Aanhef
De raad van de gemeente Roosendaal;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2025;
gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet;
BESLUIT
vast te stellen Verordening op de heffing en invordering van leges 2026
Artikel 1 Definities
Deze verordening verstaat onder:
a.dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;
b.week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;
c.maand: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;
d.jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;
e.kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:
a.het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit;
b.het verlenen van een dienst op aanvraag; of
c.het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document;
een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is de aanvrager of degene voor wie de aanvraag is gedaan.
Artikel 4 Vrijstellingen
Leges worden niet geheven voor:
a.diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald;
b.diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;
c.de stukken en legalisaties van handtekening op stukken, welke nodig zijn voor de militaire dienst, uitgezonderd die, welke moeten dienen voor de toelating tot enige inrichting van onderwijs, waar wordt opgeleid tot officier of voor de geneeskundige of farmaceutische dienst bij land-, zee- of luchtmacht;
d.de vergunningen of beschikkingen ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening met betrekking tot het storten of vervoeren van puin, as, vuilnis, afval en dergelijke stoffen, voor zover die stukken een geldigheidsduur hebben van niet langer dan een week;
e.het raadplegen van informatie uit de Basisregistratie Kadaster ten behoeve van de rijks- of provinciale dienst of van waterschappen;
f.het verstrekken van inlichtingen uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, gevraagd door in deze gemeente aangewezen bedrijven of andere takken van dienst;
g.ontheffing voor gemeentelijke- en hulpdiensten voor het met een motorvoertuig rijden in het autoluwe gebied buiten de venstertijden;
h.vergunningen ten behoeve van instandhoudingwerkzaamheden van monumenten, die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningsbijeenkomsten van levensbeschouwelijke aard;
i.het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het houden van een collecte door een vereniging, stichting of comité van maatschappelijke, sociale, sportieve of culturele aard, voor zover die vereniging, stichting of dat comité:
-statutair is gevestigd in de gemeente Roosendaal, en
-volledig functioneert op basis van vrijwilligers.
j.het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder b van de Algemene Plaatselijke Verordening, indien de betreffende openbare inrichting op of voor 1 januari 2024 in de gemeente Roosendaal is gevestigd en vóór 1 april 2024 een exploitatievergunning voor een openbare inrichting heeft aangevraagd.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven
1De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
2Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
Artikel 6 Wijze van heffing
1De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
2Indien de leges, op het moment van het in behandeling nemen van een aanvraag om een dienst, niet tot het definitieve bedrag kunnen worden vastgesteld, kan een voorlopige vordering worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de vordering vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6:
a.mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
b.schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen veertien dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
c.langs elektronische weg in het aanvraagproces wordt gedaan onverwijld, dan wel als die mogelijkheid wordt geboden binnen 14 dagen na het indienen van de aanvraag langs elektronische weg;
d.langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 14 dagen na dagtekening van de kennisgeving.
2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 8 Kwijtschelding
Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 9 Vermindering of teruggaaf
Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.
Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:
a.van zuiver redactionele aard zijn;
b.een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende paragrafen of artikelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft:
-paragraaf 1.2 (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart);
-paragraaf 1.3 (rijbewijzen);
-artikel 1.15 (verstrekkingen uit de basisregistratie personen met behulp van alternatieve media of schriftelijk);
-artikel 1.22, onder a (verklaring omtrent het gedrag);
-artikel 1.25 (kansspelen);
een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.
Artikel 11 Overgangsrecht
De ‘Legesverordening Roosendaal 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 12 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Legesverordening Roosendaal 2026’.
Tarieventabel behorende bij de Legesverordening Gemeente Roosendaal 2026
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE DIENSTVERLENING
Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand
Artikel 1.1 Huwelijksvoltrekking, registratie partnerschap en
omzetting geregistreerd partnerschap in huwelijk
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, de
registratie van een partnerschap of de omzetting van een
geregistreerd partnerschap in een huwelijk, op:
a.
Maandag t/m vrijdag,
aanvangstijden van 10.00 uur tot en met 11.30 uur
en van 13.00 uur tot en met 16.00 uur:
1In de Burgerzaal
€ 656,85
2In de trouwzaal van het HUIS van Roosendaal
€ 656,85
3In “In den Wouwdfluit”
€ 342,65
4In “Markant”
€ 314,65
b.
Zaterdag en op door het college van burgemeester en wethouders
vastgestelde vrije dagen, welke voorafgaand aan de aanvraag tot een
huwelijksvoltrekking aan de aanvrager zijn medegedeeld,
aanvangstijden van 10.30 uur tot en met 12.00 uur:
1In de Burgerzaal
€ 841,00
2In de trouwzaal van het HUIS van Roosendaal
€ 841,00
3In “In den Wouwdfluit”
€ 692,55
4In “Markant”
€ 671,15
c.
Dinsdag om 9.00 uur en 9.15 uur in het HUIS van Roosendaal
€ 0,00
Artikel 1.2 Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder
huis
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van
een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1,
van het Burgerlijk Wetboek:
€ 153,05
Artikel 1.3 Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder
huis
Het tarief bedraagt voor het omzetten van een geregistreerd partnerschap
in een huwelijk in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1, van
het Burgerlijk Wetboek:
€ 153,05
Artikel 1.4 Verzoek incidentele trouwlocatie
Het tarief voor het in behandeling nemen van een verzoek tot het aanwijzen
van een incidentele trouwlocatie bedraagt:
€ 329,00
Artikel 1.5 Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand
voor één dag
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
bij besluit een buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te
wijzen voor één dag, indien beëdiging bij de rechtbank al heeft
plaatsgevonden:
€ 329,00
Artikel 1.6 Trouwboekje of partnerschapsboekje
Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:
a.
een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering:
€ 16,05
b.
een trouwboekje of partnerschapsboekje in een luxe uitvoering:
€ 34,80
Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
Artikel 1.7 Paspoorten of andere reisdocumenten
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van
een aanvraag van:
a.
een nationaal paspoort:
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of
ouder is:
€ 88,85
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 67,05
b.
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan
een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort):
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of
ouder is:
€ 88,65
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 67,05
c.
een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de
Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt
behandeld (faciliteitenpaspoort):
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of
ouder is:
€ 88,85
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 67,05
d.
een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor
vreemdelingen:
€ 67,05
Artikel 1.8 Nederlandse identiteitskaart
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van
een aanvraag van:
a.
een Nederlandse identiteitskaart:
1.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of
ouder is:
€ 80,10
2.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt:
€ 43,20
b.
een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met
een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon:
€ 39,05
Artikel 1.9 Modaliteiten
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van
een aanvraag:
a.
voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.7 en 1.8, onder a,
genoemd document, zijnde een toeslag op de in die artikelen
genoemde bedragen:
€ 60,30
b.
voor het bezorgen van een in de artikelen 1.7 en 1.8 genoemd
document, zijnde een toeslag op de in de artikelen 1.7 en 1.8 en onder
a genoemde bedragen:
€ 5,00
Paragraaf 1.3 Rijbewijzen
Artikel 1.10 Rijbewijzen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs:
€ 53,65
Artikel 1.11 Modaliteiten
1.
