Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond besluit,
gelet op artikel 213 van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
en de Verordening op de inrichting van de financiële organisatie,
Vast te stellen de Nota Voorkomen Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) gemeente Roermond 2023
Hoofdstuk 3 Beheersmaatregelen
3.1 Preventieve maatregelen
3.1.1 Regelgeving
(Gemeentelijke) regelgeving moet zo min mogelijk ruimte bieden voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Onder (gemeentelijke) regelgeving wordt verstaan: verordeningen, beleidsregels, nadere regels en richtlijnen van de gemeente. Adequate en handhaafbare regelgeving is een belangrijke beheersmaatregel in het kader van het M&O beleid. Dit bereiken we doordat onze regelgeving voldoet aan de volgende eisen:
•Eenvoud, inzichtelijkheid en begrijpelijkheid;
•Eenduidige definities;
•Het doel en de doelgroep van de regeling is nauwkeurig bepaald;
•Rechten, plichten en voorwaarden zijn opgenomen;
•Er zijn geen overbodige en/of met elkaar strijdige bepalingen;
•De afhankelijkheid van gegevens afkomstig van derden is zo veel mogelijk beperkt;
•Mogelijke maatregelen of sancties bij geconstateerd misbruik en oneigenlijk gebruik zijn in de regeling opgenomen;
•Ingangsdata en overgangsregels zijn in de regeling opgenomen.
3.1.2 Voorlichting
Wet- en regelgeving wordt door middel van voorlichting onder de aandacht gebracht van belanghebbenden (inwoners, bedrijven en instellingen). Er dient informatie te worden verstrekt over het bestaan van een regeling, aard en doel van de regeling, de specifieke doelgroep, geldende voorwaarden en controle- en sanctiebeleid. Voorlichting draagt in preventieve zin bij aan het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van een regeling.
3.1.3 Controle vooraf
Controle in de uitvoering is een middel om (de kans op) misbruik en oneigenlijk gebruik te signaleren. Mogelijke M&O gevallen kunnen al een vroegtijdig stadium worden waargenomen. Controle vooraf van gegevens wordt uitgevoerd tot aan het moment van betaling of beschikkingsverlening en geldt daarmee als preventieve maatregel.
Controle vooraf richt zich op de toetsing van de juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt. De medewerker gaat na of door de inwoners, bedrijven of instellingen aan de voorwaarden voor bijvoorbeeld een uitkering, subsidie of vergunning wordt voldaan. Deze controles dienen in de reguliere werkprocessen te zijn verankerd.
In het intern controleplan wordt bepaald welke controlemethoden worden gebruikt ten aanzien van regelingen. Toetsing van deze controles kunnen variëren van integraal (totale controle), steekproefsgewijs tot incidenteel. Hierbij is van belang de aard en omvang van de doelgroep en hoe misbruikgevoelig een regeling is.
Processen waarbij gevoeligheden spelen moeten voldoende maatregelen bevatten om de tijdigheid, juistheid, volledigheid en prestatielevering te toetsen van door belanghebbende(n) verstrekte gegevens.
3.2 Repressieve maatregelen
3.2.1 Controle achteraf
Controle van gegevens achteraf wordt uitgevoerd na het uitkeren/innen van bedragen, dan wel nadat de beschikking is verleend. Daarmee is het een repressieve maatregel.
Zoals hierboven beschreven, zijn de belangrijkste beheersmaatregelen opgenomen in de dagelijkse uitvoering/werkprocessen en het management en monitoring daarvan. In control termen praten we dan over de eerstelijns controle. Daarnaast toetst periodiek de VIC (=Verbijzonderde interne controle) in de tweede lijn, het bestaan en de werking van interne beheersmaatregelen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Dit betreft een controle achteraf. De basis hiervoor is het door het college jaarlijks vast te stellen interne controleplan. In dit plan zijn de gemeentelijke risicovolle processen benoemd en is duidelijk aandacht voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast wordt er jaarlijks een frauderisicoanalyse opgesteld, waarin per proces de risico’s met de getroffen beheersmaatregelen zijn opgenomen.
Het controlebeleid dient afgestemd te zijn op de aard en omvang van de activiteit en de doelgroep. Dit bepaalt mede de mix van specifieke beheersmaatregelen. Voorbeelden van te gebruiken controlemiddelen zijn: gewaarmerkte gegevens, onderzoeken ter plaatse, externe accountantsverklaring, gebruik van externe informatie, eisen van aanvullende stukken etc.
3.2.2 Maatregelen en/of sancties
Sancties worden opgelegd als reactie op een vaststelling van misbruik, alleen misbruik is immers onrechtmatig en moet worden hersteld en/of beboet. Het uitgangspunt is dat sancties zijn vastgelegd in de voor het desbetreffende beleidsinstrument (bijvoorbeeld subsidies, belastingen, heffingen, etc.) geldende regelgeving en dat ten minste het behaalde voordeel wordt weggenomen.
De maatregelen en/of sancties moeten voldoen aan de beginselen van behoorlijk bestuur. Dit houdt onder andere in dat maatregelen en sancties proportioneel moeten zijn in relatie tot het vergrijp. Uitgangspunt is dat het behaalde voordeel wordt teruggevorderd en er indien nodig een boete wordt opgelegd. Sancties dienen in gelijke gevallen op een gelijke wijze te worden toegepast.
Concreet leidt het tot terugvordering van te veel betaalde bedragen, naheffing van ten onrechte gederfde ontvangsten en intrekking van een ten onrechte verstrekte vergunning.
Afhankelijk van de ernst van de situatie wordt aangifte gedaan bij de politie.
Als een medewerker intern de afspraken overtreedt of anderszins niet integer werkt, wordt dit beschouwd als plichtsverzuim. Maatregelen en/of sancties hiervoor zijn opgenomen in de cao.
Door voorlichting over en het toepassen van maatregelen en/of sancties bereiken we een preventieve werking.