Aanhef
Gemeente Tholen
Vastgesteld per 1 mei 2024
Bijlage 1. Format budgetplan Budgetplan
U wilt in aanmerking komen voor een persoonsgebonden budget (pgb) via de Wmo 2015. Met een ingevuld budgetplan laat u de gemeente zien dat u heeft nagedacht over de ondersteuning die u
nodig heeft. Aan de hand van het ingevulde budgetplan en een gesprek met u, toetst de gemeente of u in aanmerking komt voor een pgb.
Persoonsgegevens
Naam:
Adres:
Geboortedatum:
Reden keuze pgb
Waarom kiest u voor een pgb en niet voor zorg in natura?
Beheer pgb
Kunt u het pgb zelf beheren of heeft u hierbij hulp nodig van iemand uit uw sociale netwerk of een vertegenwoordiger?
○ Ik kan het pgb zelf beheren
○ Ik krijg bij het beheren van het pgb hulp van:
○ Iemand uit mijn sociale netwerk
○ Mijn vertegenwoordiger (curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde)
Gegevens pgb-beheerder:
Naam:
Adres:
Beschikt u zelf of samen met uw vertegenwoordiger over alle 10 de vaardigheden die hieronder staan?
○ Ja
○ Nee
1Een goed overzicht van je eigen situatie houden.
2Weten welke regels er horen bij een pgb.
3Een overzichtelijke pgb-administratie bijhouden.
4Communiceren met de gemeente, de SVB en zorgverleners.
5Zelfstandig handelen en zelf voor zorgverleners kiezen.
6Zelf afspraken maken en deze afspraken bijhouden. En je hieraan houden.
7Beoordelen of de zorg uit het pgb bij je past.
8Zelf de zorg regelen met 1 of meer zorgverleners.
9Zorgen dat de zorgverleners die voor je werken weten wat ze moeten doen.
10Weten wat je moet doen als werkgever of opdrachtgever van een zorgverlener.
De ondersteuning die u wilt gaan inkopen
Beschrijf hieronder kort welke ondersteuning u wilt inkopen. Maak daarbij gebruik van voorbeelden om de ondersteuning te beschrijven.
Bij wie/welke organisatie wilt u de ondersteuning inkopen?:
Naam organisatie/hulpverlener:
Adres:
Kruis alles aan wat van toepassing is:
○ De hulpverlener staat voor de werkzaamheden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel
○ De hulpverlener heeft van het aanbieden van de geleverde zorg zijn/haar beroep gemaakt;
○ De hulpverlener wordt door de fiscus als zelfstandig ondernemer gezien;
○ De hulpverlener voldoet aan kwaliteitseisen die voor de zorgtaak vereist zijn;
○ De hulpverlener komt uit mijn sociale netwerk (familie, vrienden, kennissen, buren etc.)
Kwaliteit ondersteuning
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de kwaliteit van de ondersteuning goed is?
Tarief
Welk tarief zou u willen afspreken met uw zorgverlener (bijv. per uur)?
Ondertekening
Door ondertekening geeft u aan het budgetplan naar waarheid te hebben ingevuld. Stuur het budgetplan op naar de gemeente, afdeling Wmo.
Datum:
Handtekening budgethouder / wettelijk vertegenwoordiger:
Bijlage 2. Richtlijn gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is de hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Wat onder gebruikelijke hulp valt, wordt dus bepaald door wat op dat moment normaal is en kan in de loop van de tijd veranderen. Volgens de regering is het op dit moment in onze samenleving normaal dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten waar nodig en mogelijk hun rol nemen in het huishouden, zeker wanneer er sprake is van een huisgenoot met een beperkte zelfredzaamheid.
Van wie wordt gebruikelijke hulp verwacht?
De leefeenheid van de cliënt die een beroep doet op ondersteuning is primair verantwoordelijk voor het functioneren van de leefeenheid. Dat betekent bijvoorbeeld dat van een leefeenheid wordt verwacht dat, bij uitval van één van de leden van die leefeenheid, gestreefd wordt naar een herverdeling van de huishoudelijke taken binnen die leefeenheid. De huisgenoten moeten meewerken aan het onderzoek dat noodzakelijk is om te bepalen of er sprake is van gebruikelijke hulp. Daarbij moeten de huisgenoten alles aangeven wat van belang kan zijn voor het onderzoek. Doen zij dit niet, dan kan dat inhouden dat de gemeente de noodzaak tot of de omvang van de maatwerkvoorziening niet kan vaststellen.
Leefeenheid
De leefeenheid waartoe cliënt behoort, bestaat, gelet op artikel 1.1.1 Wmo 2015, uit de:
•echtgenoot
•ouders
•inwonende kinderen, of
•andere huisgenoten waarmee cliënt een gezamenlijke huishouding voert.
Gelet op de definitie van gebruikelijke hulp in de Wmo 2015, en Memorie van Toelichting, kunnen meer dan twee volwassen personen tot de leefeenheid behoren. Het begrip gezamenlijke huishouding heeft betekenis in relatie tot ‘andere huisgenoten’. Hiermee is bedoeld om bijvoorbeeld kamerhuurders uit te sluiten of personen die omwille van hun zorgbehoefte op één adres ieder zelfstandig wonen.
Als de cliënt deel uitmaakt van een leefeenheid bestaande uit meerdere personen (meerpersoonshuishouden) moet het college vaststellen wat, gezien de samenstelling van die leefeenheid, in dat geval verstaan wordt onder gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar.
Hoofdverblijf in dezelfde woning
Het gaat erom dat men feitelijk zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning. De enkele inschrijving in de BRP is onvoldoende om de vraag te beantwoorden waar iemand zijn woonadres heeft. Die vraag moet beantwoord worden aan de hand van concrete feiten en omstandigheden. Het enkele feit dat een persoon in het BRP is ingeschreven op het adres van de cliënt is onvoldoende om te spreken van hoofdverblijf in dezelfde woning.
Soms kan er twijfel bestaan of het gaat om huisgenoten of dat men feitelijk in twee verschillende woningen verblijft. Denk hierbij aan de situatie waarbij iemand woont in een apart bijgebouw. In die situatie kunnen de volgende factoren onderzocht worden om te bepalen of het gaat om één leefeenheid:
•zijn de woningen kadastraal gesplitst?
•hebben ze een eigen huisnummer?
•is er sprake van een huurovereenkomst?
•is het mogelijk om huurtoeslag aan te vragen voor de woning?
•beschikt de woning over algemeen gebruikelijke voorzieningen?
•heeft de woning een eigen toegangsdeur?
Echtgenoot
Met een echtgenoot wordt gelijkgesteld (artikel 1.1.2 Wmo 2015):
•de geregistreerde partner
•de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad.
Gezamenlijke huishouding
Van een gezamenlijke huishouding is sprake wanneer twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
De algemene wettelijke definitie bevat drie eisen waaraan moet zijn voldaan (artikel 1.1.2 lid 3 Wmo):
1het moet gaan om twee personen;
2men moet het hoofdverblijf hebben in dezelfde woning;
3men moet blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.
Twee personen
Het is uitdrukkelijk niet mogelijk dat meer dan twee personen met elkaar een gezamenlijke huishouding voeren. Het is wel mogelijk dat als meer dan twee personen in een woning wonen, twee daarvan een gezamenlijke huishouding voeren. Voorwaarde is dan wel dat die twee personen ten opzichte van elkaar blijk geven van een mate van zorg, die niet aanwezig is ten opzichte van de andere persoon of personen die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben.
Behoren er meer dan twee personen tot de leefeenheid, en voeren twee daarvan een gezamenlijke huishouding, dan kan niettemin ten aanzien van de andere huisgenoten ook sprake zijn van gebruikelijke hulp. Echter, zal dan vastgesteld moeten worden wat gebruikelijke hulp is voor deze huisgenoten t.o.v. de cliënt.
