Gemeentelijke regelgeving

Erfgoednota Rijswijk 2024 -2032 Gezichten om van te houden

Gemeente Rijswijk · geldt sinds 8 oktober 2024

Aanhef

De gemeenteraad van Rijswijk,

Bijeen in openbare vergadering op 24 september 2024

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders

d.d. 27 augustus 2024,

BESLUIT:

Conform het aangenomen amendement:

1De Erfgoednota Rijswijk 2024-2032, Gezichten om van te houden vast te stellen met het doel: behouden, verzorgen en borgen van het Rijswijks Cultureel Erfgoed om zo bij te dragen aan de identiteit van de stad.

2De nota Tussen Oud en Nieuw, Actualisering nota Cultureel Erfgoed Gemeente Rijswijk in te trekken.

Erfgoednota Rijswijk 2024-2032

Gezichten om van te houden

Gemeente Rijswijk 2024 Domein Ruimtelijke Ontwikkelingen - Team Vergunningen, Archeologie en Monumentenzorg

Cluster Archeologie en Monumentenzorg

1 Wettelijke taken

Bij de zorg voor het cultureel erfgoed horen een aantal verantwoordelijkheden, rechten en plichten. Er zijn veel verschillende werkwijzen, beschermingsinstrumenten en vormen van samenwerking om aan de wettelijke eisen te voldoen.

De landelijke wetgeving bepaalt de wettelijke taken die de gemeente Rijswijk heeft op het gebied van het eigen erfgoed. De Erfgoedwet van 2016 stelt de Nederlandse gemeentes verantwoordelijk voor de zorg van het erfgoed binnen de gemeentegrenzen: de zorgplicht. Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden, die samen met de Erfgoedwet zorgt voor de bescherming van het cultureel erfgoed. De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die de fysieke leefomgeving betreffen. Daaronder wordt blijkens artikel 1.2, tweede lid, van die wet ook cultureel erfgoed verstaan. Cultureel erfgoed wordt gedefinieerd als volgt: ‘monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet.

Ook internationale verdragen zijn van toepassing, zoals het verdrag van Malta, dat cultureel erfgoed in de bodem beschermt. De gemeentelijke Erfgoedverordening wordt door de gemeenteraad vastgesteld en geeft regels voor de omgang met het lokale cultureel erfgoed.

De volgende bepalingen uit de Erfgoedverordening blijven in de verordening staan: artikelen die betrekking hebben op het gemeentelijke erfgoedregister en op de aanwijzing van beschermde gemeentelijke cultuurgoederen, en verzamelingen. De overige bepalingen gaan over naar het Omgevingsplan.

De gemeente Rijswijk werkt samen met de landelijke en provinciale erfgoedinstanties om integrale erfgoedzorg te kunnen garanderen. Een integrale benadering betekent ook dat naast het beschermd cultureel erfgoed het door Rijk en provincie beschermde cultureel erfgoed wordt betrokken door daarover op gemeentelijk niveau aanvullende regels te stellen. Met een dergelijke integrale benadering worden de verbeterdoelen van de Omgevingswet meer bereikbaar.

De gemeente is verantwoordelijk voor de bescherming van de aanwezige gemeentelijke en rijksmonumenten. Dat betekent: het bijhouden van het erfgoedregister, het verlenen van vergunningen om gebouwde of aangelegde monumenten te kunnen veranderen en het toezien op het onderhoud van monumenten. De gemeente heeft ook een zorgplicht voor de archeologische waarden die zich in de bodem bevinden. En zij dient rekening te houden met de erfgoedwaarden bij ruimtelijke plannen. De kwaliteitsnorm vergunningverlening moet deskundige advisering garanderen.

Ten slotte heeft de gemeente een taak bij het informeren en bewust maken van inwoners en belanghebbenden over het lokale erfgoed.

1.1.Archeologie en Monumentenzorg

Grootschalige nieuwbouw na de Tweede Wereldoorlog, in grote delen van het Rijswijks grondgebied, vormde een toenemende bedreiging voor het behoud van het cultureel erfgoed. Dit betrof zowel de ondergrondse, archeologische waarden, als de bovengrondse, gebouwde monumenten. Veel ging verloren en hiermee ontstond een toenemende behoefte aan maatregelen om het cultureel erfgoed te behoeden voor verdere vernietiging. Cultuurhistorische waarden maken immers de geschiedenis van een gebied zichtbaar en dragen bij aan een positieve beleving van de leefomgeving. Vanaf de jaren ’70 kwam hier verandering in, door het invoeren van nieuwe wetten en een actievere rol van het Rijk en gemeenten in de zorg voor monumenten en archeologie.

Ook vandaag de dag is de druk op het cultureel erfgoed onverminderd hoog. Door maatschappelijke veranderingen en wetswijzigingen blijft een actief beleid met betrekking tot Archeologie en Monumentenzorg noodzakelijk; in deze dynamische realiteit is het meebewegen met veranderende omstandigheden en het periodiek actualiseren van de Erfgoednota dan ook van wezenlijk belang.

Belangrijke veranderingen zijn mede het gevolg van de in 2007 van kracht geworden Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ). Van groot belang voor het erfgoedbeleid van de gemeente Rijswijk is de bepaling dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het behoud en beheer van hun cultureel erfgoed.

1.2. Archeologie

Het team Archeologie van de gemeente Rijswijk verricht zelfstandig archeologisch onderzoek, waaronder archeologische opgravingen. De gemeente is Bevoegd Gezag voor haar grondgebied; bij grensoverschrijdende projecten is dat de provincie of het Rijk. In die gevallen is het van belang dat het taakveld Archeologie van de gemeente Rijswijk zo goed mogelijk de belangen behartigt ten aanzien van haar archeologische waarden. Vanaf 1997 beschikte de gemeente Rijswijk over een opgravingsvergunning. Sinds 1 juli 2016 is hiervoor een certificaat verplicht gesteld; dit geldt eveneens voor de functie als depothouder, aangezien de gemeente Rijswijk over een eigen gemeentelijk archeologisch depot beschikt. Conform de Erfgoedwet beschikt het taakveld Archeologie over een certificaat BRL SIKB 4000 en beschikken tevens de medewerkers individueel over een registratie in het KNA-actorregister.

Om het certificaat te behouden dient de gemeente Rijswijk ervoor zorg te dragen dat blijvend aan de voorwaarden van kwaliteitswaarborging conform de BRL SIKB 4000 wordt voldaan. Het onderhouden van de certificaat-eisen is een continu proces, waarbij de verscheidene archeologische processtappen conform de geldende protocollen worden getoetst. Hiertoe is de gemeente Rijswijk een contract aangegaan met een toetsende en certificerende instelling. Het certificaat wordt onderhouden door jaarlijkse herhalingstoetsen. Bij positieve beoordelingen van deze jaarlijkse toetsen volgt elke vier jaar verlenging van het certificaat.

Voor de medewerkers – de zogenaamde actoren – geldt dat zij individueel moeten voldoen aan de geldende kennis- en ervaringseisen van hun desbetreffende actorstatus(sen). De actor is zelf verantwoordelijk voor het verzamelen van de bewijsstukken ter verlenging van de actorstatus, hetgeen elke vier jaar wordt getoetst en bij positieve beoordeling van de onderhoudseisen wordt verlengd.

Het archeologisch bodemarchief, dat wordt gevormd door het geheel aan fysieke resten van menselijke activiteiten en bewoning in het verleden, is een belangrijke bron van het gemeenschappelijk geheugen. Het is echter kwetsbaar en, eenmaal vernietigd, onvervangbaar.

In 1992 werd het Europese verdrag van Malta ondertekend door de lidstaten van de Raad van Europa en in 1998 door Nederland geratificeerd. Het verdrag beoogt het archeologisch erfgoed beter te beschermen door structurele inpassing van archeologie in ruimtelijke ontwikkelingsprocessen. Streven naar behoud in situ en het principe van de verstoorder betaalt zijn hierin de belangrijkste uitgangspunten.

Het Verdrag van Malta heeft in Nederland geleid tot een ingrijpende herziening van de Monumentenwet uit 1988, die op 1 september 2007 met Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) van kracht is geworden. Met de inwerkingtreding van de WAMZ is de verantwoordelijkheid voor het archeologische erfgoed verschoven van Rijk en provincie naar de gemeenten. Gemeenten zijn verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen en bestemmingsplanwijzigingen rekening te houden met archeologie, en kunnen randvoorwaarden opleggen aan omgevingsvergunningen en projectbesluiten.

Een andere, wettelijke taak van de provincie, die in het kader van deze Erfgoednota van belang is, is het Interbestuurlijk Toezicht (IBT). Het doel ervan is als volgt geformuleerd: ‘interbestuurlijk toezicht is er omdat de overheid haar taken blijvend goed wil uitvoeren en dat inwoners en bedrijven erop kunnen vertrouwen dat dit beschermd en geborgd is’. Het IBT houdt systematisch toezicht in en richt zich op taken binnen onder andere de toezichtgebieden Ruimtelijke Ordening, Omgevingsrecht en Monumenten en Archeologie. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 heeft directe gevolgen voor deze toezichtgebieden en de toepassing van het IBT. Door middel van systematisch toezicht toetst de toezichthouder of er indicaties zijn voor mogelijke taakverwaarlozing (door de gemeente). Indien hiervan sprake zou zijn, en na het doorlopen van verscheidene processen en beoordelingen conform de IBT-ladder, volgt in het uiterste geval als sanctie een interventie (indeplaatsstelling) door de provincie.

