Gemeentelijke regelgeving

Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Texel 2023

Gemeente Texel · geldt sinds 14 juli 2023

Aanhef

Aan het hoofd van de gemeente staat de gemeenteraad. De raad neemt beslissingen over allerlei belangrijke zaken in de gemeente. Of het nu gaat om toeristenbelasting of de bouw van een sporthal, het begint met een besluit van de gemeenteraad. Kaders stellen, een belangrijke rol van de gemeenteraad, betekent dat de raad de grote lijnen van het beleid van de gemeente bepaalt en via de begroting - zijn budgetrecht - aangeeft wat het mag kosten. De raad heeft ook een belangrijke controlerende taak. Het college voert het beleid uit en bereidt dit voor, maar de raad houdt de vinger aan de pols. Besluitvorming van de gemeenteraad vindt (mits de wet zich daar niet tegen verzet) plaats in openbare vergaderingen.

De raad van de gemeente Texel;

Gelezen het voorstel van de Denkgroep Werkwijze Raad (in wisselende samenstellingen);

Gehoord de raadscommissie;

Gelet op artikel 16 van de Gemeentewet.

Besluit

Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Texel 2023 vast te stellen.

Algemene bepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

•griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger;

•voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

•wet: Gemeentewet;

•abonnees: mensen die via e-mail, op hun verzoek, op de hoogte gehouden worden van agenda’s van de vergaderingen van de raad en de raadscommissies;

•waar staat ‘hij’ moet gelezen worden ‘hij/zij/die’.

Hoofdstuk 1 Onderzoek geloofsbrieven en installatie raadsleden en wethouders

1.1 Commissie Stemmen en Geloofsbrieven

1De gemeenteraad benoemt kort na haar installatie 3 raadsleden tot lid van de (vaste) Commissie Stemmen en Geloofsbrieven en 1 vervangend lid, waarbij sprake is van een evenwichtige vertegenwoordiging vanuit de gemeenteraad; de griffier ondersteunt deze commissie bij haar werkzaamheden.

2Deze commissie:

•stelt vast of een te benoemen persoon (het raadslid, het commissielid of de wethouder) voldoet aan de vereisten die de wet voorschrijft en of er geen onverenigbare betrekkingen of nevenfuncties worden bekleed, waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van de taak (respectievelijk het zijn van raadslid, wethouder of commissielid).

•treedt op als stembureau (tellen stemmen en vaststellen uitslag) bij schriftelijke stemmingen.

•onderzoekt in haar laatste vergadering van een raadsperiode het verloop van de verkiezingen (een toets op rechtmatigheid) en het proces-verbaal van het centraal stembureau.

3De voorzitter van Commissie Stemmen en Geloofsbrieven wordt gekozen uit het midden van de leden en is degene die in de raadsvergaderingen de bevindingen van de commissie verwoordt.

4Als een lid van de Commissie Stemmen en Geloofsbrieven geen raadslid meer is, vervalt automatisch het lidmaatschap en wordt z.s.m. een ander raadslid benoemd.

1.2 Beëdiging raadsleden

1Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten raadsleden op om in de eerste raadsvergadering in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

2In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuwbenoemd raadslid op voor de raadsvergadering waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.

1.3 Benoeming wethouders

1De Commissie Stemmen en Geloofsbrieven onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder.

2De gemeenteraad voert in elk geval halverwege een raadsperiode een functioneringsgesprek met elke wethouder.

3De gemeenteraad en het college voeren in elk geval halverwege een raadsperiode een gesprek over bijvoorbeeld wederzijdse verwachtingen, de bestuurscultuur, samenwerking raad en college, rolopvatting en informatievoorziening.

4In het Afstemmingsoverleg (zie artikel 2.1 voor meer informatie over het Afstemmingsoverleg) worden de gesprekken zoals beschreven onder lid 3 voorbereid (inhoudelijk en procedureel over o.a. planning en deelnemers).

