Aanhef
De raad van de gemeente Sluis;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 augustus 2026;
gelet op de artikelen 10.23, 10.24, tweede lid, 10.25 en 10.26 van de Wet milieubeheer, artikel 3.5 van de Wet dieren, artikel 4.22 van de Omgevingswet en artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026.
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.inzamelmiddel: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden;
b.inzamelplaats: daartoe op grond van artikel 5 aangewezen plaats;
c.inzamelvoorziening: voor de inzameling van afvalstoffen bestemd bewaarmiddel of plaats ten behoeve van meerdere huishoudens;
d.clusterplaats: een locatie in de openbare ruimte die door burgemeester en wethouders is aangewezen voor het tijdelijk plaatsen van inzamelmiddelen of verrijdbare inzamelvoorzieningen met huishoudelijke afvalstoffen, met het oog op de inzameling daarvan;
e.perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
Artikel 2. Doelstelling
De toepassing van deze verordening is gericht op de bescherming van de leefomgeving, met inbegrip van een doelmatig beheer van afvalstoffen.
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst
1Burgemeester en wethouders wijzen de inzameldienst aan die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen.
2Aan de aanwijzing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden gesteld. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
3Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt.
Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars
1Het is voor anderen dan de inzameldienst verboden huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, tenzij de inzamelaar:
a.daartoe is aangewezen door burgemeester en wethouders;
b.bij nadere regels van burgemeester en wethouders van het verbod is vrijgesteld;
c.verplicht is tot inname, bedoeld in artikel 9.5.2, derde lid, aanhef en onderdeel b, of vierde lid, van de Wet milieubeheer.
2Op de aanwijzing van een inzamelaar, bedoeld in het eerste lid, onder a, is artikel 3, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats
Burgemeester en wethouders dragen zorg voor ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats waar in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen, met inbegrip van grof huishoudelijk afval, gescheiden achter te laten.
Artikel 6. Algemene verboden
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen:
1ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst of een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
2over te dragen aan een ander dan een inzamelaar als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
3achter te laten op een andere plaats dan de inzamelplaats, bedoeld in artikel 5.
Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling
1Burgemeester en wethouders wijzen de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen aan die afzonderlijk worden ingezameld.
2In ieder geval worden de volgende bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk ingezameld:
•bioafval;
•oud papier en karton;
•glas;
•textiel;
•kunststof verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD);
•matrassen;
•klein chemisch afval;
•afgedankte elektrische en elektronische apparatuur;
•luiers en incontinentiemateriaal;
•medisch afval;
•grof huishoudelijk afval;
•grof tuinafval;
•huishoudelijk restafval.
3Burgemeester en wethouders kunnen voor verschillende categorieën percelen bepalen op welke wijze de in het eerste en tweede lid genoemde bestanddelen worden ingezameld.
4Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de inzamelfrequentie van de in het eerste en tweede lid genoemde bestanddelen.
Artikel 8. Gescheiden aanbieding
1Het is verboden de bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen, bedoeld in artikel 7, anders dan afzonderlijk:
a.ter inzameling aan te bieden;
b.achter te laten op een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5.
2Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen. Deze regels kunnen voor categorieën van gevallen of personen een vrijstelling inhouden van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9. Tijdstip van aanbieding
Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan op de door burgemeester en wethouders daartoe bepaalde dag en tijden. Deze kunnen voor verschillende bestanddelen verschillend worden vastgesteld.
Artikel 10. Wijze en plaats van aanbieding
1Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over het gebruik van:
a.inzamelmiddelen voor het aanbieden ter inzameling bij of nabij een perceel;
b.inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling nabij een perceel;
c.inzamelvoorzieningen voor het aanbieden ter inzameling op een door burgemeester en wethouders aangewezen locatie.
2Het is verboden een inzamelmiddel na afloop van de tijden als bedoeld in artikel 9 buiten een perceel te laten staan.
3Het is verboden een inzamelmiddel of inzamelvoorziening te gebruiken voor het aanbieden van een andere categorie huishoudelijke afvalstoffen dan waarvoor dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening is aangewezen.
4Het is verboden voor anderen dan gebruikers van percelen om huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden, tenzij burgemeester en wethouders hiervoor nadere regels hebben gesteld.
5Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over de wijze en plaats van aanbieding van huishoudelijke afvalstoffen, waaronder regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen. Deze regels kunnen tevens betrekking hebben op toegangscontrolesystemen en toegangsmiddelen voor inzamelvoorzieningen.
Artikel 11. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen
Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling door de inzameldienst aan te bieden of over te dragen, of bij een inzamelplaats als bedoeld in artikel 5, achter te laten.
Artikel 12. Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen
1Het is verboden bedrijfsafvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan in overeenstemming met de door burgemeester en wethouders te stellen regels over de dagen, tijden, wijzen en plaatsen van inzameling.
2Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor het aanbieden, overdragen of achterlaten van bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen. Deze regels kunnen mede worden vastgesteld voor anderen dan de inzameldienst. Deze regels kunnen een vrijstelling van het verbod inhouden als bedoeld in artikel 4, eerste lid. In elk geval blijft artikel 10 van kracht.
Artikel 13. Dumpingsverbod
1Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, buiten een inrichting, hinder of nadelige beïnvloeding van de leefomgeving te veroorzaken, door een afvalstof, een stof of een voorwerp op of in de bodem te brengen, te storten, te houden, achter te laten of anderszins daar te plaatsen.