De gemeente

Zoals reeds vermeld heeft er als gevolg van de inwerkingtreding van de WAMZ een verschuiving van taken en verantwoordelijkheden plaatsgevonden. De essentie is dat gemeenten zelf verantwoordelijk zijn voor het behoud en beheer van hun cultureel erfgoed. Rijswijk beschikt over beleid dat voldoet aan de wettelijke eisen met betrekking tot de integratie van archeologische- en cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening, door afstemming op het provinciaal-, het landelijk- en het internationaal beleid en het zichtbaar en beleefbaar maken van het cultureel erfgoed.

De gemeente Rijswijk wil archeologie aan de voorkant zetten bij ruimtelijke ontwikkelingen, mede door een archeologische waardenkaart te verankeren in ruimtelijke instrumenten, zoals het omgevingsplan of structuurvisie. Verder verricht het team Archeologie van de gemeente Rijswijk archeologische bureauonderzoeken en stelt zij Programma’s van Eisen (PvE) op en/of keurt die door derden zijn opgesteld goed. Deze documenten vormen de basis voor het verdere verloop van het archeologisch onderzoek; zonder een goedgekeurd PvE kan een archeologisch veldonderzoek niet plaatsvinden (KNA 4.1.). Elk archeologisch veldonderzoek in de gemeente Rijswijk vindt plaats in overleg met en onder supervisie van het BMA.

De provincie

Veel van de taken die voorheen bij de provincie lagen, zoals het beoordelen van archeologische onderzoeksrapporten en Programma’s van Eisen voor archeologisch onderzoek, zijn in het huidige archeologiebestel overgenomen door de gemeenten. Bij ontgrondingsvergunningen, die nog steeds door de provincies worden verleend, beslist de provincie echter nog wel over het uit te voeren en uitgevoerde archeologische onderzoek, en bij gemeentegrenzen-overschrijdende projecten en grotere bestemmingsplannen als ook sommige bodemsaneringen kan de provincie optreden als adviseur of bevoegd gezag. Verder beheert de provincie Zuid-Holland de Cultuurhistorische Hoofd Structuur (CHS), die een overzicht geeft van alle cultuurhistorische en archeologische kenmerken en waarden in de provincie, en de provinciale Archeologische Monumenten Kaart (AMK), waarop alle archeologische monumenten in de provincie staan aangegeven. Ook beheert de provincie het provinciale depot voor bodemvondsten, gevestigd in Alphen aan den Rijn, waar archeologische vondsten en documentatie van gemeenten die zelf geen depot hebben, verplicht worden opgeslagen. Dit geldt niet voor de gemeente Rijswijk als depothouder.

Het bovenstaande onderstreept het belang van een degelijk beleid omtrent het behoud en beheer van het cultureel erfgoed, in het bijzonder mede door gebruikmaking van een geactualiseerde Erfgoednota. Ook onderstreept het belang van structureel onderhoud van het certificaat BRL SIKB 4000 als kwaliteitsborging.

Het Rijk

In het huidige archeologiebestel heeft het Rijk als kerntaken, naast beleidsontwikkeling en de uitvoering van de wet- en regelgeving op nationaal niveau, vooral kennisoverdracht, advisering en kwaliteitsbewaking. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft hierin een centrale en sturende rol. De Rijksdienst adviseert bij het behoud, de duurzame ontwikkeling en het toegankelijk maken van belangrijke archeologische vindplaatsen. Namens de Minister kan de Rijksdienst waardevolle archeologische terreinen aanwijzen tot archeologisch rijksmonument, opgravingsvergunningen verlenen en beslissen over monumentenvergunningen voor archeologische rijksmonumenten. De Erfgoedinspectie ziet toe op de naleving van de wet- en regelgeving en op de kwaliteit van de archeologische onderzoeken.

Omgevingsplan en Omgevingsvergunning

Sinds 2007 wordt het archeologisch erfgoed als een volwaardig belang meegewogen in ruimtelijke planvorming in Nederland. Het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning zijn vanaf 1 januari 2024 de belangrijkste instrumenten die de gemeente inzet bij de zorg voor archeologische monumenten. In het Omgevingsplan kunnen regels worden opgenomen over archeologisch onderzoek. Zo kunnen archeologische monumenten in de bodem worden beschermd of deskundig worden opgegraven. Op basis daarvan kunnen bepaalde bouwplannen alleen met een Omgevingsvergunning worden uitgevoerd.

De gemeente moet terreinen kleiner dan 100m2 in beginsel vrijstellen van archeologische onderzoeksplicht, maar is vrij om in het Omgevingsplan een grotere of kleinere grens vast te leggen. Zelfs een stukje grond van nul m2 kan belangrijke wetenschappelijke waarde hebben en daarmee een grote maatschappelijke meerwaarde bezitten. Gebieden met een lage verwachtingswaarde kunnen vrijgesteld worden om het planproces niet onnodig te vertragen.

Archeologisch onderzoek

De archeologische verwachting wordt middels bronnenonderzoek en waar nodig veldonderzoek vastgesteld. Deze inventarisaties vormen het toetsingskader voor toekomstige ontwikkelingen. Zulke onderzoeken moeten volgens bepaalde eisen worden gedaan.

Het uitgangspunt is dat vondsten zoveel mogelijk in de bodem worden behouden. Als dat niet kan worden de vondsten onderzocht en gedocumenteerd en opgeslagen in depot.

Soms worden onverwacht vondsten gedaan; het is belangrijk om dergelijke vondsten snel te documenteren om de kennis niet verloren te laten gaan.

1.3.Monumenten

De eerste beschermde rijksmonumenten van Rijswijk zijn aangewezen op grond van de eerste Monumentenwet van 1961. Inmiddels wijst de gemeente Rijswijk zelf beschermde gemeentelijke monumenten aan. Met de nieuwe Erfgoedverordening 2024 wordt het ook mogelijk om gemeentelijke stads- en dorpsgezichten aan te wijzen.

Sinds het Rijk het monumentenbeleid veranderde in 2009 Modernisering Monumentenzorg (MoMo), werd het monumentale erfgoed als een volwaardig belang meegewogen in ruimtelijke planvorming in Nederland. Vanaf dat moment moet bij ruimtelijke ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden van het gebied in kaart worden gebracht en meegewogen.

Omgevingsplan en Omgevingsvergunning

Om het erfgoed te behouden moet de gemeente een toereikend beschermingsregime instellen. Het Omgevingsplan en de Omgevingsvergunning zijn vanaf 1 januari 2024 de belangrijkste instrumenten die de gemeente in zet bij de zorg voor de gebouwde en aangelegde (groene) monumenten (naast het aanwijsbesluit van monumenten). In het Omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed (Besluit kwaliteit leefomgeving art. 5.130 lid 1). De regels uit de Erfgoedverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving moeten in 2031 worden opgenomen in het Omgevingsplan.

De gemeente legt de te beschermen gemeentelijke monumenten, de beschermde stads- en dorpsgezichten en de provinciale Erfgoedlijnen en biotopen vast in het Omgevingsplan. Voor de wettelijke bescherming van rijksmonumenten is het niet nodig om ze op te nemen in het Omgevingsplan.

Het Omgevingsplan is een instrument waarin van rechtswege de bestaande bestemmingsplannen zijn opgenomen tot het moment dat deze zijn omgezet naar het nieuwe plan. In de oude bestemmingsplannen van Rijswijk is een beschermingsregime opgenomen met dubbelbestemming waarde cultuurhistorie: de wijk Oud Rijswijk is daar een voorbeeld van. De gemeente actualiseert de erfgoedwaarden zoals vastgelegd in de bestemmingsplannen en verwerkt het beschermingsregime in het Omgevingsplan.

Bouwplannen voor beschermde monumenten en stads- en dorpsgezichten kunnen alleen met een Omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Voor het beoordelen van ingrepen maakt de gemeente Rijswijk gebruik van de Adviescommissie omgevingskwaliteit Rijswijk.

Ook worden regels opgenomen over bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek om te kunnen bepalen wat van waarde is en wat niet.

Onderzoek gebouwde monumenten

Het doen van onderzoek is noodzakelijk om de beleidsinstrumenten op te stellen, te actualiseren en toe te passen.

Om de cultuurhistorische waarden van gebouwen in een gebied te bepalen worden cultuurhistorische inventarisaties en waardestellingen gemaakt zodat het cultureel erfgoed kan worden meegewogen aan het begin van ruimtelijke planvorming. Daarbij wordt aangegeven welke gebouwen of elementen behouden moeten worden, herkenbaar moeten blijven of versterkt kunnen worden en welke elementen mogen verdwijnen.

Ook bij vergunningaanvragen voor ingrepen in beschermde monumenten worden de bouw-, architectuur en cultuurhistorische waarden bepaald. Daarmee kunnen voorwaarden gesteld worden aan de vergunning.

Bij grote projecten zijn de initiatiefnemers zelf verplicht de kosten voor dergelijk onderzoek te dragen. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden volgens de landelijke richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek (RCE 2009). Cultuurhistorische inventarisaties en waardestellingen worden in opdracht gegeven aan gespecialiseerde erfgoedprofessionals.

Financiering onderhoud monumenten

Monumenteigenaren in Rijswijk kunnen aanspraak maken op de Onderhoudssubsidie van de gemeente. Eigenaren van rijksmonumenten (uitgezonderd woonhuizen) kunnen aanspraak maken op de Subsidie Instandhouding Monumenten (Sim) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

1.4.Archief

De belangrijkste bepaling uit de Archiefwet (1995) is dat overheden hun informatie na 20 jaar in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren. De nieuwe Archiefwet gaat mogelijk in op 1 juli 2024 en houdt een periode van 10 jaar aan. De nieuwe wet is beter toegerust op de opslag en ontsluiting van digitaal archiefmateriaal.

