Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel toepassing gebiedsverbod Teylingen 2019

Gemeente Teylingen · geldt sinds 18 juli 2019

Aanhef

De burgemeester van de gemeente Teylingen,

Gelet op het bepaalde in artikel 172a en artikel 172b Gemeentewet, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht;

Besluit vast te stellen de:

“Beleidsregel toepassing gebiedsverbod Teylingen 2019”

4. Uitvoering

Artikel 1: Toepassing gebiedsverbod

1Een gebiedsverbod/groepsverbod wordt opgelegd indien is voldaan aan de volgende criteria:

a.Er is sprake van een ernstige verstoring van de openbare orde en/of er is sprake van herhaaldelijke verstoring van de openbare orde.

b.Er bestaat ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde.

2De verstoring van de openbare orde kan individueel of in groepsverband worden veroorzaakt.

3Wanneer betrokkene een leidende rol heeft gehad bij de groepsgewijze verstoring van de openbare orde kan aan deze persoon direct na de eerste overtreding een bevel worden opgelegd.

4Heeft de Officier van Justitie reeds een gebiedsverbod opgelegd, dan legt de burgemeester niet voor datzelfde gebied een gebiedsverbod op.

Artikel 2: Ordeverstorende gedragingen

1Ordeverstorende gedragingen betreffen gedragingen in de openbare ruimte die de normale gang van zaken verstoren. Hiertoe behoren in ieder geval:

a.Strafbare gedragingen en overtredingen

b.Andere structurele orde verstorende gedragingen. Hieronder vallen ten minste, maar niet uitsluitend, de volgende gedragingen:

i.Het hinderlijk en zonder redelijk doel rondhangen

ii.Joelen/naroepen/schelden

iii.Bespugen

iv.Intimiderend overkomen

v.Wildplassen

vi.Hinderlijk drankgebruik

vii.Openbare dronkenschap

viii.Vernieling van goederen

ix.Gooien van voorwerpen.

2Van gedragingen als bedoeld in het eerste lid onder a wordt een proces-verbaal opgemaakt.

3Van gedragingen als bedoeld in het eerste lid onder b wordt een registratie door toezichthouders in de publieke ruimte opgemaakt.

Artikel 3: Ernstige vrees

1Er is sprake van ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde indien uit concrete aanwijzingen blijkt dat het aannemelijk is dat opnieuw orde verstorende gedragingen zullen plaatsvinden door de betrokkene als niet wordt ingegrepen.

2De concrete aanwijzingen kunnen in ieder geval bestaan uit:

a.Het feit dat betrokkene reeds in het verleden betrokken is geweest bij ernstige ordeverstoringen.

b.Door verklaringen van andere betrokkenen.

c.Uitspraken van de betrokkene zelf.

d.Signalen of verwachtingen.

e.Overige voorzienbare omstandigheden.

Artikel 4: Herhaaldelijk

1Er is sprake van herhaaldelijk als betrokkene meer dan één keer de openbare orde heeft verstoord binnen de afgelopen 12 maanden.

2Ordeverstorende gedragingen kunnen in één of meerdere gemeenten hebben plaatsgevonden.

3Indien de ordeverstorende gedragingen plaatshebben op hetzelfde jaarlijkse evenement, worden gedragingen van de afgelopen 13 maanden aangemerkt als herhaaldelijk.

4Gedragingen van langer dan 13 maanden geleden kunnen wel in een sfeerrapportage worden meegenomen.

Artikel 5: Groepsgewijze verstoring van de openbare orde en leidende rol

1Er is sprake van groepsgewijze verstoring van de openbare orde wanneer de groep waarvan de betrokkene deel uitmaakt bestaat uit drie of meer personen.

2Er is sprake van een leidende rol in de groepsgewijze verstoring van de openbare orde indien de betrokkene andere aanzet tot ordeverstorende gedragingen.

3Rechtstreekse deelname aan de daadwerkelijke ordeverstoring is niet vereist voor het hebben van een leidende rol bij de groepsgewijze verstoring van de openbare orde.

4Van een leidende rol is in ieder geval sprake bij de volgende concrete gedragingen:

a.Mobiliseren

b.Aanjagen

c.Faciliteren

d.Oproepen

e.Aansturen van medestanders

f.Intimideren

g.Benaderen van anderen

h.Leggen van contact tussen leden van de groep

i.Initiatief nemen

j.Het hebben van gezag binnen de groep

Artikel 6: Overwegingen

1Bij beantwoording van de vraag of de inzet van een maatregel noodzakelijk/wenselijk is, spelen onder meer de volgende overwegingen een rol:

a.De aard van de verstoringen en gedragingen;

b.De ernst van de verstoringen en gedragingen;

c.De frequentie waarmee de overlast en ordeverstoring plaatsvindt;

d.De hinder en overlast die door personen in de directe omgeving van betrokkene wordt ondervonden;

e.De vrees voor herhaling en de inschatting dat sprake is van een meer structureel probleem dat zijn uitwerking heeft op de directe omgeving van betrokkene;

f.De vraag welke houding betrokkene heeft ingenomen ten aanzien van reeds ingezette maatregelen en/of trajecten;

Artikel 7: Duur gebiedsverbod/groepsverbod artikel 172a

1Een gebiedsverbod/groepsverbod wordt voor de duur van ten hoogste 3 maanden opgelegd indien toepassing wordt gegeven aan artikel 172a lid 6 aanhef en sub a Gemeentewet.