Zorg dragen voor elkaar
Een ander belangrijk criterium voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding wordt ook wel het verzorgingscriterium genoemd en is in de praktijk het lastigste om aan te tonen. De betrokkenen moeten voor elkaar zorgdragen door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins. De aanwezigheid van een contract of van bewijsstukken dat huur of kostgeld wordt betaald, betekent niet dat de betrokkenen geen gezamenlijke huishouding kunnen voeren.
Het is niet vereist dat de geboden verzorging van weerszijden dezelfde omvang en intensiteit heeft. Wanneer er echter enkel door één van beide personen zorg wordt geboden, is aan het verzorgingscriterium niet voldaan.
Bij (onder)huurders en kostgangers is sprake van een zuiver zakelijke relatie. Daarvan is geen sprake als er een mate van financiële verstrengeling aanwezig is, die verder reikt dan de betaling van de huur of het kostgeld en een wederzijdse verzorging die niet beperkt blijft tot het onderhoud van de gehuurde kamer of de levering van de overeengekomen diensten, zoals de maaltijden of de bewassing. Zoals dat ook het geval is in andere situaties waarin de betrokkenen beweren niet elkaars partners te zijn, kan het college een onderzoek instellen naar de feitelijke omstandigheden van de betrokkenen.
Gebruikelijke hulp door kinderen
Wanneer er gebruikelijke hulp van een kind wordt verwacht, dan moet er onderzoek gedaan worden naar het vermogen van dit kind (voor wat betreft het verrichten van huishoudelijk werk). Er moet rekening gehouden worden met wat op een bepaalde leeftijd als bijdrage van een kind mag worden verwacht, de ontwikkelingsfase van het specifieke kind en het feitelijke vermogen van dit kind om een bijdrage te leveren. De inzet van kinderen mag niet ten koste gaan van hun welbevinden en ontwikkeling, waaronder schoolprestaties.
Verschil met mantelzorg
Gebruikelijke hulp en mantelzorg zijn elkaar uitsluitende begrippen. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Bovendien hoeven mantelzorgers niet per se een gezamenlijke huishouding te voeren met de zorgvrager. Een huisgenoot kan wel naast gebruikelijke hulp ook mantelzorg verlenen, omdat de zorg die hij verleent boven de gebruikelijke hulp uitstijgt. Deze bovengebruikelijke hulp (mantelzorg) kan, in tegenstelling tot gebruikelijke hulp, echter niet verplicht worden.
Wanneer kan geen gebruikelijke hulp worden verwacht?
Geobjectiveerde beperkingen / ontbreken kennis & vaardigheden
Wanneer partner, ouders, kind en/of elke andere huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en of kennis/vaardigheden mist, hoeven zij geen gebruikelijke hulp te bieden. Tenzij de betreffende huisgenoot nog leerbaar is. In dat geval kan er alleen kortdurend ondersteuning toegekend worden, zodat de huisgenoot zich de vaardigheden eigen kan maken.
Niet-inwonende kinderen
Niet-inwonende kinderen hoeven geen gebruikelijke hulp te bieden, want zij behoren niet tot de leefeenheid. De gemeente kan wel met de cliënt bespreken of niet-inwonende kinderen (op vrijwillige basis) een helpende hand kunnen bieden.
Dreigende overbelasting
Bij gebruikelijke hulp moet onderzocht worden of diegene waarvan gebruikelijke hulp wordt verwacht, ook in staat is om deze gebruikelijke hulp te bieden of dat er sprake is van (dreigende) overbelasting.
Bij dat onderzoek moet het college aandacht besteden aan draaglast en draagkracht. Bekeken moet worden of de echtgenoot of huisgenoot, naast zijn/haar werk en de door hem te verlenen zorg aan zijn echtgenoot of huisgenoot, fysiek en psychisch nog in staat is gebruikelijke hulp aan cliënt te verlenen. Als dat niet het geval is en er is dus sprake van (dreigende) overbelasting, zal het college (tijdelijk) een indicatie moeten verstrekken.
In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de gelegenheid te bieden de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen.
Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp met andere activiteiten, gaan werk en gebruikelijke hulp voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om geen toepassing te geven aan het uitgangspunt van de gebruikelijke hulp. Dit kan alleen anders zijn als de vrijetijdsbesteding noodzakelijk is om niet overbelast te raken. Dit moet altijd in het individuele geval onderzocht worden.
Korte levensverwachting
In geval de zorgvrager een korte levensverwachting heeft, kan ter fysieke en psychische ontlasting van de leefeenheid van de zorgvrager besloten worden om geen toepassing te geven aan het uitgangspunt van de gebruikelijke hulp.
Respijtzorg
Respijtzorg doet zich voor in situaties waarin de huisgenoot, partner of ouder die feitelijk gebruikelijke hulp op zich moet nemen daartoe niet in staat is wegens (dreigende) overbelasting, die niet op een andere manier door hem is op te lossen. Het college moet de cliënt met beperkingen dan ondersteunen. Het college beoordeelt de situatie dan alsof de cliënt zonder gebruikelijke hulpverlener woont.
Er is een variëteit aan respijtvoorzieningen waarmee vervangende zorg vorm zou kunnen krijgen. Hierbij kan gedacht worden aan begeleiding thuis, informele zorg, dagopvang, een logeerhuis en kortdurend verblijf. Ook kan het maatwerk bestaan uit het bieden van diensten, hulpmiddelen of andere maatregelen die van belang zijn bij het ondersteunen van een cliënt door een mantelzorger.
Afweging gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp
Bij gebruikelijke hulp wordt gekeken naar wat aan tijdsbesteding bij die activiteit bij een gezond persoon gebruikelijk is. Daarbij omvat gebruikelijke hulp de zorg die iedereen nodig heeft (wassen, eten en dergelijke) maar ook de zorg die deze activiteiten in verband met gezondheidsproblemen vervangt. Denk hierbij aan stomaverzorging in plaats van toiletgang en sondevoeding in plaats van eten.
Van bovengebruikelijke hulp is sprake wanneer mensen elkaar bij ziekte of handicap langdurig meer zorg bieden dan wat binnen de sociale relatie gewoon is.
Voorbeeld: het is niet gebruikelijk dat een volwassene langdurig hulp nodig heeft bij de toiletgang. Hier is dus sprake van bovengebruikelijke hulp.
Culturele diversiteit
Bij het inventariseren van de eigen mogelijkheden van het huishouden wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, de wijze van inkomensverwerving of persoonlijke opvattingen over het verrichten van huishoudelijke taken. Er is sprake van een pluriforme samenleving waarin iedereen gelijke aanspraken op zorg kan maken.
Opvang en verzorging van kinderen
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen, in het kader van de opvoeding. Dit houdt in het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid, en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles. Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van een kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte.
Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon, zoals de leeftijd en ontwikkeling van het kind vereisen. Als nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem/haar geldende mogelijkheden van zorgverlof. Als dit niet mogelijk is dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie van) algemeen gebruikelijke voorliggende voorziening zoals crèche, buitenschoolse opvang, gastouderbureau e.d. Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden wordt redelijk geacht, onafhankelijk van de financiële omstandigheden. Zijn deze mogelijkheden reeds maximaal gebruikt of afwezig, of is er slechts kortdurende overbrugging nodig, dan kan hulp worden ingezet.
Als er sprake is van uitval van de ouder in een eenoudergezin, en de voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn niet aanwezig, niet toepasbaar of uitgeput, dan is afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind hulp mogelijk tot 40 uur per week voor oppas, opvang, begeleiding en verzorging van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 3 maanden), met de bedoeling binnen deze termijn een eigen oplossing te realiseren.