Het tarief genoemd in artikel 1.10 wordt:
a.
bij een spoedlevering vermeerderd met:
€ 39,65
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
het verstrekken van gegevens uit het Centraal Register Rijbewijzen:
€ 4,30
Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
Artikel 1.12 Definities
1.
Voor de toepassing van artikel 1.13 wordt onder één verstrekking
verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon
waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.
2.
Voor de toepassing van artikel 1.14 wordt onder één verstrekking
verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die
niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
Artikel 1.13 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking:
€ 10,50
b.
tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens
gedurende de periode van één jaar:
1.
voor 50 verstrekkingen:
€ 460,90
2.
voor 100 verstrekkingen:
€ 780,65
3.
voor 500 verstrekkingen:
€ 3.499,75
4.
voor 1.000 verstrekkingen:
€ 4.717,35
5.
voor 2.500 verstrekkingen:
€ 8.551,90
Artikel 1.14 Verstrekking van aangehaakte gegevens
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking
€ 10,50
b.
tot het afsluiten van een abonnement op het verstrekken van gegevens
gedurende de periode van één jaar:
1.
voor 50 verstrekkingen:
€ 460,90
2.
voor 100 verstrekkingen:
€ 780,65
3.
voor 500 verstrekkingen:
€ 3.499,75
4.
voor 1.000 verstrekkingen:
€ 4.717,35
5.
voor 2.500 verstrekkingen:
€ 8.551,90
Artikel 1.15 Schriftelijke verstrekking
1.
In afwijking van de artikelen 1.13 en 1.14 bedraagt het tarief voor het in
behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van
gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit
basisregistratie personen:
€ 7,80
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
voor het verstrekken van een door of namens het gemeentebestuur
ondertekend uittreksel uit de basisregistratie personen:
€ 10,50
3.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
het verstrekken van een persoonslijst uit de basisregistratie personen,
behoudens de bij wet verplichte gevallen:
€ 10,50
Artikel 1.16 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen
1.
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de
basisregistratie personen
a.
per verzoek een vast bedrag van:
€ 52,20
b.
per verzoek voor ieder daaraan besteed kwartier een variabel bedrag
van, na voorafgaande prijsopgave:
€ 6,45
2.
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand
aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager
meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 1.5 Bestuursstukken
Artikel 1.17 Afschriften van bestuursstukken (Gereserveerd)
Artikel 1.18 Abonnement op bestuursstukken (Gereserveerd)
Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie
Artikel 1.19 Plan- of kaartinformatie (Gereserveerd)
Artikel 1.20 Informatie uit registers (Gereserveerd)
Artikel 1.21 Informatie uit adressenbestanden (Gereserveerd)
Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken
Artikel 1.22 Overige publiekszaken
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag:
€ 41,35
b.
tot het legaliseren van een handtekening:
€ 9,85
c.
tot het verstrekken van een vervangende milieupas bij vermissing:
€ 15,00
d.
tot het verstrekken van een vervangende milieupas indien defect
en tegen inlevering van oude pas:
€ 0,00
Paragraaf 1.8 Bijzondere wetten
Artikel 1.23 Huisvestingswet 2014 (Gereserveerd)
Artikel 1.24 Leegstandwet
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande
woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de
Leegstandwet:
€ 308,00
b.
verlenging van een vergunning tot tijdelijke verhuur van
woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de
Leegstandwet:
€ 166,90
2.
Als aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b,
gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die onderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven.
Artikel 1.25 Wet op de kansspelen
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de
Wet op de kansspelen:
a.
voor een periode van twaalf maanden voor één
kansspelautomaat:
€ 56,50
b.
voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer
kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat:
€ 56,50
en voor iedere volgende kansspelautomaat:
€ 34,00
c.
voor één kansspelautomaat, welke vergunning geldt voor een
periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd:
€ 226,50
d.
voor twee of meer kansspelautomaten, welke vergunning geldt
voor een periode van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd,
voor de eerste kansspelautomaat:
€ 226,50
en voor iedere volgende kansspelautomaat:
€ 136,00
2.
Het eerste lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing
als de vergunning geldt voor een tijdvak korter dan twaalf maanden
of langer dan twaalf maanden maar ten hoogste vier jaar, met dien
verstande dat de daar genoemde bedragen naar evenredigheid van
het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd respectievelijk
verhoogd worden.
3.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de
kansspelen (loterijvergunning):
€ 76,35
4.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een
speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene
plaatselijke verordening:
€ 411,25
5.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een vergunning als bedoeld in artikel 4 van de Verordening
speelautomatenhallen 2017:
€ 411,25
Artikel 1.26 Telecommunicatiewet / Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI)
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
tot het verkrijgen van een vergunning danwel instemmingsbesluit
voor (graaf)werkzaamheden ten behoeve van kabels en/of leidingen
in de openbare grond als bedoeld in artikel 5 van de Algemene
Verordening Ondergrondse Infrastructuren:
a.
indien de (graaf)werkzaamheden minder dan 250 strekkende
meter bedragen
€ 664,70
b.
indien de (graaf)werkzaamheden 250 strekkende meter of meer
bedragen en minder dan 1000 strekkende meter bedragen
€ 827,00
c.
indien de (graaf)werkzaamheden 1000 strekkende meter of meer
bedragen en minder dan 5000 strekkende meter bedragen
€ 1.025,10
d.
indien de (graaf)werkzaamheden 5000 strekkende meter of meer
bedragen per strekkende meter
€ 0,20
e.
als met betrekking tot een aanvraag danwel instemming, zoals
bedoeld in het eerste lid, overleg moet plaatsvinden tussen
gemeente, andere beheerders van openbare grond en de
aanbieder van het netwerk, wordt het tarief in het eerste lid
verhoogd met
€ 410,50
f.
als de melder verzoekt om een inhoudelijke afstemming bij de
beoordeling van aanvragen als bedoeld in het eerste lid, wordt
het tarief in het eerste lid verhoogd met
€ 410,50
2.
Het tarief voor het in behandeling nemen van een melding van
werkzaamheden van niet-ingrijpende aard ten behoeve van kabels
en leidingen in de openbare grond als bedoeld in artikel 5 van de
Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren bedraagt
€ 194,00
3.
Het tarief voor het beoordelen en toezicht op bouwplaatsen die worden ingericht ten behoeve van de aanleg, het onderhoud of de vervanging van kabels, leidingen en andere nutsvoorzieningen bedraagt
€ 730,54
Artikel 1.27 Wegenverkeerswetgeving
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:
1.
a.
een jaarontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990:
€ 82,50
b.
een dagontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990:
€ 37,65
2.
een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen:
€ 164,80
3.
verstrekking van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in
artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het
wegverkeer (BABW):
€ 82,50
4.
het beschikbaar stellen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats als bedoeld in het Besluit
administratieve bepalingen inzake het wegverkeer:
€ 411,20
5.
indien een medische keuring noodzakelijk is, dan worden de tarieven
genoemd in de leden 3 en 4 verhoogd met:
€ 139,45
6.
het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9, lid 3 van de
Parkeerverordening Roosendaal 2013:
a.
voor één dag
€ 27,60
b.
voor één week
€ 55,10
c.
voor één maand
€ 82,70
d.
voor één kwartaal
€ 181,70
e.
voor één jaar
€ 574,10
7.
het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 7, lid 2 van de
Parkeerverordening Roosendaal 2013:
a.
voor één dag
€ 27,60
b.
voor één week
€ 55,10
c.
voor één maand
€ 82,70
d.
voor één kwartaal
€ 181,70
e.
voor één jaar
€ 574,10
8.
het verlenen van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 15 en 16
van de Verordening ontheffingen autoluwe gebied Roosendaal:
a.
voor één dag
€ 13,95
b.
voor één week
€ 34,95
c.
voor één maand
€ 70,35
d.
voor één kwartaal
€ 105,60
9.
Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in de artikelen 10, 11,
12, 13 en 14 van de Verordening ontheffingen autoluwe gebied
Roosendaal:
€ 53,40
10.
Het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 8 van de
Verordening ontheffingen autoluwe gebied Roosendaal:
a.
voor één dag
€ 38,10
b.
voor één week
€ 57,10
c.
voor één maand
€ 190,70
d.
voor één kwartaal
€ 285,00
11.
Het verlenen van een duplicaat-ontheffing of -vergunning bij verlies
of diefstal bedraagt:
€ 5,25
12.
Het verlenen van een gewijzigde ontheffing als bedoeld in artikel 3a
van de Nadere regels ontheffing verlening autoluwe gebied
Roosendaal:
€ 8,80
13.
Het verstrekken van een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart:
€ 11,90
Paragraaf 1.9 Diversen
Artikel 1.28 Verstrekken van stukken
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de
afgifte van een kopie (zwart/wit) van een gemeentelijk stuk of van een
bedrukt of op andere wijze vermenigvuldigd stuk, voor zover daarvoor niet
elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is
opgenomen:
a.
voor de eerste 25 pagina’s
€ 0,25
b.
voor de volgende 25 pagina’s, per bladzijde
€ 0,20
c.
voor de daaropvolgende 25 pagina’s, per bladzijde
€ 0,15
d.
voor de overige daaropvolgende pagina’s, per bladzijde
€ 0,10
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de
afgifte van minuten, afschriften, fotokopieën en uittreksels van stukken, per
geheel of gedeeltelijk geschreven of getypte bladzijde, voor zover niet
verstrekt op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en voor zover
daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een
tarief is opgenomen, per geheel of gedeeltelijk geschreven of getypte
bladzijde:
€ 4,95
3.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de
afgifte van:
a.
kopieën of afdrukken van tekeningen of kaarten op A3 of kleiner
formaat, per kaart of tekening
€ 2,70
b.
kopieën of afdrukken van tekeningen of kaarten met een groter formaat
dan A3, per kaart of tekening
€ 5,10
c.
Indien meerdere kaarten of tekeningen aan elkaar worden gemonteerd,
wordt het tarief per kaart of tekening verhoogd met:
€ 2,25
4.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de
afgifte van stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager
moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of
in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per stuk:
€ 5,10
5.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor de
afgifte van een geheel of gedeeltelijke beschikking op een aanvraag, voor
zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling
een tarief is opgenomen:
€ 27,60
Artikel 1.29 APV Vergunningen en ontheffingen
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 van de
Algemene plaatselijke verordening (objectvergunning)
€ 164,80
b.
tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40c van de
Algemene plaatselijke verordening (vergunning smart- en growshops,
belshop of internetcafé)
€ 576,25
c.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:6 van de
Algemene plaatselijke verordening (Geluidhinder)
€ 164,80
d.
tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:13 van de
Algemene plaatselijke verordening (vergunning inzameling van geld of
goederen)
€ 24,80
e.
tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 5:18 van de
Algemene plaatselijke verordening (standplaatsvergunning)
€ 164,80
f.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5:36 lid 4 van de
Algemene plaatselijke verordening (ontheffing asverstrooiing)
€ 164,80
g.
indien de aanvragen als bedoeld in de onderdelen a t/m f van artikel 1.29
met alle daarbij behorende stukken in één handeling volledig en ontvankelijk
zijn ingediend, bestaat aanspraak op vermindering van leges. De
vermindering bedraagt 2% van de voor de betreffende activiteiten
verschuldigde leges.
Artikel 1.30 Zondagswet
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 van de
Zondagswet
€ 164,80
b.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4 van de
Zondagswet
€ 164,80
c.
tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 5 van de
Zondagswet
€ 164,80
Artikel 1.31 Overig
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
verlenen van een vergunning, een vrijstelling, ontheffing, verklaring of een
andere beschikking dan wel mededeling, voor zover daarvoor niet elders in
deze titel een tarief is opgenomen:
€ 164,80
2.
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag verstrekken van een schriftelijke
verklaring dat voor de activiteit geen beslissing van de burgemeester dan wel
burgemeester en wethouders verplicht is:
€ 164,80
3.
Indien een aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt ingediend
minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning
of ontheffing nodig heeft, dan worden de verschuldigde leges vermeerderd
met 50% met een maximum van:
€ 1.213,15
Artikel 1.32 Geen leges verschuldigd
Indien een aanvraag als bedoeld in:
-artikel 1.27 lid 8,
-artikel 1.29 lid c,
-artikel 1.30 lid 1 onder a t/m c,
wordt ingediend en deze aanvraag direct samenhangt met een evenement
zijn geen leges verschuldigd.
HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
Artikel 2.1 Definities
1.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de
Omgevingswet, in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving,
bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit
kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij
de Omgevingsregeling en in de bijlagen bij het gemeentelijke
omgevingsplan, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in de
legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
2.
In dit hoofdstuk voorkomende begrippen die betrekking hebben op
activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander dan een in het
eerste lid bedoeld wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde
betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld, tenzij in de
legesverordening of deze tarieventabel anders is bepaald.
3.
In aanvulling op de in bijlage I bij de Omgevingsregeling opgenomen
omschrijving van het begrip ‘bouwkosten’ betreffen de in die
omschrijving:
-onder a genoemdeUniforme administratieve voorwaarden voor de
uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 de
voorwaarden die bekendgemaakt zijn in Staatscourant 2012, 1567;
-onder b bedoelde bouwkosten de kosten voor de fysieke realisatie (het
bouwen) van het bouwwerk;
-onder c bedoelde prijs de prijs exclusief omzetbelasting.
4.
In aanvulling op lid 3 worden de bouwkosten vastgesteld en berekend
aan de hand van de ‘ROEB-lijst’ (Regionaal Overleg Eindhoven
Bouwtoezicht), zoals opgenomen in de bijlage bij deze tarieventabel.
Voor zover deze ‘ROEB-lijst’ niet voorziet in een passende hoofcategorie
(vetgedrukt in de lijst) wordt onder bouwkosten verstaan: de
aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste
lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van
werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012;Stcrt. 2012,
1567), voor het uit te voeren werk. In dit laatste geval zullen de
overgelegde gegevens getoetst worden aan hun wettelijke kaders.
Wanneer deze raming ontbreekt gaat het om de kosten die voortvloeien
uit aangegane verplichtingen voor de fysieke realisatie (het bouwen) van
de bouwwerken. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door
zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten
verstaan: de prijs die aan een derde in het economische verkeer zou
moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk
waarop de aanvraag betrekking heeft, exclusief de omzetbelasting.
5.
Omgevingsoverleg: is de dienst van het beoordelen van de wenselijkheid en de haalbaarheid van voorgenomen initiatieven die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het initiatief is ingediend of voordat de voorbereiding voor een omgevingsplanwijziging is gestart.
6.
Conceptverzoek: een door een initiatiefnemer ingediend concept van een omgevingsvergunningaanvraag, dat in een omgevingsoverleg door de gemeente wordt beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid voordat
hiervoor een definitieve aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend of voordat de voorbereiding voor een omgevingsplanwijziging is gestart.
7.
Verken je idee: een door een initiatiefnemer ingediend idee of vraag aangaande de fysieke leefomgeving, dat niet in de vorm van een conceptverzoek is ingediend en dat in een omgevingsoverleg door de gemeente wordt beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid, voordat
hiervoor een definitieve aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend of voordat de voorbereiding voor een omgevingsplanwijziging is gestart.
Artikel 2.2 Dienstverlening en besluiten waarvoor leges worden geheven
Leges worden geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
omgevingsoverleg;
b.
een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 of artikel 22.8 van
de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het
Omgevingsbesluit;
c.
een of meer maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 4.5 van de
Omgevingswet;
d.
toestemming voor het treffen van een gelijkwaardige maatregel als
bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet;
e.
een wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning;
f.
intrekking van een omgevingsvergunning;
g.
wijziging van een besluit als bedoeld in de onderdelen b, c en d;
h.
een besluit in het kader van de Omgevingswet, anders dan bedoeld in de
onderdelen b tot en met g.
Artikel 2.3 Bepalen tarief
1.
De in artikel 2.2 bedoelde leges worden geheven naar de tarieven zoals
opgenomen in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk.
2.
Als een aanvraag betrekking heeft op meerdere activiteiten, is het tarief
opgebouwd uit de som van de verschuldigde leges behorend bij die
activiteiten.
3.
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in
voorkomend geval verhoogd met het tarief voor een of meer
modaliteiten bedoeld in paragraaf 2.12.
4.
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag wordt in
voorkomend geval verminderd overeenkomstig het bepaalde in paragraaf
2.13.
5.
Het tarief behorend bij een aanvraag om een maatwerkvoorschrift of bij een aanvraag om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te
treffen is niet van toepassing als het onderwerp waarop het
maatwerkvoorschrift betrekking heeft of de gelijkwaardige maatregel
onderdeel is van een aanvraag om een omgevingsvergunning.
6.
In afwijking van het tweede en derde lid kan ook per activiteit of andere
grondslag een legesbedrag worden gevorderd.
7.
In afwijking van artikel 2.2.b worden er voor de bouwactiviteit geen leges in rekening gebracht wanneer er sprake is van het aanbrengen van duurzaamheidsmaatregelen op/aan/bij een monument (zoals het aanbrengen van zonnepanelen, buitenunits voorwarmtepompen/airco-installaties, het aan de binnenzijde isoleren van de uitwendige scheidingsconstructie van een pand, isolerend glas) wanneer het aanbrengen hiervan voor niet-monumentale panden vergunningsvrij voor de bouwactiviteit zou zijn geweest.
Paragraaf 2.2 Voorfase
Artikel 2.4 Omgevingsoverleg (conceptverzoek of verken je idee)
1.
Als de aanvraag betrekking heeft op het houden van
omgevingsoverleg (conceptverzoek of verken je idee) over een of meer activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, bedraagt het tarief:
voor het in behandeling nemen van een conceptverzoek of verken je idee
a.
waar geen bouwkosten van toepassing zijn dan wel de bouwkosten
minder dan € 50.000,00 bedragen en het initiatief niet in strijd is met het omgevingsplan:
€ 150,00
b.
waar geen bouwkosten van toepassing zijn dan wel de bouwkosten minder dan € 50.000,00 bedragen en het initiatief wel in strijd is met het omgevingsplan:
€ 300,00
c.
waar de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen, doch minder dan € 200.000,00 bedragen en het initiatief niet in strijd is met het omgevingsplan:
€ 525,00
d.
waar de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen, doch minder dan € 200.000,00 bedragen en het initiatief wel in strijd is met het omgevingsplan:
€ 1.050,00
e.
waar de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen en het initiatief niet in strijd is met het omgevingsplan:
€ 1.050,00
f.
waar de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen en het initiatief wel in strijd is met het omgevingsplan:
€ 2.100,00
2.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk,
als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten, wordt,
indien in het kader van een omgevingsoverleg een andere in dit
hoofdstuk opgenomen dienst dient te worden uitgevoerd, het tarief
voor het omgevingsoverleg vermeerderd met de leges zoals vermeld in
deze tarieventabel voor die betreffende dienst of diensten.
Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Artikel 2.5 Bouwactiviteit (bouwtechnische deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
bouwactiviteit als bedoeld in paragraaf 2.3.2 van het Besluit bouwwerken
leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de
andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die
artikelen bedoelde activiteiten:
a.
indien de bouwkosten minder dan € 50.000,00 bedragen
0,6780%
van de bouwkosten, met een minimum van:
€ 213,80
b.
indien de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen, doch minder
dan € 200.000,00
€ 339,00
vermeerderd met:
0,626%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan
c.
indien de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen, doch minder
dan € 1.000.000,00:
€ 1.278,00
vermeerderd met:
0,548%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 200.000,00 te boven
gaan
d.
indien de bouwkosten € 1.000.000,00 of meer bedragen, doch
minder dan € 10.000.000,00:
€ 5.662,00
vermeerderd met:
0,4695%
van het bedrag waarmee de bouwkosten € 1.000.000,00 te boven
gaan
e.
indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:
€ 47.921,00
vermeerderd met:
0,375%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 10.000.000 te boven
gaan
met een maximum van
€ 115.000,00
Artikel 2.6 Omgevingsplanactiviteit: bouwactiviteit, in stand houden of gebruiken bouwwerk (ruimtelijke deel)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een bouwactiviteit, het in
stand houden of gebruiken van het te bouwen bouwwerk, bedraagt het
tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit
hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
1.
voor een omgevingsplanactiviteit waarbij sprake is van een
bouwactiviteit, het in stand houden of gebruiken van het bouwwerk
a.
indien de bouwkosten minder dan € 50.000,00 bedragen
2,0350%
van de bouwkosten, met een minimum van:
€ 213,80
b.
indien de bouwkosten € 50.000,00 of meer bedragen, doch minder
dan € 200.000,00
€ 1.017,50
vermeerderd met:
1,878%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 50.000,00 te boven gaan
c.
indien de bouwkosten € 200.000,00 of meer bedragen, doch minder
dan € 1.000.000,00:
€ 3.834,50
vermeerderd met:
1,643%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 200.000,00 te boven
gaan
d.
indien de bouwkosten € 1.000.000,00 of meer bedragen, doch
minder dan € 10.000.000,00:
€ 16.987,50
vermeerderd met:
1,4090%
van het bedrag waarmee de bouwkosten € 1.000.000,00 te boven
gaan
e.
indien de bouwkosten € 10.000.000 of meer bedragen:
€ 143.788,50
vermeerderd met:
1,125%
van het bedrag waarmee die bouwkosten € 10.000.000 te boven
gaan
met een maximum van
€ 345.000,00
Artikel 2.7 Omgevingsplanactiviteit: slopen van een bouwwerk
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit een sloopactiviteit, niet
zijnde een sloopactiviteit met betrekking tot een monument of
beschermd stads- en dorpsgezicht, als bedoeld in paragraaf 2.4,
bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen
van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde
activiteiten:
€ 297,45
Artikel 2.8 Bestemmingsvergunning Woningsplitsing
a.
Het basistarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
vergunningaanvraag om een gebouw of woning te splitsen in meer
dan één zelfstandige woning of te gebruiken door meer dan één
huishouden, als bedoeld in artikel 3.1 onder a en b van het
Paraplubestemmingsplan van de gemeente Roosendaal:
€ 587,10
b.
Vermeerderd met een bedrag per gesplitste zelfstandige
Woonruimte van:
€ 127,65
Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed
Artikel 2.9 Omgevingsplanactiviteit: monumenten
1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Omgevingswet, met betrekking tot een gemeentelijk monument, provinciaal monument, rijksmonument, voorbeschermd gemeentelijk monument, voorbeschermd provinciaal monument of voorbeschermd rijksmonument, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
a.
voor een omgevingsplanactiviteit of bij toepassing van de gemeentelijke erfgoedverordening
in samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit:
voor het slopen, verstoren, verplaatsen, het herstellen, wijzigen of gebruiken van een monument
of voorbeschermd monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht:
€497,70
2.
Het eerste lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een monument of archeologisch monument dat op grond van de gemeentelijke Erfgoedverordening is aangewezen respectievelijk waarop, voordat het is aangewezen, die verordening van overeenkomstige toepassing is. De vorige volzin is van toepassing:
a.
als het gaat om een aangewezen monument of archeologisch monument: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven; en
b.
als het gaat om een monument of archeologisch monument waarop voordat het is aangewezen de verordening van overeenkomstige toepassing is: zolang in het omgevingsplan daaraan nog niet de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven of het omgevingsplan nog geen voorbeschermingsregel bevat vanwege het voornemen om die functie-aanduiding te geven.
3.
In afwijking van de artikelen 1 worden er voor de monumentenactiviteit geen leges in rekening gebracht wanneer er sprake is van het aanbrengen van duurzaamheidsmaatregelen op/aan/bij een monument(zoals het aanbrengen van zonnepanelen, buitenunits voorwarmtepompen/airco-installaties, het aan de binnenzijde isoleren van de uitwendige scheidingsconstructie van een pand, isolerend glas) wanneer het aanbrengen hiervan voor niet- monumentale panden vergunningsvrij voor de bouwactiviteit zou zijn geweest (op grond van de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht).
Artikel 2.10 Rijksmonumentenactiviteit
Opgenomen onder artikel 2.8
Artikel 2.11 Omgevingsplanactiviteit: sloopactiviteit in beschermd stads- of dorpsgezicht (gereserveerd)
Artikel 2.12 Omgevingsplanactiviteit: overig cultureel erfgoed en werelderfgoed (gereserveerd)
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
Artikel 2.13 Omgevingsplanactiviteit: milieubelastende activiteit
1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a van de Omgevingswet bestaande uit een milieubelastende
activiteit als bedoeld in het omgevingsplan of paragraaf 22.3.26 van
het tijdelijke deel van het omgevingsplan zoals opgenomen in artikel
7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als
het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 2.741,00
2.
In afwijking van artikel 2.13 lid 1 als het gaat om een activiteit voor het
installeren van een gesloten bodemenergiesysteem is een tarief
verschuldigd van:
€ 4.111,50
3.
