Gemeentelijke regelgeving

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Rijssen-Holten 2026

Gemeente Rijssen-Holten · geldt sinds 6 oktober 2026

Aanhef

De raad van de gemeente Rijssen-Holten,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 juli 2026

gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit vast te stellen de volgende:

Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Rijssen-Holten 2026

Hoofdstuk 1 – Algemene bepalingen

Artikel 1. Begrippen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.Awb: de Algemene wet bestuursrecht;

b.Bestuursorgaan: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester;

c.Bezwaarmaker: degene die bezwaar maakt tegen een besluit van een bestuursorgaan;

d.Commissie: de commissie bezwaarschriften zoals bedoeld in artikel 7:13 van de Awb;

e.Voorzitter: degene die de hoorzitting van de commissie leidt.

Hoofdstuk 2 – Behandeling van bezwaren

Artikel 2. Registratie

Het bestuursorgaan registreert elk ontvangen bezwaarschrift met de datum van ontvangst.

Artikel 3. Informele afhandeling

1Voordat het bezwaar formeel wordt behandeld, kijkt het bestuursorgaan of het bezwaar informeel kan worden opgelost.

2Er wordt zo snel mogelijk contact opgenomen met de bezwaarmaker.

3Als het bezwaar informeel kan worden opgelost, worden de afspraken schriftelijk vastgelegd.

4Zo nodig wordt een nieuw besluit genomen.

Hoofdstuk 3 – De commissie

Artikel 4. Instelling en bevoegdheid

1Er is een commissie bezwaarschriften die het bestuursorgaan adviseert over bezwaarschriften tegen besluiten van de raad, het college of de burgemeester.

2De commissie luistert naar alle partijen, behandelt bezwaren en brengt advies uit over de volledige heroverweging van het besluit.

3De commissie behandelt geen bezwaren die gaan over:

a.besluiten op grond van belastingwetgeving of de Wet waardering onroerende zaken;

b.besluiten over de rechtspositie of arbeid van gemeentelijke medewerkers;

c.bezwaren die kennelijk niet ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn;

d.bezwaren die al informeel zijn opgelost.

Artikel 5. Samenstelling en bevoegdheden van het college

1De commissie bestaat uit twee voorzitters en ten minste drie leden.

2Het college benoemt, schorst en ontslaat de voorzitters en leden van de commissie.

3Het college stelt vergoeding per vergadering vast die de commissieleden ontvangen.

4De voorzitters en leden zijn onafhankelijk. Zij:

a.werken niet bij de gemeente en vallen niet onder verantwoordelijkheid van een gemeentelijk orgaan;

b.wonen niet in de gemeente Rijssen-Holten;

c.beschikken over brede kennis van het bestuursrecht en voldoende ervaring.

5Als een voorzitter afwezig is, neemt een lid de taak tijdelijk over. De commissie bepaalt zelf de volgorde van vervanging.

Artikel 6. Secretaris

1Het college wijst een ambtenaar aan als secretaris van de commissie.

2Het college kan één of meer plaatsvervangers aanwijzen.

Artikel 7. Zittingsduur

1De voorzitters en leden worden benoemd voor vier jaar.

2De benoeming wordt stilzwijgend met vier jaar verlengd, tenzij het college uiterlijk twee maanden voor het einde van de termijn anders beslist.

3De voorzitters en leden kunnen zelf ontslag nemen.

4Het college kan een lid of voorzitter ontslaan als deze zijn functie niet naar behoren vervult of zich onbehoorlijk gedraagt.

5Een lid blijft in functie totdat een opvolger is benoemd, tenzij sprake is van ontslag om dringende redenen.

Artikel 8. Bevoegdheden van de voorzitter

De voorzitter oefent namens de commissie de volgende bevoegdheden uit:

a.het vragen van een schriftelijke machtiging aan een gemachtigde als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Awb;

b.het stellen van een hersteltermijn als bedoeld in artikel 6:6 van de Awb;

c.het verzenden van stukken als bedoeld in artikel 6:17 van de Awb;

d.het toezenden of ter inzage leggen van stukken als bedoeld in artikel 7:4 van de Awb;

e.het beslissen over geheimhouding tijdens de hoorzitting als bedoeld in artikel 7:6 van de Awb.

De voorzitter kan deze bevoegdheden aan de secretaris mandateren.

Hoofdstuk 4 – Behandeling door de commissie

Artikel 9. Vooronderzoek

1De voorzitter mag namens de commissie alle gewenste inlichtingen inwinnen.

2De commissie kan deskundigen om advies vragen of hen uitnodigen voor de hoorzitting. Hiervoor is toestemming van het college nodig als er kosten aan verbonden zijn.