1.4 Taak van de voorzitter in de raadsvergadering

De voorzitter is belast met:

a.het leiden van de vergadering;

b.het handhaven van de orde;

c.het geven van gelegenheid aan de leden hun mening betreffende het in beraadslaging zijnde onderwerp kenbaar te maken;

d.het formuleren van de door het college of de burgemeester gedane toezeggingen;

e.het formuleren van de door de vergadering te beslissen vraagpunten en conclusies;

f.hetgeen de wet of deze verordening hem verder opdraagt.

1.5 Benoeming plaatsvervangend voorzitter

1De raad benoemt uit zijn midden een eerste (en indien gewenst: tweede) plaatsvervangend voorzitter.

2De raad kan de door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontheffen als hij niet langer het vertrouwen van de raad geniet.

3De benoeming vindt in beginsel plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zittingsperiode en bij het tussentijds openvallen van een plaats.

Hoofdstuk 2 Over wijzen van overleg

2.1 Afstemmingsoverleg

1Er is een Afstemmingsoverleg dat bestaat uit de voorzitter van de gemeenteraad en van elke in de raad vertegenwoordigde fractie één raadslid. Elk lid kan zich door een raadslid uit zijn/haar fractie laten vervangen. De griffier is bij elke vergadering aanwezig en bereidt de vergaderingen voor.

De leden kiezen uit hun midden een voorzitter.

2Het Afstemmingsoverleg is hoeder van het bestuurlijke en politieke proces en bespreekt de concept-agenda’s van de raad en zijn commissies voor en doet voorts aanbevelingen aan de raad over onder andere de indeling van de raadzaal (wie zit waar), de organisatie en het functioneren van de raad, de behandeling van grootschalige of maatschappelijk ingrijpende onderwerpen, vergaderschema gemeenteraad, afwijkingen van vergaderdagen, -aanvangsuur of – plaats, takenpakket plaatsvervangende voorzitter(s) gemeenteraad, de raadscommissies, de Denkgroepen, Raadsinformatieavonden, procedure ingekomen stukken, wijze en momenten van informeren van de raad door het college en inwoner informatieavonden.

3Het Afstemmingsoverleg bereidt de periodieke gesprekken met de wethouders en het college voor (zie artikel 1.3, lid 2 en 3 van deze verordening).

4Het Afstemmingsoverleg voert minimaal 1 x per raadsperiode gesprekken met voorzitters van commissies over de commissievergaderingen; het gaat dan over evaluatie en feedback.

5Het Afstemmingsoverleg vindt in elk geval plaats in de weken waarin de commissie- of raadsvoorstellen gepubliceerd moeten worden. Het overleg is niet openbaar, maar de Korte Weergaven worden openbaar beschikbaar gesteld.

6Voor besluiten van het Afstemmingsoverleg geldt: elk lid heeft 1 stem.

7De raad kan, na advies van het Afstemmingsoverleg, nadere regels stellen ten behoeve van het Afstemmingsoverleg.

2.2 Fractievoorzittersoverleg

Er is een Fractievoorzittersoverleg, dat bestaat uit de burgemeester en fractievoorzitters. Tijdens deze overleggen wordt in beslotenheid gesproken over gevoelige onderwerpen die over personen gaan (onder andere integriteitskwesties, ereburgerschappen et cetera). De griffier is bij zo’n overleg aanwezig.

2.3 Raadsoverleg

1Er is een Raadsoverleg, waarin de burgemeester of het college (gevoelige) informatie met alle raadsleden kan delen. Het college en elk college-lid afzonderlijk, een fractie of raadslid kunnen – via het Afstemmingsoverleg - een Raadsoverleg bijeen roepen, LIVE of digitaal. De griffier is bij zo’n overleg aanwezig.

2De gemeentesecretaris kan bij deze overleggen aanwezig zijn; ook andere personen kunnen, indien nodig, uitgenodigd worden door degene die het overleg belegt.

3Na elk overleg wordt afgesproken of er een Korte Weergave gemaakt moet worden, wat daarin komt te staan en aan wie deze kan worden verstrekt. Dit hangt af van de (privacy-) gevoeligheid van hetgeen is besproken of gedeeld.