De verzorging en opvoeding van kinderen ter ondervanging van een beperking van één of beide ouders op het gebied van zelfredzaamheid moet niet worden verward met het verlenen van jeugdhulp. Jeugdhulp wordt ingezet als er sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen (artikel 2.3. Jeugdwet). De in te zetten hulp is dan noodzakelijk om de jeugdige:
○ gezond en veilig te laten opgroeien;
○ te laten groeien naar zelfstandigheid, en;
○ voldoende zelfredzaam te laten zijn en maatschappelijk te laten participeren.
Huishoudelijke verzorging
Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij huishoudelijke verzorging?
Volwassene
Van een volwassen gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze alle huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt.
Uit een uitspraak van de CRvB volgt dat wanneer de echtgenoot, huisgenoot of inwonende zoon of dochter wel in staat is om gebruikelijke hulp te verlenen maar weigert om huishoudelijke taken te verrichten, de gemeente geen hulp bij het huishouden hoeft te verstrekken met toepassing van de hardheidsclausule (ECLI:NL:CRVB:2016:3665).
Taken van een 18-23 jarige
Een 18-23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken voor een éénpersoonshuishouden zijn:
•schoonhouden van wc en badkamer,
•schoonhouden van keuken, leefruimte en één slaapkamer,
•wasverzorging,
•boodschappen doen,
•maaltijd verzorgen,
•afwassen en opruimen.
Dit betekent dat er wel huishoudelijke verzorging kan worden toegekend voor het schoonhouden van overige slaapkamer(s) inclusief het verschonen van bedden, het schoonmaken van de hal/bijkeuken en het zemen van ramen aan de binnenzijde. Daarnaast kunnen 18-23 jarigen eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
Bijdrage van kinderen aan het huishouden
In geval de leefeenheid van cliënt mede bestaat uit kinderen, dan gaat de gemeente ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken.
•Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding.
•Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien.
•Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen.
Het aanleren van huishoudelijke activiteiten
Redenen als 'niet gewend zijn om’ of ‘geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot een indicatie voor het overnemen van huishoudelijke taken. Als hiervoor motivatie aanwezig is, kan er een indicatie worden gesteld voor 6 weken zorg voor het aanleren van huishoudelijke taken en/of het leren (efficiënter) organiseren van het huishouden.
Wanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, zoals bij ouderen op hoge leeftijd (> 75 jaar) kan, Als nodig, huishoudelijke verzorging voor die zwaar huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke hulp zouden worden gerekend.
Belasting door werk, studie, maatschappelijke participatie of zorgtaken
Bij gebruikelijke hulp wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan ondersteuning te bieden. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Bij huishoudelijk werk gaat het veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen (regelmatig geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren.
Ook studie of werkzaamheden vormen in principe geen reden om van de gebruikelijke hulp af te zien. Immers, iedereen die werkt zal naast zijn werk het huishouden moeten doen of hier eigen oplossingen voor zoeken (zoals het inhuren van particuliere hulp). Dat geldt ook voor tweeverdieners. Iedere volwassen burger wordt verondersteld naast een volledige baan of opleiding een huishouden te kunnen voeren.
Gebruikelijke hulp gaat voor op andere activiteiten van leden van de leefeenheid in het kader van hun maatschappelijke participatie.
Ook ouderen die in staat zijn tot het verrichten van huishoudelijk werk vallen onder de gebruikelijke hulp. Een (zeer) hoge leeftijd kan in omstandigheden aanleiding zijn niet te vragen het huishoudelijke werk aan te leren.
Bij werkenden wordt geen rekening gehouden met zeer drukke werkzaamheden en (zeer) lange werkweken. Gebruikelijk in Nederland is een werkweek van maximaal 40 uur per week. Het kan voorkomen dat iemand meer dan 40 uur per week werkt. Als de gebruikelijke hulp bij de huishoudelijke taken hierdoor in de knel komen, is het echter aan de leefeenheid zelf om hier een oplossing voor te vinden. Bijvoorbeeld door het inschakelen van particuliere hulp. Alleen in uitzonderlijke gevallen wordt er dan hulp bij het huishouden vanuit de Wmo geboden. Bijvoorbeeld als diegene de gebruikelijke hulp ook bij een normale werkweek niet zou kunnen leveren door beperkingen. Maar over het algemeen kan alleen rekening worden gehouden met personen die vanwege hun werkzaamheden langdurig van huis zijn. Daardoor zijn zij immers de facto niet in staat het huishoudelijk werk over te nemen. Maar in alle situaties dat daarbij sprake is van een eigen keuze, zal daar geen rekening mee worden gehouden. De afwezigheid moet een verplichtend karakter hebben. Het gaat te ver, om chauffeurs die op het buitenland reizen, medewerkers in de offshore of marinemensen die maanden achtereen van huis zijn, te dwingen een andere functie te zoeken.
In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie voor hulp bij het huishouden worden gesteld op onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. In eerste instantie zal getracht worden die indicatie van korte duur te laten zijn, om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het (plotseling) overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen.
Persoonlijke Verzorging
Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij persoonlijke verzorging?
Persoonlijke verzorging valt in veel gevallen onder de Zorgverzekeringswet. Gaat het om persoonlijke verzorging die onder de Wmo 2015 valt (geen behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop), dan moet beoordeeld worden of er sprake is van gebruikelijke hulp.
Van belang is onderscheid te maken tussen:
•gebruikelijke persoonlijke verzorging van partners voor elkaar,
•gebruikelijke persoonlijke verzorging van volwassen huisgenoten voor elkaar, w.o. inwonende volwassen kinderen (> 18 jaar) voor hun ouders.
Onder partner wordt verstaan: de volwassene met wie de zorgvrager een intieme, emotionele relatie heeft èn een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert.
Partners onderling
Kortdurende situaties
Van partners wordt verwacht dat zij elkaar persoonlijke verzorging bieden als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie (hierbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden) met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt dat persoonlijke verzorging daarna niet langer is aangewezen.
De zorgplicht van partners onderling betreft persoonlijke, lichamelijke zorg inclusief assistentie bij de algemeen dagelijkse levensverrichtingen, aandacht en begeleiding bij ziekte en psychosociale problemen. Een voorbeeld hiervan is de zorg voor een huisgenoot of partner tijdens een kortdurend gezondheidsprobleem als herstel na een operatie, griep, gekneusde ledematen e.d. Deze vorm van zorg is in principe (afhankelijk van de aard, omvang en duur) gebruikelijk.
Alleen als er gemotiveerd kan worden, in geval van een kortdurende zorgsituatie, dat een partner niet de persoonlijke verzorging kan bieden aan diens zorgbehoevende partner kan er alsnog een indicatie voor persoonlijke verzorging worden gegeven.
Een voorbeeld van deze situatie is dat de partner bijvoorbeeld naar aanleiding van een operatie regelmatig moet helpen bij de toiletgang. Partner is hier echter niet (altijd) toe in staat omdat hij vanwege werkzaamheden niet altijd op de juiste momenten aanwezig is.
Langdurige situaties
Bij een zorgvraag die naar verwachting langer dan 3 maanden zal gaan duren, is persoonlijke verzorging ook tussen partners geen gebruikelijke hulp. Als vanaf de start van de zorgsituatie duidelijk is dat de zorgsituatie een langdurig karakter heeft, is er geen sprake van gebruikelijke hulp. Er hoeft dan dus niet eerst drie maanden ‘gebruikelijke hulp’ door partners geleverd te worden, alvorens zorg kan worden ingezet.
Wanneer de partner voor het deel dat de gebruikelijke hulp overstijgt, een aanvraag voor ondersteuning, dient dat te worden opgevat als een signaal dat geen mantelzorg wordt verleend.
Volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling
Persoonlijke verzorging van volwassen inwonende kinderen en andere volwassen huisgenoten, anders dan partners onderling, is geen gebruikelijke hulp.
