Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rhenen, elk handelend voor zover het zijn eigen bevoegdheden betreft;
gelet op artikel 59a, 168 en 171 van de Gemeentewet en artikel 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;
overwegende dat:
•de mandaatregeling 2020 een inhoudelijke actualisatie vereist;
•uit oogpunt van efficiëntie en legaliteit in deze regeling publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden aan personen werkzaam in de ambtelijke organisatie worden toegekend. Zo kunnen zij deze taken zelfstandig en rechtmatig uitvoeren;
•de werkbaarheid en duidelijkheid van gemandateerde bevoegdheden worden vergroot door gebruik te maken van een zogenoemde “omgekeerde” mandaatregeling, waarbij het handelingsbereik wordt vergroot door alleen te benoemen welke bevoegdheden niét zijn gemandateerd;
•een omgekeerde mandaatregeling aansluit bij de organisatievisie en -cultuur door verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen;
•de systematiek van een omgekeerde mandaatregeling minder onderhoudsgevoelig is;
gelezen het voorstel van het college en de burgemeester van Rhenen van 24 november 2023, zaaknummer 1138026;
BESLUIT:
vast te stellen de Mandaat-, volmacht- en machtigingenregeling gemeente Rhenen 2024 (ook wel: Mandaatregeling Rhenen 2024).
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.Budgethouder: degene die gemachtigd is tot het uitvoeren van een deel van de gemeentebegroting, het realiseren van een investering of project inclusief het sluiten van overeenkomsten en aanwenden van middelen die verband houden met het desbetreffende budget zoals nader uitgewerkt in de Regeling budgetverantwoordelijkheid en informatievoorziening;
b.Gemandateerde: degene die het mandaat ontvangt;
c.Machtiging: de bevoegdheid tot het verrichten van feitelijke handeling;
d.Mandaat: de bevoegdheid om namens een bestuursorgaan besluiten te nemen;
e.Mandaatgever: het bestuursorgaan dat de oorspronkelijke wettelijke bevoegdheid heeft en deze aan een ander mandateert;
f.Medewerker: een bij de gemeente in dienst zijnde ambtenaar of een ingehuurde medewerker;
g.Ondermandaat: het verlenen van mandaat door de gemandateerde aan een ander;
h.Portefeuillehouders: de afzonderlijke leden van het college;
i.Volmacht: de bevoegdheid om in naam van de volmachtgever privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
j.Volmachtgever: degene die volmacht verleent;
Artikel 2 Reikwijdte
1Waar in dit besluit gesproken wordt over mandaat dient, tenzij anders is bepaald, daaronder ook te worden begrepen volmacht en machtiging.
2De bevoegdheid om via mandaat besluiten te nemen omvat ook de bevoegdheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen en het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. Daaronder valt in ieder geval het verstrekken van informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard, het verzenden van ontvangstbevestigingen en het voeren van overige correspondentie.
3Mandaat tot het uitoefenen van bevoegdheden en taken die aan een Gemeenschappelijke Regeling zijn opgedragen, vallen niet onder deze regeling.
4Mandaat tot het uitoefenen van taken en bevoegdheden die door middel van een overeenkomst aan derden zijn overgedragen, vallen niet onder deze regeling.
Artikel 3 Algemeen mandaat
1Het college en de burgemeester verlenen de afzonderlijke collegeleden, de gemeentesecretaris, de managers en de medewerkers die werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van het college het mandaat om alle besluiten te nemen en alle overige (rechts)handelingen te verrichten die nodig zijn om hun taken en bevoegdheden op een goede manier uit te voeren. Daaronder valt ook de juridische vertegenwoordiging van het college en de burgemeester binnen en buiten gerechtelijke instanties.
2Het bepaalde in lid 1 geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 4 en wanneer geen sprake is van een van de uitzonderingsgronden uit dat artikel.
3Het college en de burgemeester kunnen instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.
4Naast de mandaten die op basis van deze Mandaatregeling worden verleend, kunnen er ook individuele mandaten worden verleend.