2.4 Werkgeverscommissie

1De raad benoemt een werkgeverscommissie (zoals beschreven in artikel 83 Gemeentewet).

2De Werkgeverscommissie heeft (via delegatie door de gemeenteraad) de bevoegdheden, die rechtstreeks voortvloeien uit:

a.de Ambtenarenwet en de daarop gebaseerde rechtspositionele voorschriften,

b.artikel 107e lid 2 Gemeentewet.

3De Werkgevercommissie heeft o.a. de volgende taken:

•Inrichting van de griffie;

•Werving en selectie;

•Beoordeling en begeleiding;

•Scholing en vorming van de griffie.

4De raad kan – na advies van de Werkgevercommissie - nadere regels stellen t.b.v. de Werkgevercommissie en stelt een ‘Instructie voor de griffier’ vast.

2.5 Griffier

1De griffier legt, alvorens zijn ambt te aanvaarden dan wel in de eerste raadsvergadering na de aanvaarding, in handen van de voorzitter de volgende eed of verklaring en belofte af:

“Ik zweer (verklaar) dat ik om tot griffier benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of laten, rechtstreeks nog middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof), dat ik alle plichten, die de Gemeentewet en door de raad vastgestelde of vast te stellen instructie aan het ambt van griffier hebben verbonden, eerlijk en vlijtig zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig!” (“Dat verklaar en beloof ik!”).

2De griffier is aanwezig bij in elk geval raadsvergaderingen, vergaderingen van het Afstemmingsoverleg, de raadscommissie, de Auditcommissie, het Fractievoorzittersoverleg, de Werkgevercommissie en Denkgroepen van de raad.

3De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen deelnemen.

4Er is een instructie voor de griffier, die door de gemeenteraad (op voorstel van de Werkgevercommissie) wordt vastgesteld.

2.6 Fracties

1Raadsleden die op dezelfde kandidatenlijst hebben gestaan worden bij de aanvang van de zitting als 1 fractie beschouwd.

2De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter.

3Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

4Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging

2.7 Denkgroepen van de raad

1De raad, een fractie, een raadslid of de griffier kan via het Afstemmingsoverleg verzoeken een Denkgroep in het leven te roepen, waaraan –afhankelijk van het onderwerp- naast raads- en commissieleden ook leden van het college of de ambtelijke organisatie kunnen worden toegevoegd.

2Voor elke Denkgroep geldt een minimale deelname van 4 raadsleden of commissieleden (van evenzovele fracties afkomstig).

3De raadswerkgroep neemt geen beslissingen, maar formuleert een advies voor het Afstemmingsoverleg; het Afstemmingsoverleg beoordeelt het advies en neemt een besluit over de te nemen vervolgstappen.

Hoofdstuk 3 Het houden van vergaderingen

3.1 Vergaderschema

1De gemeenteraad vergadert in principe elke 3e woensdag van de maand, met uitzondering van het zomer- en winterreces. De aanvangstijd is 19.30 uur. Het Afstemmingsoverleg kan besluiten hiervan af te wijken.

2De gemeenteraad vergadert in juni en november in het kader van de Planning en Control cyclus (Programmarekening, Tussenrapportage, Perspectiefnota en Programmabegroting), of anders, indien het Afstemmingsoverleg daartoe besluit.

3De voorzitter van de gemeenteraad kan in bijzondere gevallen en zo mogelijk na overleg met het Afstemmingsoverleg een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.

3.2 Oproep, voorlopige agenda

1De concept-agenda van de raadsvergadering volgt direct uit de vergaderingen van de raadscommissie. Agendapunten die daarna worden aangeboden voor besluitvorming worden aan het Afstemmingsoverleg voorgelegd, eventueel via e-mail, via de griffier, met het verzoek aan de leden zich gemotiveerd uit te bespreken voor of tegen agendering.

2De agenda en stukken worden uiterlijk 5 dagen voor een raadsvergadering gepubliceerd via het digitale vergadersysteem, evenals via e-mail bekend gemaakt aan de abonnees, met uitzondering van de in artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken.