De openbaarheid van bestuur vraagt om transparantie en vindbaarheid van overheidsdocumenten volgens de Archiefwet en de Wet Open Overheid (2022).

De gemeentearchivaris van het Stadsarchief Delft houdt actief toezicht op de werkprocessen en de staat van het informatiebeheer voor de gemeente Rijswijk. De archivaris brengt jaarlijks verslag uit aan het college van burgemeester en wethouders.

2 Middelen

Monumentenzorg is een wettelijke taak waarop door de interbestuurlijk toezichthouder van de provincie Zuid-Holland toezicht wordt gehouden. Daarbij wordt getoetst of de gemeente voldoende capaciteit en middelen heeft begroot om uitvoering te geven aan deze wettelijke taak.

Omdat de erfgoednota voor een periode van 8 jaar wordt vastgesteld, is het niet realistisch om te verwachten dat direct in het eerste jaar aan alle geformuleerde ambities uitvoering kan worden gegeven. Er zal jaarlijks in het jaarplan worden opgenomen aan welke opgaven binnen de bestaande formatie uitvoering zal worden gegeven met daarbij eventueel, afhankelijk van de financiële situatie op dat moment, een budgetverzoek.

3 Participatiebijeenkomst erfgoedpartners

Op 5 juni 2024 is een participatiebijeenkomst gehouden met de erfgoedpartners van Rijswijk; de lijst met aanbevelingen is hier als bijlage toegevoegd.

Aanbevelingen bijeenkomst erfgoedpartners

•Archeologie kan beter toegankelijk worden gemaakt via sociale media dan nu.

•Er bestaat meer erfgoed dan hetgeen valt onder het taakveld Archeologie en Monumentenzorg. Suggesties zijn: mobiel erfgoed, foto’s en de binnenkant van gebouwen.

•Het uitgangspunt van de gemeente zou moeten zijn dat meer mensen dan de partners die in het voortraject bij de totstandkoming van de nota zijn betrokken (Museum Rijswijk, Museum BB Overvoorde, Historische Vereniging Rijswijk, Erfgoed Delft) zouden moeten kunnen meedenken over het erfgoed van Rijswijk. Betrek ook de inwoners van Rijswijk! En gebruik de Uitvoeringsagenda van Faro Deel I.

•Met de aangevraagde 1 fte voor een vaste monumentenambtenaar worden de ambities voor de komende acht jaar niet gerealiseerd, is de vrees. Zet hoger in en zorg voor een permanente monumenten/erfgoedambtenaar, niet slechts voor anderhalf jaar.

•Neem monumenteneigenaren mee in de erfgoedparticipatie.

•Maak gebruik van de kennis die aanwezig is bij vrijwilligers.

•Neem het gevaar voor degradatie van bekende archeologische vindplaatsen door wisselende grondwaterstanden en vervuiling mee (Parkzone).

Een aantal van de opmerkingen vormden een nuttige aanvulling op de nota en zijn daarin verwerkt. Een aantal vragen en opmerkingen konden tijdens de bijeenkomst worden beantwoord en nader toegelicht.

De belangrijkste uitkomst van de bijeenkomst is het inzicht dat de erfgoedpartners al decennia lang de belangen van het erfgoed hebben behartigd en dat met hart en ziel hebben gedaan. Bij de erfgoedpartners bestaat het gevoel dat de gemeente op verschillende momenten steken heeft laten vallen, waardoor de indruk kon ontstaan dat de rol van de partners vaak wordt onderschat en gemarginaliseerd.

Daarom zijn de passages over erfgoedparticipatie in de erfgoednota aangescherpt en zal het participatietraject in de uitvoeringsfase van de nota nader worden uitgewerkt. Het is een ambitie van de gemeente Rijswijk om erfgoedparticipatie te incorporeren in het gemeentelijk beleid. Archeologie en Monumenten speelt het Verdrag van Faro een leidende rol. Omdat dit verdrag nog niet geratificeerd is neemt de gemeente de Uitvoeringsagenda Faro Deel I daarbij als leidraad en niet als vastgesteld kader.

De sociale waarde en burgerparticipatie staan centraal en coproductie wordt gewaardeerd. De gemeente wil via erfgoedparticipatie meer faciliteren en luisteren naar haar inwoners: wat verstaan zij onder erfgoed, welke waarden hechten zij daaraan en wat willen zij ermee doen?

Gedurende de inventarisatie van het naoorlogse erfgoed en het vervolgtraject (rapport L. Driesen juni 2024) zal door het taakveld Communicatie een participatie uitvraag over dit erfgoed worden gelanceerd onder andere via de sociale media.

Ook zal door het taakveld Archeologie en Monumenten een bijeenkomst voor monumenteneigenaren worden georganiseerd. Deze eigenaren hebben de aanwezigheid van een vaste monumentenambtenaar de laatste jaren node gemist en vaak geen antwoord gekregen op hun vragen. De voorlichtings- en adviestaken van de gemeente en vragen over wat wel en niet mag en kan met een monument zijn daardoor blijven liggen.

Verder loopt erfgoed sinds februari 2024 mee in het participatietraject van de Omgevingsvisie.

4 Erfgoedregister (gemeentelijke en rijksmonumenten)

Het Erfgoedregister omvat lijsten van de actuele beschermde gemeentelijke en rijksmonumenten en (in de toekomst) beschermde stads- en dorpsgezichten. De bijbehorende gegevens over de monumenten in de lijsten zijn de gegevens die momenteel bekend zijn; deze zijn verouderd, niet overal correct en hier en daar onvolledig. Bij de actualisering van de lijsten zullen de gegevens worden bijgewerkt.

De gemeente Rijswijk heeft 101 rijksmonumenten, waaronder een tiental complexen van monumenten die uit verschillende gebouwen bestaan met aparte monumentnummers. Er zijn 57 gemeentelijke monumenten, waaronder vier archeologische monumenten.

Binnen de grenzen van Rijswijk liggen drie van de zeven Erfgoedlijnen van de Provincie Zuid-Holland. Binnen de Landgoederenzone en de Vlietzone bevinden zich zowel rijks- als gemeentelijke monumenten. Daarnaast is het bunkercomplex Overvoorde onderdeel van de provinciale Erfgoedlijn Atlantikwall. Het is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voorgedragen om als rijksmonument te worden aangewezen als één van de voorbeelden van militair erfgoed van nationaal belang.

Er is één rijksmonumentale molen in Rijswijk die de aanduiding ‘molenbiotoop’ heeft gekregen: de Schaapweimolen. Dat betekent dat de windvang en het zicht op de molen zijn beschermd. De molen ligt in de Hoekpolder bij de Molenwetering en heeft een beschermde provinciale molenbiotoop. De buitenplaatsen in Rijswijk hebben de aanduiding ‘landgoedbiotoop’ en hebben daarmee de beschermde status van provinciale landgoedbiotopen. Dat betekent dat de samenhangende structuur van de hoofd- en bijgebouwen met tuin en park en het omringende groen beschermd is, alsmede het blikveld, de zichtlijnen en panorama’s van de cultuurlandschappelijke aanleg.

Gemeentelijke monumenten Rijswijk

Monumentnr.

Adres

GM003

Tollensstraat 2a-2b

GM004

Tollensstraat 2d-4

GM006

Doelenstraat 15

GM007

Doelenstraat 19

GM008

Herenstraat 68

GM009

Laan van Hoornwijck 25-29

GM011

Haantje 14

GM012

Herenstraat 24

GM013

Delftweg 79

GM014H

Herenstraat 40, 42, 42a

GM014S

Schoolstraat 20

GM015

Herenstraat 64-66

GM016

Oranjelaan 39

GM017

Geestbrugweg 68-70

GM018

Geestbrugweg 66

GM019

Geestbrugweg 2-8, Oranjelaan 1

GM020

Geestbrugweg 64

GM023

Laan Hofrust 1

GM024

Laan Hofrust 3-5

GM025

Laan Hofrust 7-9

GM026

Delftweg 132

GM028

Delftweg 103

GM030

Geestbrugkade 27

GM031

Geestbrugkade 21, 22, 23

GM032

Geestbrugkade 24, 25, 26, 26a

GM033

Koninginnelaan 1

GM034

Van Vredenburchweg 975

GM035

Van Vredenburchweg 70-72

GM036

Van Vredenburchweg 83-87

GM038

Schoolstraat 18

GM040

Van Vredenburchweg 122, 126

GM045

Julialaantje 30

GM047

Sir Winston Churchilllaan 1021-1023

GM049

Julialaantje 24

GM051

Hoek Sionsweg - Spieringsweteringweg

GM052

Tegenover Van Vredenburchweg 152

GM053

Hoek Laan te Blothinge - Julialaantje

GM054

nabij Jaagpad 7

GM055

Bij Laan Hofrust 2

GM056

Bij Van Vredenburchweg 79

GM057

Einde Steenplaetsstraat

GM058

Hoek Huis te Hoornkade - Thierenskade

GM060

Kruising Frans Halskade - Jozef Israëlslaan

GM061

Hoek Rembrandtkade - Frans Halskade

GM062

Hoek Jaagpad - Pasgeldlaan

GM063

Hoek Jaagpad - Thierenskade

GM064H

Haagweg 176-180

GM064S

Bij Sniplaan 49

GM078

Tollensstraat 10

GM101

Sir Winston Churchilllaan 277-279

GM102

Kerklaan 26-38

GM104

Beetslaan 97

GM105

Sir Winston Churchilllaan 241-243

GM106

Rijksweg A4 (segment Hoekpolder)

GM107

Bij Van Vredenburchweg 164

GM108

Ruysdaelplein

GM109

Geestbrugweg 16

Rijksmonumenten Rijswijk

Monumentnr.