Begeleiding
Van wie kan gebruikelijke hulp worden verwacht bij begeleiding?
Partners onderling, ouders en volwassen inwonende kinderen en/of andere volwassen huisgenoten onderling
Kortdurende situaties
Alle begeleiding van de cliënt door de partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere volwassen huisgenoot is gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende zorgsituatie met uitzicht op een dusdanig herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat begeleiding daarna niet langer is aangewezen. Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal drie maanden.
Langdurige situaties
Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding normaal gesproken door partner, ouder, inwonend kind en/of andere huisgenoot in de persoonlijke levenssfeer onderling aan elkaar moet worden geboden. Het gaat hierbij in ieder geval om de volgende vormen van begeleiding aan een cliënt:
•Het begeleiden van cliënt bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, brengen en halen van kinderen naar school, sport of clubjes, etc.,
•Het bieden van hulp bij of het overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, zoals het doen van de administratie. Dit kan worden overgenomen door een niet-beperkte huisgenoot wanneer die taak altijd door de nu beperkte cliënt werd uitgevoerd.
•Aansturing van relatief beperkte aard, zoals het ophangen van briefjes en regelmatig bellen om cliënt ergens aan te herinneren is gebruikelijke hulp als het gaat om partners of inwonende kinderen.
Aanleren aan derden
Het leren omgaan van derden (familie/vrienden) met de cliënt is gebruikelijke hulp.
Bijlage 3. Algemeen gebruikelijk voorzieningen
In deze bijlage staan voorzieningen die de gemeente in elk geval algemeen gebruikelijk acht (niet limitatief). Inwoners zijn dus zelf verantwoordelijk om deze aan te schaffen. In uitzonderlijke gevallen kan er een uitzondering worden gemaakt als de omstandigheden daar aanleiding toe geven.
Loophulpmiddelen
•Wandelstok
•Rollator
•Boodschappentrolley
•(Elektrische) loopfiets
•Step
•Elektrische step
•Bagagetas/boodschappennet rolstoel of scootmobiel
•Asbak op de rolstoel
•Bandenpomp voor rolstoel of scootmobiel
•Rolstoelhandschoenen
•Windscherm scootmobiel
Woonvoorzieningen
•Verhoogd toilet
•Losse toiletverhoger
•Dikke wc-brillen
•Tweede toilet /sanibroyeur op 1e etage
•Toiletstoel
•Douchekruk/-stoel
•eenvoudige (niet verrijdbare, zonder extra opties) douchekruk en -stoel
•wandbeugels
•buitenverlichting
•(tweede) trapleuning
•Beugels, niet inklapbaar of opklapbaar
•Wandgrepen
•(aanbrengen van) Douchecabine
•(aanbrengen van) Douchegordijn
•Standaard badzitje;
•Douchekop en glijstang
•Douchezitje (in elke uitvoering)
•Antisliptegels/coating bij nieuwbouw of renovatie
•Hendel mengkranen
•Thermostatische mengkranen
•Spiegel in de natte cel, inclusief kantelgarnituur;
•Centrale verwarming en thermostatische radiatorkranen;
•Meterkast met meerdere groepen;
•Ventilatiesysteem
•Vervanging keukenapparatuur
•(aansluiting van) Keramische- elektrische of Inductiekookplaten
•Dakkapellen
•Airconditioning/filtersysteem
•Screens
•aanbrengen van dubbel glas
•Zonneschermen en overige zonwering (inclusief elektrische bediening)
•Vaatwasser;
•Normale babyfoon/intercom
•Luchtbevochtigers en –ontvochtigers
•Wasdroger
•Robotstofzuiger
•Mobiele (huis) telefoon
•Automatische deuropeners voor garage
•Automatische deuropeners bij serviceflats voor senioren van 55 jaar en ouder/mensen met beperking
•Intercom
•Antislipvloer
•Stalling ten behoeve van (driewiel)fiets
•Stangen voor raambediening van hoge ramen;
•Sokkel om wasmachine of koelkast op te plaatsen;
•Kosten voor demonteren fonteintje of verleggen verwarming i.v.m. plaatsen steunpunten;
•Ophogen tuin/bestrating bij verzakking.
Vervoersvoorzieningen
•Standaard tandem (met of zonder hulpmotor)
•(Driewiel)fiets met hulpmotor/trapondersteuning
•Spartamet
•Bromfiets
•Scooter
•Lage instapfiets
•Ligfiets
•Bakfiets, fietskar, aanhangfiets;
•Reguliere driewieler
•Reparatie verlichting, vervangen banden of fietszadel
•Segway
•Tété Trike
•Airconditioning in de auto
•Automatische transmissie in de auto
•Stuurbekrachtiging
•Click- and -go- systeem
•Blindering auto (folie)
•Elektrische raambediening
•Rechter buitenspiegel
•Trekhaken
•Aanhanger
•Kosten rijbewijs, APK en verzekeringen
•Spaakbeschermers
•Kinderfietszitjes
•Buggies
•Personenauto en de gebruikskosten die daaraan verbonden zijn (inclusief onderhoud)
•Kinderautozitjes
•Zonnescherm bij kinder- of wandelwagen en buggy
•roadmaster (speelmobiel)
•speelvoertuigen voor kinderen
ADL hulpmiddelen zelfzorg
•Bewegingstrainer (compact)
•Hometrainer
•Bedbeugel
Voeren georganiseerd huishouden
•Bezorgservice supermarkt
Bijlage 4. Normenkader Huishoudelijke Hulp
Bron: HHM 2021
Normenkader Huishoudelijke hulp
1Resultaat ‘Schoon en leefbaar huis’
Basissituatie. Volledige overname: 108 uur per jaar.
Minder inzet. Bij eigen mogelijkheden client en/of netwerk: -/- 23 uur.
Meer inzet. Beperkingen en belemmeringen patiënt
Enig extra inzet +26 uur
Veel extra inzet +52 uur
Samenstelling huishouden +26 uur
Extra kamer ‘in gebruik’ +16 uur
Extra kamer ‘niet in gebruik’ +4 uur
Extra vervuiling huisdier +13 uur
Overige kenmerken +13 uur
2Resultaat ‘wasverzorging’ Overname was eenpersoons huishouden: 30 uur per jaar.
Overname was tweepersoons huishouden: 37 uur per jaar.
Overname strijken (een- of tweepersoons): 17 uur per jaar.
Minder inzet. Eigen mogelijkheden cliënt of netwerk: -/- 15 uur.
Meer inzet. Extra wasmachine per week (t.g.v. beperkingen en belemmeringen cliënt): +14 uur.
3Resultaat ‘Boodschappen’
Overname boodschappen: 44 uur per jaar
Minder inzet. Eigen mogelijkheden cliënt: -/- 9 uur
3aResultaat ‘maaltijden’
Twee broodmaaltijden: +20 minuten per dag
Warme maaltijd: +20 minuten per dag (Berekenen uur per jaar)
4Resultaat ‘regie/organisatie, advies, instructie en voorlichting (AIV)'
Regie/organisatie, AIV': 26 uur per jaar
AIV (6 weken): 9 uur max
4aResultaat ‘kind zorg’
Maatwerk (tijdelijk)
Bijlage 1. Aanvullende instructie toepassing Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019
In deze bijlage hebben we nadere instructies uitgewerkt voor het toepassen van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019.
Deze instructies zijn uitgewerkt op basis van:
•de bedoeling van de onderliggende onderzoeken waar het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 op is gebaseerd;
•de vele gesprekken met en praktijkvoorbeelden van Wmoconsulenten van gemeenten en van deskundigen van aanbieders HO tijdens de tientallen trainingen die door bureau HHM zijn verzorgd over het Normenkader HO 2019 sinds 2019.
