Aanhef
De raad der gemeente Sliedrecht;
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 april 2023: gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;
besluit:
vast te stellen:
Financiële verordening gemeente Sliedrecht 2023
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze verordening wordt verstaan onder:
•afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college;
•inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves;
•netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; en
Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording
Artikel 2 Programma-indeling
1De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.
2De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode de onderverdeling van de producten in de programma’s vast.
3De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. De indicatoren bevatten ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
1De afkorting BBV voor Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten wordt in de rest van de financiële verordening toegepast
.
4De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het BBV, in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
Artikel 3 Planning en control cyclus
De raad wordt geïnformeerd over de beheersing van het beleid via de planning en control cyclus. Naast de begroting met de meerjarenraming en de jaarstukken, die verplichte uitvoeringsinformatie zijn volgens het BBV, wordt de raad geïnformeerd via de kadernota, de voorjaarsnota en de winternota. De planning en control cyclus wordt gevormd door de volgende planning en control producten;
a.de kadernota;
b.de begroting met de meerjarenraming;
c.de voorjaarsnota;
d.de winternota; en
e.de jaarstukken.
Artikel 4 Kadernota
1Het college biedt voor het zomerreces aan de raad een kadernota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.
Artikel 5 Inrichting begroting en jaarstukken
1Bij de begroting worden van de programma’s de lasten en baten per product weergegeven en bij de jaarstukken worden van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per product weergegeven.
2Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar weergegeven.
3In de jaarrekening wordt van de investeringen en meerjarige projecten de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven weergegeven.
4In de jaarrekening worden afwijkingen op het saldo van de oorspronkelijke ramingen groter dan € 25.000 per programma toegelicht.
5In de begroting en jaarrekening worden incidentele baten en lasten groter dan € 25.000 afzonderlijk gespecificeerd en toegelicht in het overzicht incidentele lasten en baten.
6Er wordt twee keer per jaar over de voortgang van de projecten gerapporteerd. Deze informatie wordt verwerkt in de jaarrekening en begroting.
Artikel 6 Voorjaarsnota
1Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting. Het betreft een voorjaarsnota. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast.
2De voorjaarsnota geeft een beeld van de beleidsmatige en financiële realisatie en prognose op programma niveau. De voorjaarsnota kan gekoppeld worden aan voorstellen tot financiële bijstelling van de budgetten en kredieten.
3In de voorjaarsnota worden afwijkingen op het saldo van de oorspronkelijke ramingen van programma’s groter dan € 25.000 toegelicht.
Artikel 7 Winternota
1Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse rapportage over de realisatie van de begroting. Het betreft een winternota. De raad stelt deze nota voor het kerstreces vast.
2De winternota geeft een beeld van de financiële realisatie en prognose op programma niveau. De winternota kan gekoppeld worden aan voorstellen tot financiële bijstelling van de budgetten en kredieten.
3In de winternota worden afwijkingen op het saldo van de oorspronkelijke ramingen van programma’s groter dan € 25.000 toegelicht.
Artikel 8 Autorisatie begroting en investeringskredieten
1De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma.
2Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
3Bij de behandeling van de voorjaarsnota en de winternota in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.
4Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.
5In afwijking van artikel 8, vierde lid, mandateert de raad het college voor investeringen tot een bedrag van € 50.000. In de planning en control producten worden de financiële consequenties verwerkt.
Hoofdstuk 3 Financieel beleid
Artikel 9 Waardering en afschrijving vaste activa
1Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage Afschrijvingstermijnen investeringen bij deze verordening.
2Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.
3De volgende uitganspunten worden gehanteerd bij investeringen:
a.vervangingsinvesteringen worden in het (meerjaren) investeringsplan opgenomen in de begroting;
b.investeringswensen, die als nieuw beleid worden aangemerkt, worden via de kadernota of een afzonderlijk advies voorgesteld;
c.de staat van restantkredieten wordt opgenomen in de jaarrekening;
d.indien een investering niet in het jaar van planning is gestart, dan wordt bij de jaarrekening een voorstel gedaan voor het overbrengen van het krediet naar het volgende boekjaar;
e.investeringen kunnen maximaal 3 jaar na het moment van aanvang volgens het initiële voorstel uitlopen, behoudends zwaarwegende omstandigheden; en
f.de rentelast wordt gebaseerd op de omslagrente die in de laatst vastgestelde begroting is opgenomen.
4Naast de regelgeving omtrent waarderen, activeren en afschrijven zoals vastgelegd in Hoofdstuk 5 van het BBV, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor het waarderen en afschrijven van vaste activa:
a.de minimale grens voor een te activeren investering bedraagt € 10.000;
b.een uitzondering op lid 4a vormen aankopen welke als losstaand actief weliswaar de ondergrens niet overstijgen maar wel in grote(re) aantallen worden aangeschaft en daarmee wel de minimale grens overstijgen;
c.afschrijvingslasten worden geraamd vanaf 1 januari volgend op het jaar van datum dat de activa in gebruik is genomen;
d.standaard wordt gebruik gemaakt van de lineaire afschrijvingsmethode;
e.in afwijking op lid 4d worden gebouwen op annuïteitenbasis afgeschreven;
f.bij complex samengestelde investeringen waarbij de afschrijvingstermijnen van de afzonderlijke componenten (ver) uit elkaar lopen wordt de componentenmethode gebruikt; en
g.bij gebouwen wordt rekening gehouden met een restwaarde van 25%.
