Gemeentelijke regelgeving

Algemeen mandaatbesluit gemeente Sliedrecht

Gemeente Sliedrecht · geldt sinds 10 januari 2024

Aanhef

Het COLLEGE van BURGEMEESTER en WETHOUDERS van de gemeente SLIEDRECHT en de BURGEMEESTER van de gemeente SLIEDRECHT, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

Gelet op afdeling 10.1.1 Algemene wet bestuursrecht en artikel 171, lid 2 van de Gemeentewet;

BESLUITEN

Vast te stellen het navolgende: Besluit mandaat, volmacht en machtiging gemeente Sliedrecht

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a.Het college: het college van burgemeester en wethouder van Sliedrecht.

b.De burgemeester: de (loco-)burgemeester van Sliedrecht als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente in en buiten rechte.

c.De directie: adviserend orgaan voor het college en aansturend orgaan voor de ambtelijke organisatie, gevormd door de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de adjunct-directeur.

d.De algemeen directeur: de (loco-)gemeentesecretaris van Sliedrecht, in zijn rol van eindverantwoordelijke voor de ambtelijke organisatie en die onderdelen van de gemeente aanstuurt, overeenkomstig een door de directie vastgestelde portefeuilleverdeling.

e.De adjunct-directeur: de hiërarchisch leidinggevende direct onder de algemeen directeur en die onderdelen van de gemeente aanstuurt, overeenkomstig een door de directie vastgestelde portefeuilleverdeling.

f.De griffier: de griffier van de gemeente Sliedrecht.

g.De gemeente: de gemeente als publiekrechtelijk lichaam alsmede de gemeente als privaatrechtelijke rechtspersoon.

h.De raad: de gemeenteraad van Sliedrecht.

i.Mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen.

j.Machtiging: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

k.Volmacht: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

l.Budgethoudersregeling: de regeling, waarin de verantwoordelijkheden omtrent budgetten zijn geregeld. Onder meer zijn in die regeling opgenomen de drempelbedragen voor het aangaan van verplichtingen tot levering van goederen en diensten of werken en het betalen van facturen. De budgethoudersregeling en dit mandaatbesluit dienen in samenhang met elkaar gelezen te worden.

m.Budgethouder: de budgethouder als bedoeld in de budgethoudersregeling.

n.Teammanager: functionaris die eindverantwoordelijk is voor het team en de daarbinnen vallende clusters.

o.Cluster: organisatieonderdeel dat is belast met de ontwikkeling en uitvoering van werkzaamheden en/of ontwikkelen van beleid op daartoe door het college vastgestelde werkterreinen.

p.Opzichter: functionaris die binnen één van de clusters van het team Beheer en Openbare Ruimte als zodanig is aangewezen.

Artikel 2 Mandaat gemeentesecretaris/algemeen directeur en adjunct-directeur

1Aan de algemeen directeur en de adjunct-directeur (en hun plaatsvervangers) wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de burgemeester behorende aangelegenheden, met uitzondering van de aangelegenheden als vermeld in bijlage 1.

2De algemeen directeur is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem en de adjunct-directeur ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en ter informatie aan het college verzonden, tenzij het om een concrete, individuele aangelegenheid gaat.

Artikel 3 Mandaat overige functionarissen

1De aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de adjunct-directeur gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan:

a.teammanagers en hun plaatsvervangers,

b.budgethouders,

met uitzondering van de bevoegdheden, genoemd in bijlage 2.

2De algemeen directeur en de adjunct-directeur maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die krachtens de door de directie vastgestelde portefeuilleverdeling aan één van hen toebehoren. De taken waarvan uit de Gemeentewet (in het bijzonder hoofdstuk VII, paragraaf 1 en 2) volgt dat deze toebehoren aan de gemeentesecretaris behoren tot In ieder geval de portefeuille van de algemeen directeur. De overige in het eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van het betreffende team of de betreffende budgethouder.

3Indien de teammanager van een team afwezig is en de terugkomst van de teammanager niet afgewacht kan worden, kan hij worden vervangen door elke andere teammanager. De teammanager treedt op dat moment in de bevoegdheden van degene die hij vervangt.

4De mandaten worden gebruikt overeenkomstig het doel van de toegekende budgetten, binnen de financiële grenzen van die budgetten, alsmede overeenkomstig het bepaalde in de budgethoudersregeling.

