Gemeentelijke regelgeving

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en welzijn gemeente Renswoude 2027-2030

Gemeente Renswoude · geldt sinds 2 juni 2026

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renswoude,

1Gelet op artikel 3 en artikel 4 van de Algemene subsidieverordening gemeente Renswoude 2021 (hierna: ASV);

2Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb);

3Gelet op de bepalingen in de ASV over meerjarige subsidie, waaronder het sluiten van een uitvoeringsovereenkomst;

4Overwegende dat de gemeente een toekomstbestendige voorziening voor welzijn en maatschappelijke ondersteuning wil borgen, met voldoende continuïteit, back‑up en ontwikkelvermogen;

besluit vast te stellen de navolgende:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

1ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Renswoude 2021.

2College: college van burgemeester en wethouders van Renswoude.

3Instelling: rechtspersoon zonder winstoogmerk die krachtens deze regeling subsidie aanvraagt voor activiteiten ten behoeve van inwoners van Renswoude.

4Subsidieaanvrager: de aanvrager als bedoeld in artikel 1 van de ASV; voor deze regeling betreft dit een Instelling.

5Subsidie maatschappelijke ondersteuning en welzijn: de meerjarige subsidie voor de voorziening zoals omschreven in artikel 3.

6Uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst tussen de gemeente en subsidieaanvrager waarin bepalingen opgenomen zijn, ter uitvoering van de afgesproken verplichtingen, activiteiten en beoogde resultaten.

7Werkplan: jaarlijkse uitwerking van activiteiten, inzet en prestatie-/procesindicatoren; het werkplan vormt een bijlage bij de uitvoeringsovereenkomst en/of wordt aan de subsidiebeschikking gekoppeld.

Artikel 2 Juridische grondslag en toepasselijkheid

1Deze nadere regels zijn regels als bedoeld in artikel 3 en artikel 4 ASV voor het beleidsterrein maatschappelijke ondersteuning, zorg en welzijn en zien op subsidieverstrekking als meerjarige subsidie.

2De ASV, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en titel 4.2 Awb zijn van toepassing op deze subsidie. Deze subsidieregeling concretiseert de subsidiabele activiteiten, doelgroep, aanvraagvereisten, beoordelings- en verdeelregels en – waar nodig – nadere verplichtingen als bedoeld in de ASV en de Wmo 2015.

3Voor zover deze regeling aanvullende of afwijkende bepalingen bevat ten opzichte van de ASV, zijn die aanvullingen/afwijkingen in deze regeling uitdrukkelijk opgenomen.

4De subsidieverstrekking vindt plaats met inachtneming van titel 4.2 Awb.

5Deze regeling kwalificeert als subsidieverstrekking en niet als overheidsopdracht in de zin van de Aanbestedingswet 2012. De subsidie is doelgebonden en beoogt het mogelijk maken en stimuleren van maatschappelijke activiteiten; het gaat niet om het inkopen van concrete prestaties voor de gemeente als opdrachtgever.

Artikel 3 Doel, reikwijdte en doelgroep

1Doel van de subsidie is het realiseren van een toekomstbestendige, toegankelijke basisvoorziening voor welzijn en maatschappelijke ondersteuning in Renswoude. De visie en doelstellingen zijn opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

2De activiteiten worden uitgevoerd ten behoeve van volwassen inwoners van Renswoude.

3De subsidie wordt verleend als meerjarige subsidie voor de periode 2027–2030 (maximaal vier kalenderjaren).

4Het eerste subsidiejaar geldt als toetsjaar en dient als instrument voor monitoring, dialoog en bijsturing.

5De uitkomsten van het toetsjaar en de jaarlijkse evaluaties vormen geen automatische of zelfstandige grond voor beëindiging, maar kunnen – in samenhang met artikel 16 en met inachtneming van artikel 4:48 Awb en artikel 3:4 Awb – aanleiding zijn voor wijziging of (gedeeltelijke) intrekking van de subsidieverlening.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de integrale uitvoering van een samenhangend pakket van activiteiten (met ruimte voor eigen invulling van werkwijzen, mits passend bij doel en visie), bestaande uit ten minste:

1Preventieve voorlichting, advies en (cliënt)ondersteuning (spreekuren, voorlichting, themabijeenkomsten, ondersteuning bij aanvragen zorg/ welzijn, gesprekken/ ondersteuning).