Adres

Type

20039

Beetslaan 251

Behorend bij complex

20040

Delftweg 50

20041

Molenwetering 2

20042

Endehoekseweg 9

20043

Geestbrugkade 18

20044

Geestbrugkade 19

20045

Geestbrugkade 20

20046

Bij Herenstraat 62

20047

Herenstraat 62b

20048

Herenstraat 67

20049

Herenstraat 69

20050

Herenstraat 79

20051

Herenstraat 81

20052

Herenstraat 83

20053

Herenstraat 87

20054

Herenstraat 89

20055

Jaagpad 6

20056

Jan Thijssenweg 2

20060

Julialaantje 28

20065

Kerklaan 46

20066

Kerklaan 48

20067

Laan te Blotinghe 2

20068

Laan Hofrust 2-4

20068

Laan Hofrust 2-4

20069

Ruysdaelplein 39

20070

Schoolstraat 4

20071

Schoolstraat 6

20072

Schoolstraat 8

20073

Schoolstraat 8

20074

Schoolstraat 10

20075

Schoolstraat 12-14

20076

Schoolstraat 32

20077

Groeneveld 64

20078

Van Vredenburchweg 12

20079

Van Vredenburchweg 12

20080

Van Vredenburchweg 22-24

20081

Van Vredenburchweg 24a

20082

Van Vredenburchweg 985

20082

Van Vredenburchweg 987

20084

Van Vredenburchweg 162

20086

Van Vredenburchweg 79

506286

Van Vredenburchweg 158

Behorend bij complex

506916

Julialaantje 2

Behorend bij complex

506917

Julialaantje 2, 2a, 4

Complex

506924

Julialaantje 2a

Behorend bij complex

506925

Julialaantje 4

Behorend bij complex

506926

Julialaantje 4

Behorend bij complex

506927

Julialaantje 2

Behorend bij complex

506928

Julialaantje 4

Behorend bij complex

506929

Julialaantje 4

Behorend bij complex

506930

Julialaantje 2

Behorend bij complex

508034

Van Vredenburchweg 158

Complex

508035

Van Vredenburchweg 158

Behorend bij complex

515691

Van Vredenburchweg 105

Complex

515692

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515693

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515694

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515695

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515696

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515697

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515698

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515699

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515700

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

515701

Van Vredenburchweg 105

Behorend bij complex

518120

Van Vredenburchweg 67-69

Complex

518121

Van Vredenburchweg 69

Behorend bij complex

518122

Van Vredenburchweg 67

Behorend bij complex

518123

Sir Winston Churchilllaan 231-233

Complex

518124

Sir Winston Churchilllaan 231-233

Behorend bij complex

518125

Sir Winston Churchilllaan 231-233

Behorend bij complex

518126

Sir Winston Churchilllaan 231-233

Behorend bij complex

518127

Lange Kleiweg 98-100

518128

Lange Kleiweg 100

Behorend bij complex

518129

Lange Kleiweg 98

Behorend bij complex

518130

Lange Kleiweg 100

Behorend bij complex

518131

Lange Kleiweg 100

Behorend bij complex

518132

Beetslaan 251

Complex

518133

Beetslaan 251

Behorend bij complex

518134

Jaagpad 7

Complex

518135

Jaagpad 7

Behorend bij complex

518136

Jaagpad 7

Behorend bij complex

518137

Jaagpad 7

Behorend bij complex

518138

Geestbrugweg 66

Complex

518139

Geestbrugweg 66

Behorend bij complex

518140

Geestbrugweg 66

Behorend bij complex

518141

Haantje 11

Complex

518142

Haantje 11

Behorend bij complex

518143

Haantje 11

Behorend bij complex

518144

Haantje 11

Behorend bij complex

518145

Haantje 11

Behorend bij complex

518146

Haantje 11

Behorend bij complex

518147

Haantje 11

Behorend bij complex

518149

Jaagpad 148c

518150

Jaagpad 148b

518151

Delftweg 32

518152

Van Vredenburchweg 150

522873

Van Vredenburchweg 174

Complex

522874

Van Vredenburchweg 174

Behorend bij complex

522875

Van Vredenburchweg 174

Behorend bij complex

522876

Van Vredenburchweg 174

Behorend bij complex

530644

Van Vredenburchweg 174

Behorend bij complex

5 Archeologische beleids- en verwachtingenkaarten

Inleiding

De bij deze nota behorende Archeologische verwachtings- en beleidskaart is het belangrijkste instrument om het archeologische erfgoed te integreren in de ruimtelijke ordening. Op deze kaarten zijn de bekende en te verwachten archeologische waarden aangegeven. Aan de hand van deze waarden is een beleid geformuleerd bij welke verwachting op welke manier archeologisch onderzoek moet worden gedaan in geval van bodemverstoring of juist wanneer bodemverstoring voorkomen dient te worden om de archeologische resten te behouden.

Wanneer bij de voorbereiding van bodemverstorende projecten, als woningbouw, geen of onvoldoende rekening wordt gehouden met archeologische resten ontstaat een groot risico dat in een later stadium als nog de plannen aangepast moeten worden of onverwachte bodemvondsten worden gedaan met een vertraging als gevolg. Daarom is het beter om archeologie en cultuurhistorie vanaf het begin te betrekken bij de ontwikkeling van (nieuwe) plannen.

Het is daarnaast ook belangrijk dat bij de ontwikkeling van een gebiedsvisie en/ of ontwerpbestemmingsplan al in het voortraject rekening wordt gehouden met de archeologische waarden, zoals die op de Archeologische verwachtings- en beleidskaart staan aangegeven. Dat voorkomt problemen als aanpassingen of vertragingen in een later stadium.

Bewoningsgeschiedenis

De Archeologische verwachtings- en beleidskaart bestaat uit twee kaartbladen waarop de archeologische verwachting is weergegeven. De keuze voor twee kaarten hangt samen met de geologische ontwikkeling en de bewoningsgeschiedenis van Rijswijk. Deze is samengevat als volgt.

Door het toenemen van de temperatuur rees de afgelopen 10.000 jaar de zeespiegel. Aanvankelijk ging de stijging zeer snel. De Noordzee ontstond door het onderlopen van een laagvlakte. De kustlijn verschoof steeds meer landinwaarts en bereikte in West Nederland omstreeks 4100 voor Chr. de meest oostelijke positie. Deze lijn liep door het zuiden van Rijswijk. Daarna verschoof de kustlijn weer in westelijke richting. In het vlakke gebied leefden mensen op lage duinen. De bewoningsresten dateren van omstreeks 3800-3400 voor Chr. en behoren tot de oudste sporen van menselijke activiteiten in het kustgebied van West-Nederland. Voor het eerst werden in het kustgebied van West Nederland in Rijswijk aanwijzingen gevonden van bewoning (bouwput Rijksweg 4 in 1984 en 1993). Enige jaren later werd op Ypenburg (toen nog van de gemeente Rijswijk) door Rijswijkse archeologen een nederzetting aangetroffen met zelfs een grafveld. Later werden nog enkele woonplaatsen rond Rijswijk gevonden.

Door erosie is de oudste kustlijn met alle resten van bewoning in heel West-Neder land verdwenen en is alleen in de strook Leidschendam-Rijswijk-Wateringseveld nog een stukje van die oude kustlijn bewaard. Daardoor is de zone van nationaal belang.

Oude kustbewoners

Nog tijdens de bewoning langs ‘de oude kustlijn’ ontstond aan de zeezijde een nieuwe strandwal waarop duinvorming plaats vond. Deze zandrug strekt zich uit van Voorschoten tot in Wateringen. De Van Vredenburchweg markeert de lengteas van deze zandrug. Op deze zandrug wonen vanaf de prehistorie mensen. Het was immers een hoge en droge plek in een voor de mens nat maar aangenaam landschap. Tussen de oudste kustlijn en de strandwal lag een uitgestrekte strandvlakte waarin geïsoleerde duinen lagen. Dergelijke duinen zijn waargenomen bij de aanleg van de spoortunnel en de aanleg van een bouwput aan de Johan Braakensieklaan.

Er lagen veel van dergelijke duinen in de strandvlakte en enkele van deze duinen zullen zeker door mensen zijn benut. Naar locatie, spreiding en eventuele sporen van bewoning op de duinen in de strandvlakte heeft tot op heden nog maar nauwelijks onderzoek plaatsgevonden.

Een nat landschap

Vanaf 3000 jaar voor Chr. is door vernatting van het landschap een dikke laag veen gegroeid. Deze veenlaag heeft in de loop van de eeuwen het oude kustlandschap en de strandvlakte volledig bedekt. Alleen het hoogste deel van de strandwal stak als een zandrug boven het veen uit. Het veengebied werd zeker door de mensen benut maar daar zijn weinig bewoningsresten meer van terug te vinden. Dat is veroorzaakt door een grote overstroming vanuit het Maasmondgebied. In de periode 500-150 voor Chr. drong de zee opnieuw het land binnen. Vanuit de Maasmond drong een grote getijdengeul door tot in Rijswijk om hier af te buigen richting Delft. Vanuit de hoofdgeul is een heel systeem van kleinere geulen vertakt door de hele regio. Het overstromingswater ruimde het grootste deel van het veenlandschap op en vanuit de geulen werd een dikke laag klei afgezet. Een groot deel van het bovenste deel van de bodem van Rijswijk bestaat daardoor uit een pakket klei en zand tot een dikte van ruim 2,5 meter.

