Gemeentelijke regelgeving

Gemeente Rhenen - Verordening Vereveningsfonds gemeente Rhenen 2020

Gemeente Rhenen · geldt sinds 24 december 2020

Aanhef

De raad van de gemeente Rhenen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 december 2020

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

het bepaalde in de Woonvisie : “kiezen voor Rhenen”

en het bepaalde in de Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020,

besluit vast te stellen de:

Verordening Vereveningsfonds gemeente Rhenen 2020.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1. Begrippen

Deze verordening verstaat onder:

a.Zelfstandige woning: een woning die beschikt over een eigen voordeur, douche, wc en keuken, niet zijnde een zorgwoning;

b.Bouwplan: de beschrijving van hoe een gebouw(en) gebouwd moet(en) worden of hoe er een grootschalige verbouwing gaat plaatsvinden. In het plan staat beschreven wat het einddoel is en hoe het eindresultaat bereikt moet worden.

c.Sociale huurwoning: een huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder d. van het Besluit ruimtelijke ordening. Met een instandhoudingstermijn zoals vermeld in artikel 6 lid 1 van de Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020.

d.Sociale koopwoning: een koopwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder e. van het Besluit ruimtelijke ordening, met dien verstande dat de in dit artikel genoemde koopprijsgrens in verband met het experiment onder de Crisis- en Herstelwet voor sociale koop wordt verhoogd naar € 250.000,- (prijspeil 2021). Met een instandhoudingstermijn zoals vermeld in artikel 6 lid 2 van de Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020.

e.Geliberaliseerde woning voor middenhuur: huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder j. van het Besluit ruimtelijke ordening met een, jaarlijks te indexeren aanvangshuurprijs van ten hoogste € 950,-. Met een instandhoudingstermijn zoals vermeld in artikel 6 lid 3 van de Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020.

f.Exploitatieplan: Het exploitatieplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld. In het exploitatieplan staat een berekening van de exploitatiebijdrage die de grondeigenaar dient te betalen. Daarnaast kunnen er zaken worden geregeld ten aanzien van de locatie-eisen. Een exploitatieplan wordt in de regel opgesteld bij grote (woning)bouwprojecten. In gemeente Rhenen komen exploitatieplannen nagenoeg niet voor.

g.Anterieure overeenkomst: een afspraak tussen de gemeente en projectontwikkelaars, bouwondernemingen of woningcorporaties. Het college is bevoegd om een anterieure overeenkomst aan te gaan. Onderdeel van een anterieure overeenkomst is de exploitatiebijdrage.

h.Zorgwoning: een woning, waarin de bewoner zonder 7x24uurszorg niet zelfstandig kan wonen.

i.Woningcorporatie: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;

j.Initiatiefnemer: een partij die voor eigen risico een woningbouwproject realiseert;

k.Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020: een instrument om sociale huurwoningen en middenhuur/sociale koopwoningen te borgen.

l.Vereveningsfonds gemeente Rhenen 2020: een instrument om sociale huurwoningen en middenhuur/sociale koopwoningen te stimuleren. In deze verordening ook wel ‘het vereveningsfonds’ genoemd.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Deze verordening is van toepassing als een initiatiefnemer voornemens is om een bouwplan te realiseren waarin vier of meer zelfstandige woningen worden gerealiseerd en waarbij een afwijking of een herziening van het bestemmingsplan nodig is om de realisatie van (meer) woningen toe te staan.

Artikel 3. Afbakening

Deze verordening is niet van toepassing indien:

a.de te realiseren wooneenheden worden aangemerkt als zorgwoningen;

b.er op het moment van inwerkingtreding van deze verordening al afwijkende afspraken zijn gemaakt met de initiatiefnemer over de in deze verordening opgenomen onderwerpen in een afgesloten anterieure overeenkomst. Of dat de onderhandelingen over de totstandkoming van deze overeenkomst al in een zodanig vergevorderd stadium is, dat het in strijd is met de goede trouw van de precontractuele fase om deze verordening nog van toepassing te laten zijn.

Hoofdstuk 2 Verplicht aandeel woningen

Artikel 4. Verplicht aandeel woningen

1Bij de bouw van nieuwe zelfstandige woningen en/of bij de realisatie van nieuwe zelfstandige woningen in bestaande gebouwen, dient de ontwikkelende partij ervoor zorg te dragen dat minstens 25% van het toe te voegen woningbouwprogramma een sociale huurwoning is en minstens 15% woningen voor middenhuur en/of sociale koopwoningen.