3Een voorstel van het college aan de raad dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Als de raad van oordeel is dat het voorstel voor advies terug aan het college dient te worden gezonden, bepaalt de raad binnen welke termijn het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

4Aan de concept-agenda kunnen tot uiterlijk 48 uur voor de raadsvergaderingen amendementen worden toegevoegd; van deze termijn kan worden afgeweken indien daar, naar het oordeel van de raad, goede argumenten voor zijn.

5De agenda wordt bij aanvang van een raadsvergadering door de raad definitief vastgesteld.

6Raadsvergaderingen worden ten openbare kennis gebracht door aankondiging in o.a. de Texelse Courant, de website van de gemeente Texel (www.texel.nl) en het Raadsinformatiesysteem (www.texel.nl/gemeenteraad).

7(Openbare) stukken die onderdeel van de besprekingen in de raadsvergadering zijn, worden gelijktijdig met het verzenden van de aankondiging van de vergadering op – in elk geval - het gemeentehuis beschikbaar gesteld. Het Afstemmingsoverleg bespreekt de wijze waarop dit gebeurt (stukken fysiek ter inzage en/of via een elektronische zuil, bijvoorbeeld, met hulp voor mensen die daarbij hulp nodig hebben).

3.3 Presentielijst

De griffier draagt zorg voor het bijhouden van presentielijsten van raadsvergaderingen. Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekenen raadsleden de presentielijst. Een lid dat is verhinderd de vergadering bij te wonen, meldt dit vóór aanvang van de vergadering aan de voorzitter.

3.4 Openbare vergadering, ontbreken quorum

1De vergadering wordt door de voorzitter, of bij diens afwezigheid zijn plaatsvervanger, geopend op het tijdstip waarop zij is belegd indien het vereiste aantal leden op basis van de presentielijst tegenwoordig is.

2Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden niet aanwezig is, laat de voorzitter de namen van de afwezige leden door de griffier oplezen. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden.

3.5 Vaststelling agenda

1De agenda wordt bij aanvang van de raadsvergadering door de raad vastgesteld.

2De raad kan, bij het vaststellen van de agenda, besluiten andere dringende onderwerpen aan de agenda toe te voegen.

3Agendapunten die op grond van het tweede lid van dit artikel worden toegevoegd, worden aan het eind van de agenda geplaatst

3.6 Ingekomen stukken

1Bij de raad ingekomen stukken, voor zover deze niet als vertrouwelijk of geheim zijn geduid, worden in het raadsinformatiesysteem geplaatst (in overeenstemming met geldende (privacy-) wetgeving). De griffier adviseert ten aanzien van elk stuk op welke wijze het desbetreffende stuk procedureel wordt behandeld.

2Indien een ingekomen stuk relevant is voor een al gepubliceerde agenda van een commissie- of raadsvergadering wordt deze tevens door de griffie gemaild aan in elk geval de raads- en commissieleden en het college en geplaatst bij het betreffende agendapunt in het digitale vergadersysteem.

3Indien een raads- of commissielid een ingekomen stuk wil bespreken, dan deelt hij dit mee aan de griffier onder vermelding van de reden en doel van behandeling, waarna deze op de agenda van de eerstvolgende raadscommissie wordt geplaatst.

4Ingekomen stukken die met toepassing van de artikelen 25 of 86 van de Gemeentewet aan de raad zijn gezonden, worden uiterlijk de tweede werkdag voorafgaande aan die vergadering om 15.00 uur aangeboden.

3.7 Verslaglegging en ondertiteling

1De griffier draagt zorg voor een korte weergave van raadsvergaderingen. Het volgende wordt in elk geval vastgelegd:

a.de aanwezigen;

b.een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest met daarbij de besluitvorming;

c.een opsomming van vragen die zijn gesteld en nog beantwoord moeten worden en toezeggingen die zijn gedaan.

2De Korte Weergave wordt in het digitale vergadersysteem opgenomen.

3Voor zover de aard en de inhoud van de besluitvorming zich daartegen niet verzet, wordt de concept-Korte Weergave zo spoedig mogelijk na de raadsvergadering openbaar gemaakt (in elk geval aan abonnees) door of namens de griffier.