De Romeinse tijd

Aan het begin van de jaartelling was het geulensysteem verland en vond door uitdroging inklinking van de bodem plaats. De oude kreekbeddingen en geuloevers kwamen als ruggen in het landschap te liggen. Deze hogere delen waren zeer geschikt voor bewoning. In de Romeinse tijd (eerste - derde eeuw na Chr.) kende het landschap een intensieve bewoning. Er stonden verschillende boerderijen waarvan een aantal in lintbebouwingen. Aan de Tubasingel (Rijswijk-De Bult) werd in 1967-1969 een nederzetting opgegraven waarvan het belangrijkste gebouw deels uit (kostbare) steen was opgetrokken. Dit villa-achtig gebouw is uniek voor Zuid-Holland.

Rijswijk neemt in de Romeinse tijd een bijzondere plaats in. Op korte afstand stond de hoofdstad Forum Hadriani (nu: park Arentsburgh te Voorburg) van waaruit het gebied werd bestuurd. Rijswijk ligt letterlijk onder de rook van de stad waardoor de bewoning ‘rijker’ kan zijn dan verder af gelegen nederzettingen in Delfland. De villa van De Bult is er een goed voorbeeld van. Ook andere ontdekkingen zoals de vondst van een hoofdverkeersweg - de toenmalige A4 - waarlangs nota bene in Rijswijk zelfs twee zandstenen mijlpalen zijn gevonden, zijn hiervan een goed bewijs. Langs de weg lag een kanaal, het zogeheten kanaal van Corbulo. In de afgelopen jaren zijn langs de Sir Winston Churchilllaan resten van het kanaal aangetroffen.

De Middeleeuwen

Aan het einde van de Romeinse tijd nam de bewoning sterk af. De bewoning vond vooral plaats op de zandgronden langs de kust en de oevers van rivieren. Tot op heden zijn er in Rijswijk geen sporen van bewoning gevonden van de periode vierde - elfde eeuw. Op basis van vondsten elders in de regio zijn dergelijke vondsten echter ook in Rijswijk te verwachten.

Vanaf de elfde eeuw nam de bevolking van Holland in aantal sterk toe. In dezelfde periode gingen woongronden langs de kust verloren door kusterosie en overstuivingen. De behoefte aan nieuwe landbouwgronden werd opgelost door het op grote schaal ontginnen van de klei en veengebieden. In deze periode werd ook het Rijswijkse klei en veengebied aan weerszijden van de strandwal in cultuur gebracht. De grens van Rijswijk strekte zich uit van de Kastanjewetering in het zuiden tot aan de Hoefkade, nu een straat in Den Haag, in het noorden. Over de Rijswijkse gemeenschap weten we nog maar weinig. Er zijn geen schriftelijke bronnen, kaarten of afbeeldingen uit die tijd overgeleverd. Voor de reconstructie van de geschiedenis is de gemeente aangewezen op archeologische gegevens. De boerderijen stonden verspreid in het klei- en veengebied als ook op de strandwal. Onderzoek in de Hoekpolder en de Plaspoelpolder toont aan, dat vanaf de late twaalfde eeuw veel woonplaatsen in het klei- en veengebied zijn verplaatst naar de landwegen.

De middeleeuwse samenleving was een hiërarchisch geordende samenleving. Deze sociale verschillen binnen de bevolking zijn af te leiden uit archeologische vondsten. Zowel op de strandwal als in het kleigebied wordt de status benadrukt door onder meer de bouw van kastelen als Te Werve en Den Burch en het omgrachten van woonplaatsen in de dertiende en de veertiende eeuw. Aanvankelijk werd gedacht dat dergelijke woonplaatsen alleen op de strandwal in het kleigebied voorkwamen maar recente vondsten in de Klaroenstraat (2007) en de Citerstraat (2011) tonen aan, dat ook in het kleigebied dergelijke woonplaatsen aanwezig zijn. Ook teruggevonden gebruiksvoorwerpen als luxe aardewerk en ‘rijker’ voedsel als jachtwild en geïmporteerde vruchten, duiden op sociale verschillen.

Behalve boerderijen en omgrachte woonplaatsen verschenen ook andere vormen van bebouwing in Rijswijk. In de middeleeuwen stonden er twee kloosters: Sancta Maria in Monte Sion (Hof van Sion) en Onze Lieve Vrouwe van Nazareth (Leeuwendaallaan). Beide kloosters zijn tijdens de reformatie (1572) geconfisqueerd en vervolgens gesloopt. In de Hoekpolder stond in de veertiende en vijftiende eeuw ook een uithof van de abdij van Egmond. Vanuit deze uithof exploiteerde deze belangrijke Hollandse abdij haar landerijen in dit deel van Delfland. Over de uithof is maar weinig bekend. Bij de Hoornburg stond in de zestiende eeuw een kapel. Deze is vermoedelijk ook in de periode 1572-1574 met de grond gelijk gemaakt. Naast deze gebouwen met een religieuze functie stonden verspreid in Rijswijk diverse poldermolens en een steenbakkerij.

De beginjaren van de tachtigjarige oorlog markeerden het einde van de middeleeuwen in Delfland. Vooral de jaren 1572-1574 waren dramatisch. De frontlinie liep dwars door de streek. Soldaten van beide partijen plunderden het platteland. De meeste middeleeuwse instituties hielden toen op te bestaan of gingen door in sterk gewijzigde vorm. Het platteland liep zware schade op, maar dat werd in de jaren die volgden snel hersteld.

Arm en rijk

De welvaart leidde vanaf het einde van de zestiende eeuw tot de bouw van vele buitenplaatsen. Rijswijk telde maar liefst zo’n 40 buitenplaatsen. Soms bestond een buitenplaats uit niet meer dan een boerderij met aangebouwde herenkamer en een fraaie siertuin, soms een groot landhuis met bijgebouwen, tuinen en tuinbeelden. De buitenplaats Sion behoorde tot de grootste buitenplaatsen van Delfland. De grootste en meest luxe buitenplaats was het paleis van Frederik Hendrik: het Huys ter Nieuburch. Dit paleis werd gebouwd in 1630-1635 en gesloopt in 1786-1792. Daarnaast stonden langs de Vliet verschillende industriemolens en bleef de middeleeuwse steenbakkerij actief.

Op de strandwal ontwikkelde zich een dorpskern die geleidelijk in omvang toenam. In de dorpskern staat ook een imposante kerk waarvan de oudste bouwfase minstens van de twaalfde eeuw dateert. Het is onbekend wanneer de dorpskern is ontstaan. De oudste, middeleeuwse, archeologische vondsten dateren uit de twaalfde eeuw. In de dorpskern woonden een groot deel van bevolking van Rijswijk, zowel welgestelden in hun voorname woningen als ambachtslieden, middenstanders en armen.

Het gebruik van de Archeologische verwachtings- en beleidskaart

Rijswijk heeft een lange bewoningsgeschiedenis. Hierdoor bevinden zich in de bodem veel archeologische vindplaatsen waarvan verschillende vanwege de zeldzaamheid en/of het wetenschappelijk belang behoudenswaardig zijn. Om de Archeologische verwachtings- en beleidskaart overzichtelijk te houden is er voor gekozen om twee kaartbladen te maken en op elk kaartblad de archeologische verwachting in zones weer te geven. Per zone wordt aangegeven in welke mate met archeologische resten rekening moet worden gehouden en hoe er mee om te gaan.

De Archeologische verwachtings- en beleidskaart van Rijswijk bestaat uit twee kaarten. Dat is nodig vanwege de hoeveelheid informatie die op de kaarten is opgenomen. Bij het beoordelen van plannen zullen beide kaarten gebruikt moeten worden.

Archeologische verwachtings- en beleidskaart Rijswijk; kaartblad Neolithicum, Brons- en IJzertijd

Dit kaartblad bevat de informatie uit de prehistorie. Het bijbehorende landschap ligt in het grootste deel van Rijswijk op een diepte van ruim twee tot drie meter beneden maaiveld. Alleen in de strook van de strandwal, dus in het noordelijk deel van Rijswijk, liggen dergelijke oude bewoningssporen veel minder diep. Enkele gebieden van Rijswijk bevatten als gevolg van diepgaande grondwerkzaamheden geen prehistorische bewoningsresten meer. Enkele voorbeelden zijn: het Elsenburgerbos (grote ontgronding uit ca. 1970-1975), de Rijswijkse spoortunnel en het verdiept aangelegde cunet van de rijksweg A4 (Plaspoelpolder/Hoekpolder).

Archeologische verwachtings- en beleidskaart; kaartblad Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen/Nieuwe tijd

Het andere kaartblad bevat de bewoningsresten uit de Romeinse tijd en jonger. Deze bewoningsresten liggen in heel Rijswijk direct onder het maaiveld tenzij het is bedekt door een ophogingslaag, aangebracht in twintigste eeuw of later, voor de aanleg van wegen en nieuwbouw. Diverse gebieden in Rijswijk bevatten geen bewoningssporen meer van deze periode waaronder diverse grote waterpartijen en ondergrondse parkeergarages. Er zijn meer gebieden in Rijswijk waar dergelijke ingrepen hebben plaatsgevonden. Deze gegevens zijn niet beschikbaar en zouden apart verzameld moeten worden indien daartoe de gemeenteraad besluit.