Tijdens de trainingen over het normenkader voor gemeenten/de Wmoconsulenten geven we de instructies uit deze bijlage mondeling al mee.
Deze instructies zijn te zien als een inhoudelijke verrijking of inkleuring van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019.
Deze instructies hebben geen invloed op de tijdnormen uit het normenkader, de eerder uitgevoerde onderliggende onderzoeken vormen hiervoor de basis.
Onderwerpen in deze bijlage:
1Minder inzet dan volledige overname/afschalen
2Enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten)
3Kamer wel/niet in gebruik (als slaapkamer!)
4Wanneer ruimtes wel of niet als ‘extra kamer’ aanmerken
5Samenstelling huishouden (= eigen kracht + gebruikelijke hulp)
6Huisdieren (die extra inzet van ondersteuning noodzakelijk maken)
7Overige kenmerken woning: omvang, bewerkelijkheid, inrichting
8Strijken en boodschappen (beide meestal voorliggend op te lossen)
9Regie en organisatie; Advies-instructie-voorlichting
10Algemeen (activiteiten en -onderzoektijden)
11Afronding van de indicatie (op 5 minuten of per kwartier)
12Herindicaties
1Minder inzet dan volledige overname/afschalen
We krijgen regelmatig vragen over het ‘afschalen’ of ‘minderen’ ten opzichte van de in de norm aangegeven minuten per week in geval van volledige overname. De vragen die worden gesteld, gaan over waarop dit ‘afschalen’ is gebaseerd en of het mogelijk is om verder af te schalen dan de 10, 15 of 17 minuten die in het normenkader staan benoemd.
Hierbij geldt:
1We hebben in 2016 de uitvoerders HO gevraagd hoeveel cliënten, die géén volledige overname nodig hebben zoals beschreven in de ‘gemiddelde cliëntsituatie’, zelf gemiddeld doen onder het resultaat Schoon en Leefbaar huis. Dat bleek gemiddeld zo’n 15 minuten te zijn.
2Dat betreft meestal schoonmaken op middenniveau (afstoffen en nat afnemen) en algemeen opruimen. Het afstoffen op middenniveau is dus zonder bukken of klimmen/reiken. Dit hebben we in het normenkader ‘licht HbH’ genoemd. Zonder ons toen te realiseren dat dit een andere invulling kent dat het ‘licht HbH’ in de CIZ-richtlijn 2006. Daarin omvat ‘licht HbH’ meer activiteiten en staat dan ook voor 30 minuten.
3Als de cliënt nog duidelijk meer kan doen en ook werkelijk duurzaam doet dan afstoffen op middenniveau, bijvoorbeeld t.a.v. het sanitair schoonmaken of de keuken of stofzuigen, dan kan zeker nog één of zelfs twee maal extra mindering met 15 minuten plaatsvinden. Mits dit duidelijk wordt toegelicht/gemotiveerd.
4Bovenop of in plaats van de mindering vanwege de mogelijkheden van de cliënt zelf, kan ook nog aftrek plaatsvinden vanwege ondersteuning vanuit het netwerk of door inwonende personen op
basis van het beleid gebruikelijke hulp. Dit kan 15 minuten zijn, maar dit kan ook meer dan 15 minuten zijn. Vaak is dat dan vanwege gebruikelijke hulp.
5De taak van de gemeente op grond van de Wmo 2015 is ondersteuning op maat te bieden. Als dat bij een cliënt 2 uur of bijvoorbeeld 3 uur per 2 weken is, dan kan dit zeker worden geïndiceerd.
6Het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 is gebaseerd op volledige professionele overname op wekelijkse basis. Maar het normenkader staat niet in de weg dat een andere oplossing (minder uren per week) de best passende ondersteuning is voor de cliënt. Dit kan dan ook worden geïndiceerd.
7Zeker bij de was is vaak ruimte voor eigen inzet door de cliënt. Daarom staat hierbij ook een aftrekoptie voor de helft van de omvang (-/- 17 minuten). Je ziet vaak dat de zware/grote stukken was niet meer kan hanteren, maar de kleine stukken nog wel, zoals kleding, ondergoed e.d.
8Bij alle punten hierboven bedoelen we specifiek: het betreft inzet van de cliënt zelf of het netwerk, de eigen kracht, waardoor dit werk niet door de huishoudelijke hulp hoeft te worden gedaan.
2Enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten)
Wanneer moet ik enige extra inzet of juist veel extra inzet indiceren?
Dit gaat over situaties waarin door beperkingen of belemmeringen van de cliënt extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt.
We zien dit in de volgende situaties:
1Oorzaak 1: allergieën/COPD en dergelijke waardoor het huis beter stofvrij moet blijven.
2Oorzaak 2: incontinentie, overmatig zweten, specifieke medicijnen met lichamelijke reacties, rolstoelgebruik binnen-buiten (en geen stofzuigrobot mogelijk voor het zand opzuigen) en dergelijke, waardoor het huis sneller vervuilt.
3Tot 30 minuten extra inzet is vooral aan de orde als uitbreiding op het ene bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Vanwege extra vaak of extra goed moeten schoonmaken.
4Tot 60 minuten extra inzet is in het algemeen aan de orde als een tweede bezoek/werkmoment per week van de hulp nodig is. Vanwege extra vaak of extra goed moeten schoonmaken.
5Aandachtspunt: inzetten van medisch advies kan nodig zijn om duidelijk te krijgen wat op objectieve medische gronden noodzakelijk is om aan extra ondersteuning in te zetten.
6In geval van en tweede keer moeten komen vanwege stof of zand/haren op de vloer vanwege huisdieren, vanwege allergie, vanwege rolstoelgebruik et cetera: overweeg of het mogelijk is dat de cliënt zelf een eenvoudige robotstofzuiger aanschaft als algemeen gebruikelijke voorziening.
7Advies van ons: laat de cliënt een eenvoudige robotstofzuiger zelf kopen en gebruiken, mits dit iemand is die met een (eenvoudig) apparaat uit de voeten kan.
3Kamer wel/niet in gebruik (als slaapkamer!)
Binnen het normenkader rekenen we extra tijd voor extra kamers. Er is een verschil tussen de tijd die wordt gerekend wanneer een extra kamer ‘wel of niet in gebruik’ is. Maar wanneer moeten we als gemeente een kamer aanmerken als ‘in gebruik’ en wanneer als ‘niet in gebruik’?
Instructie:
1De terminologie waar deze instructie op rust is: een extra kamer ‘in gebruik als slaapkamer’ of een extra kamer ‘niet in gebruik als slaapkamer’. Als het geen slaapkamer is, dan is het dus voor ‘iets anders’, het maakt in principe niet uit waarvoor dat is.
2Extra (slaap)kamers in de woning, naast de hoofdslaapkamer van de cliënt (die in de standaardtijd is opgenomen), moeten worden schoongemaakt om de woning uiteindelijk niet te laten vervuilen.
3Als een extra kamer daadwerkelijk als slaapkamer in gebruik is, dan vergt dat 18 minuten per week zoals genoemd in het normenkader (bijv. voor een stel dat altijd apart slaapt, twee mensen -geen stel- die samen een huis bewonen, een kind, mits geen gebruikelijke hulp mogelijk is: betekent zelf schoonmaken door het kind), et cetera.
4Voor de niet-slaapkamers indiceer je 5 minuten per week. Dat is in principe onafhankelijk waar deze andere kamer voor wordt gebruikt. Van leeg tot logeerkamer tot strijkkamer tot computerkamer etc. Want: met 20 minuten per maand heeft de hulp genoeg tijd om die kamer een keer te kunnen stoffen en stofzuigen e.d. en blijft deze acceptabel schoon. Toegangsmedewerkers kunnen op basis van hun professionele oordeel in een uitzonderlijke situatie zo nodig een uitzonderlijke beslissing nemen en toch 18 minuten toekennen.
