Aanhef
Intitulé
Het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht,
gelet op:
1artikel 160, eerste lid onder a, van de Gemeentewet
2artikel 18 van de Participatiewet,
3artikel 3, vierde lid van de Participatiewet
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Artikel 1. Begrippen
1In dit besluit wordt verstaan onder:
a.bijstandsgerechtigde: de persoon met een uitkering op grond van de PW, de IOAW en IOAZ;
b.BRP: Basis Registratie Personen;
c.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;
d.kennismakingsperiode: een periode van maximaal 6 maanden waarin het college bijstandsgerechtigde(n) toestemming geeft om samen te wonen op proef, zoals bedoeld in deze regeling, zonder consequenties voor de uitkering;
e.IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
f.IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
g.PW: Participatiewet;
2Alle begrippen die in beleidsregels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de PW, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 2. Kennismakingsperiode
1Het college kan op aanvraag aan één of aan beide personen die een uitkering ontvangt of ontvangen, op grond van de PW, IOAW of IOAZ maximaal eens in de vijf jaar een kennismakingsperiode verlenen, voor een periode van maximaal 6 maanden. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag al een kennismakingsperiode is toegekend, wordt de aanvraag afgewezen.
2De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend.
3Gedurende de kennismakingsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode. Indien de situatie na de aanvang van de kennismakingsperiode wijzigt, wordt de bijstandssituatie daar zo nodig op afgestemd.
4De kennismakingsperiode moet worden aangevraagd in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde, of de afzonderlijke bijstandsgerechtigden, de uitkering ontvang(en). Wanneer er sprake is van twee bijstandsgerechtigden die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeente, dan bestaat het recht op de kennismakingsperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen.
5De inlichtingenplicht ligt op de bijstandsgerechtigde die de bijstandsuitkering ontvangt.
Artikel 3. Voorwaarden aan de kennisperiode
1De volgende voorwaarden gelden voor de kennismakingsperiode:
a.aanvragers hebben niet eerder met elkaar samengewoond,
b.er is geen sprake (geweest) van kostgangerschap of onderhuur (van aanvragers),
c.aanvragers hebben nog geen voorbereidingen getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap,
d.beide aanvragers houden hun eigen woonruimte aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in BRP.
2Een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is op de hoogte en akkoord met het tijdelijk niet bewonen van de woonruimte, danwel met het voeren van een gezamenlijke huishouding in een woonruimte.
3Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de kennismakingsperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de PW verblijft, houdt het recht op de kennismakingsperiode op te bestaan. Wanneer de partner niet langer meer in de inrichting verblijft, kan de kennismakingsperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de kennismakingsperiode voor de periode dat van de oorspronkelijk toegekende 6 maanden resteert. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft en bij detentie.
Artikel 4. Uitsluiting van de kennismakingsperiode
Er wordt geen toestemming voor de kennismakingsperiode verleend als de belanghebbenden al eerder het hoofdverblijf hebben gehad op dezelfde woning en
a.zij met elkaar gehuwd zijn geweest, of
b.uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de andere, of
c.er sprake is van een samenlevingscontract of ondertrouw, of
d.zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de PW.
Artikel 5. Onvoorziene situaties
In situaties waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.
Artikel 6. Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als de “Beleidsregels kennismakingsperiode gemeente Stichtse Vecht 2023”.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze nadere regels treden in werking met ingang van 1 augustus 2023.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 4 juli 2023.
gemeentesecretaris,
drs. R.C.L. Heijdra
burgemeester,
drs. A.J.H.T.H. Reinders