Artikel 10. Reactie op bezwaar

1De commissie vraagt het bestuursorgaan om een reactie op het bezwaar in te dienen.

2Deze reactie moet uiterlijk drie weken voor de hoorzitting bij de secretaris binnen zijn.

3De reactie wordt bij de overige stukken gevoegd.

Artikel 11. Hoorzitting

1De voorzitter bepaalt de datum, plaats en tijd van de hoorzitting.

2De voorzitter beslist of het horen achterwege kan blijven als bedoeld in artikel 7:3 van de Awb.

3Als wordt afgezien van horen, wordt dat schriftelijk meegedeeld aan alle betrokkenen.

Artikel 12. Horen van jongeren

1Jongeren van 12 jaar en ouder mogen hun mening mondeling of schriftelijk geven.

2Jongeren onder de 12 jaar mogen dat ook, als zij hun belangen goed kunnen overzien.

3Het horen kan achterwege blijven als de mening op een andere, minder belastende manier kan worden achterhaald.

Artikel 13. Uitnodiging voor de hoorzitting

1De voorzitter nodigt de betrokkenen uiterlijk drie weken voor de hoorzitting schriftelijk uit.

2Binnen drie werkdagen na ontvangst van de uitnodiging kan om een andere datum worden gevraagd, met opgaaf van redenen.

3De voorzitter beslist hierover zo snel mogelijk.

4In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van deze termijnen.

Artikel 14. Quorum

Een hoorzitting kan doorgaan als ten minste de voorzitter of diens vervanger en één lid aanwezig zijn. Bij het tot stand komen van het advies zijn minimaal twee leden en de voorzitter betrokken.

Artikel 15. Onpartijdigheid

De voorzitter en de leden nemen geen deel aan de behandeling van een bezwaar waarbij hun onpartijdigheid in twijfel kan zijn. Zij laten zich in dat geval vervangen.

Artikel 16. Openbaarheid

1De hoorzittingen zijn openbaar.

2De deuren kunnen worden gesloten als de voorzitter of een belanghebbende dat nodig vindt.

3De voorzitter beslist of er belangrijke redenen zijn om dat te doen.

4Hoorzittingen over besluiten op grond van de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Verordening leerlingenvervoer of de beleidsregels schulddienstverlening zijn niet openbaar.

Artikel 17. Orde tijdens de zitting

De voorzitter zorgt voor een goed verloop van de zitting en kan personen die de orde verstoren laten vertrekken of de zitting beëindigen.

Artikel 18. Verslaglegging

1De zitting wordt digitaal opgenomen.

2In principe wordt er geen schriftelijk verslag gemaakt.

3Op verzoek van een belanghebbende of het bestuursorgaan kan de opname digitaal worden verstrekt, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om dit te weigeren. In dat geval wordt een schriftelijk verslag verstrekt.

4Als een rechter daarom vraagt, wordt de opname uitgewerkt tot een schriftelijk verslag.

5Een schriftelijk verslag bevat de namen van aanwezigen, hun rol en een zakelijke samenvatting van wat is besproken.

Artikel 19. Nader onderzoek

1De voorzitter kan, na de zitting maar vóór het advies, een aanvullend onderzoek laten doen.

2De resultaten worden aan alle partijen toegezonden.

3Binnen een week kunnen partijen vragen om een nieuwe hoorzitting.

4De voorzitter beslist daarover.

Artikel 20. Advies van de commissie

1De commissie bespreekt en besluit achter gesloten deuren over het advies.

2Er wordt bij meerderheid van stemmen beslist.

3Als de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

4Een minderheidsstandpunt kan op verzoek worden opgenomen.

5Het advies bevat een gemotiveerd voorstel voor de beslissing op bezwaar.

6Het advies wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.

Artikel 21. Uitbrengen van advies

1De commissie stuurt het advies, samen met de reactie op het bezwaar en eventuele aanvullende stukken, tijdig aan het bestuursorgaan dat moet beslissen.

2Als de termijn van twaalf weken uit artikel 7:10 van de Awb niet haalbaar is, meldt de voorzitter dit aan het bestuursorgaan.

Artikel 22. Jaarverslag

De commissie brengt elk jaar een verslag uit over haar werkzaamheden in het voorgaande jaar.

Artikel 23. Onvoorziene gevallen

In situaties waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Hoofdstuk 5 – Slotbepalingen

Artikel 24. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. De Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Rijssen-Holten 2024 wordt ingetrokken.

Artikel 25. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Rijssen-Holten 2026.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.