2Voor de woningen genoemd in lid 1 worden de instandhoudingstermijnen aangehouden genoemd in artikel 6 van de Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020.

3De in lid 1 genoemde percentages zijn direct gerelateerd aan de huidige geldende woonvisie. Bij een actualisatie van de woonvisie kunnen deze beleidspercentages ook veranderen. Indien de geactualiseerde woonvisie uitgaat van andere percentages, gelden voor bouwplannen die na vaststelling van de geactualiseerde woonvisie worden ingediend, de gewijzigde percentages.

Artikel 5. Eigendom sociale huurwoningen

Het verplichte aantal sociale huurwoningen, zoals bepaald op grond van artikel 4 lid 1, dient door een woningcorporatie te worden gerealiseerd, dan wel na oplevering aan een woningcorporatie te worden overgedragen.

Artikel 6. Overdragen sociale huurwoningen aan marktpartij

Het college kan in afwijking van het bepaalde in artikel 5 toestaan dat het verplichte aantal sociale huurwoningen door een marktpartij wordt ontwikkeld, dan wel na oplevering aan een marktpartij wordt overgedragen, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.De initiatiefnemer slaagt er niet in om binnen 12 maanden na de start van de onderhandelingen overeenstemming te krijgen met een woningcorporatie over de realisatie, dan wel de overname van het verplichte aantal sociale huurwoningen;

b.De betreffende marktpartij is bereid om het verplichte aantal sociale huurwoningen te realiseren, dan wel over te nemen tegen dezelfde condities als waaronder het aanbod aan de woningcorporatie(s) is gedaan;

c.Het college en de betreffende marktpartij sluiten een overeenkomst waarin minimaal de volgende afspraken worden vastgelegd:

1De duur waarin de woningen voor de sociale verhuur beschikbaar blijven (zie ook artikel 6 lid 1 van Doelgroepenverordening Volkshuisvesting gemeente Rhenen 2020);

2De manier waarop de woningen aan de doelgroep worden toegewezen.

Artikel 7. Vastleggen woningbouwprogramma

Wanneer bij een project de minimale percentages woningen worden gebouwd, zoals in art 4 vermeld, wordt het aantal te bouwen sociale huurwoningen en middenhuur/sociale koopwoningen vastgelegd in de exploitatieplan of anterieure overeenkomst. Indien er sprake is van een bouwplan waarbij het niet verplicht is om een anterieure overeenkomst op te stellen, wordt alsnog een overeenkomst opgesteld.

Artikel 8. Start planologische procedure

De gemeente gaat pas verder met de planologische procedure wanneer het exploitatieplan of (anterieure) overeenkomst is getekend door de initiatiefnemer en het college.

Hoofdstuk 3 compensatie sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen

Artikel 9. Aandragen alternatieve locatie voor minimale vereiste

1Indien het totaal aantal woningen kleiner is dan het minimum dat gesteld is in artikel 4 heeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om een alternatieve locatie aan te dragen om daar het minimale vereiste te behalen.

2De initiatiefnemer kan voor een alternatieve locatie ook bouwen op het terrein van een derde partij.

Indien de alternatieve locatie op het terrein van een andere eigenaar staat, wordt deze partij eveneens vermeld.

Artikel 10. Overeenkomst alternatieve locatie

Ter zekerheid voor het aanwijzen van een alternatieve locatie voor het minimum aantal zelfstandige woningen wordt dit vastgelegd in de exploitatieplan of anterieure overeenkomst.

Hier wordt in ieder geval vastgelegd:

a.het minimum aantal zelfstandige woningen dat gebouwd had moeten worden;

b.de alternatieve locatie waar gebouwd gaat worden om toch het minimum aantal woningen te halen;

c.hoeveel woningen op de alternatieve locatie worden gebouwd;

d.indien een derde partij is betrokken, tekent deze ook de overeenkomst.

Artikel 11. Afkoop verplicht aandeel sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen

Indien het totaal aantal te bouwen zelfstandige woningen kleiner is dan het minimum dat gesteld is in

artikel 4 én er geen alternatieve locatie kan worden aangewezen zoals gesteld in artikel 9, dan is de initiatiefnemer verplicht een afkoopsom te storten in het vereveningsfonds.