5De in het eerste lid genoemde functionarissen zijn bevoegd tot het aanbesteden en gunnen van een opdracht, slechts overeenkomstig het bepaalde in de budgethoudersregeling en binnen de kaders van het aanbestedingsrecht en het Inkoop- en aanbestedingsbeleid van de Drechtsteden.

6De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de in deze bijlage genoemde functionarissen.

7Bij het gebruik van de bevoegdheden, die conform dit artikel zijn gemandateerd, gelden de hiërarchische lijnen onverkort.

8Het mandaat houdt zowel een beslissings- als ondertekeningsmandaat in.

Artikel 4 Algemene uitzonderingen van mandaat

1Aan het college en de burgemeester blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot:

a.de raad,

b.de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis,

c.de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen,

d.de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie,

e.de vice-president van de Raad van State

f.de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake formele klachten,

g.enig bestuursorgaan van een provincie of een gemeente,

h.enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap, voor zover geen sprake is van een aanvraag voor een subsidie, vergunning, ontheffing of vrijstelling ten behoeve van de gemeente Sliedrecht.

2Onverminderd het gestelde in het eerste lid en in artikel 8 blijven aan het college en de burgemeester overigens voorbehouden de bevoegdheden als genoemd in bijlage 1.

3Onverminderd het gestelde in het eerste en tweede lid is het mandaat niet van toepassing:

a.Indien de verantwoordelijke portefeuillehouder namens het college beslist dat de aangelegenheid door het college moet worden afgedaan en indien de burgemeester beslist dat de aangelegenheid door hem moet worden afgedaan. De portefeuillehouder wordt tijdig geïnformeerd over gevoelige kwesties.

b.Indien de aangelegenheid tot negatieve berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren en de betreffende portefeuillehouder – na overleg – aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen.

c.Indien de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal burgers, bedrijven, verenigingen of belangengroepen en de betreffende portefeuillehouder – na overleg – aangeeft dat het benodigde besluit door het bevoegde bestuursorgaan zelf dient te worden genomen.

d.Op het voeren van het overleg met de vakbonden (Georganiseerd Overleg).

Artikel 5 Verhouding met budgethoudersregeling

Het Algemeen mandaatbesluit Sliedrecht en de Budgethoudersregeling zijn aan elkaar gekoppeld. Bevoegdheden die uit dit mandaatbesluit voortvloeien dienen telkens in samenhang met de Budgethoudersregeling gelezen te worden. Het bepaalde in de Budgethoudersregeling, in het bijzonder met betrekking tot de in die regeling opgenomen drempelbedragen, heeft derhalve een aanvullende werking op dit mandaatbesluit. De in de Budgethoudersregeling opgenomen drempelbedragen geven de financiële boven- en ondergrenzen aan van de mandaten van de verschillende functionarissen.

Artikel 6 Nadere regels en instructies

1Het college kan nadere regels stellen omtrent het opmaken en het ondertekenen van een document, waarin van het verleende mandaat gebruik wordt gemaakt.

2Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.

Artikel 7 Besluitvorming aan gemeente zelf

Bij het verlenen, wijzigen of intrekken van vergunningen, ontheffingen en vrijstellingen ten behoeve van de gemeente zelf wordt het concept-besluit afgestemd met de verantwoordelijke portefeuillehouder.

Artikel 8 Volmacht en machtiging

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van:

a.Volmacht.

b.Machtiging.

Artikel 9 Bezwaarschriften

Op het beslissen op een bezwaarschrift, dat is gericht aan de burgemeester en/of het college, is van toepassing het Uitgebreid Mandaatbesluit tot beslissen op bezwaarschrift van de gemeente Sliedrecht (in werking getreden op 3 oktober 2015).

Artikel 10 Intrekking vorige regeling

Met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit wordt het 'Algemeen mandaatbesluit Sliedrecht' ingetrokken.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2024.

Artikel 12 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als 'Algemeen mandaatbesluit gemeente Sliedrecht 2024'.

Bijlage 1

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2, eerste lid van het Algemeen mandaatbesluit Sliedrecht blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester.

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

I. Publiekrecht

1Het doen van voorstellen aan de raad.

2Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie.

3Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld

4Het nemen van een besluit in afwijking van een beleidsregel op grond van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht of met gebruikmaking van een hardheidsclausule in een wettelijke regeling.

5Het nemen van een besluit dat leidt tot afwijking van of aanvulling op het tot dan toe gevoerde beleid.

6Het nemen van een besluit dat leidt tot overschrijding van budgettaire bevoegdheden en begrotingslijnen.

7Het nemen van een besluit waarbij afgeweken wordt van wettelijk verplichte adviezen.

8Het vaststellen van een andere inspraakprocedure ten behoeve van een beleidsvoornemen dan die is beschreven in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (artikel 4, tweede lid van de 'Inspraakverordening gemeente Sliedrecht 2007').

9Het vaststellen van het eindverslag als bedoeld in Inspraakverordening gemeente Sliedrecht 2007.

10Het nemen van besluiten over verzoeken om planschade en nadeelcompensatie.

11Het vaststellen van een subsidieplafond en de wijze van verdeling ervan.

12De bevoegdheid om te weigeren dat de ambtenaar van de burgerlijke stand en de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand op verzoek elders binnen de gemeente ambtsbezigheden verrichten.

13Het aanwijzen van een aangelegenheid als een dienst van algemeen (economisch) belang.

14Het nemen van besluiten tot het vaststellen van openbare ruimten als bedoeld in artikel 6 van de Wet BAG.

II. Privaatrecht

Contracten

1Het besluit tot het aangaan van convenanten, intentieverklaringen, bestuursovereenkomsten etc.

2Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten, indien, op grond van artikel 169, vierde lid Gemeentewet:

a.het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht.

b.de raad vooraf in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben.

c.De raad ter zake om informatie heeft gevraagd.

3Het weigeren om toestemming te verlenen voor doorverkoop van percelen op bedrijfsterreinen, indien het vereiste van toestemming contractueel is bedongen.

Civiele en strafrechtelijke procedures

1Het besluit tot het aangaan van civiele procedures.

2Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.

3Het nemen van besluiten ten aanzien van alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd.

4Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor geen financiële middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn.

Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen

1Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.

2Het kwijtschelden en buiten invordering stellen van vorderingen met een financieel belang hoger dan € 10.000,00, niet zijnde vorderingen in het kader van belastingheffing of schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure.

3Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen en legaten.

4Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van schenkingen.

5Het besluit tot het doen van een schenking.

6het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.

7Het afgeven van borgstellingen, met dien verstande dat de raad met betrekking tot borgstellingen voor meer dan € 50.000,00 vooraf in de gelegenheid wordt gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Machtiging

Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder.

B. Personeelsaangelegenheden

Bevoegdheden ten aanzien van individuele personeelsleden

1Het nemen van besluiten over de benoeming, schorsing en ontslag van

a.De algemeen directeur.

b.De adjunct-directeur.

2Het nemen van besluiten over de formele arbeidsduur, de totale organisatie betreffende.

3Het jaarlijks aanwijzen van verplichte brugdagen.

4Het aanhouden van een ontslagverzoek als strafontslag wordt overwogen.

5Het aanhouden van een ontslagverzoek totdat de uitspraak van de strafrechter of het besluit tot disciplinaire bestraffing onherroepelijk is geworden.

6Het verlenen van ontslag wegens reorganisatie als bedoeld in artikel 8:3 CAR- UWO.

7Het verlenen van strafontslag, als bedoeld in artikel 8:13 CAR-UWO.

8Het inzetten van ambtenaren in geval van een staking bij een particulier bedrijf.

C. Overige aangelegenheden

1Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Sliedrecht in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.

2Het benoemen van personen in adviesorganen van het college.

3Het benoemen van personen in bestuurscommissies als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.

4Het benoemen van personen in commissies als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet.

5Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet (ambtenaar, belast met de heffing van de gemeentelijke belastingen).

6Het aanwijzen van een gemeenteambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel C van de Gemeentewet (ambtenaar, belast met de invordering van de gemeentelijke belastingen).

7Het besluiten tot afwijken van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, onder de voorwaarde dat vooraf advies wordt ingewonnen bij SGD Inkoop.

8Het uitvoeren van bevoegdheden en verantwoordelijkheden, voor zover die zijn toebedeeld aan het college krachtens het Financieringsstatuut gemeente Sliedrecht.

Bijlage 2

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, eerste lid van het Algemeen mandaatbesluit Sliedrecht blijven voorbehouden aan de directie (de algemeen directeur en/of de adjunct-directeur).

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

1Publiekrecht

1Het nemen van besluiten op grond van de Wet open overheid, indien het verzoek om informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.

2Het nemen van besluiten in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), indien het verzoek om informatie geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd.

3Het nemen van besluiten tot het aanvragen van subsidie, vergunning, ontheffing en vrijstelling ten behoeve van de gemeente.

4Het nemen van het besluit om bezwaar, (administratief) beroep of hoger beroep aan te tekenen of om een verzoek om voorlopige voorziening dan wel een verzoek om wijziging of opheffing van een voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures.

5Het ondertekenen van afdoeningsbrieven naar aanleiding van klachten.

2Privaatrecht

Aanbestedingen

1Het nemen van een besluit tot het uitsluiten van een inschrijver ter zake van een aanbestedingsprocedure.

2Het nemen van een gunningsbesluit indien de opdracht niet wordt gegund aan de aanbieder met de meest economische aanbieding of de laagste inschrijfsom.

3Het niet gunnen van een opdracht na een aanbesteding.

Contracten

Het aangaan van een mantelcontract ten behoeve van meer dan één organisatieonderdeel van de gemeente, voor zover hiervoor geen geldend mandaat bestaat voor de manager van het Juridisch Kenniscentrum en Inkoop van de Servicegemeente Dordrecht.

Civiele en strafrechtelijke procedures

1Het bij de rechtbank aanhangig maken van een vordering tot het betalen van een geldsom≥€ 5.000,00.

2De beslissing dat de gemeente zich voegt in een strafzaak.

3Het besluit tot het voeren van verweer in civiele en strafrechtelijke procedures, inclusief het hiervoor benodigde procesbesluit en het verstrekken van de daarbij horende volmacht, met de instructie dat de betreffende portefeuillehouder hierover vooraf dient te worden geïnformeerd.

4Het treffen van een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure, indien hiervoor financiële middelen op de vigerende begroting beschikbaar zijn.

Overige privaatrechtelijke handelingen

1Het kwijtschelden en buiten vordering stellen van vorderingen met een financieel belang lager dan € 10.000,00, niet zijnde de vorderingen in het kader van belastingheffing of een schikking in een civiele of strafrechtelijke procedure.

2Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding, voor zover dergelijke verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen.

B. Personeelsaangelegenheden

1Het nemen van besluiten tot aanstelling van teammanagers.

2Het nemen van overige besluiten ten aanzien van teammanager, niet zijnde besluiten als bedoeld in bijlage 1, onder B.

3Het toekennen van een persoonlijke schaal.

4Het verlenen van ontslag wegens gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 8:4 en artikel 8:5 CAR-UWO.

5Het verlenen van ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de functie als bedoeld in artikel 8:6 CAR-UWO.

6Het verlenen van ontslag op de gronden als genoemd in artikel 8:7 CAR-UWO.

7Het opleggen van de disciplinaire straffen als bedoeld in artikel 16:1:2, eerste lid CAR-UWO.

8Het opleggen van de volgende ordemaatregelen:

a.het ontzeggen van de toegang tot de kantoren, werkplaatsen of andere arbeidsterreinen, dan wel het verblijf aldaar, als bedoeld in artikel 15:1:19 CAR-UWO;

b.Het opleggen van de schorsing, als bedoeld in artikel 8:15:1 CAR-UWO, met of zonder geheel of gedeeltelijke inhouding van bezoldiging.

9Het weigeren van toestemming om nevenwerkzaamheden te verrichten.

10Het toekennen van een waarnemingsvergoeding in bijzondere situaties.

11Het weigeren van verzoek om roostervrije uren te mogen sparen (functies vanaf schaal 11).

12Het vaststellen van een overwerkvergoeding in bijzondere situaties (oorlog, rampen e.d.).

13Het overplaatsen naar een ander organisatieonderdeel zonder instemming van de betreffende ambtenaar.

14Het opdragen van andere werkzaamheden onder andere in tijden van oorlog.

15De uitvoering van de Regeling melding vermoeden misstand Drechtsteden / Zuid-Holland Zuid 2015.

16Het benoemen van de (plv.) leden van de Centrale toetsingscommissie functiewaardering.

17Het toepassen van hardheidsclausules van alle door het college vastgestelde (uitvoerings)regelingen, inclusief de CAR-UWO.

18Het verlenen van ontslag op eigen verzoek als bedoeld in artikel 8:1 CAR-UWO, waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend.

19Het verlenen van ontslag op overige gronden, als bedoeld in artikel 8:8 CAR- UWO, waarbij al dan niet een ontslagvergoeding wordt toegekend.

20Het toekennen van overwerkvergoeding in bijzondere situaties.

21Het opleggen van een verplichting tot het vergoeden van door de gemeente geleden schade.

22Het verlenen van toestemming tot het dragen van een uniform of dienstkleding bij het deelnemen aan betogingen of optochten.

23Het bepalen van functies waarvoor uniformkleding verplicht is.

24Het opleggen van een verplichting in of nabij zijn standplaats te gaan wonen.

25Het opleggen van de verplichting tot het betrekken van een dienstwoning.

26Het opleggen van een verbod om werkzaamheden te vervullen in verband met het in contact staan of kort geleden heeft gestaan met een persoon met een infectieziekte.

27Het verlenen van een schadeloosstelling en vergoeding van kosten in niet elders voorziene gevallen.

28Het uitvoeren van de rechtspositieregeling vrijwillige brandweer.

29Het uitvoeren van de rechtspositieregeling bijzondere groepen ambtenaren.

30Het nemen van beslissingen ten aanzien van overlijdensuitkeringen aan nagelaten betrekkingen van overleden ambtenaren.

31Het uitvoeren van de wachtgeldregeling en de suppletieregeling zoals deze gelden voor wachtgelders die voor 1 januari 2001 zijn ontslagen.

32Het nemen van beslissingen omtrent het wel of niet doorbetalen van de volledige bezoldiging in individuele gevallen van terminale ziekte.

33De praktische uitvoering van het Georganiseerd Overleg.

Bijlage 3

Aangelegenheden welke ingevolge artikel 3, vijfde lid van het Algemeen mandaatbesluit Sliedrecht blijven voorbehouden aan de in deze bijlage genoemde functionarissen.

A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden

Publiekrecht

1Aan de coördinator Omgevingswet van het team Dienstverlening en de teammanager van dit team blijven voorbehouden:

•Alle bevoegdheden die betrekking hebben op een (aanvraag om) omgevingsvergunning, zoals het beschikken op een aanvraag, het aanhouden van de aanvraag, het verlengen van proceduretermijnen, het buiten behandeling laten van aanvragen, het bevestigen van de ontvangst van de aanvraag, het wijzigen en intrekken van een omgevingsvergunning, het verrichten van procedurehandelingen waarop de reguliere dan wel uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is, het geven van schriftelijke informatie, het verzoeken om advies van het Bureau Integriteitsbeoordelingen en het ondertekenen van een aanvraag om een advies inzake een aanvraag om omgevingsvergunning.

•Alle bevoegdheden die voortvloeien uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, zoals die met betrekking tot de sloopmelding, de melding brandveilig gebruik, het nemen van een besluit tot gelijkwaardigheid en het instemmen met een programma van eisen voor brandveiligheidsinstallaties.

2Aan de toezichthouder en de coördinator Omgevingswet van het team Dienstverlening en de teammanager van dit team blijven voorbehouden alle bevoegdheden met betrekking tot het toezicht in het kader van handhaving en omgevingstaken, zoals het toepassen van (spoedeisende) bestuursdwang.

3Aan de opzichters van het team Beheer en Openbare Ruimte en de teammanager van dit team blijven voorbehouden de bevoegdheid om hulpdiensten in te schakelen alsmede om uitgaven te doen tot een bedrag van € 5.000,00 voor bijzondere handelingen, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken en waarbij het niet mogelijk is om tijdig overleg te voeren met de teammanager van het team Beheer en Openbare Ruimte dan wel indien een nader overleg met de teammanager onevenredige kosten met zich mee brengt.

4Aan de beleidsadviseur van het cluster Verkeer van het team Ruimtelijke Ontwikkeling en Beleid en de teammanager van dit team blijven voorbehouden:

•Het nemen van verkeersbesluiten.

•Het verlenen van ontheffingen voor exceptioneel transport over één of meer wegen van het grondgebied van de gemeente Sliedrecht. Deze beleidsadviseur heeft de mogelijkheid ter zake ondermandaat te verlenen aan medewerkers van de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW).

5Aan de coördinator Basisregistratie Vastgoed en de medewerker Basisregistratie Vastgoed van het team Bedrijfsvoering en de teammanager van dit team blijven voorbehouden:

•De volgende bevoegdheden, zoals bedoeld in artikel 6 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen en artikel 2 en 3 van de Verordening naamgeving en nummering (adressen) gemeente Sliedrecht:

-Die ten aanzien van het afbakenen van panden en verblijfsobjecten en het benoemen en afbakenen van standplaatsen en ligplaatsen.

-Die ten aanzien van het vaststellen van nummeraanduidingen.

•De bevoegdheden ten aanzien van de vaststelling van geometrische gegevens van panden en verblijfsobjecten zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

•De bevoegdheden ten aanzien van het opmaken van documenten waarin constateringen zijn vastgelegd zoals bedoeld in artikel 10, onder b, van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen.

•De bevoegdheden ten aanzien van het opstellen van een verklaring, zoals bedoeld in artikel 7, onder m, van het besluit basisregistratie adressen en gebouwen.

•Met toepassing van artikel 10.12 van de Algemene wet bestuursrecht, de volgende zorgplichten, zoals bedoeld in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen:

-Het houden van een geautomatiseerde basisregistratie adressen en gebouwen, conform hetgeen daarover in de Wet basisregistratie adressen en gebouwen, het Besluit basisregistratie adressen en gebouwen en de Regeling basisregistratie adressen en gebouwen is bepaald (artikel 2).

-Zorgdragen dat brondocumenten waaraan een in de basisregistratie opgenomen gegeven is ontleend, blijvend bewaard worden (artikel 13).

-Zorgdragen voor een goede beschikbaarheid, werking en beveiliging van de basisregistratie adressen en gebouwen.

-Onderhouden dan wel doen onderhouden van het berichtenverkeer met de Landelijke Voorziening basisregistratie adressen en gebouwen (artikel 31).

-Het op verzoek aan een ieder verlenen van inzage in de basisregistratie adressen en gebouwen, alsmede het aan een ieder verstrekken van de in de basisregistratie opgenomen gegevens (artikel 32, eerste lid, onder a).

-Het ontvangen, doorgeleiden en afhandelen van meldingen (artikel 37) en verzoeken (artikel 38), inclusief de verwerking daarvan (artikelen 31, 39, 40, 41).

•Met toepassing van artikel 10.12 van de Algemene wet bestuursrecht, de volgende zorgplichten, zoals bedoeld in de Wet basisregistratie grootschalige topografie

-Zorgdragen dat de geografische gegevens in de basisregistratie grootschalige topografie worden bijgehouden (artikel 11).

-Zorgdragen voor afstemming met andere in die wetgenoemde bronhouders over de begrenzing en de onderlinge aansluiting van de geografische objecten (artikel 12).

-Zorgdragen dat voldaan wordt aan de kwaliteitseisen, gesteld in de catalogus (artikel 13).

-Zorgdragen dat een in de basisregistratie grootschalige topografie weergegeven geografisch object in overeenstemming is met de fysieke werkelijkheid (artikel 14).

-Het, na een melding, beslissen over de wijziging dan wel opneming van het betreffende authentiek gegeven, alsmede de voorbereidende handelingen voor die beslissing (artikel 27).

-Levering van authentiek gegeven aan de Dienst voor het kadaster en de openbare registers alsmede de mededeling aan voornoemde dienst dat het authentiek gegeven niet langer in onderzoek is (artikel 28).

6Aan de in het 'Financieringsstatuut gemeente Sliedrecht' genoemde functionarissen blijven voorbehouden de in dat statuut aan hen toegekende verantwoordelijkheden en bevoegdheden.

Privaatrecht

1Aan de beleidsadviseur Grondzaken van het team Dienstverlening (cluster Vastgoed en Grond) en de teammanager van dit team blijft voorbehouden het geven van toestemming voor doorverkoop, verhuur of ingebruikgeving van percelen op bedrijfsterreinen, indien het vereiste van voorafgaande toestemming door B&W contractueel is bedongen jegens de eigenaar. De toestemming wordt enkel gegeven indien het beoogde gebruik in overeenstemming is met het vigerend bestemmingsplan c.q. het planologisch kader en na akkoord van de beleidsadviseur Economie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.