Artikel 4 Voorwaarden en uitzonderingen mandaatverlening
1De gemandateerde mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken als de uitoefening van die bevoegdheid past binnen zijn functiebeschrijving en de taken en verantwoordelijkheden van de afdeling of het team waarin hij werkt, past binnen de opdracht die hem is gegeven of binnen het specifieke programma of project waarvoor hij werkt. De gemandateerde neemt daarbij de gemaakte werkafspraken in acht.
2Er wordt een zeker inschattingsvermogen en politieke- en bestuurlijke sensitiviteit verlangd van de gemandateerde.
3De gemandateerde budgethouder mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken voor het specifieke doel waarvoor het budget is toegekend. Dit moet binnen de financiële grenzen van het budget gebeuren en het moet in overeenstemming zijn met de geldende Regeling budgetverantwoordelijkheid en informatievoorziening.
4Geen mandaat wordt verleend als artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
5De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden zijn niet gemandateerd en blijven voorbehouden aan het college en de burgemeester.
6De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan de wethouder, die de betreffende wetgeving in portefeuille heeft.
7De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur.
8De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan de manager.
9Ondermandaat is slechts toegestaan als dit ondermandaat schriftelijk wordt vastgelegd.
Artikel 5 Plaatsvervanging
1Indien het mandaat aan een medewerker wordt verleend, wordt daarmee het mandaat ook geacht te zijn verleend aan de hiërarchisch hoger geplaatsten, zoals de gemeentesecretaris/algemeen directeur en de manager.
2Bij verhindering of afwezigheid van de gemeentesecretaris wordt deze vervangen door de loco-gemeentesecretaris, tenzij uitdrukkelijk bij of krachtens deze regeling anders is bepaald.
3Bij afwezigheid of verhindering van een manager kan deze worden vervangen door een andere manager.
Artikel 6 Ondertekening
1Een krachtens mandaat genomen bevoegdheid om een besluit te nemen omvat tevens de bevoegdheid om dat besluit en de daarbij behorende correspondentie te mogen ondertekenen.
2Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
3Uitgaande stukken worden als volgt ondertekend:
Namens [het bestuursorgaan], gevolgd door de naam en functieaanduiding van de (onder)gemandateerde en de handtekening van deze persoon.
Artikel 7 Citeertitel en inwerkingtreding
1Dit besluit kan worden aangeduid als Mandaatregeling Rhenen 2024.
2De mandaatregeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
3De Mandaat-, volmacht- en machtigingenregeling Gemeente Rhenen 2020 wordt ingetrokken per 1 januari 2024.
4Alle afzonderlijk intern verstrekte mandaten – met uitzondering van machtigingen procesvertegenwoordiging - worden ingetrokken met het vaststellen van de Mandaatregeling Rhenen 2024.
Bijlage 1 Niet gemandateerde bevoegdheden van het college en de burgemeester
Algemeen
Op grond van artikel 4 lid 2 is een gemandateerde niet bevoegd om in mandaat te besluiten, indien:
1de mandaatgever heeft aangegeven zelf te willen besluiten;
2een lid van het college, de burgemeester of de leidinggevende van gemandateerde heeft aangegeven dat hij het voorstel aan de mandaatgever wil voorleggen;
3het besluit een afwijking inhoudt van het bestaande beleid, vastgestelde regelingen, richtlijnen en/of voorschriften dan wel een afwijking inhoudt van extern ingewonnen advies;
4bij het besluit meerdere teams of organisatieonderdelen zijn betrokken, waarbij de standpunten niet gelijkluidend zijn;
5het voorgenomen besluit een overschrijding van het budget of krediet tot gevolg heeft dan wel een groot financieel risico met zich brengt;
6kan worden aangenomen dat aan het voorgenomen besluit mogelijkerwijs politieke consequenties zijn verbonden dan wel dat dit precedentwerking tot gevolg kan hebben. Hiervan is in ieder geval sprake als blijkt dat:
a.de aangelegenheid ingrijpende gevolgen kan hebben voor een groot aantal inwoners, bedrijven, verenigingen, stichtingen of belangengroepen;
b.de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal of kan gebeuren.