2Indien de ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde na 3 maanden blijft voortbestaan, kan het bevel ten hoogste driemaal worden verlengd met een duur van telkens ten hoogste 3 maanden.

3Een gebiedsverbod/groepsverbod wordt voor de duur van ten hoogste 90 dagen binnen een tijdvak van ten hoogste 24 maanden opgelegd indien toepassing wordt gegeven aan artikel 172a lid 6 aanhef en sub b Gemeentewet.

4Aan het gebiedsverbod/groepsverbod wordt een voorschrift verbonden met het tijdvak, de dagen en een aanduiding van het gebied waarop het bevel van toepassing is.

Artikel 8: Geografische reikwijdte maatregelen

1In beginsel beperkt een opgelegde maatregel zich tot het gebied waar ook de directe aanleiding voor de opgelegde maatregel heeft plaatsgevonden.

2Indien een maatregel is opgelegd naar aanleiding van een reeks incidenten en deze incidenten hebben op verschillende plaatsen plaatsgevonden, kan de maatregel opgelegd worden voor meerdere gebieden of een groter gebied betreffen.

3Indien de betrokkene woonachtig of werkzaam is, of andere verplichtingen heeft in het opgelegde gebied, kunnen op verzoek wegen en/of objecten aangewezen worden die uitgezonderd zijn van de maatregel. Dit zal dan een zogenoemde ‘looproute’ betreffen.

4Wanneer er een looproute wordt aangewezen, dan zal deze route aangeduid worden in de aan het gebiedsverbod of groepsverbod verbonden voorschrift.

Artikel 9: Besluitvormingsprocedure

1Een besluit tot het opleggen van een bevel als bedoeld in art. 172a en 172b Gemeentewet wordt voorafgegaan door een voorgenomen besluit.

2De termijn om een zienswijze in te dienen tegen een voorgenomen besluit bedraagt maximaal 5 dagen na bekendmaking van het voorgenomen besluit.

3Een zienswijze kan mondeling of schriftelijk naar voren worden gebracht. In het voorgenomen besluit wordt aangegeven naar welk adres de zienswijze gestuurd kan worden en welk telefoonnummer gebeld kan worden voor het indienen van een mondelinge zienswijze.

4Dit artikel vindt geen toepassing indien er sprake is van vereiste spoed, zoals bedoeld in artikel 4: 11 Algemene wet bestuursrecht. In dat geval kan er volledig worden afgezien van de mogelijkheid tot een zienswijze. Van vereiste spoed is in ieder geval sprake in één of meerdere van de volgende situaties:

a.Indien de aanwezigheid van betrokkene in het aangewezen gebied voor ernstige maatschappelijke onrust zorgt bij de directe sociale omgeving van betrokkene of bij de bewoners/gebruikers van het gebied.

b.Indien uit uitspraken/gedragingen van betrokkene blijkt dat hij niet zal stoppen met het ordeverstorend gedrag.

c.Indien het aannemelijk is dat het voortduren van het ordeverstorende gedrag van betrokkene een gevaar voor anderen of de omgeving zal veroorzaken.

d.Indien de aanwezigheid van betrokkene in het aangewezen gebied voor de directe sociale omgeving of de bewoners/gebruikers van het gebied voor dusdanige angst zorgt dat zij in hun dagelijkse bezigheden worden beperkt.

Artikel 10: 12-minners

1Aan een persoon die het gezag uitoefent over een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt kan ene bevel worden gegeven zorg te dragen:

a.Dat de minderjarige zich niet bevindt in één of meerdere gedeelte van de gemeente op een voor het publiek toegankelijke plaats, tenzij de minderjarige wordt begeleid dor een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige aangewezen door de burgemeester.

b.Dat de minderjarige zich gedurende een aangegeven tijdvak tussen 8 uur ’s avonds en 6 uur ’s ochtends niet bevindt op voor het publiek toegankelijke plaatsen, tenzij de minderjarige wordt begeleid dor een persoon die het gezag over hem uitoefent of door een andere meerderjarige aangewezen door de burgemeester.

2Een bevel als bedoeld in het eerste lid wordt opgelegd indien is voldaan aan de volgende criteria:

a.De minderjarige heeft herhaaldelijk in groepsverband de openbare orde verstoord.

b.Er bestaat ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde.

3Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt voor de duur van ten hoogste 3 maanden opgelegd.

4Voorafgaand aan het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid neemt de gemeente het initiatief om in gesprek te gaan met een persoon die het gezag uitoefent over de minderjarige.

Artikel 11: Meldplicht

Bij het opleggen van een meldplicht ter handhaving van het besluit wordt in overleg met de politie een politiebureau aangewezen.

Artikel 12: Afwijken van deze beleidsregel

Op grond van artikel 4:84 Awb kan afgeweken worden van deze beleidsregel.

Artikel 13: Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 14: Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Beleidsregel toepassing gebiedsverbod Teylingen 2019’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.