Artikel 10 Voorziening voor dubieuze debiteuren
1Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening dubieuze debiteuren gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
2Voor openstaande vorderingen betreffende gemeentelijke aanslagen, heffingen wordt, met uitzondering van individuele vorderingen groter dan € 25.000, een voorziening dubieuze debiteuren gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid.
Artikel 11 Reserves en voorzieningen
1Het college biedt de raad een Nota Reserves en Voorzieningen aan.
2Het college beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is deze nota te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie.
3De Nota Reserves en Voorzieningen wordt door de raad vastgesteld en behandelt ten minste:
a.de vorming en besteding van reserves; en
b.de vorming en besteding van voorzieningen.
4Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:
a.het specifieke doel van de reserve;
b.de voeding van de reserve;
c.de maximale hoogte van de reserve; en
d.de maximale looptijd.
Artikel 12 Kostprijsberekening
1Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overhead kosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Voor de overhead geldt dat deze worden betrokken voor zover deze activa van economisch nut is.
2Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, bijvoorbeeld rioolheffing en afvalstoffenheffing, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
3Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.
4Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.
5Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de overheadkosten. De berekening van het betreffende aandeel wordt in de begroting opgenomen.
6Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. De uitkomst van het percentage van de omslagrente wordt binnen een marge van half procent afgerond.
7In afwijking van het zesde lid wordt bij een verstrekte lening, voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs, uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken. Deze rente wordt verhoogd met een opslag voor het debiteurenrisico.
Artikel 13 Prijzen economische activiteiten
1Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd.
2Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.
3Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.
4Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:
a.leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;
b.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak;
c.een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;
d.een bevoordeling van sociale werkplaatsen;
e.een bevoordeling van onderwijsinstellingen;
f.een bevoordeling van publieke media-instellingen; en
g.een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.
Artikel 14 Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen
1Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen en heffingen.
2Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de kadernota vooraf een besluit voor aan de raad.
Artikel 15 Financieringsfunctie
1Het college biedt de raad een Financieringsstatuut aan.
2Het college beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is deze nota te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie.
Artikel 16 Borgstellingen
1Het college biedt de raad een Nota Borgstellingen aan waarin de regels omtrent het verstrekken van garanties en borgstellingen zijn uitgewerkt.
2Het college beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is deze nota te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie.
Artikel 17 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
1Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario de schuldverplichtingen in de toekomst kan blijven nakomen zonder dat de uitgaven aan en de investeringen in noodzakelijke publieke voorzieningen in de knel komen.
2Het college biedt de raad de Nota Weerstandsvermogen en risicobeheersing aan
3Het college beoordeeld minimaal elke vier jaar of een aanpassing van de nota nodig is. De beoordeling wordt aangeboden aan de Auditcommissie.
4Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt ten minste:
a.regels omtrent het inventariseren van risico’s;
b.een rekenmethode voor het bepalen van het aan de risico gerelateerde weerstandscapaciteit;
c.regels voor de berekening van de weerstandscapaciteit; en
d.regels omtrent het bepalen van de gewenste minimale weerstandscapaciteit en/of –ratio.
Hoofdstuk 4 Paragrafen
Artikel 18 De paragrafen in de begroting en de jaarstukken
Volgens artikel 9 van het BBV moeten gemeenten een aantal verplichte paragrafen opnemen in de begroting en de jaarstukken. In de artikelen 18 t/m 24 van deze verordening worden aanvullingen gegeven op de verplichte paragrafen.
Artikel 19 Financiering
1In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het BBV in ieder geval op:
a.de schulden met een looptijd langer dan een jaar en het verschuldigde rentepercentage; en
b.de rentevisie voor de komende vier jaar;
Artikel 20 Weerstandsvermogen & risicobeheersing
1In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het BBV in ieder geval op:
a.de ontwikkeling van de netto schuld per inwoner;
b.het saldo van de baten en lasten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves als percentage van de inkomsten; en
c.de onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting als percentage van de inkomsten.
Artikel 21 Onderhoud kapitaalgoederen
1Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het BBV in ieder geval op:
a.de voortgang van het geplande onderhoud; en
b.de omvang van het achterstallig onderhoud.
2Het college biedt de raad een onderhoudsplan openbare ruimte aan en beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is het onderhoudsplan te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie.
Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.
3Het college biedt de raad een gemeentelijk rioleringsplan aan en aan en beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is het rioleringsplan te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast.