7gemandateerde een persoonlijk belang heeft bij de uitoefening van de bevoegdheden. In dat geval vindt besluitvorming plaats door een directe collega of de hiërarchisch hoger geplaatste.
Publiekrecht
De gemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten, als het ziet op:
8het doen van voorstellen aan de gemeenteraad;
9het afleggen van verantwoording aan en het informeren en raadplegen van de raad;
10het vaststellen of wijzigen van algemeen verbindende voorschriften, nadere regels en beleidsregels;
11het beslissen op bezwaarschriften;
12het nemen van besluiten over het instellen van (hoger) beroep;
13het beslissen om een besluit met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure voor te bereiden;
14het nemen van een besluit dat is voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en waarbij zienswijzen zijn ingediend;
15het geven van een zienswijze op een voorgenomen besluit van een bestuursorgaan van een ander openbaar lichaam;
16een voordracht voor of benoeming van personen op grond van een wettelijk voorschrift anders dan het aangaan van een dienstverband;
17het toepassen van hardheidsclausules;
18het besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom van € 25.000,- of hoger;
19het besluiten tot het opleggen van een last onder dwangsom van € 25.000 of lager, tenzij er vooraf afstemming is geweest met de portefeuillehouder;
20het besluiten tot het weigeren van handhavingsverzoeken in het geval er geen overtreding aanwezig is, er concreet zicht is op legalisatie of handhaving onevenredig is, tenzij de portefeuillehouder akkoord is;
21het beslissen op een aanvraag voor een persoonsgebonden incidentele gedoogbeschikking, tenzij er vooraf afstemming is geweest met de portefeuillehouder;
22het besluiten tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang en opleggen van een kostenverhaalsbeschikking in het geval van afvaldumpingen en bijplaatsingen, tenzij er vooraf afstemming is geweest met de portefeuillehouder;
23het afwijken van het advies van de functionaris gegevensbescherming met betrekking tot artikel 24 lid 1 AVG;
24Het nemen van een aanwijzingsbesluit op grond van de APV.
Privaatrecht
De gemandateerde is niet bevoegd om in mandaat te besluiten, als het ziet op:
25Besluiten in het kader van inkoop en aanbesteding - voor zover vallend binnen de bepalingen en criteria van de Aanbestedingswet en het inkoopbeleid - boven het drempelbedrag van enkelvoudig onderhandse aanbesteding als bedoeld in het inkoopbeleid, tenzij vooraf instemming is gevraagd van de inkoopadviseur;
26Besluiten tot oprichting van of deelneming in rechtspersonen;
27Besluiten tot het aangaan van convenanten, samenwerkingsovereenkomsten, intentieverklaringen en bestuursovereenkomsten;
28Het aanvragen van surseance van betaling of faillissement;
29Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van een schenking, erfstelling of legaat;
30Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen;
31Het besluit tot het doen van een schenking;
32Besluiten tot het treffen van een schikking;
33Het oninbaar verklaren van vorderingen;
34Besluiten om een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten in gevallen waarvoor de raad heeft verzocht om van tevoren te worden ingelicht;
35Besluiten tot het aangaan van civiele procedures voor vorderingen van € 25.000,- of hoger;
36Besluiten tot de aan- en verkoop van onroerende zaken van meer dan € 50.000,- of het besluit niet past binnen de vastgestelde grondexploitatieopzet en het geldende besluit actualisatie grondprijzen.
Personeelsaangelegenheden
37Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regels omtrent de ambtelijke organisatie.
38Het aangaan, wijzigen en beëindigen van de arbeidsovereenkomst met de gemeentesecretaris en managers en andere bevoegdheden op basis van de Cao Gemeenten en daarop gebaseerde regelingen.