2Het eerste lid is niet van toepassing op:
a.het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen in overeenstemming met deze verordening;
b.het composteren van huishoudelijk bioafval op het perceel waar dit is ontstaan;
c.het laden, lossen of vervoeren van afvalstoffen, met inbegrip van daarbij niet te vermijden plaatsing van afvalstoffen, stoffen of voorwerpen op de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
d.handelingen die zijn verboden bij of krachtens de Omgevingswet, het Besluit bodemkwaliteit, of het Omgevingsplan gemeente Sluis.
3Indien de overtreder van dit artikel onbekend is, wordt de persoon tot wie de aangetroffen afvalstof, stof of voorwerp kan worden herleid, geacht te hebben gehandeld in strijd met dit artikel.
Artikel 14. Zwerfafval in de openbare ruimte
1Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.
2Huis-aan-huis bladen, reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.
3Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen, inzamelmiddelen, inzamelvoorzieningen of openbare afvalbakken te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen of door deze anderszins nadelig te behandelen.
4Het derde lid is niet van toepassing op de krachtens artikel 21 aangewezen toezichthouders, voor zover het doorzoeken of behandelen noodzakelijk is voor de uitvoering van hun toezichtstaak.
5Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen.
Artikel 15 Zwerfafval rondom een milieubelastende activiteit
Degene, die een milieubelastende activiteit drijft waar eet- of drinkwaren worden verkocht, die ter plaatse kunnen worden genuttigd, draagt zorg voor de aanwezigheid in of nabij de milieubelastende activiteit van een steeds voor gebruik door het publiek beschikbare en tijdig geleegde afvalbak of soortgelijk middel voor het houden van afval.
Artikel 16. Afval en verontreiniging op de weg
1Het is verboden de weg, bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994, te verontreinigen of de leefomgeving nadelig te beïnvloeden door afvalstoffen, stoffen of voorwerpen te laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te verrichten.
2Degene die in strijd met het eerste lid de weg verontreinigt of de leefomgeving nadelig beïnvloedt, of diens opdrachtgever, zorgt terstond na de beëindiging van de werkzaamheden van die dag voor het reinigen van de weg, of zoveel eerder als nodig is om de veiligheid van het verkeer of de bescherming van het wegdek te verzekeren.
Artikel 17. Geen opslag van afval in de open lucht
Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met paragraaf 2 en 3 van deze verordening aanbieden, achterlaten of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Het verbod geldt niet als voor de opslag van afvalstoffen een omgevingsvergunning is afgegeven.
Artikel 18. Ontdoen van wrakken
Het is verboden zich te ontdoen van een wrak van een gemotoriseerd voertuig dat afkomstig is van een perceel, anders dan door afgifte aan een houder van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit voor het demonteren van autowrakken.
Artikel 19. Kadavers van gezelschapsdieren
1Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a.kadaver: kadaver als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet dieren;
b.gezelschapsdier: een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobby- of landbouwhuisdier.
2Burgemeester en wethouders wijzen één of meer verzamelplaatsen aan waar kadavers van gezelschapsdieren worden ingezameld.
3Van ingezamelde kadavers wordt aangifte gedaan bij de daartoe aangewezen verwerker. De kadavers worden bewaard en overgedragen aan de aangewezen verwerker in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens artikel 3.1 van de Wet dieren.
4Uiterlijk op de eerste werkdag die volgt op de dag waarop het gezelschapsdier dood is aangetroffen, geeft de houder van het kadaver dit af op een aangewezen verzamelplaats.
5Tot het tijdstip van afgifte bewaart de houder het kadaver zodanig dat er geen vermenging is met ander materiaal.
6Het vierde lid is niet van toepassing op het kadaver dat wordt begraven op een terrein dat ter beschikking staat van de houder van het kadaver of dat uiterlijk de eerste werkdag na overlijden wordt afgegeven aan een ondernemer die is erkend op grond van artikel 24, eerste lid, onder b, c of d, van de Verordening 1069/2009/EG.
Artikel 20. Strafbare feiten
Overtreding van het bij of krachtens de artikelen 4, 6, 8 tot en met 19 bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 21. Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet door burgemeester en wethouders aangewezen functionarissen.
Artikel 22. Intrekking oude verordening
De Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Sluis wordt ingetrokken.
Artikel 23. Overgangsrecht
1Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend bij of krachtens de Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2020 blijven, voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken, van kracht indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook is opgenomen in deze verordening. Zij worden aangemerkt als vergunningen of ontheffingen verleend krachtens deze verordening.
2Voorschriften en beperkingen die zijn verbonden aan vergunningen of ontheffingen als bedoeld in het eerste lid blijven van kracht, voor zover de bepalingen waarop deze voorschriften en beperkingen zijn gebaseerd ook zijn opgenomen in deze verordening.
3Nadere regels en aanwijzingsbesluiten die zijn vastgesteld of genomen krachtens de Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2020 blijven van kracht, voor zover de rechtsgrond waarop zij zijn gebaseerd ook in deze verordening is opgenomen en zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
4Aanvragen om een vergunning of ontheffing die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn ingediend en waarop op dat tijdstip nog niet is beslist, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.
Artikel 24. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Afvalstoffenverordening gemeente Sluis 2026.
Artikel 25. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking.