Aanhef
De raad van de gemeente Schouwen-Duiveland
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 18 november 2025;
Gelet op:
Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Schouwen-Duiveland 2026;
de Regels voor het aanvragen en verlenen van een parkeervergunning Schouwen-Duiveland 2026;
Aanwijzingsbesluit plaatsen en tijdstippen vergunninghoudersparkeren en betaald parkeren gemeente Schouwen-Duiveland 2026;
de artikelen 156, eerste en tweede lid aanhef en onderdeel h en artikel 225 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de volgende verordening
Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Schouwen-Duiveland 2026
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders
dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van
personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het
openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet
ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
b.motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen,
zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990.
c.houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister,
bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven;
d.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, voor het betalen van de parkeerbelasting
ingerichte mobiele telefoons, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens
onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
e.centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Schouwen-Duiveland een
overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het
verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon, RFID-kaart
(kaart met technologie op gebied van Radio Frequency Indentification) of een ander
communicatiemiddel.
f.belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:
1is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of
2gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift
zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd.
g.Bewonersvergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die woont in
een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn.
h.Bezoekersvergunning: een vergunning voor een bewoner van een gebied waar
belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn bezoekers.
i.Ondernemersvergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een
beroep of bedrijf uitoefent en gevestigd is in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van
bezoekers.
j.Servicevergunning: een vergunning voor een eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep
of bedrijf uitoefent en gevestigd is buiten een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door
vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in
het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te
parkeren.
k.Parkeervignet: een vignet, aan te vragen door personen die als ingezetene in de gemeentelijke
Basisregistratie Personen (BRP) zijn ingeschreven en waarvan er per huishouden twee worden
verstrekt. Het vignet is gekoppeld aan maximaal één kenteken, welke recht geeft om te parkeren op die
plaatsen waar parkeerbelasting wordt geheven op basis van deze verordening. Lokaal kunnen op dit
recht restricties bestaan om parkeerregulering mogelijk te maken.
l.Mantelzorgvergunning: een vergunning voor een bewoner van een gebied waar
belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van zijn mantelzorger.
m.Eerstelijnszorgvergunning: een vergunning voor een natuurlijke persoon die in een gebied waar
belanghebbendenparkeerplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken
parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, in de uitoefening van zijn of haar beroep regelmatig
werkzaamheden verricht op het gebied van eerstelijns medische dienstverlening, met dien verstande
dat de vergunning slechts geldt gedurende de uitvoering van de werkzaamheden.
n.Doelgroepenvergunning: een vergunning voor personen en/of ondernemingen die door het college als
belanghebbenden zijn aangemerkt voor het gebruik van een gebied waar belanghebbendeplaatsen of
mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur aanwezig is.
o.Verhuisvergunning: een vergunning voor een toekomstige bewoner van een gebied waar
belanghebbendenparkeerplaatsen aanwezig zijn.
p.commerciële Westhoekvergunning. Is vergunning voor ondernemers langs de stranden zodat zij
kunnen parkeren op de betaalde parkeerterreinen (tariefzone 1).
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam `parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen geheven:
a.een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze
verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te
bepalen plaats, tijdstip en wijze.
b.een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een
motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3. Belastingplicht
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig
heeft geparkeerd.
2Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen
voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden:
de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
1indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd
waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het
motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het
motorvoertuig heeft geparkeerd;
2indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt
aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het
tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien
deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft
gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
4De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft
aangevraagd.
Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 5. Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als
voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de
parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van
burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij
het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via
een telefoon of ander communicatie middel zoals een RFID-kaart inloggen op de centrale computer.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning
wordt verleend.
3Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b van de verordening in de loop van het
belastingtijdvak eindigt, wordt de parkeerbelasting op verzoek verminderd voor zoveel volle
kalendermaanden als er in dat jaar, na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht, nog volle
kalendermaanden overblijven.