Bevoegdheden burgemeester
39Het besluiten tot het opleggen van veiligheids- en openbare-ordemaatregelen zoals genoemd in artikel 177, tweede lid, van de Gemeentewet;
40Het nemen van een besluit op grond van de Wet tijdelijk huisverbod;
41Het sluiten van een woning, lokaal of ander gebouw op basis van het Damocles-beleid (artikel 13b van de Opiumwet);
42Het instellen van cameratoezicht op openbare plaatsen;
43De lastgeving tot inbewaringstelling krachtens de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;
44Het nemen van besluiten op grond van de Wet veiligheidsregio’s;
45Het uitvaardigen van een noodverordening/noodbevel;
46Alle bevoegdheden op grond van de Wet aanpak woonoverlast en de daarop gebaseerde bepalingen in de APV;
47Alle bevoegdheden op grond van de APV ten aanzien van het toezicht op horecabedrijven;
48Het opleggen van een verblijfsontheffing op grond van de APV.
Bijlage 2 Mandaat voorbehouden aan de portefeuillehouder
1Het verrichten van handelingen in de zaken waarbij hij als aangewezen vertegenwoordiger de belangen van de gemeente behartigt bij of in verbonden partijen en in (politiek-) gevoelige zaken.
2Het beslissen op een verzoek om nadeelcompensatie, mits het besluit conform het advies van de extern adviseur/deskundige is.
Bijlage 3 Mandaat voorbehouden aan gemeentesecretaris
1Het aanwijzen van toezichthouders als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht.
2Het besluiten tot het instellen van pro forma bezwaar en beroep.
Personele aangelegenheden
3Het nemen van financiële besluiten en privaatrechtelijke rechtshandelingen t.a.v. de rechtspositie van de burgemeester, de (voormalige) wethouders en raads- en commissieleden;
4Het aangaan, verlengen, wijzigen, opzeggen en beëindigen van arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht en het verrichten van de daarvoor benodigde rechtshandelingen, met uitzondering van besluiten over de functie van gemeentesecretaris en manager;
5Het vaststellen van de definitieve functiebeschrijvingen en functieschaal op basis van het functiewaarderingssysteem en het verrichten van de benodigde rechtshandelingen.
6Het wijzigen van salaris van medewerkers;
7Het opleggen van ordemaatregelen, waaronder in ieder geval het ontzeggen van toegang tot de dienst en het schorsen van medewerkers;
8Het toekennen van gratificaties;
9Het vaststellen van het opleidingsplan voor de organisatie.
Bijlage 4 Mandaat voorbehouden aan managers
Publiekrecht
1Het besluiten tot subsidieverlening, mits de criteria voor verlening vastliggen de algemene subsidieverordening of de algemene subsidieregeling;
2Het weigeren subsidie te verlenen, als sprake is van een in de algemene subsidieverordening of de algemene subsidieregeling opgenomen weigeringsgrond;
3Het besluiten tot subsidievaststelling, indien de hoogte van de definitieve subsidievaststelling maximaal € 7.500,- of maximaal 20% lager is dan de hoogte van de subsidieverlening tot een maximumbedrag van € 20.000,-;
4Het terugvorderen van subsidie, indien de hoogte van het terug te vorderen bedrag maximaal € 7.500,- of maximaal 20% is van de hoogte van de subsidieverlening tot een maximumbedrag van € 20.000,-;
5Het nemen van verkeersbesluiten, met uitzondering van geslotenverklaringen, ontheffingen van verkeersbesluiten en besluiten met betrekking tot gehandicaptenparkeerplaatsen.
Privaatrecht
6Het aangaan van opstalovereenkomsten.
Personeelsaangelegenheden
7Het nemen van beslissingen inzake het openstellen van vacatures.
8Het aangaan van overeenkomsten met betrekking tot het inhuren van tijdelijk personeel.
9Het verlenen van (bijzonder of buitengewoon) verlof en de aan- en verkoop van verlofuren.
10Het beslissen over het wijzigen van contracturen van medewerkers.
11Het geven van toestemming voor deelname aan congressen, seminars en dergelijke die buiten het opleidingsplan vallen.
12Het toekennen van “boter bij de vis” gratificatie.