4Elke vergadering van de gemeenteraad wordt opgenomen en via internet uitgezonden; vergaderingen worden tevens zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen twee weken) ondertiteld. Op dat moment komt tevens een woordelijk transscript beschikbaar (de integrale ondertiteling).

3.8 Toehoorders en pers

1Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen.

2Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

3.9 Geluid- en beeldregistraties

Openbare vergaderingen van de gemeenteraad worden LIVE uitgezonden en gearchiveerd op een wijze dat elke vergadering te allen tijde teruggekeken kan worden.

Hoofdstuk 4 Instrumenten van de gemeenteraad

4.1 De raad kent de volgende instrumenten:

a.Interpellatie

b.Initiatiefvoorstellen en ‘Schoten voor de boeg’

c.Vragen, schriftelijk en rondvraag

d.Inlichtingen en Raadsinformatieavond

e.Enquête

f.Eenvoudig onderzoek

g.Recht van amendement

h.Indienen motie

4.2 Interpellatie

1Een raadslid kan middels een schriftelijk verzoek als bedoeld in artikel 155 lid 2 van de Gemeentewet een debat aanvragen met als doel om één of meerdere leden van het college verantwoording af te laten leggen. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen.

2De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid zijn verzoek nader te motiveren en toe te lichten.

3De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan.

4.3 Initiatiefvoorstellen en ‘Schoten voor de boeg’

1Ieder raadslid heeft het recht in te dienen:

a.een ‘Schot voor de boeg’

b.een initiatiefvoorstel met bijbehorend ontwerpbesluit met als doel dat daar later besluitvorming in de raad zal plaatsvinden.

2De griffier biedt het initiatiefvoorstel of ‘Schot voor de boeg’ per omgaande aan aan het college van burgemeester en wethouders, met het verzoek om binnen 4 weken een schriftelijke reactie te formuleren. Na ontvangst van deze reactie krijgt het initiatief een plaats op de concept-agenda van een raadscommissie (zie ook artikel 3 lid 2 sub d. en h. van de Verordening van de raadscommissie gemeente Texel 2023).

3De initiatiefnemer kan zijn initiatief als bedoeld in het eerste lid mondeling toelichten tijdens de raadscommissie waar het initiatief eerst wordt besproken.

4.4 Schriftelijke vragen en rondvraag

1Raads- en commissieleden dienen schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester in bij de griffier. De griffier brengt de vragen zo spoedig mogelijk (via e-mail) ter kennis van de raads- en commissieleden, het college en het Managementteam.

2Schriftelijke beantwoording door/namens het college vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 21 dagen nadat de vragen zijn ingediend. Deze termijn kan ook korter of langer zijn, afhankelijk van de vraag (urgentie, tijd benodigd om te antwoorden). Namens het college ontvangen de vragende raadsleden via de griffie actief en gemotiveerd afwijkingen van de 21-dagen termijn.

3Vragen die betrekking hebben op een onderwerp dat geagendeerd staat voor een raadscommissie of raadsvergadering worden uiterlijk tijdens deze vergadering beantwoord, tenzij het college de raad gemotiveerd in kennis stelt dat dit onmogelijk is, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke termijn beantwoording wèl zal plaatsvinden.

4Raadsleden kunnen technische vragen ook, via de griffie, stellen aan ambtelijke deskundigen binnen de gemeentelijke organisatie.

5Elke vergadering van de gemeenteraad kent het agendapunt ‘Rondvraag’; op dat moment kunnen raadsleden mondelinge vragen stellen aan het college of de burgemeester. Een rondvraag moet kort en bondig zijn en ook op deze wijze beantwoord kunnen worden. Dit agendapunt krijgt een plaats op de agenda vóór de Bespreekpunten.

6De griffier zorgt ervoor dat gedane toezeggingen (door/namens het college) en gestelde vragen (door raadsleden, commissieleden of fracties) geregistreerd worden in een digitaal systeem.