5Een zolder en dus ook een eventuele helemaal leegstaande zolderkamer: die neem je in principe niet mee, behalve als er duidelijke redenen zijn om dit wel te doen. Het eventueel eens per jaar een stofzuiger door de zolder halen, lost zich in de praktijk eigenlijk altijd wel op.
6De 18 minuten voor een kamer in gebruik als slaapkamer komen voort uit het moeten verschonen van het bed en de extra benodigde tijd voor stoffen en schoonmaken vanwege de aard van het gebruik van de kamer.
7Een logeerkamer die (zeer) incidenteel wordt beslapen: die kan in principe door de logee weer schoon worden opgeleverd. Of door de ouders van het kleinkind dat komt logeren. Het is niet aan de gemeente om dit soort zaken altijd te moeten oplossen. In principe blijft dan de genoemde 5 minuten per week (20 minuten per maand) toereikend om die kamer voldoende schoon te houden. Ook hier geldt weer: uitzonderingen daargelaten, zoals bijvoorbeeld: twee kleinkinderen logeren enkele dagen per week bij opa en oma om het gezin te ontlasten waar al jeugdzorg in zit: dan is HO inzetten een betere optie dan meer jeugdzorg inzetten.
8Het professionele oordeel van de consulent is uiteindelijk leidend, deze kan zo nodig de hardheidsclausule benutten.
4Wanneer ruimtes wel of niet als ‘extra kamer’ aanmerken
Binnen het normenkader rekenen we extra tijd voor extra kamers. Er is een verschil tussen de tijd die wordt gerekend wanneer een extra kamer wel of niet in gebruik is als slaapkamer. Maar wanneer merk je een extra ruimte nu ook aan als extra kamer? Hier kan sprake zijn van interpretatieverschillen, vooral als het meer om een ‘overige ruimte’ gaat en niet zozeer een extra kamer.
Instructie:
1Grote bijkeuken: een bijkeuken is in principe onderdeel van ‘de keuken’. Het kan natuurlijk voorkomen dat sprake is van een serieus grote keuken in combinatie met een serieus grote bijkeuken: dan kan opplussen op basis van ‘extra kamer niet in gebruik als slaapkamer’ of op basis van de factor ‘omvang van de woning’ aan de orde zijn. Dat kan spelen als de hele woning duidelijk bovengemiddeld groot is.
2Tweede badkamer: kern: bespreken met de cliënt dat deze in principe niet wordt gebruikt als badkamer en deze dan aanmerken als ‘extra kamer niet zijnde een slaapkamer’: plus 5 minuten/week.
3Separaat toilet boven: als er geen toilet in de badkamer zit: zien als onderdeel van ‘het sanitair boven’: vergt geen extra tijdsinzet.
4Kantoor: als het echt een kantoor is en niet een slaap/logeerkamer die als werkplek wordt gebruikt: deze moet zakelijk schoongemaakt en dan is het geen Wmo. Als het een thuiswerkplek betreft, dan is het een kamer ‘niet in gebruik als slaapkamer’.
5Grote kelder: afwegen op basis van het werkelijke gebruik hiervan. Geen extra tijd toekennen, net zoals de zolder of eventueel meenemen als ‘extra kamer niet in gebruik als slaapkamer’.
5Samenstelling huishouden (= eigen kracht + gebruikelijke hulp)
In het normenkader is de mogelijkheid benoemt om extra tijd toe te kennen op grond van de ‘samenstelling van het huishouden”. Hiervoor hanteren we een aanvullende instructie, gebaseerd op de uitgangspunten van eigen kracht en het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.
1De instructie voor deze regel in het normenkader is:
a.beoordeel de eigen kracht van de cliënt(en)
b.beoordeel de situatie op grond van het beleid gebruikelijke hulp van de gemeente.
2Als sprake is van meer personen in het huishouden, dan zijn eigen kracht en gebruikelijke hulp bepalend of er MINDER dan volledige overname of MEER dan volledige overname moet worden ingezet.
3De 30 minuten zoals (oorspronkelijk) vermeld in het normenkader: kom tot een specifieke afweging die kan leiden tot het toekennen van minder tijd of tot het toekennen van meer tijd, dit kan zo nodig ook meer dan 30 minuten zijn.
6Huisdieren (die extra inzet van ondersteuning noodzakelijk maken)
Omdat huisdieren een extra bron van vervuiling kunnen zijn binnen een huishouden, kan het nodig zijn vanwege de noodzaak van extra vaak of extra goed schoonmaken 15 minuten extra ondersteuningstijd toe te kennen.
Instructie:
1Er zijn gemeenten die uitsluiten dat er extra ondersteuningstijd nodig kan zijn vanwege de aanwezigheid van huisdieren, omdat dit een ‘eigen keuze van de cliënt’ is. Andere gemeenten zien juist de belangrijke rol die huisdieren in het leven van mensen kunnen hebben en komen hier zo nodig in tegemoet als dit nodig is.
2Voor hulpdieren kan extra inzet van ondersteuning noodzakelijk zijn. Dat zijn namelijk hulpmiddelen’ en geen huisdieren.
3De verzorging van huisdieren is eigen verantwoordelijkheid van de cliënt, hier indiceer je geen extra inzet voor.
4Zolang sprake is van een ‘gewone situatie’, dus één of twee katten of honden/hondjes: dan kan het aan de orde zijn dat je extra tijd indiceert, als daadwerkelijk sprake is van extra bewerkelijkheid/werk voor de hulp (bijvoorbeeld stofzuigen moet sowieso al gebeuren).
5Als sprake is van keuzen van de cliënt die boven het ‘gewone’ uitstijgen, dan is gesprek nodig over wat aan de cliënt zelf is en wat aan de gemeente/samenleving is.
Ofwel: als de cliënt ervoor kiest meer vervuiling te laten ontstaan door huisdieren dan als algemeen redelijk is aan te merken, dan wordt dat vervolgens niet door de gemeente opgelost.
Want: in het beleid van de gemeente staat dat de cliënt is gehouden om niet meer ondersteuning te vragen of noodzakelijk te maken dan in redelijkheid nodig is.
Voorbeelden: meerdere honden die vrij door het hele huis mogen lopen of losvliegende vogels die veel troep maken. Cliënten met COPD die binnen roken en binnen 20 parkieten houden en vervolgens om extra vaak schoonmaak vragen.
In dezelfde lijn: cliënten met zware allergie of COPD, die weigeren de woning te saneren, maar wel extra ondersteuning vragen.
7Overige kenmerken van de woning: omvang, bewerkelijkheid, inrichting
Op basis van het normenkader is het mogelijk om 15 minuten extra ondersteuningstijd toe te kennen op basis van ‘overige kenmerken’. Wat zijn deze overige kenmerken?
1Pas dit alleen toe in heel duidelijke gevallen.
2Omvang van het huis: alleen in uitzonderlijke situaties neem je een kwartier extra op vanwege een heel groot huis. Dit aspect wordt namelijk mede gedekt door de mogelijkheid van toekennen van extra ondersteuningstijd voor ‘extra kamers wel of niet in gebruik als slaapkamer’.
3Bewerkelijkheid: idem. Alleen in uitzonderlijke situaties hiervoor extra ondersteuningstijd opnemen.
4Inrichting: idem. Eerste verantwoordelijkheid ligt bij de cliënt om niet meer inzet nodig te maken dan redelijkerwijs nodig is. In uitzonderlijke situaties kun je het meenemen.
5Voor deze drie items apart dan wel gezamenlijk ken je in principe 1 x 15 minuten extra toe.