In afwijking van artikel 2.13 lid 1 als het gaat om de activiteit kweken van maden van vliegende insecten is een tarief verschuldigd van:
€ 2.741,00
Artikel 2.14 Activiteiten die bedrijfstakken overstijgen (afdeling 3.2 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of
meer milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
activiteiten die bedrijfstakken overstijgen als bedoeld in de paragrafen
3.2.1, 3.2.3 tot en met 3.2.15, 3.2.17 tot en met 3.2.20 en 3.2.24 van
afdeling 3.2 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving,
bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van
dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
a.
voor één milieubelastende activiteit:
€ 4.111,50
b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 7.537,75
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 10.278,75
Artikel 2.15 Nutssector en industrie (afdeling 3.4 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of
meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
activiteiten in de categorie nutssector en industrie als bedoeld in de
paragrafen 3.4.2, 3.4.4 tot en met 3.4.9 en 3.4.11 van afdeling 3.4 van
hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het
ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
a.
voor één milieubelastende activiteit:
€ 4.111,50
b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 7.537,75
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 10.278,75
Artikel 2.16 Afvalbeheer (afdeling 3.5 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of
meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
activiteiten in de sector afvalbeheer als bedoeld in de paragrafen 3.5.1,
3.5.4, 3.5.7, 3.5.8 en 3.5.11 van afdeling 3.5 van hoofdstuk 3 van het
Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het
bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de
in die artikelen bedoelde activiteiten:
a.
voor één milieubelastende activiteit:
€ 4.111,50
b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 7.537,75
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 10.278,75
Artikel 2.17 Agrarische sector (afdeling 3.6 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of
meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
activiteiten in de agrarische sector als bedoeld in de paragrafen 3.6.1,
3.6.7 en 3.6.8 van afdeling 3.6 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere
artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen
bedoelde activiteiten:
a.
voor één milieubelastende activiteit:
€ 4.111,50
b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 7.537,75
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 10.278,75
Artikel 2.18 Dienstverlening, onderwijs en zorg (afdeling 3.7 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
milieubelastende activiteit, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en
onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector
dienstverlening, onderwijs en zorg als bedoeld in de paragrafen 3.7.6 en
3.7.10 van afdeling 3.7 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten
leefomgeving, bedraagt het tarief per activiteit, onverminderd het bepaalde
in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die
artikelen bedoelde activiteiten:
€ 4.111,50
Artikel 2.19 Transport, logistiek en ondersteuning daarvan (afdeling 3.8 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een of
meer milieubelastende activiteiten, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid,
aanhef en onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een of meer
activiteiten in de sector transport, logistiek en ondersteuning daarvan als
bedoeld in de paragrafen 3.8.2, 3.8.3, 3.8.5, 3.8.6, 3.8.8 tot en met 3.8.11
van afdeling 3.8 van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving,
bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van
dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
a.
voor één milieubelastende activiteit:
€ 4.111,50
b.
voor twee tot vijf milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 7.537,75
c.
voor vijf of meer milieubelastende activiteiten, in afwijking van artikel
2.3, tweede lid:
€ 10.278,75
Artikel 2.20 Sport en recreatie (afdeling 3.9 Besluit activiteiten leefomgeving)
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en
onder b, van de Omgevingswet, bestaande uit een activiteit in de sector
sport en recreatie als bedoeld in paragraaf 3.9.1 van afdeling 3.9 van
hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief
per activiteit, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit
hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 4.111,50
Artikel 2.21 Samenloop van milieubelastende activiteiten
1Als bij de toepassing van de artikelen 2.13 tot en met 2.20 dezelfde
2milieubelastende activiteit onder meer dan een artikel valt, wordt die milieubelastende activiteit slechts eenmaal in de heffing betrokken, waarbij het voor de belastingplichtige meest gunstige van toepassing zijnde tarief wordt toegepast.
1Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
2kernactiviteit in een bedrijfstak gecombineerd met functioneel ondersteunende activiteiten uit andere bedrijfstakken, dan is, in afwijking van het bepaalde in deze paragraaf, op al deze activiteiten het artikel van toepassing waaronder de bedrijfstak die bepalend is voor de kernactiviteit valt.
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
Artikel 2.22 Lozingsactiviteit niet afkomstig van milieubelastende activiteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij de
gemeente, als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder
1, van de Omgevingswet, en het gaat niet om het lozen van water of
stoffen afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in
hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het
ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 521,75
Artikel 2.23 Lozingsactiviteit afkomstig van milieubelastende activiteit
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
lozingsactiviteit op een oppervlaktelichaam in beheer bij de gemeente, als
bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder c, onder 1, van de
Omgevingswet, bestaande uit het lozen van afvalwater, koelwater of stoffen
afkomstig van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3
van het Besluit activiteiten leefomgeving, bedraagt het tarief, onverminderd
het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om
de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 521,75
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
Artikel 2.24 Omgevingsplanactiviteit: opbreken en graven (gereserveerd)
Artikel 2.25 Omgevingsplanactiviteit: overige activiteiten
beperkingengebied leidingen, landschapselement en aardkundige waarde
(gereserveerd)
Artikel 2.26 Omgevingsplanactiviteit: geluid weg (gereserveerd)
Artikel 2.27 Omgevingsplanactiviteit: aanleggen of veranderen weg
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het aanleggen van een weg
of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg, bedoeld in de
Algemene plaatselijke verordening in samenhang met artikel 22.8 van de
Omgevingswet en artikel 2.1a van het Omgevingsbesluit, bedraagt het
tarief, onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
als het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
€ 383,25
Artikel 2.28 Omgevingsplanactiviteit: uitweg/uitrit (gereserveerd)
Artikel 2.29 Omgevingsplanactiviteit: overige aanlegactiviteiten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het uitvoeren van een werk,
geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid (aanlegactiviteit), niet zijnde
een activiteit die in de voorgaande artikelen van deze paragraaf is
benoemd, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere
artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen
bedoelde activiteiten:
€ 657,15
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
Artikel 2.30 Omgevingsplanactiviteit: alarminstallatie (gereserveerd)
Artikel 2.31 Omgevingsplanactiviteit: kappen van bomen of vellen van
houtopstanden
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en
onder a, van de Omgevingswet, bestaande uit het vellen van een
houtopstand, bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening in
samenhang met artikel 22.8 van de Omgevingswet en artikel 2.1a van het
Omgevingsbesluit, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de
andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die artikelen
bedoelde activiteiten:
€ 383,25
Artikel 2.32 Omgevingsplanactiviteit: reclame (gereserveerd)
Artikel 2.33 Omgevingsplanactiviteit: opslag van roerende zaken of
objecten plaatsen op de weg (gereserveerd)
Artikel 2.34 Omgevingsplanactiviteit: standplaatsen (gereserveerd)
Artikel 2.35a Omgevingsplanactiviteit: Geluidwaarde
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een
omgevingsplanactiviteit betreffende het vaststellen van een hogere
geluidwaarde als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving
€ 1.352,75
Artikel 2.35b Andere activiteiten
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het
verrichten van een andere activiteit dan in deze paragraaf en voorgaande
paragrafen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit:
a.
