Aanhef
De raad van de gemeente Sliedrecht;
gelezen het voorstel van het presidium d.d. 4 november 2025;
gelet op artikel 96, eerste en tweede lid, en artikel 147 van de Gemeentewet, en het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers;
besluit
vast te stellen de volgende verordening: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2026.
Artikel 1 Definitiebepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.burgerraadslid: een lid van de oordeelsvormende vergadering, niet zijnde een raadslid, en benoemd door de raad.
b.commissie: een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet.
c.commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens (burger)raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
d.raad: gemeenteraad van Sliedrecht.
e.raadslid: lid van de raad.
Artikel 2 Toelage lid onderzoekscommissie en bijzondere commissie
1Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt, overeenkomstig artikel 3.1.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend ter hoogte van het bedrag genoemd in 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
2Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend.
Artikel 3 Vergoeding burgerraadsleden
Aan burgerraadsleden wordt maandelijks een vergoeding toegekend die gelijk is aan het vastgestelde bedrag voor het maandelijks bijwonen van drie vergaderingen van een commissie volgens de van toepassing zijnde inwonersklasse als genoemd in artikel 3.4.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Artikel 4 Reis- en verblijfkosten (burger)raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente
1Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
a.de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
b.bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
2Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
3Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
4De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
Artikel 5 Informatie- en communicatievoorzieningen (burger)raadsleden- en commissieleden
1Een (burger)raadslid of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking worden gesteld als bedoeld in artikel 3.3.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast.
2Een (burger)raadslid of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde informatie- en communicatievoorzieningen in bij de gemeente. Overname van de informatie- en communicatievoorzieningen is mogelijk tegen vergoeding van de resterende waarde van de voorzieningen in het economisch verkeer.
Artikel 6 Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing (burger)raads- en commissieleden
1Een (burger)raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier.
2Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.
3De maximale vergoeding van de scholing bedraagt:
a.€ 1200,= per raadsperiode per (burger)raadslid;
b.€ 1200,= per raadsperiode per commissielid.
4De voorzitter van de raad beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Als de omstandigheden van het geval daartoe nopen, kan hij besluiten van het in het derde lid genoemde maximumbedrag af te wijken.
Artikel 7 Betaling vaste vergoedingen
Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van de vergoeding, bedoeld in artikel 3.4.1 het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers maandelijks plaats.
Artikel 8 Betaling en declaratie van onkosten
1Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door:
a.betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur,
b.betaling vooruit uit eigen middelen.
2Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
3Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen 2 maanden na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend bij de griffier.
4Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan (burger)raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt.
Artikel 9 Intrekking oude verordening
De Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2019 van de gemeente Sliedrecht, vastgesteld op 8 oktober 2019 wordt ingetrokken per 1 januari 2026.
Artikel 10 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2026.
Artikel 11 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Sliedrecht 2026.