8Strijken en boodschappen (meestal voorliggend op te lossen)
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom strijken en boodschappen. Deze hebben invloed op het indiceren van hulp bij het huishouden:
1Strijken wordt over het algemeen niet meer geïndiceerd, hier zijn in de vorm van strijkvrije kleding voorliggende oplossingen voor beschikbaar.
2Boodschappen halen wordt in het algemeen niet meer geïndiceerd. Hier zijn veelal boodschappenservices voor beschikbaar als voorliggende oplossing.
9Regie en organisatie; Advies-instructie-voorlichting
Het kan zijn dat een cliënt niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden. Als het zo is dat een hulp daardoor aantoonbaar extra werkzaamheden moet doen of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft, dan kun je hiervoor 30 minuten per week structureel extra indiceren. Van hulpen mag worden verwacht dat deze zelfstandig hun werkzaamheden kunnen plannen. Het gegeven dat een cliënt de hulp niet kan instrueren, betekent dus niet automatisch inzet van extra ondersteuningstijd. Er moet wel sprake zijn van extra werk.
Advies-instructie-voorlichting heeft betrekking op het, op tijdelijke basis, aanleren van praktisch vaardigheden in het huishouden aan een cliënt. Bijvoorbeeld als een partner net is weggevallen en een cliënt zelf wil kunnen bijdragen aan het huishouden, het schoonmaken, het leren koken van enkele basis-maaltijden, et cetera. Soms is het dan praktisch hiervoor aan de dan in het algemeen al langere tijd vertrouwde huishoudelijke hulp voor een aantal weken extra tijd toe te kennen. Dit is dus altijd tijdelijk en is te onderscheiden van de inzet van Wmo-begeleiding.
10Algemeen (activiteiten en -onderzoektijden)
Het normenkader is gebaseerd op uitgebreid onderzoek, waarin we ook gemiddelde tijden in kaart hebben gebracht van de verschillende activiteiten.
In het algemeen is het advies: indiceer niet gedetailleerd in minuten op activiteitniveau. Deze zijn in het Normenkader ook niet opgenomen. Uiteraard staan deze wel in de onderliggende onderzoeksrapporten, zoals dat van Utrecht. Waarom dan niet per activiteit een tijd indiceren?
Hiervoor zijn twee redenen.
1Ten eerste: de tijden per activiteit in deze onderzoekrapporten zijn gemiddelde onderzoektijden over een grote situaties waarin tijd is gemeten. Dit zijn zeker géén instructietijden op activiteitenniveau. Door de verschillende activiteiten en tijden bij elkaar op te tellen, hebben we een totaaltijd verkregen. Deze totaaltijd is toereikend om het resultaat te schoon en leefbaar huis te behalen in veel verschillende situaties. Maar de uitvoeringstijd per activiteit varieert altijd per individuele situatie. En dat is prima, dat is de praktijk, maar de totaaltijd als geheel is uiteindelijk toereikend.
2Ten tweede: er is ook sprake van tijd die nodig is om schoonmaakspullen te pakken en op te ruimen, even met de klant af te stemmen, etc., dat is allemaal opgenomen in de ‘indirecte tijd’. Zou je alleen tijden per activiteit indiceren, dan mis je dus een deel van de tijd.
Een optie is om te werken met een totaaltijd in uren per jaar: dan kun je meer flexibiliteit bieden aan aanbieder en cliënt om bijvoorbeeld in de zomer wat te minderen en een grote schoonmaak in het voorjaar in te bouwen of mee te bewegen met een variabele gezondheidstoestand van de cliënt. Dit is een nu (nog) niet algemeen gebruikelijke keuze.
Het kan wel handig zijn voor consulenten als zij een lijst met activiteiten en frequenties met de cliënt kunnen bespreken, zoals deze in de bijlagen van het Normenkader staan. Zodat er aan verwachtingenmanagement kan worden gedaan, omdat de cliënt een beeld krijgt van welke activiteiten nodig zijn voor het resultaat ‘schoon en leefbaar huis’ en welke frequentie gemiddeld genomen verwacht mag worden. Puur om een idee te hebben van de orde van grootte, kunnen de consulenten de onderzoektijden uit het rapport van Utrecht een keer bekijken. We raden niet aan dit op cliëntniveau te doen, laat staan dit samen met de cliënt te doen.
11Afronding van de indicatie (op 5 minuten of per kwartier)
Bij het indiceren komen consulenten soms op een ‘bijzonder’ aantal minuten. Hoe ronden we dan af?
Afronding van de indicatie kan het beste per 5 minuten of per kwartier. Het is verstandig hierover met de aanbieders te overleggen. We horen frequent dat wordt gekozen voor afronding per 5 minuten, op kwartierniveau afronden is zeker ook een optie.
Spreek goed af hoe je de afronding met elkaar wilt doen. Indiceer niet op de minuut nauwkeurig, zoals ‘2 uur en 23 minuten’. Het normenkader is niet bedoeld om met zo’n precisie te kunnen indiceren en dit veroorzaakt verwarring bij cliënten.
12Herindicaties
Gemeenten die het normenkader gaan gebruiken, maken verschillende keuzen ten aanzien van het herindiceren van cliënten.
1Veel gemeenten kiezen bij invoeren van het normenkader voor geleidelijk herindiceren, bij afloop van indicaties. Er zijn ook gemeenten die kiezen voor volledige herindicatie of gedeeltelijke herindicatie van met name de (heel) hoge indicaties. Herindicaties vergen optimale zorgvuldigheid, zeker als lopende indicaties vanwege nieuw beleid worden herzien.
2Wanneer wordt overgegaan op het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2019 en zeker ook wanneer een herindicatietraject wordt opgestart, is het noodzakelijk vroegtijdig en uitgebreid met de gecontracteerde aanbieders van HO de ontwikkelingen te bespreken.
3Bij een herindicatie constateert de cliënt vaak dat diens situatie de afgelopen jaren achteruit is gegaan, maar dat de indicatie nu plots omlaag gaat. Dit roept dan vragen op bij de cliënt.
Mogelijke reactie 1: ‘het klopt dat uw situatie achteruit is gegaan, dat begrijpen wij. Maar uw woning raakt daardoor niet meer vervuild dan voorheen. Daarom is geen extra inzet van HO nodig.’ (als dit het geval is uiteraard. En als er geen gevolgen zijn vanwege vermindering van eigen kracht).
Mogelijke reactie 2: ‘de gemeente hanteert nieuw beleid, met een actueel en algemeen geaccepteerd normenkader voor het indiceren van HO. Met dit normenkader indiceren wij ‘zinnig en zuinig’, in overeenstemming met hedendaagse normen en opvattingen over het huishouden en wat we als schoon en leefbaar aanmerken. We begrijpen dat het verlagen van uw indicatie vervelend is. Wij houden contact met u en met uw aanbieder om in de gaten te houden of het met deze nieuwe indicatie lukt om uw woning schoon en leefbaar te houden.’
Dit alles laat onverlet: als de situatie van de cliënt het noodzakelijk maakt juist meer te indiceren, dan moet dat uiteraard ook gebeuren.
4Ook mogelijk en soms noodzakelijk: bij herindicaties van grote indicaties vooraf met de aanbieder (en de huishoudelijke hulp) afstemmen over wat nu echt nodig is bij deze cliënten. En wat de hulp dan nu allemaal doet in de 5-6-7 uur die zij heeft. En of dat allemaal wel de bedoeling is vanuit de Wmo en of dit in lijn is met het beleid en de inzichten bij de gemeente en de aanbieder. Een indicatie met veel uren is in voorkomende gevallen ook gewoon heel hard nodig, dus zorgvuldigheid is vereist.
5Cliënten kunnen verbonden zijn met hun huishoudelijke hulp. Voor de hulp kan het lastig zijn om uren kwijt te raken. De cliënt kan het vervelend vinden als een verandering van indicatie gevolgen heeft voor de hulp. Ook dit pleit voor zorgvuldige communicatie met aanbieders en cliënten.
Bijlage 3. Normenkader: activiteiten en frequenties
Woonruimten
Schoon en leefbaar huis
Woonkamer
Slaapkamer(s)
Keuken
Badkamer
Hal
Categorie schoonmaakactiviteiten
Afnemen nat en droog
● Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
● Deuren/ deurposten nat afdoen incl. deurlichten
● Zitmeubels afnemen (droog/nat)
● Radiator reinigen
● Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
● Deuren/ deurposten nat afdoen incl. deurlichten
● Radiatoren reinigen
● Deuren/ deurposten nat afdoen incl. deurlichten
● Radiatoren reinigen
● Deuren/ deurposten nat afdoen incl. deurlichten
● Radiatoren reinigen
● Stof afnemen laag/midden/hoog incl. tastvlakken en luchtfilter
● Deuren/ deurposten nat afdoen incl. deurlichten
● Radiatoren reinigen
Stofzuigen en dweilen
● Stofzuigen
● Dweilen
● Stofzuigen
● Dweilen
● Stofzuigen
● Dweilen
● Stofzuigen
● Dweilen
● Trap stofzuigen (binnenshuis
Ramen en gordijnen
● Gordijnen wassen
● Lamellen, luxaflex reiniging
● Ramen binnenzijde wassen
● Gordijnen wassen
● Lamellen, luxaflex reiniging
● Ramen binnenzijde wassen
● Gordijnen wassen
● Lamellen, luxaflex reiniging
● Ramen binnenzijde wassen
● Gordijnen wassen
● Lamellen, luxaflex reiniging
● Ramen binnenzijde wassen
Bed verschonen
● Bed verschonen
● Matras draaien
Keuken schoonmaken
● Keukenblok en -apparatuur (buitenzijde)
● Afval opruimen
● Keukenkastjes (binnenzijde)
● Oven/magnetron
● Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)
● Afzuigkap reinigen (binnenzijde)
● Tegelwand )los van keukenblok)
Sanitair schoonmaken
● Badkamer schoonmaken (incl. stofzuigen en dweilen
● Toilet schoonmaken
● Tegelwand badkamer afnemen
Opruimen
● Opruimen
● Opruimen
Ruimte
Basisactiviteit
Frequenties
Woonkamer (en andere kamers)
Stof namen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters
1x per 2 weken
Stof namen midden
1x per week
Stof afnemen laag
1x per week
Opruimen
1x per week
Stofzuigen
1x per week
Dweilen
1x per week
Slaapkamer(s)
Stof afnemen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters
1x per 6 weken
Stof namen midden
1x per week
Stof afnemen laag
1x per week
Opruimen
1x per week
Stofzuigen
1x per week
Dweilen
1x per week
Bed verschonen of opmaken
1x per 2 weken
Keuken
Stofzuigen
1x per week
Dweilen
1x per week
Keukenblok (buitenzijde) inclusief tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, eventuele tafel
1x per week
Keukenapparatuur (buitenzijde)
1x per week
Afval opruimen
1x per week
Afwassen (*onderdeel van ‘maaltijden’)
Sanitair
Badkamer schoonmaken (inclusief stofzuigen en dweilen)
1x per week
Toilet schoonmaken
1x per week
Hal
Stof namen hoog incl. tastvlakken en luchtfilters
1x per week
Stof namen midden
1x per week
Stof afnemen laag
1x per week
Stofzuigen
1x per week
Trap stofzuigen (binnenshuis)
1x per week
Dweilen
1x per week
Tabel 2. Frequenties benodigd voor een schoon en leefbaar huis (basisactiviteiten)
Ruimte
Incidentele activiteit
Frequenties
Woonkamers (en andere kamers)
Gordijnen wassen
1x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
2x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2x per jaar
Zitmeubels afnemen (droog/nat)
1x per 8 weken
Radiatoren reinigen
2x per jaar
Slaapkamer(s)
Gordijnen wassen
1x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
2x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2x per jaar
Radiatoren reinigen
2x per jaar
Matras draaien
2x per jaar
Keuken
Gordijnen wassen
2x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
3x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4x per jaar
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2x per jaar
Radiatoren reinigen
3x per jaar
Keukenkastjes (binnenzijde)
2x per jaar
Koelkast (binnenzijde)
3x per jaar
Oven/magnetron (grondig schoonmaken)
4x per jaar
Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid)
1x per jaar
Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - vaatwasserbestendig
2x per jaar
Afzuigkap reinigen (binnenzijde) – niet vaatwasserbestendig
2x per jaar
Bovenkant keukenkastjes
1x per 6 weken
Tegelwand (los van keukenblok)
2x per jaar
Sanitair
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2x per jaar
Radiatoren reinigen
2x per jaar
Tegelwand badkamer afnemen
4x per jaar
Gordijnen wassen
1x per jaar
Ramen binnenzijde wassen
4x per jaar
Reinigen lamellen/luxaflex
3x per jaar
Hal
Deuren/deurposten nat afdoen incl. deurlichten
2x per jaar
Radiatoren reinigen
2x per jaar
Tabel 3. Frequentie benodigd voor een schoon en leefbaar huis (incidentele activiteiten)
Activiteit
Frequenties
Wasgoed sorteren
1x per week
Behandelen van vlekken
5x per 2 weken (indien nodig)
Was in de wasmachine stoppen (incl. wasmachine aanzetten)
5x per 2 weken
Wasmachine leeghalen
5x per 2 weken
Sorteren naar droger of waslijn
5x per 2 weken
Was in de droger stoppen
5x per 2 weken
Droger leeghalen
5x per 2 weken
Was ophangen
5x per 2 weken
Was afhalen
5x per 2 weken
Was opvouwen
5x per 2 weken
Was strijken
1x per week
Was opbergen/opruimen
5x per 2 weken
Tabel 4. Activiteiten en frequenties benodigd voor wasverzorging
* In een tweepersoonshuishouden wordt uitgegaan van een frequentie van 5 x per 2 weken voor de was, in een eenpersoonshuishouden is dat 2 x per week
Onderdeel
Activiteit
Frequentie
Boodschappen
Het opstellen van boodschappenlijst
1x per week
Het doen van de boodschappen
1x per week
Het opruimen van de boodschappen
1x per week
Tabel 5. Activiteiten en frequenties benodigd voor de boodschappen.
Onderdeel
Activiteit
Frequentie
Maaltijden
Broodmaaltijden: tafel dekken, eten en drinken klaarzetten (1 maaltijd op tafel, 1 maaltijd in de koelkast), afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen
1x per dag*
Opwarmen maaltijd: maaltijd opwarmen, tafel dekken, eten en drinken klaarzetten, afruimen, afwassen of vaatwasser inruimen/uitruimen
1x per dag*
Tabel 6. Activiteiten en frequenties benodigd voor de maaltijden.
* Of minder als de cliënt hierin een deel van de week zelf of met behulp van het netwerk kan voorzien.
Onderdeel
Activiteit
Verzorgen van minderjarige kinderen
Was verzorgen
Kamers opruimen
Eten maken
Tasjes school
Aankleden
Wassen
Eten geven
Structuur bieden
Meer tijd huishoudelijke taken
Brengen naar school/crèche
Naar bed brengen
Afstemming met andere hulp/informele zorg
Afstemming/sociaal contact (aankomst, vertrek, administratie, contact met cliënt)
Tabel 7. Activiteiten voor verzorgen van minderjarige kinderen.
Onderdeel
Activiteit
Advies, instructie en voorlichting
Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van de activiteiten gericht op een schoon en leefbaar huis en de was-verzorging
Aanleren van activiteiten en samen uitvoeren van activiteiten gericht op boodschappen en maaltijden
Tabel 8. Activiteiten voor advies, instructie en voorlichting.