4De vermindering op verzoek zoals bedoeld in artikel 6 lid 3, is niet van toepassing op de tarieven
genoemd in artikel 6a van de tarieventabel.
Artikel 7. Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de
aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden
betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren
in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of RFID-kaart
of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het
tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8. Bevoegdheid tot gebruik wielklem en wegsleepregeling
1Tot zekerheid van de betaling van een naheffingsaanslag over de belasting, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, kan aan het motorvoertuig een wielklem worden aangebracht.
2Het college van burgemeester en wethouders wijst de terreinen en weggedeelten aan waar de wielklem wordt toegepast.
3Indien na het aanbrengen van de wielklem 24 uren zijn verstreken, kan het motorvoertuig naar een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen plaats worden overgebracht en in bewaring worden gesteld.
Artikel 9. Restitutie
Bij tussentijdse opzegging van een onder artikel 2, lid b bedoelde parkeervergunning kan geen restitutie worden verleend.
Artikel 10. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a en onderdeel b, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 11. Nadere regels door het college
Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelasting.
Artikel 12. Kosten naheffingsaanslag
1Een naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bestaat uit het
kosten van de naheffingsaanslag plus één uurtarief.
2De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2 onderdeel a,
bedragen € 82,00 + uurtarief.
Artikel 13. Kwijtschelding
Bij de invordering van deze belastingen wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14. Vrijstelling gehandicapten parkeerkaart
1De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a en onderdeel b, voor het parkeren van een voertuig
op een parkeerapparatuurplaats, wordt niet geheven van een houder van een geldige Europese
gehandicaptenparkeerkaart.
2De vrijstelling is uitsluitend van toepassing indien de gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in het
eerste lid met de daartoe bestemde zijde op een van buitenaf duidelijk zichtbare en leesbare plaats
direct achter de voorruit van het voertuig is geplaatst.
Artikel 15. Overgangsbepaling
De “Verordening parkeerbelasting gemeente Schouwen-Duiveland 2025” wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 16, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 16. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2026
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 17. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Schouwen-Duiveland 2026”.
Bijlage 1 Tarieventabel betaald parkeren
Tarief
Tarief en beperking
Tarief 1
€ 2,90 per uur
Dagkaart € 17,35
Tarief 2
€ 2,20 per uur
Tarief 3
€ 2,20 per uur
Maximaal 1 uur
Tarief 4
€ 2,20 per uur
Dagkaart € 11,50
Een dagkaart is geldig tot en met 23:59 uur van de dag waarop deze gekocht werd.
Bijlage 2 Tarieventabel vergunningen
Vergunning
Specificatie
Tarief en beperking
Bewonersvergunning
Eerste vergunning
€ 35,30 per jaar
Tweede of volgende vergunning
€ 123,30 per jaar
Bezoekersvergunning
€ 0,50 per uur
Max. € 150,- of 300 uur
wordt per minuut afgerekend
Ondernemersvergunning
Eerste vergunning
€ 210,70 per jaar
Tweede en volgende vergunning
€ 316,05 per jaar
Servicevergunning
€ 8,60 per etmaal
Eerste vergunning
€ 210,70 per jaar
Tweede of volgende vergunning
€ 316,45 per jaar
Mantelzorgvergunning
€ 0,75 mantelzorgparkeerkaart per 5 uur;
wordt per minuut afgerekend
Parkeervignet
Eerste vignet
€ 31,00 per jaar
Tweede vignet
€ 109,10 per jaar
Eerstelijnszorg vergunning
€ 137,90 per jaar
Verhuis vergunning
€ 2,72 per maand ( max 3 maanden)
Gehandicapten parkeervergunning
€ 10,20 per jaar
commerciële Westhoekvergunning
eerste vergunning
€ 122,90 per jaar
Tweede of volgende vergunning tot maximaal 30
€ 122,90 per jaar
Vastgesteld door de raad van de gemeente Schouwen-Duiveland in zijn openbare vergadering van 11 december 2025
S.J.A. Bronsveld
J. Chr. van der Hoek
griffier
voorzitter