betreft een bij of krachtens artikel 5.1 van de Omgevingswet
aangewezen vergunningplichtige activiteit, uitgezonderd de activiteit
bedoeld in onderdeel b, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde
in de andere artikelen van dit hoofdstuk als het ook gaat om de in die
artikelen bedoelde activiteiten:
€ 398,05
b.
betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid,
aanhef en onder a, van de Omgevingswet, bedraagt het tarief,
onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk als
het ook gaat om de in die artikelen bedoelde activiteiten:
1°
voor een omgevingsplanactiviteit:
€ 398,05
2°
voor een in een gemeentelijke verordening als bedoeld in artikel
22.8 van de Omgevingswet in samenhang met artikel 2.1a van het
Omgevingsbesluit aangewezen vergunningplichtige activiteit:
€ 398,05
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
Artikel 2.36 Maatwerkvoorschriften bij bouwactiviteiten
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft
op een bouw- of sloopactiviteit, bedraagt het tarief:
a.
voor een maatwerkvoorschrift dat betrekking heeft op:
11. het in stand houden van een bestaand bouwwerk, bedoeld in artikel
3.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
12. bouwactiviteiten die het bouwen van nieuwe bouwwerken betreffen
als bedoeld in artikel 4.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
13. het gebruik van een bouwwerk, bedoeld in artikel 6.1 van het Besluit
bouwwerken leefomgeving; of
14. het verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden als bedoeld in
artikel 7.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
per maatwerkvoorschrift:
€ 225,45
b.
in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, per
maatwerkvoorschrift:
€ 225,45
Artikel 2.37 Maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften bij milieubelastende activiteiten
1.
Als een aanvraag om maatwerkvoorschrift(-en) of een vergunningvoorschrift krachtens artikel 4.5 van de Omgevingswet betrekking heeft op
a.
één maatwerkvoorschrift
€ 2.741,00
b.
twee of meer maatwerkvoorschriften, in afwijking van artikel 2.3,
tweede lid, de som van het tarief onder a en per extra
maatwerkvoorschrift:
€ 1.370,50
c.
maatwerkvoorschrift om afvalwater afkomstig van niet-industriële
voedselbereiding te lozen zonder vetafscheider en slibvangput:
€ 150,00
2.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van
maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften als bedoeld in
artikel 4.5 Omgevingswet:
€ 2.741,00
3.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het intrekken van
een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel
4.5 Omgevingswet:
kosteloos
Artikel 2.38 Maatwerkvoorschriften bij overige activiteiten
Als de aanvraag om een of meer maatwerkvoorschriften betrekking heeft
op een andere activiteit dan genoemd in de artikelen 2.36 en 2.37 bedraagt
het tarief per maatwerkvoorschrift:
€ 225,45
Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid
Artikel 2.39 Gelijkwaardige maatregel
1.
Als de aanvraag om toestemming voor een gelijkwaardige maatregel als
bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet betrekking heeft op:
a.
een bouwactiviteit, bedraagt het tarief:
€ 225,45
b.
een activiteit met betrekking tot cultureel erfgoed, bedraagt het
tarief:
€ 225,45
c.
een milieubelastende activiteit, bedraagt het tarief:
€ 2.741,00
d.
een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a, b of c,
bedraagt het tarief:
€ 225,45
Paragraaf 2.11 Overige tarieven
Artikel 2.40 Verlengen tijdelijke omgevingsvergunning bouwactiviteit
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
verlenging van de in een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit
gestelde termijn, bedoeld in artikel 10.23, tweede lid, van het
Omgevingsbesluit:
€ 225,45
Artikel 2.41 Wijzigen omgevingsvergunning
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een
omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit
hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de
aanvraag tot wijziging betrekking heeft, tenzij er sprake is van een, naar de
omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project, dan is een
tarief verschuldigd van:
€ 297,45
Artikel 2.42 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van
voorschriften van een omgevingsvergunning is een tarief verschuldigd van:
1een milieubelastende activiteit
€ 2.741,00
b.voor de overige activiteiten
€ 297,45
Artikel 2.43 Intrekken omgevingsvergunning (gereserveerd)
Artikel 2.44 Beoordeling aanvullende gegevens (gereserveerd)
Artikel 2.45 Beoordeling onderzoeksrapporten
De in artikel 2.50 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige
toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het
beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een
aanvraag om een omgevingsvergunning of van het nemen van een ander
besluit.
Artikel 2.46 Wijzigen van het omgevingsplan
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
het wijzigen van het omgevingsplan (waarbij de kosten zoals opgenomen in
artikel 2.50 apart in rekening worden gebracht), tenzij kostenverhaal op
andere wijze met elkaar is overeengekomen:
€ 3.000,00
Artikel 2.47 Niet genoemd besluit op aanvraag
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond
van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen
van bestuur of het omgevingsplan:
€ 297,45
Paragraaf 2.12 Modaliteiten
Artikel 2.48 Achteraf ingediende aanvraag (gereserveerd)
Artikel 2.49a Buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk wordt het desbetreffende tarief verhoogd met:
a.indien sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekking hebbend op de activiteiten / situaties zoals opgenomen in bijlage A, tenzij op andere wijze kostenverhaal is overeengekomen:
€ 508,55
b.in overige gevallen niet zijnde de activiteiten / situaties zoals opgenomen in bijlage A, tenzij op andere wijze kostenverhaal is overeengekomen:
€ 3.000,00
Artikel 2.49b Uitgebreide voorbereidingsprocedure
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van
toepassing is op de voorbereiding van het besluit:
a.
als sprake is van een milieubelastende activiteit uit de Afdeling 3.2, 3.4
tot en met 3.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving:
€ 3.426,25
b.
als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit
€ 3.000,00
c.
als sprake is van een andere activiteit dan bedoeld in de onderdelen a
en b
€1.803,65
Artikel 2.50 Beoordeling onderzoeksrapporten
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
bedraagt het tarief, als al dan niet krachtens wettelijk voorschrift voor de
betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld (bijvoorbeeld
omgevingsoverleg) met uitzondering van aanvragen voor milieubelastende activiteiten
a.
voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport:
€ 450,95
b.
voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport:
€ 450,95
c.
voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de
geluid- of luchtbelasting:
€ 450,95
d.
voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne
en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk:
€ 450,95
e.
voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport:
€ 450,95
f.
voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER):
€ 8.223,00
g.
