Aanhef
De raad van de gemeente Den Haag,
gezien het voorstel van het college van 3 december 2024,
gelet op:
-artikel 1, eerste en tweede lid van de Wet op de bedrijveninvesteringszones, en
-de tussen de gemeente Den Haag en de Stichting BIZ Eigenaren Den Haag Centrum gesloten Uitvoeringsovereenkomst 2025-2029,
besluit vast te stellen de Verordening bedrijveninvesteringszone Eigenaren Den Haag Centrum Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
-
bedrijveninvesteringszone Eigenaren Den Haag Centrum:
het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het gebied omvat de volgende straten en huisnummers: Spui 1 tot en met 65 (oneven nummers), 2 tot en met 50 (even nummers), Gedempte Gracht 62 tot en met 88 (even nummers), Hofweg, Buitenhof, Grote Halstraat 3 tot en met 9 (oneven nummers), Dagelijkse Groenmarkt 1 tot en met 37 (oneven nummers) en 2 tot en met 36 (even nummers), Schoolstraat, Grote Markt, Grote Markstraat, Vlamingstraat, Nieuwstraat, Raamstraat, Achter Raamstraat, Spuistraat, Venestraat, Wagenstraat 2 tot en met 16 (even nummers) en 1 tot en met 63 (oneven nummers), Voldersgracht 42, Passage, 1e Haagpoort 25, Achterom, Kettingstraat, Gortstraat, Haagsche Bluf, Gravenstraat 1 tot en met 5 (oneven nummers), Visbanken en Weversplaats;
-
college:
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;
-
perceptiekosten:
kosten die de gemeente moet maken voor de heffing en invordering van de BIZ-bijdrage;
-
uitvoeringsovereenkomst:
tussen de gemeente Den Haag en de Stichting BIZ Eigenaren Den Haag Centrum gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet;
-
stichting:
stichting BIZ Eigenaren Den Haag Centrum;
-
wet:
Wet op de bedrijveninvesteringszones;
-
WOZ:
Wet waardering onroerende zaken.
Hoofdstuk 2 Belastingbepalingen
Artikel 2 Aard van de belasting
Onder de naam BIZ-bijdrage wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid of veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht
1De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van vijf jaar jaarlijks geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone op de begane grond gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen en niet in gebruik zijn als opslagruimte, trafohuisje, geldautomaat of toiletgebouw.
2De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit, beperkt recht.
3Voor de toepassing van het tweede lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 4 Belastingobject
1Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak.
2Als een onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de WOZ, die niet in hoofdzaak tot woning dient.
3Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning, indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de WOZ is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak, die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 5 Maatstaf van heffing
1De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het belastingjaar 2024 (waardepeildatum 1 januari 2023).
2Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
3De heffingsmaatstaf als bedoeld in het eerste lid geldt voor de gehele in artikel 3, eerste lid genoemde periode.
4Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de WOZ, met dien verstande dat de waardepeildatum 1 januari 2023 is.
5In afwijking van het eerste en het derde lid wordt de BIZ-bijdrage van een onroerende zaak, die binnen de bedrijveninvesteringszone gedurende de in artikel 3, eerste lid, genoemde periode nieuw tot stand is gekomen, geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de WOZ voor de onroerende zaak vastgestelde waarde vanaf het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de onroerende zaak in gebruik is genomen overeenkomstig zijn beoogde bestemming.
Artikel 6 Belastingtarief
De BIZ-bijdrage per jaar bedraagt bij een WOZ-waarde van:
a.
€ 0 tot € 500.000:
€ 150
b.
€ 500.000 tot € 1.500.000:
€ 250
c.
€ 1.500.000 en hoger:
€ 350
Artikel 7 Wijze van heffing
De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 8 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
2In afwijking van het eerste lid geldt zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in twaalf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 9 Nadere regels door het college
Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage.
Hoofdstuk 3 Subsidiebepalingen
Artikel 10 Algemeen
1De Stichting BIZ Eigenaren Den Haag Centrum wordt aangewezen als de stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht.
2Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 niet van toepassing.
Artikel 11 Subsidieverlening
1Het college verleent jaarlijks aan de stichting subsidie voor de uitvoering van de activiteiten, die zijn opgenomen in de met deze stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.
2De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten. Deze perceptiekosten bedragen 2,1% van de (begrote) opbrengst.
Artikel 12 Voorschot
Het college verleent de stichting jaarlijks een voorschot op de subsidie. Het voorschot bedraagt 90% van het voor dat jaar te verlenen subsidiebedrag.
Artikel 13 Subsidievaststelling
1De stichting is verplicht jaarlijks uiterlijk 1 april na afloop van het hieraan voorafgaande subsidiejaar, de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken te overleggen.
2Het college stelt de subsidie jaarlijks vast, uiterlijk 12 weken na ontvangst van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.
Artikel 14 Melding van relevante wijzigingen
1De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie.
2De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van een verandering of beëindiging van activiteiten.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel
1De Verordening bedrijveninvesteringszone Eigenaren Den Haag Centrum 2024 wordt op 1 januari 2025 ingetrokken.
2Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025, nadat van voldoende steun, als bedoeld in artikel 4 van de wet, is gebleken.
3De datum van ingang van de heffing op grond van deze verordening is 1 januari 2025.
4Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone Eigenaren Den Haag Centrum Den Haag 2025.