Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk,
gelet op:
-artikel 1.61 van de Wet kinderopvang;
-artikel 58r van de Wet publieke gezondheid;
-titel 5.2 en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
-met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 aan de Wet publieke gezondheid een aantal tijdelijke bepalingen is toegevoegd ten behoeve van de bestrijding van de covid-19 epidemie (hoofdstuk Va Wet publieke gezondheid);
-een aantal van deze tijdelijke bepalingen ziet op de kinderopvang;
-de directeur publieke gezondheid van de GGD bevoegd is toezicht te houden op de naleving van de tijdelijke maatregelen voor kinderopvang die voortvloeien uit hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid;
-het college van Ridderkerk hiertoe de directeur publieke gezondheid van de GGD dient aan te wijzen als toezichthouder;
besluit:
Artikel 1 Aanwijzing
De directeur publieke gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond aan te wijzen als toezichthouder als bedoeld in artikel 1.61, tweede lid, van de Wet kinderopvang, voor zover dit ziet op de naleving van de bij of krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid gestelde regels in de kinderopvang.
Artikel 2 Bevoegdheid tot mandatering
De directeur publieke gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond kan personen in haar dienst aanwijzen als toezichthouder als bedoeld in artikel 1.
Artikel 3 Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit toezicht kinderopvang in verband met Wet tijdelijke maatregelen covid-19.
Artikel 4 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2021.