7Er kunnen ook andere manieren van vragen stellen – en beantwoorden worden georganiseerd, zoals een Vragenuur (voor vragen die niet kwalificeren als politieke vragen). Het Afstemmingsoverleg bespreekt bij ‘andere manieren van vragen stellen’ aspecten als frequentie, openbaarheid (wel of niet) en opnames van de bijeenkomst (wel of niet).

4.5 Inlichtingen en informatieavonden

1Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid van de Gemeentewet schriftelijk in bij de griffier.

2De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raads- en commissieleden, het college of de burgemeester en het ambtelijk management.

3De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 21 dagen nadat het verzoek is ingediend. Als 21 dagen niet haalbaar is, dan volgt in elk geval binnen 21 dagen een uitleg daarover, met daarbij een datum waarop de inlichtingen wel verstrekt kunnen worden.

4Er kunnen op verzoek van het college en/of de gemeenteraad Beeldvormende – of Informerende avonden worden georganiseerd; de verzoeken zelf lopen via het Afstemmingsoverleg en de organisatie ligt in handen van het college. Voor deze avonden geldt het volgende: ze zijn vaak informatief (er worden geen politieke uitspraken gevraagd of verwacht) en er geldt ‘openbaar, mits ’. Het Afstemmingsoverleg kan nadere regels stellen voor deze avonden (in het algemeen of voor specifieke avonden), qua inhoud, opzet en planning.

4.6 Enquête

1Indien één of meer leden de raad willen voorstellen nader onderzoek in te stellen naar het door het college of de burgemeester gevoerde bestuur, wordt daarvoor een schriftelijk voorstel ingediend bij de voorzitter onder opgave van een omschrijving van het onderwerp van onderzoek, een toelichting en zo mogelijk de namen van de te horen getuigen en deskundigen.

2Indien de raad besluit tot het instellen van een onderzoek, dan stelt hij met inachtneming van de bepalingen van artikel 155a van de Gemeentewet een onderzoekscommissie in.

4.7 Eenvoudig onderzoek

1De raad kan op voorstel van het Afstemmingsoverleg dan wel op voorstel van een of meer leden besluiten een eenvoudig onderzoek te houden door middel van het instellen van een tijdelijke commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

2Het besluit tot het houden van een eenvoudig onderzoek regelt in elk geval:

a.de samenstelling van de commissie;

b.het onderwerp en de reikwijdte van het onderzoek;

c.de termijn waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd en de eindrapportage wordt aangeboden;

3De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar; tenzij de raad anders besluit bij het houden van het onderzoek.

4Het eindrapport van de commissie is openbaar, tenzij dringende redenen zich hiertegen verzetten.

4.8 Amendementen en subamendementen

1Raadsleden dienen amendementen en subamendementen vóór het sluiten van de beraadslaging van het voorstel waarop deze betrekking hebben in bij de griffier, die deze zo spoedig mogelijk ter kennis brengt aan zowel raadsleden, commissieleden, collegeleden en abonnees.

2Intrekking of aanpassing door de indiener van een amendement of subamendement is mogelijk totdat de besluitvorming daarover door de raad is afgerond.

4.9 Moties

1Ieder ter vergadering aanwezig lid heeft het recht naar aanleiding van het in behandeling zijnde onderwerp of ‘vreemd aan de orde van de dag’ schriftelijk moties in te dienen bij de voorzitter. Om een goede voorbereiding, bespreking en besluitvorming te borgen streven raadsleden ernaar moties 48 uur voorafgaand aan een raadsvergadering kenbaar te maken.

2Moties kunnen door of namens een lid van de raad ook al worden aangekondigd tijdens de behandeling (van een onderwerp) in een commissievergadering.

3De behandeling van en de besluitvorming over een motie die qua thematiek behoort bij een onderwerp dat op de raadsagenda staat vindt plaats na eventuele amendementen en het betreffende voorstel, tenzij de vergadering anders beslist.

4De indiener van een motie kan deze wijzigen of intrekken voordat de besluitvorming door de vergadering heeft aangevangen. Een wijzigingsvoorstel wordt door de indiener schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter oordeelt dat met het oog op het eenvoudige karakter van de voorgestelde wijziging met een mondeling wijzigingsvoorstel kan worden volstaan.