Het afzonderlijk aangeven van vindplaatsen op de kaartbladen is niet gedaan. Dat zou immers betekenen, dat alleen bekende (en ook door opgravingen al verdwenen locaties) vindplaatsen wel op de kaart terecht komen maar niet de terreinen waarvan bekend is dat deze archeologische resten moeten bevatten maar waar tot op heden geen archeologisch onderzoek is gedaan. Dat klinkt cryptisch. Daarom een korte toelichting. Van sommige terreinen is uit historische bronnen bekend dat er een bewoning was, bijvoorbeeld de middeleeuwse woning Gruisbeek (gesloopt ca. 1746), maar heeft er nimmer een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Zonder twijfel zijn de overblijfselen als funderingen, puinbanen van uitgebroken muren, waterputten en huishoudelijk afval van de buitenplaats nog in de bodem aanwezig. Een ander voorbeeld is de eerder genoemde woonplaats De Schilp. In combinatie met het graven van de bouwput van het zwembad De Schilp vond in 2000 een opgraving plaats waarbij resten van een woonplaats uit de Nieuwe Steentijd zijn gevonden. Op basis van de opgraving is duidelijk dat de resten zich buiten de bouwput in oostelijke, westelijke en noordelijke richting voortzetten. Er is geen discussie nodig. Rondom het zwembad De Schilp bevinden zich archeologische resten van het nederzettingsterrein in de bodem.

Terreinen van provinciaal belang

Het Rijk en de provincie hanteren eveneens beleidskaart. Dit zijn de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden, de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid-Holland (CHS). De op deze kaarten geplaatste archeologische terreinen, de zogeheten AMK-terreinen, zijn verwerkt in de Rijswijkse Archeologische verwachtings- en beleidskaart. Indien door recent onderzoek grenzen waren bij te stellen, dan is dat gebeurd. Daardoor kan een grens van een AMK-terrein iets afwijken van de grenzen, aangegeven op de CHS-kaart.

Archeologische verwachtings- en beleidskaart Rijswijk

De Archeologische verwachtings- en beleidskaart geeft een weergave op hoofdlijnen. De kaarten zullen door onderzoek voortdurend op detail niveau kunnen worden aangepast. Daarom zal bij de voorbereiding van plannen (zowel groot als klein) het raadzaam en soms zelfs noodzakelijk zijn het taakveld Archeologie te raadplegen. De voorbereiding van de plannen vereist immers maatwerk.

De kaarten kunnen echter niet vanwege elk detail steeds opnieuw worden vastgesteld door de gemeenteraad. De Archeologische verwachtings- en beleidskaart bij deze nota wordt gebruikt tot een nieuwe nota wordt vastgesteld. Bij grote (tussentijdse) wijzigingen op de kaarten kan eventueel een actuelere versie tussentijds door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Aan de Archeologische verwachtings- en beleidskaart en deze nota is een Erfgoedverordening verbonden.

Verder dient te worden gerealiseerd dat de regels worden opgenomen en geactualiseerd in het Omgevingsplan (vóór 1 januari 2024: bestemmingsplannen).

Bij de voorbereiding van plannen waarbij grondwerk te pas komt (bodemsaneringen, infrastructurele projecten, bouwwerkzaamheden, herinrichting groengebieden, etc.) is in een vroeg stadium - dus ontwerpfase en periode van vooroverleg – contact met het taakveld Archeologie noodzakelijk. Dit overleg is niet alleen in het belang van de verantwoording die men heeft voor het archeologisch erfgoed maar ook om overbodig archeologisch onderzoek te voorkomen. In veel situaties is immers archeologisch onderzoek niet nodig.

Alle maatregelen met betrekking tot de archeologie en de beleidskaart moet worden vertaald naar het nieuwe Omgevingsplan en beheerverordeningen. Voor nieuwe activiteiten binnen het Omgevingsplan zullen de nota met beleidskaart moet worden geraadpleegd.

Ook bij de voorbereiding voor infrastructurele werken als aanleg van wegen en leggen van kabels en leidingen, het voorbereiden van bodemsaneringen, de herinrichting van parken en sportterreinen, grondwaterpeilwijzigingen en andere bodem verstorende werkzaamheden zullen de initiatiefnemers en voorbereiders gebruik moeten maken van de Archeologische verwachtings- en beleidskaart.

De kaartlagen en de verwachtingen

De archeologische beleidskaart bestaat uit vijf periode specifieke lagen, die betrekking hebben op:

1de Nieuwe Steentijd;

2de IJzertijd;

3de Romeinse tijd;

4de Late Middeleeuwen;

5de Nieuwe Tijd.

Vrijwel alle bekende archeologische vondsten zijn uit deze perioden. Er zijn dus aanzienlijke hiaten in de bewoningsgeschiedenis van Rijswijk. Zo zijn er nauwelijks of geen bodemvondsten uit de jongste fase van de Nieuwe Steentijd (ca. 2500 - 2100 voor Chr.), de Bronstijd (2100 - 800 voor Chr.) en de Vroege Middeleeuwen (vierde - elfde eeuw). Mochten ooit toch vindplaatsen uit deze ‘hiaten’ te voorschijn komen, dan zijn dit vanwege de informatiewaarde belangrijke locaties. In de onderzoeksagenda zijn vragen opgenomen die dan van toepassing zijn. Voor de Archeologische verwachtings- en beleidskaart zullen dergelijke locaties alleen al vanwege de zeldzaamheid behoudenswaardig zijn en voor (verkennend) onderzoek in aanmerking komen. Vanwege de landschapsontwikkeling (zie hiervoor) zullen dergelijke vindplaatsen vooral op de strandwal te verwachten zijn. De strandwal heeft op de Archeologische verwachtings- en beleidskaart al een hoge verwachting gekregen. Deze verwachting is ook van toepassing op vindplaatsen uit de ‘hiaten’.

Op de Archeologische verwachtings- en beleidskaart zijn de volgende verwachtingen opgenomen. Het beleid en vrijstelling gelden voor de ‘verwachting’ in het algemeen. Voor afzonderlijke vindplaatsen of delen die bijvoorbeeld al eerder onderzocht en/of zijn vrijgegeven kan een ander regime gelden.

•Geen verwachting:

Terreinen waar geen tot minimale archeologie wordt verwacht. Bijvoorbeeld terreinen waar bodemverstoring al heeft plaatsgevonden, of waar aantoonbaar geen (menselijke) activiteit heeft plaatsgevonden.

Vrijstelling activiteiten: geen archeologisch onderzoek nodig.

•Lage verwachting:

Beleid: er moet rekening worden gehouden met archeologische waarden. In dergelijke gebieden zijn wellicht weinig archeologische resten te verwachten maar als ze er aanwezig zijn, dan kan het gaan om waardevolle en zeldzame vindplaatsen.

Planologische bescherming: dubbelbestemming/functie archeologie, aanlegvergunning. Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm.

•Middelhoge verwachting:

Beleid: Onderzoek moet altijd, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven.

Planologische bescherming: dubbelbestemming/functie archeologie, aanlegvergunning. Vrijstelling activiteiten: er geldt een vrijstelling van 100 m² en tot een diepte van 50 cm.

•Hoge verwachting:

Beleid: Terreinen mogen niet worden aangetast. Mocht toch grondwerk nodig zijn dan geldt altijd een onderzoeksverplichting, tenzij er andere redenen zijn, bijvoorbeeld een terrein is eerder al onderzocht en vrijgegeven. Hieronder vallen terreinen met hoge archeologische verwachting (CHS), terreinen die door het rijk, provincie of de gemeente zijn aangewezen als beschermd monument, als AMK-terrein zijn aangewezen en/of geregistreerde archeologische vindplaatsen en/of potentiële archeologische vindplaatsen.

Planologische bescherming: vergunningsplichtig. Dubbelbestemming/functie archeologie: aanlegvergunning.

Vrijstelling activiteiten: geen of alleen op basis van een te bepalen diepte per gebied of vindplaats.

6 Cultuurhistorische waardenkaart

De Cultuurhistorische waardenkaart markeert een aantal cultuurhistorisch waardevolle en identiteitsbepalende gebieden en structuren in de gemeente Rijswijk. In het Omgevingsplan zal een gedetailleerde cultuurhistorische beschrijving van de waarden worden opgenomen, zodat aan deze waarden getoetst kan worden. De toetsing geldt voor verbouw van het bestaande, maar ook voor nieuwe ontwikkelingen.

Hieronder volgt een beknopte beschrijving per gebied of structuur. Deze beschrijving is een geactualiseerde versie van de toelichting op de kaart, die bij de oude nota cultureel erfgoed was gevoegd. Ook de kaart zelf is geactualiseerd. Het betreft een dynamische kaart die regelmatig zal worden aangepast aan nieuwe ontwikkelingen op het gebied van aangewezen monumenten en minder ingrijpende maatregelen die een zekere mate van (planologische) bescherming inhouden, zoals de aanwijzing van stads- en dorpsgezichten en regels opgenomen in het Omgevingsplan (vóór 1 januari 2024: bestemmingsplannen).

Kastelen, buitenplaatsen en landgoederen (dertiende - negentiende eeuw)

De Landgoederenzone vormt een belangrijk deel van het gemeentelijke erfgoed. Ze vertelt het verhaal van de opkomst van middeleeuwse kastelen vanaf de dertiende eeuw en buitenplaatsen vanaf de late zestiende eeuw. Het gebied is grotendeels gelegen langs de Van Vredenburchweg, op enkele locaties in de nabijheid van de Vliet en bij het historische centrum. De buitenplaatsen zijn voornamelijk op de strandwal of op de rand hiervan gebouwd. Een buitenplaats bestaat uit een hoofdgebouw met bijgebouwen en een tuin of park. Nog bestaande buitenplaatsen zijn o.a. Overvoorde, De Voorde, Te Werve, Den Burch, Ter Nieuburch (delen van de tuinaanleg), Welgelegen, Cromvliet, Hoornwijck en Zuidhoorn. In het Omgevingsplan zullen maatregelen worden benoemd om de bestaande kwaliteiten van de buitenplaatsen en de groene buffers in stand te houden. Om de componenten die een buitenplaats maken te beschermen heeft de provincie Zuid-Holland landgoedbiotopen aangewezen. De gemeente Rijswijk heeft in de oude bestemmingsplannen rekening gehouden met de biotopen door beschermende maatregelen hierin op te nemen hetgeen zal worden overgenomen in het Omgevingsplan. Ook zal daarin de ‘waarde cultuurhistorie/functie erfgoed’ worden opgenomen. Daarnaast is dit gebied door de provincie aangewezen als Erfgoedlijn. Dit beleid is door de gemeente Rijswijk overgenomen.

