Gemeentelijke regelgeving

VERORDENING RIOOLHEFFING 2026

Gemeente Rucphen · geldt sinds 1 januari 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Rucphen;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025;

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van 27 november 2025;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RIOOLHEFFING 2026

Artikel 1. Definities

Deze verordening verstaat onder:

a.perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan;

b.gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente;

c.IBA: Individuele Behandeling van Afvalwater;

d.water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater;

e.woning: perceel dat in hoofdzaak tot woning dient;

f.niet-woning: perceel, niet zijnde een woning;

Artikel 2. Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:

a.de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en

b.de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

Artikel 3. Belastbaar feit en belastingplicht

1De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering.

2Ingeval het perceel een onroerende zaak is, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.

Artikel 4. Zelfstandige gedeelten

Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.

Artikel 5. Maatstaf van heffing

1Voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per perceel.

2Voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, wordt de belasting geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel.

3Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.

4Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.

Artikel 6. Belastingtarieven

1Het tarief voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, bedraagt: € 245,70

2In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen en waarbij sprake is van het gebruik van een door de gemeente beschikbaar gestelde IBA: € 202,10

3Het tarief voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf, namelijk: 0,1596% met dien verstande dat, per perceel niet meer wordt geheven dan: € 2.600,00

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld

De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar.

Artikel 10. Termijnen van betaling

1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van alle op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 10.000,00, dat dit bedrag en een bestuurlijke boete op dit aanslagbiljet moeten worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.

3Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen € 100,00 of meer doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnbedragen waarvan de eerste termijn vervalt op de 28e dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

4De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11. Kwijtschelding

Van de belasting berekend naar artikel 6, lid 1 of lid 2 kan kwijtschelding worden verleend.

Artikel 12. Overgangsrecht

De "Verordening Rioolheffing Rucphen 2025" vastgesteld bij raadsbesluit van 11 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13. Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 14. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rioolheffing Rucphen 2026.

Aldus vastgesteld door

de raad van de gemeente Rucphen

in zijn openbare vergadering van 10 december 2025,

de griffier,

de voorzitter,

J.J.H. Lahaije.

mr.M. van der Meer Mohr.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.