint-Annaland

○ Oud-Vossemeer

○ Stavenisse

○ Tholen

○ Sint-Maartensdijk

Vraag 2:

Mijn kern vervult vooral een functie op het gebied van (meerdere antwoorden mogelijk):

○ Wonen

○ Winkelen

○ Toerisme

○ Uitgaan

○ Werken

Vraag 3:

In mijn kern is de invloed van de horeca op (doorhalen wat niet van toepassing is):

•Wonen: positief /negatief/ neutraal

•Winkelen: positief /negatief/ neutraal

•Toerisme: positief /negatief/ neutraal

•Uitgaan: positief /negatief/ neutraal

•Werken: positief /negatief/ neutraal

Eventuele opmerkingen:

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Vraag 4:

Binnen de gemeente Tholen wordt de horeca onderverdeeld in drie categorieën: lichte horeca, middelzware en zware horeca. Voorbeelden van lichte horeca zijn lunchrooms, broodjeszaken, restaurants en snackbars. Middelzware horecabedrijven zijn cafés, biljartcentra en overige horeca gericht op de avond en nacht. Onder zware horeca wordt verstaan bedrijven die voor een goed functioneren tevens 's nachts geopend zijn, zoals disco's en partycentra. Deze categorie is tot op heden in de gemeente Tholen niet vertegenwoordigd.

De gemeente Tholen wil graag uw mening over het aanbod per categorie. Bij de beantwoording van deze vraag kunt u de economische haalbaarheid buiten beschouwing laten.

a)

○ In mijn kern is onvoldoende lichte horeca gevestigd.

○ In mijn kern is voldoende lichte horeca gevestigd.

○ In mijn kern is teveel lichte horeca gevestigd.

b)

○ In mijn kern is onvoldoende middelzware horeca gevestigd.

○ In mijn kern is voldoende middelzware horeca gevestigd.

○ In mijn kern is teveel middelzware horeca gevestigd.

Vraag 5:

De gemeenteraad heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan de vestiging van een grootschalige uitgaansgelegenheid uit de categorie zware horeca, waarbij de voorkeur uitgaat naar een multifunctioneel horecabedrijf. De gemeente Tholen wil graag weten hoe u hier tegen aan kijkt (meerdere antwoorden mogelijk):

○ Ik heb geen bezwaren tegen de vestiging van een grootschalig horecabedrijf in de kern waarin ik woon.

○ Ik heb geen bezwaren tegen de vestiging van een grootschalig horecabedrijf aan de rand van de kern waarin ik woon (bijvoorbeeld op het bedrijventerrein).

○ Een grootschalig horecabedrijf zou ergens in het buitengebied gevestigd kunnen worden.

○ Voor een grootschalige horecagelegenheid is geen geschikte locatie aan te wijzen binnen de gemeente Tholen.

Eventuele opmerkingen:

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Vraag 6:

De gemeente Tholen onderzoekt de mogelijkheid horecabedrijven bij elkaar te vestigen (de zgn. concentratiegedachte).

a)

○ Ik vind in mijn kern de horecabedrijven te dicht bij elkaar gevestigd.

○ Ik vind in mijn kern de horecabedrijven te ver uit elkaar liggen.

○ Ik vind in mijn kern de huidige locaties goed.

b)

○ Ik verwacht vooral positieve effecten van het vestigen van horecabedrijven volgens de concentratiegedachte.

○ Ik verwacht vooral negatieve effecten van het vestigen van horecabedrijven volgens de concentratiegedachte.

○ Ik voorzie geen effecten van de concentratiegedachte.

Eventuele opmerkingen:

________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

Vraag 7:

Horecabedrijven gaan vaak samen met terrassen.

○ Ik ben van mening dat er voldoende terrassen in mijn kern aanwezig zijn.

○ Ik ben van mening dat er ruimte is voor uitbreiding van terrassen in mijn kern.

○ Ik ben van mening dat er minder terrassen in mijn kern zouden moeten zijn.

○ Ik zie liever geen terrassen in mijn kern.

Vraag 8:

Ik ben een:

○ Man

○ Vrouw

Vraag 9:

Mijn leeftijd ligt in de categorie:

○ 16 t/m 25 jaar

○ 26 t/m 35 jaar

○ 36 t/m 45 jaar

○ 46 t/m 55 jaar

○ 56 t/m 65 jaar

○ 65 jaar en ouder

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.