Historische dorpskern (twaalfde eeuw tot heden)

De historische dorpskern van Rijswijk kent een ontwikkeling vanaf de twaalfde eeuw. De verhoogde ligging van de strandwal vormde de basis voor permanente bewoning. Het historisch centrum bezit nog steeds een grote historische waarde. Deze komt voort uit de historische bebouwing en historische inrichting. Deze waarde wordt door bewoners, ondernemers en bezoekers hoog gewaardeerd. In de loop van de tijd zijn er echter ook ontwikkelingen geweest die het historische karakter hebben aangetast. Daarom zal naast het aanwijzen van monumenten, ook meer aandacht zijn voor de historische inrichting van het gebied. In het bestemmingsplan zijn maatregelen benoemd om historische kwaliteiten te behouden en nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken binnen de historische kaders van het gebied. Dit beschermingsregime wordt overgenomen in het Omgevingsplan.

Vlietzone

De Vliet (samen met de Trekvliet) vormt naast de Landgoederenzone één van de identiteitsdragers van Rijswijk. De Vliet, vermoedelijk in de twaalfde eeuw gegraven, had als functie om het overtollige water uit de naastgelegen polders af te voeren en kon tevens worden gebruikt om personen en goederen te vervoeren. Vervoer over het water was tot de negentiende eeuw veelal comfortabeler dan de bestaande landwegen. Vanaf de zeventiende eeuw verrezen langs de Vliet buitenplaatsen en kreeg de Vliet tevens een recreatieve waarde. Langs een groot gedeelte van de Vlietoevers is de historische inrichting nog steeds aanwezig. Dit is te zien aan de buitenplaatsen, gemalen, het jaagpad en het polderlandschap

(Pasgeld, zie ook historische verkaveling). Deze inrichting wordt zeer hoog gewaardeerd door bewoners en toeristen (waaronder recreatie vaart). Daarnaast is de Vliet door de provincie aangewezen als Erfgoedlijn, beleid dat door de gemeente Rijswijk is overgenomen. Om de bestaande historische kwaliteiten van de Vliet te bewaken zijn maatregelen getroffen en worden waar nodig bijgesteld om deze waarden in stand te houden in het Omgevingsplan. Nieuwe ontwikkelingen worden getoetst aan de effecten op de historische waarden en waar nodig bijgesteld.

Historische verkaveling

Op twee plaatsen in Rijswijk is de historische polderverkaveling in het landschap nog aanwezig: Hoekpolder-waterberging en de ‘driehoek’ aan het Jaagpad. De laatste ligt op een zeer markante plek en is mede daarom het behouden waard. Met de verstedelijking van de gemeente komen dergelijke locaties steeds meer onder druk te staan. Het resterende polderlandschap toont de ontginningsgeschiedenis van het Rijswijkse klei- en veengebied en daarmee de agrarische geschiedenis die nog op een paar locaties zichtbaar is. Bij nieuwe ontwikkelingen zal de gemeente sturen op inpassing en behoud van deze gebieden. In het Omgevingsplan zal zij deze gebieden, waar mogelijk beschermen. Eén van deze gebieden neemt een bijzondere plek in. Dit betreft het poldergebied in de Hoekpolder, langs de Molenwetering. Dit gebied valt binnen een door de provincie Zuid-Holland aangewezen molenbiotoop. Dit gebied is aangewezen als 500 meter brede bufferzone waar geen hoge bebouwing mag worden gerealiseerd, teneinde de windtoevoer voor de monumentale Schaapweimolen te garanderen. In het bestemmingsplan zijn maatregelen getroffen om de biotoop te beschermen en dit zal in het Omgevingsplan worden overgenomen.

Uitbreiding 1895-1900

Een deel van het historische centrum rondom de Laan Hofrust en het gebied tussen de Haagweg, Lindelaan, Willemstraat en de Herenstraat is aan het einde van de negentiende eeuw tot stand gekomen. Veelal op particulier initiatief werden woningen gerealiseerd. Deze eerste stedenbouwkundige uitbreiding van het oude dorp is grotendeels intact en beschikt nog over een grote historische kwaliteit. Deze is gelegen in de individuele ontwerpen van de woningen, die samen de kwaliteit van de wijk bepalen. Een aantal woningen in deze wijk zijn aangewezen tot monument. In het bestemmingsplan zijn maatregelen opgenomen om de kwaliteit van het historische straatbeeld te behouden en dit zal onder de Omgevingswet zo blijven.

Uitbreiding 1900-1940

Een groot gebied, rondom het oude centrum van Rijswijk valt onder de vooroorlogse stadsuitbreiding. De wijken die hier onder vallen zijn Oud-Rijswijk, de Bomenbuurt, Welgelegen, Rembrandtkwartier, Havenkwartier, Cromvliet en Leeuwendaal. Deze wijken worden gekenmerkt door jonge bouwkunst veelal in Art-nouveau of Neo-Renaissance en of Chaletstijl gebouwd. Ook zijn stijlen herkenbaar als de Haagse- en Amsterdamse School. Ze maken onderdeel uit van een groter stedenbouwkundig plan. Ondanks dat dit plan slechts deels werd gerealiseerd getuigt de wijk van een grote onderlinge samenhang. In tegenstelling tot de naoorlogse stadsuitbreiding, worden deze gebieden gekenmerkt door de kleinschaligheid en veel groen. Vanwege de samenhang tussen het architectonisch en stedenbouwkundig ontwerp is het belangrijk om gebiedsgerichte bescherming op te leggen. Daarom zullen ook voor deze gebieden planologische maatregelen worden benoemd en opgenomen in het Omgevingsplan om de historische kwaliteit in stand te houden.

Uitbreiding 1945-1990

Het grootste deel van Rijswijk is na WO II gebouwd. De periode 1945-1965 wordt getypeerd als de Wederopbouwperiode. Dit was een periode na de Tweede Wereld Oorlog waarin het land weer werd opgebouwd na de vernietigingen van de oorlog en waar, anticiperend op een stijgende bevolkingsgroei, nieuwe woningen werden gebouwd. Dit is tevens binnen de architectuurgeschiedenis een periode waarin nieuwe ontwerpvisies en bouwtechnische ontwikkelingen een stempel drukte op de nieuwe architectuur een stedenbouw. Deze zijn ook in de Rijswijk herkenbaar. Op de kaart zijn een aantal markante Wederopbouwgebieden aangeduid. Naast objecten is het ook de stedenbouwkundige inrichting die bepalend is voor de kwaliteit van deze wijken.

Inmiddels is een inventarisatie voltooid van de Wederopbouwperiode en de Post-65 periode die daarop aansluit en die wordt afgesloten in 1990. Voor die laatste periode is pas recent landelijke belangstelling ontstaan.

In het Omgevingsplan en aanwijsbeleid van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten zal gekeken worden hoe de kwaliteit van deze gebieden in stand kan blijven, zonder nieuwe ontwikkelingen uit te sluiten.

Voor de naoorlogse architectuur en stedenbouw wordt verwezen naar de Verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed in bijlage 7.

Historische landwegen

In het gebied resteren een aantal belangrijke historische landwegen, maar ook uitpaden en voetpaden waaronder het Julialaantje. Deze wegen zijn lang bepalend geweest voor de bereikbaarheid van Rijswijk en voor de stedenbouwkundige inrichting. Een aantal van deze historische wegen zijn in de kaart aangegeven. In het Omgevingsplan zullen maatregelen worden benoemd om historische wegen te behouden. Enkele historische wegen zijn: Van Vredenburchweg, Herenstraat, Geestbrugweg, Jaagpad, Delftweg, Winston Churchilllaan (voormalige Kleiweg) en het spoortracé.

Historische waterwegen

In het gebied resteren een aantal belangrijke historische waterwegen en de belendede kades. Tot in de negentiende eeuw was transport over water de belangrijkste wijze van vervoer. Naast de Vliet, Zandvaart en Spieringswetering, bestaan er ook nog een aantal oude sloten die een belangrijke rol hebben gespeeld in de waterhuishouding van het landschap. Deze structuren zullen waar mogelijk worden beschermd en hersteld.

7 Verwachtingswaardenkaart naoorlogs erfgoed

De verwachtingswaardenkaart en inventarisatielijst naoorlogs erfgoed gaan over de periode van de Wederopbouw (1945-1965) en Post-65 (1965-1990). Deze zijn het gevolg van een quickscan naar de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode. De volledige toelichting op de inventarisatiewijze en het kader waarbinnen de verwachtingswaarde tot stand is gekomen, is opgenomen in het rapport ‘Tussen groei en inpassing. Quickscan Wederopbouw en Post-65 (1945-1990) Rijswijk’.