5De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda opgenomen onderwerpen zijn behandeld.

6Bij de behandeling van de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar kan de voorzitter nadere voorstellen doen omtrent de wijze van indiening van moties.

4.10 Afhandeling moties en monitoring aanbevelingen

Het college en de burgemeester rapporteren periodiek en schriftelijk aan de raad over de voortgang van:

a.aangenomen moties;

b.aanbevelingen van de Regionale Rekenkamercommissie De Waddeneilanden (via de Auditcommissie)

c.aanbevelingen van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel155a, derde lid van de Gemeentewet die zijn overgenomen door de raad.

Hoofdstuk 5 De wijze van beraadslagen

5.1 Spreken tijdens de vergadering

1Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt onder leiding van de voorzitter, waarbij geen expliciete termijnen gelden. Dit, om de discussie ruimte te kunnen geven. De raadsleden dragen een eigen verantwoordelijkheid voor de inbreng in het debat, zowel kwalitatief als kwantitatief.

2Geen lid voert het woord zonder het aan de voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.

3Indien een lid van het college het woord verlangt, verleent de voorzitter dit niet dan nadat de spreker die aan het woord is, is uitgesproken.

4De voorzitter verleent het woord in de volgorde waarin het is gevraagd, met dien verstande dat over een verzoek om interpellatie, een verzoek om debat, een initiatiefvoorstel, een voorstel van orde, een motie, een amendement of een subamendement eerst de voorsteller of verzoeker het woord mag voeren ter toelichting.

5De voorzitter mag een spreker die zichzelf te veel herhaalt, afdwaalt van het punt dat voorligt of taal bezigt die niet respectvol is het woord ontnemen.

6Een lid voert in openbaarheid niet het woord over individuele medewerkers of functionarissen van de gemeente.

5.2 Voorstellen van orde

Raadsleden kunnen tijdens een raadsvergadering mondeling een voorstel van orde betreffende de vergadering doen. De raad beslist hier direct over.

5.3 Storen in rede

1Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord.

2Interrupties zijn korte vragen zonder inleiding en hebben tot doel de spreker een verheldering van het betoog te vragen dan wel een onjuistheid te corrigeren.

3Als een raadslid wil interrumperen, dan loopt hij/zij naar een interruptiemicrofoon. De voorzitter geeft ruimte voor de interruptie op een natuurlijk moment in het betoog. Het Afstemmingsoverleg kan adviseren om interrupties op andere wijze te regelen.

5.4 Beledigende uitdrukkingen/ontnemen van het woord

1Indien een spreker zich beledigende of ongepaste uitdrukkingen veroorlooft, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Hetzelfde geldt indien naar het oordeel van de voorzitter een spreker afwijkt van het onderwerp.

2Wanneer een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het storen van de orde of het afwijken van het onderwerp in beraadslaging, ontneemt de voorzitter hem het woord. In de vergadering waarin dit plaats heeft mag het lid van wie het woord is ontnomen, aan de beraadslagingen over het onderwerp dat op dat moment in behandeling is niet meer deelnemen.

5.5 Schorsing vergadering

1De voorzitter kan op voorstel van een raadslid dan wel op verzoek van een lid van het college de vergadering schorsen.

2De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen of haar sluiten indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord.

5.6 Sluiting beraadslaging

1Indien de voorzitter oordeelt dat een onderwerp genoeg is toegelicht, stelt hij aan de vergadering sluiting van de beraadslaging voor.

2Over de voorstellen, bedoeld in het eerste lid, wordt niet beraadslaagd.

Hoofdstuk 6 Procedure bij stemming

6.1 Beslissing

1De voorzitter sluit de beraadslaging als hij vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, tenzij de raad anders beslist.

2Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen beslissing.

6.2 Stemming; procedure hoofdelijke stemming

1Over elk raadsvoorstel (maar bijvoorbeeld ook over voorstellen van orde, een motie, een amendement of een subamendement) wordt gestemd.