4Het college biedt de raad een onderhoudsplan gebouwen aan en beziet tenminste iedere vier jaar of er aanleiding is het onderhoudsplan te actualiseren en stemt dit af met de auditcommissie. Het onderhoudsplan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.
Artikel 22 Bedrijfsvoering
1In de paragraaf bedrijfsvoering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het BBV in ieder geval op:
a.de omvang, opbouw en ontwikkeling van het personeelsbestand en de loonkosten;
b.de kosten van inhuur derden;
c.de huisvestingskosten;
d.de automatiseringskosten;
e.de budgetten voor de raad, de griffie, de rekenkamer en de accountant.
f.en toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, voor zover deze de rapportagegrens, zoals opgenomen in het Controle protocol, overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; en
g.een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen.
Artikel 23 Grondbeleid
1In de paragraaf grondbeleid bij de begroting en de jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van artikel van 16 van het BBV in ieder geval op:
a.het verloop van de grondvoorraad; en
b.de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.
2Het college biedt de raad een Nota Grondbeleid aan en beoordeeld wanneer een aanpassing van de nota nodig is. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt aandacht besteed aan:
a.de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente;
b.te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten;
c.het verloop van de grondvoorraad; en
d.de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden.
Artikel 24 Grote projecten
1Naast de verplichte paragrafen volgens artikel 9 van het BBV neemt het college de paragraaf Grote Projecten op in de begroting en de jaarstukken. Welke projecten worden aangemerkt als grote projecten wordt vastgesteld met de begroting. In de paragraaf grote projecten geeft het college de stand van zaken weer van de grote projecten. Voor de projecten wordt in ieder geval opgenomen;
a.het doel;
b.de status; en
c.de planning.
Artikel 25 Wet open overheid
1Naast de verplichte paragrafen volgens artikel 9 van het BBV neemt het college de paragraaf Wet open overheid op in de begroting en de jaarstukken.
Hoofdstuk 5 Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 26 Administratie
1De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
a.het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en inde afdelingen;
b.het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
c.het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties;
d.het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;
e.het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; en
f.de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
2Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
Artikel 27 Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor:
a.een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de afdelingen;
b.een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden;
c.de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
d.de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
e.de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
f.de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de lasten en baten aan de producten van de productenraming en de productenrealisatie;
g.het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
h.het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; en
i.het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 28 Interne controle
1Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheers handelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel.
2Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Hoofdstuk 6 Slotbepalingen
Artikel 29 Intrekken oude verordening en overgangsrecht
De verordening op de inrichting van de financiële organisatie, het financiële beheer en de uitgangspunten van het financiële beleid van de gemeente Sliedrecht wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 30 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2023
2Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Sliedrecht 2023.
Bijlage 1 Afschrijvingstermijnen investeringen
Activa economisch nut
Afschrijvingstermijn
Automatisering - hardware
3- 5 jaar
Automatisering - software
afhankelijk van functionaliteit
Begraafplaatsen - aanleg en uitbreiding
40jaar
Begraafplaatsen - ruimen van graven
10jaar
Centrale verwarming en luchtbehandelingsinstallaties
15jaar
Elektrische installaties (o.a. verlichting en beveiliging)
15jaar
Elektronische apparatuur
10jaar
Gebouwen - inrichtingen van gebouwen (vaste inventaris)
10- 20 jaar
Gebouwen - noodgebouwen
10jaar
Gebouwen - permanent
40jaar
Gebouwen - renovatie
25jaar
Gebouwen - semipermanent
25jaar
Losse inventaris (inrichting en meubilair)
10jaar
Mechanische installaties en machines
7- 10 jaar
Reinigingsdienst containers
10- 20 jaar
Reinigingsdienst voertuigen
8jaar
Rioleringen - aanleg en renovatie
40jaar
Rioleringen - drukriool
20jaar
Sportvelden - renovatie/herstel kunstgrasvelden (grasmatten)
10jaar
Sportvelden - renovatie/herstel kunstgrasvelden (zandbed)
30jaar
Sportvelden - renovatie/herstel trainingsveld
18jaar
Sportvelden - renovatie/herstel wedstrijdveld
25jaar
Terreinen, aanleg en inrichting
25jaar
Activa maatschappelijk nut
Afschrijvingstermijn
Aanleg, cq renovatie sportvelden (excl. aankoop grond)
20jaar
Asfalt deklagen
15jaar
Civiele kunstwerken (o.a. bruggen, beschoeiing, duikers)
25jaar
Drainage
10jaar
Gronden en terreinen
op basis van bestemming
Herstraten (nieuwe materialen)
40jaar
Lichtmastarmaturen
15jaar
Lichtmasten
25jaar
Renovatie speelplaatsen, parken
15jaar
Verkeerslichtinstallaties
15jaar
Waterwegen
40jaar
Wegen, rotondes
40jaar
Immateriële activa
Afschrijvingstermijn
Kosten van onderzoek en ontwikkeling
5jaar