Historisch ontwikkelingsbeeld

De quickscan beslaat de naoorlogse bouwperiode, die 45 jaar omvat. Een periode waarin Rijswijk, onder invloed van een bouwlustige en strategische burgemeester, tot het midden van de jaren 1970 in eerste instantie flink groeide. Het aantal nieuwe woningen liep op tot 15.000 en het bebouwd gemeentelijk grondgebied verviervoudigde. Vervolgens remde de groei af onder invloed van een veranderend sociaalmaatschappelijk en politiek klimaat en keerde Rijswijk zich vooral naar binnen: Met uitzondering van twee wijken, werd inpassing de belangrijkste vorm van uitbreiding. Vanwege de nieuwe woonvormen werden op kleinere schaal grote hoeveelheden woningen geproduceerd, maar niet meer in verhouding tot de aantallen van de Wederopbouw (1945-1965).

Stedenbouw, landschap en architectuur

Stedenbouw

De onderzochte periode heeft een groot aantal nieuwe wijken opgeleverd. Binnen deze wijken is er vaak een hoge mate van samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet, de groenvoorzieningen en de architectonische invulling. Alles draaide om de toename van de welvaart.

De wijken worden van elkaar gescheiden door een brede infrastructuur, die erop gericht is om auto’s ruim baan te geven en snel van A naar B te laten gaan. De infrastructuur is ook voorzien van lommerijke laanbeplanting en groene middenbermen.

Kenmerkend zijn de wijken uit de Wederopbouwperiode die een duidelijk herkenbare opbouw laten zien: stempelverkaveling binnen een groene setting. In deze wijken is de samenhang tussen de vaak architectonisch sobere flats en de weelderige groenstructuren van openbare en semi-openbare ruimte en watergangen een belangrijke basiskwaliteit. Dat geldt ook voor de inpassing van de voorzieningen voor de wijk (wijkgedachte), zoals scholen, kerken en winkels. In de vroege Wederopbouw bestond de bebouwing uit vierlaagse portiek- en galerijflats. Naarmate de tijd verstreek, werden deze in de jaren 1960 steeds hoger totdat deze uiteindelijk twaalf of meer lagen kregen en, in het kader van de stadsvernieuwingen, langzaam van de nieuwe wijken ook hun weg vonden naar de historische dorpskern. Dit is tevens het keerpunt voor de ontwikkeling van de kenmerkende Wederopbouwwijk. De weerstand tegen de grote betonnen flats wordt steeds groter, evenals tegen de auto. De opkomst van de protestgeneratie markeert de overgang naar kleinschaligheid, inspraak en nieuwe woonvormen aangepast op verschillende doelgroepen.

De Post-65 periode kenmerkt zich door inpassing in de bestaande structuren. Niet langer was het lege bouwveld het uitgangspunt; in deze periode werd de bestaande stad het kader voor ontwikkelingen. Buurtbewoners kregen daarin een belangrijke rol. De stedenbouwkundige opzet is daardoor in de meeste gevallen een stuk minder homogeen dan in de periode ervoor. De aansluiting op de bestaande situatie van een gebied leidde tot meer diversiteit in de uitwerking.

Landschap

De periode Wederopbouw – Post-65 heeft twee grote parken voortgebracht, die qua ontwikkeling over de beide perioden heen gaan. De opvallende structuur van de parken in een functionele landschapstijl zijn illustratief voor de tijdsgeest en bieden veel inzicht in de visie op het gebruik van ruimten en de omgang met recreatie in de onderzochte periode.

Architectuur

De tijdsgeest heeft een grote diversiteit aan architectuur opgeleverd. Rijswijk heeft veel woongebouwen en kerken, maar er is ook een aanzienlijk aantal scholen uit de betreffende perioden. De groei van de Plaspoelpolder als industrie- en kantorengebied heeft ook veel industriële bebouwing opgeleverd.

De architectuur is vaak sober van opzet, maar op detailniveau is er veel aandacht aan besteed. Daarnaast is er nog veel kunst aan gebouwen aanwezig, die voortkwam uit de 1,5% regeling voor kunsttoepassingen. Deze hield in dat een percentage van de bouwsom besteed diende te worden aan een kunsttoepassing aan de binnen- of buitenzijde van het gebouw.

Kaart en waarderingen

De verwachtingswaardenkaart is een belangrijk instrument om inzicht te krijgen in de aanwezige erfgoedwaarden uit de periode 1945 - 1990. Het is een attentiemiddel bij ontwikkelingen en biedt aanleiding voor het aanwijzen van monumenten en beeldbepalend en beeldondersteunend erfgoed, dan wel het toekennen van een erfgoedfunctie in het Omgevingsplan. Deze kaart bevat alle in de quickscan geïnventariseerde gebieden en objecten die erfgoedwaarde vertegenwoordigen.

Op basis van de nationale criteria voor het waarderen van erfgoed zijn drie categorieën van verwachtingswaarden ontstaan:

1Zeer hoog (monumentaal)

2Hoog

3Middelhoog

4Attentiewaarde kunst

5Laag

Ontwikkelingen aan een gebied of object met een van de bovengenoemde vijf waarden is altijd maatwerk. Er is op hoofdlijnen wel iets te zeggen over de mogelijkheden, maar uiteindelijk zijn de karakteristieken van een gebied of object leidend in het bepalen van de ruimte voor ontwikkeling.

Zeer hoog (monumentaal)

Wanneer een gebied of object een zeer hoge (monumentale) verwachtingswaarde heeft gekregen, betekent dat dat er in de quickscan aanleiding is gezien om dit gebied of object aan te wijzen als een exemplarisch voorbeeld voor de aanleg- of bouwtijd. Behoud van deze waarden zou een uitgangspunt moeten zijn bij ontwikkelingen. Bij behoud van waarden valt te denken aan hoofdvorm en hoofdopzet in geval van een stedenbouwkundige wijk. Massa-opbouw, materialen, en dergelijke kunnen van belang zijn voor architectonische waarden. De verwijzing naar monumentaal bij deze waarde geeft aan dat er sprake is van topstukken uit de Wederopbouw- en Post-65periode op het gebied van stedenbouw, landschap en/of architectuur of cultuurhistorische ontwikkeling.

Hoog

Hoge verwachtingswaarden staan voor gebieden en objecten die als exemplarisch voor hun aanleg- of bouwperiode kunnen worden gezien, maar die algemener zijn of in enige mate zijn aangetast door latere ontwikkelingen. Bij deze gebieden en objecten is behoud wenselijk, maar bestaat meer ruimte voor transformatie binnen de kaders van de omschreven/nader onderzochte waarden. Dat betekent dat hoofdopzet en massa-opbouw mogelijk belangrijker kunnen zijn dan materiaalbehoud. Of dat juist materiaalgebruik, kleurstelling of het verhaal achter het gebied of object behouden moeten blijven.

Middelhoog

De middelhoge waardering betreft een grote groep gebieden en objecten die in zekere mate illustratief zijn voor de ontwikkeling van de gemeente Rijswijk in de periode 1945-1990, maar die of veel meer voorkomen of zijn aangetast door latere ontwikkelingen. Behoud van deze gebieden en objecten dragen bij aan het kenmerkende beeld van Rijswijk dat is ontstaan. Echter gaat het daarbij veel meer om de kenmerkende eigenschappen, zoals maat, schaal, opbouw, e.d. Bij ontwikkeling zou er derhalve aandacht moeten zijn voor herstel, hergebruik of behoud van die specifieke kenmerken.

Attentiewaarde kunst

De attentiewaarde kunst is opgenomen voor objecten die in zichzelf geen tot weinig waarde hebben voor de onderzochte periode, maar die wel zijn voorzien van een kunsttoepassing aan of in de architectuur. Het kan gaan om kunstvoorwerpen en stichtingsstenen aan scholen, woon- of kantoorgebouwen. Indien de betreffende objecten worden vervangen of er een andere vorm van ontwikkeling plaatsvindt, is het van belang dat de kunsttoepassing wordt hergebruikt of ex situ op een andere locatie wordt bewaard.

Laag

Als vijfde waardering is de waardering ‘laag’ ontstaan. Dit zijn gebieden en objecten die tijdens het veldwerk van de quickscan wel zijn opgevallen, maar die in de uiteindelijke selectie niet meer voldoende scoorden om onderdeel uit te maken van de drie eerdergenoemde waarderingen. Deze gebieden en objecten zijn niet opgenomen op de kaart, maar wel toegevoegd aan de inventarisatielijst met onderbouwingen.

Betekenis verwachtingswaarde

Er wordt in de quickscan en het kaartbeeld gesproken over een ‘verwachtingswaarde’. De reden hiervoor ligt in de gekozen vorm van inventarisatie, namelijk een quickscan ofwel een inventarisatie zonder verdiepend archiefonderzoek. Nader onderzoek kan per gebied of object meer inzicht geven in de exacte verdeling van karakteristieken en gave onderdelen en daarmee nauwkeurig inzicht geven in de ruimte bij ontwikkelingen. Een verwachtingswaarde geeft daarmee bij voorgenomen ontwikkelingen dus tevens een nadere onderzoeksplicht naar het gebied of object bij ontwikkelingen.

Inventarislijst en onderbouwing

De verwachtingswaardenkaart is niet los te zien van de inventarisatielijst en de rapportage. De rapportage biedt het historisch kader en verantwoording waarbinnen de inventarisatie heeft plaatsgevonden. De inventarisatielijst is een overzicht van alle geïnventariseerde adressen. Per adres is een feitelijke opsomming van gegevens opgenomen, zoals waardering, plaatselijke aanduiding, datering, architect/ stedenbouwkundige, e.d. Daarnaast is een omschrijving opgenomen, die aangeeft waarom het betreffende gebied of object op de inventarisatielijst is gekomen. Dit is aangevuld met een of meerdere foto’s ter illustratie.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.