2In geval van een raadsvoorstel dat vraagt om ‘wensen en bedenkingen’ (op basis van artikel 169 lid 4 Gemeentewet of indien het college uit eigen beweging vraagt om wensen en bedenkingen) geldt het volgende: alle door fracties ingediende wensen en/of bedenkingen worden in stemming gebracht. Dat levert een overzicht op van aangenomen wensen en bedenkingen, dat aan het college wordt aangeboden.

3Een raadslid kan om een hoofdelijke stemming vragen, wat de voorzitter zal toestaan.

4Bij hoofdelijke stemming roept de voorzitter van de raad (of de griffier) de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op volgorde van ondertekening van de presentielijst. Tenzij een raadslid overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deelneemt, stemmen de raadsleden door 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

5Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.

6De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee. Deze doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.

7Er kan gebruikt gemaakt worden van een digitaal stemsysteem.

6.3 Volgorde stemming over amendementen en moties

1Als een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. Als een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement waarop dat betrekking heeft.

2Als meerdere amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, eerst over het meest verstrekkende amendement of subamendement gestemd.

3Als aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het (al dan niet geamendeerde) voorstel gestemd en vervolgens over de motie.

6.4 Stemming over personen

1Aanwezige raadsleden zijn verplicht een door de griffier, namens de commissies Stemmen en geloofsbrieven, verstrekt stembriefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.

2Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op 1 briefje.

3In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van de Commissie Stemmen en Geloofsbrieven.

4Als het gaat over benoeming van personen op voordracht van fracties (zoals: leden Auditcommissie, Werkgevercommissie, Vertrouwenscommissie) geldt dat geen schriftelijke stemming nodig is; deze benoemingen komen als hamerstuk op de agenda. Ook voor deelnemers aan denkgroepen van de raad geldt dat geen expliciete benoeming en stemming nodig is. Het Afstemmingsoverleg kan hier nadere afspraken over maken.

6.5 Stemverklaring

Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, kunnen raadsleden stemgedrag toelichten. Een stemverklaring is een korte toelichting op het stemgedrag en mag geen aanleiding geven voor discussie of reactie. De fractiewoordvoerder of een individueel raadslid kan zo duidelijk maken welke (doorslaggevende) overweging een voor- of tegenstem het best uitlegt.

Hoofdstuk 7 Besloten vergaderingen

7.1 Besloten vergadering

1De voorzitter schorst de openbare vergadering nadat ten minste een vijfde deel van de leden die de presentielijst hebben getekend, hebben verzocht om in beslotenheid te vergaderen of de voorzitter dit nodig oordeelt.

2De voorzitter verzoekt ambtenaren, pers en publiek de zaal te verlaten met uitzondering van de notulist, een medewerker ten behoeve van de geluidsvoorziening, een medewerker van de bodedienst, een medewerker van de griffie en eventueel andere door hem aan te wijzen ambtenaren.

3De vergadering beslist of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd.

4Indien de vergadering instemt met het beraadslagen met gesloten deuren, opent de voorzitter de besloten vergadering. Op besloten raadsvergaderingen is dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover dat niet strijdig is met het besloten karakter van de vergadering.

7.2 Verslag besloten vergadering

1Verslagen van besloten raadsvergaderingen worden niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.

2Deze verslagen worden zo spoedig mogelijk in een besloten raadsvergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van het vastgestelde verslag.

3De vastgestelde verslagen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.

7.3 Opheffing geheimhouding

Als de raad op grond van de artikelen 25, derde en vierde lid, 55, tweede en derde lid, of 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen, wordt, als het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, daarover in een besloten raadsvergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.

Hoofdstuk 8 Slotbepalingen

8.1 Vangnetregeling

In gevallen waarvoor in de regels in dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de regels, beslist de gemeenteraad op voorstel van de voorzitter of van het Afstemmingsoverleg.

8.2 Inwerkingtreding

Het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Texel 2023 treedt in werking 1 dag na publicatie in het Gemeenteblad.

8.3 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als “Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad gemeente Texel 2023”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.