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen
genoemd rapport:
€ 450,95
Artikel 2.51 Advies
1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of
andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een
omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de
Omgevingswet:
a.
voor een advies van de gemeenteraad conform 4.21 lid 1
Omgevingsbesluit:
kosteloos
b.
voor een advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage: het bedrag dat deze commissie in rekening brengt op grond van de door de minister van Infrastructuur en Waterstaat laatstelijk goedgekeurde tariefstelling.
c.
voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a en b: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de
aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door
het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
2.
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, is
uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde
werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is
gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is
ingetrokken.
Artikel 2.52 Instemming
1.
Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk
bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of
een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op
een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van
artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een
bestuursorgaan:
Het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor
de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag
zou zijn.
2.
Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in
behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De
aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na
de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is
gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is
ingetrokken.
Paragraaf 2.13 Vermindering
Artikel 2.53 Vermindering na omgevingsoverleg (conceptverzoek en verken
je idee)
1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2,
aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3
tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om
omgevingsoverleg (conceptverzoek en verken je idee) als bedoeld in
artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in
paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning
betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde
voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in
behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning
verschuldigde leges. De vermindering bedraagt:
100%
van de voor het omgevingsoverleg op grond van artikel 2.4, eerste lid
onder a tot en met f geheven leges.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een
omgevingsvergunning gedaan:
voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had;
in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en
binnen 6 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving.
Artikel 2.54 Vermindering bij meervoudige aanvraag (gereserveerd)
Paragraaf 2.14 Teruggaaf
Artikel 2.55 Tarief bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning
nodig
Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een
aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor
de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, is een
tarief verschuldigd van:
€ 213,80
Artikel 2.56 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt
gelaten
Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een
aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op
teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
75%
Van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde
leges, waarbij een minimaal legesbedrag verschuldigd blijft van:
€ 75,00
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere en uitgebreide
procedure
Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag
om een maatwerkvoorschrift geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het
college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft
genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De
teruggaaf bedraagt:
a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op verzoek van het bevoegd
gezag na de indiening van de aanvraag
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken
verschuldigde leges;
b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen een week na de indiening
van de aanvraag bestaat geen aanspraak op teruggaaf, maar is een vast tarief verschuldigd van:
€ 297,45
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag
omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide
voorbereidingsprocedure (gereserveerd)
Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende
omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
(gereserveerd)
Artikel 2.60 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een
omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten
(gereserveerd)
Artikel 2.61 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten
In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen
teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de
modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12.
Artikel 2.62 Minimumbedrag voor teruggaaf
Een bedrag wordt niet teruggegeven als dit minder bedraagt dan:
€ 51,05
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2
Paragraaf 3.1 Openbare inrichtingen
Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:
a.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de
Alcoholwet:
€ 411,30
b.
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in
artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (vergunning
voor de exploitatie van een openbare inrichting):
€ 411,30
c.
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in
artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening
(sluitingstijden):
€ 411,30
d.
een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in
artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 164,85
e.
een aanvraag tot het verlenen van een vrijstelling van de
exploitatievergunningplicht als bedoeld in artikel 2:28 lid 7 van de
Algemene Plaatselijke Verordening:
€ 164,85
f.
een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het uitoefenen
van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:40i van de Algemene
plaatselijke verordening:
€ 411,30
Artikel 3.2 Bijschrijven/afvoeren leidinggevende
Het tarief voor het bijschrijven/afvoeren van een leidinggevende ten
behoeve van een vergunning als bedoeld in artikel 3.1.b en 3.1.d, zonder
dat er iets veranderd is:
€ 164,85
Artikel 3.3 Wijzigen lokaliteiten
Het tarief voor het wijzigen van lokaliteiten ten behoeve van een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening:
€ 164,85
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven
Artikel 3.4 Vergunning seksbedrijf
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om een vergunning of om de wijziging of verlenging van een
vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke
verordening:
€ 5.013,20
2.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
tot het bijschrijven/afvoeren van een leidinggevende ten behoeve van
een vergunning als bedoeld in artikel 3.3, lid 1, zonder dat er iets
anders veranderd is (en niet meer dan 3 jaar is verstreken sinds de
laatste vergunning is verleend):
€ 164,85
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet
Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
a.
een ontheffing als bedoeld in artikel 4 van de Verordening winkeltijden:
€ 164,85
b.
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:
€ 164,85
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt
Artikel 3.6 Organiseren evenement (Gereserveerd)
Artikel 3.7 Organiseren markt (Gereserveerd)
Paragraaf 3.5 Standplaatsen
Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op
markt
1.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
om:
a.
een vaste-standplaatsvergunning als bedoeld in de artikelen 6, 7, 8
en 9 van de Marktverordening gemeente Roosendaal:
€ 164,85
Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt (Gereserveerd)
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014
Artikel 3.10 Onttrekkingsvergunning
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
vergunningaanvraag om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te
onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid,
aanhef en onder a van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3 van de
Huisvestingsverordening Gemeente Roosendaal 2023-2027:
€ 255,25
Artikel 3.11 Omzettingsvergunning
a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
vergunningaanvraag om een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige
woonruimten om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel
21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 en artikel
3van de Huisvestingsverordening Gemeente Roosendaal 2023-2027:
€ 663,65
b.
Het tarief voor het in behandeling nemen van een wijziging van de
tenaamstelling van een omzettingsvergunning, als bedoeld in artikel 21
onder c van de Huisvestingswet 2014 en artikel 3 van de
Huisvestingsverordening gemeente Roosendaal 2023-2027, bedraagt
per adres:
€ 255,25
c.
Voor aanvragen om een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de
Huisvestingswet en artikel 3 van de Huisvestingsverordening Gemeente
Roosendaal 2023-2027, die na het in behandeling nemen
vergunningvrij blijken te zijn, worden geen leges geheven.
Artikel 3.12 Verhuurvergunning opkoopbescherming
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
vergunningaanvraag om een zelfstandige woonruimte binnen een periode
van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de
akte van levering van deze woonruimte in gebruik te geven, als bedoeld in
artikel 41 eerste lid van de Huisvestingswet 2014 en artikel 8 van de
Huisvestingsverordening Gemeente Roosendaal 2023-2027.
€ 765,75
Paragraaf 3.7 Venten en straatartiesten
Artikel 3.13 Venten
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een
vergunning als bedoeld in artikel 5:15 van de Algemene plaatselijke
verordening:
€ 164,85
Artikel 3.14 Straatartiesten
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een
vergunning als bedoeld in artikel 2:9 van de Algemene plaatselijke
verordening:
€ 164,85
Paragraaf 3.8 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Artikel 3.15 Niet benoemd besluit op aanvraag
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een
andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere
beschikking:
€ 164,85
Behorende bij raadsbesluit van 18 december 2025.
De griffier van de gemeente Roosendaal,