Artikel 12. Hoogte van de afkoopsom

De hoogte van de afkoopsom aan het vereveningsfonds, zoals bedoeld in artikel 11, bedraagt €25.000,- per niet gebouwde woning (prijspeil 2021). Deze afkoopsom geldt voor sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen. De totale afkoopsom wordt bij ieder bouwplan vanaf minimaal 4 zelfstandige woningen naar rato berekend en wordt niet afgerond op totale zelfstandige woningen.

Artikel 13. Vastleggen van afkoopsom in exploitatieplan/ anterieure overeenkomst

Het totale bedrag van de afkoopsom wordt vastgelegd in de exploitatiebijdrage van de anterieure overeenkomst of exploitatieplan.

Artikel 14. Handhaving

Als de initiatiefnemer weigert om de overeenkomst als bedoeld in artikel 10 dan wel artikel 13 te ondertekenen, zal de gemeente weigeren om planologische medewerking te verlenen aan het bouwplan.

Hoofdstuk 4 Bijdrage uit het vereveningsfonds

Artikel 15. Vereveningsfonds

1Initiatiefnemers die binnen hun plannen meer dan het gewenste minimale aantal sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen realiseren kunnen een bijdrage uit het fonds ontvangen.

2Zorgwoningen vallen niet onder de bijdrage uit het vereveningsfonds

3Woningcorporaties kunnen geen gebruik maken van bijdragen uit het vereveningsfonds

Artikel 16. Voorwaarden voor bijdrage

Om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het vereveningsfonds, dient de aanvraag aan de volgende voorwaarden te voldoen:

a.De aanvraag dient betrekking te hebben op de realisatie van meer sociale huurwoningen en/of woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen dan minimaal nodig is gelet op artikel 4;

b.Het betreffen woningen in de gemeente Rhenen;

c.De woningen waarvoor een bijdrage wordt verleend, dienen na oplevering door een woningcorporatie te worden verhuurd als sociale huurwoning of verhuurd in het middenhuur segment of verkocht als sociale koopwoning;

d.Een initiatiefnemer kan van lid c afwijken en zelf sociale huurwoningen (laten) verhuren. Hiervoor gelden dezelfde voorwaarden gesteld als in artikel 6.

e.Het college kan aan het beschikbaar stellen van de bijdrage, naast de in lid a, b, c en d genoemde voorwaarden, nog andere voorwaarden stellen.

Artikel 17. Hoogte van de bijdrage

De hoogte van de bijdrage als bedoeld in artikel 15, lid 1 bedraagt €25.000,- per extra gebouwde woning (prijspeil 2021). Deze bijdrage geldt voor sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen. De totale bijdrage wordt bij ieder bouwplan vanaf vier woningen naar rato berekend en wordt niet afgerond op totale zelfstandige woningen.

Artikel 18. Plafond voor bijdragen uit het vereveningsfonds

Er wordt alleen een bijdrage verleend ten behoeve van sociale huurwoningen en woningen voor middenhuur/ sociale koopwoningen voor zover het saldo van het vereveningsfonds op het moment van de aanvraag hiervoor toereikend is.

Artikel 19. Vastleggen van bijdrage in anterieure overeenkomst/exploitatieplan

Het totale bedrag van de bijdrage uit het vereveningsfonds wordt vastgelegd in de exploitatiebijdrage van de anterieure overeenkomst of exploitatieplan.

Hoofdstuk 5 Algemene bepalingen

Artikel 20. Indexering

Het college past elk jaar per 1 januari indexering van de in artikel 12 genoemde afkoopsom en de in artikel 17 genoemde bijdrage toe, gebaseerd op de ‘Nieuwbouwwoningen; inputprijsindex bouwkosten’.

Artikel 21. Hardheidsclausule

Het college kan besluiten één of meer van de voorgaande artikelen niet toe te passen of daarvan af te wijken, voor zover deze bij een concreet bouwplan leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid in de nakoming van de bepalingen in deze verordening.

Artikel 22. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het digitale Gemeenteblad (www.overheid.nl).

Artikel 23. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening vereveningsfonds gemeente Rhenen 2020’

De raadsgriffier,

de voorzitter,

Ir. C.A.M. Apell

drs. J.A. van der Pas

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.