2Mantelzorgondersteuning (individueel/groepsgewijs, activiteitenprogramma, coaching).

3Vrijwilligersondersteuning (bemiddeling, ondersteuning vrijwilligersorganisaties, deskundigheidsbevordering en begeleiding).

4Formulierenbrigade (voorlichting en ondersteuning bij regelingen, formulieren, administratie; doorverwijzing bij schulden).

5Netwerkondersteuning (individueel/groepsgewijs; ondersteuning bij uitbreiding/ versterking netwerk, toeleiding).

6Ontmoetingsactiviteiten (ontmoetingsgroepen, activiteitenprogramma).

7Ondersteunende activiteiten, te denken valt aan communicatie en PR (toegankelijk, bekend maken en actueel houden van aanbod onder andere op de website) ten behoeve van sub a tot en met f.

Artikel 5 Doorontwikkeling en uitbreiding

1De subsidie strekt tot uitvoering van het basispakket aan subsidiabele activiteiten zoals bedoeld in artikel 4. Dit basispakket wordt gedurende de subsidieperiode steeds ten minste uitgevoerd. Doorontwikkeling betreft optimalisatie of aanpassing van activiteiten, werkwijzen of communicatie binnen het geldende subsidiebedrag. Doorontwikkeling wordt jaarlijks voorgesteld via het werkplan en maakt onderdeel uit van de reguliere uitvoering van de subsidie.

2Van uitbreiding is sprake indien een voorstel leidt tot een structureel nieuw activiteitenonderdeel of niet kan worden gerealiseerd binnen het bestaande subsidiebedrag. Uitbreiding valt niet onder deze subsidie en vereist een afzonderlijk besluit van het college.

3Het college beslist per voorstel of sprake is van:

1doorontwikkeling binnen het basispakket;

2een wijziging van het basispakket waarvoor aangepaste afspraken nodig zijn; of

3een niet-subsidiabele uitbreiding waarvoor een apart traject nodig is.

Artikel 6 Niet-subsidiabele activiteiten en kosten

1Kosten die niet aantoonbaar noodzakelijk zijn voor of toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten.

2Kosten buiten de subsidieperiode.

3Boetes en sancties.

Artikel 7 Weigeringsgronden

1Onverminderd artikel 4:35 Awb en artikel 10 ASV kan het college de aanvraag afwijzen indien niet wordt voldaan aan de drempelvereisten of verplichtingen uit deze regeling.

2Indien de subsidie ten laste komt van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt subsidie verleend onder begrotingsvoorbehoud als bedoeld in artikel 5, vijfde lid, ASV. In de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

3Indien in de vastgestelde gemeentelijke begroting onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor (volledige) subsidieverlening, kan het college de aanvraag (gedeeltelijk) weigeren of de subsidie lager vaststellen, met inachtneming van deze regeling en een deugdelijke motivering.

4Indien het college bij de beoordeling het eigen vermogen betrekt, motiveert het college dit aan de hand van (i) aard/omvang activiteiten, (ii) continuïteitsrisico’s en (iii) de aangevraagde subsidie en vraagt het zo nodig nadere onderbouwing op.

Artikel 8 Subsidieverplichtingen

1Op de subsidieverlening zijn in aanvulling op de ASV de volgende verplichtingen van toepassing. De subsidieontvanger draagt zorg voor een uitvoering die aantoonbaar aansluit bij de visie en doelstellingen van de gemeente Renswoude (bijlage 1) en bij het beoordelingskader van artikel 12.

2De subsidieontvanger:

1zorgt voor lokale inbedding en zichtbaarheid in Renswoude, waaronder actieve aanwezigheid in de gemeenschap, kennis van het lokale speelveld en samenwerking met relevante lokale en regionale partners;

2borgt het lokale karakter en de herkenbaarheid van het welzijnswerk, passend bij de schaal, cultuur en behoeften van Renswoude;

3beschikt over aantoonbare deskundigheid en ervaring op het gebied van welzijn, maatschappelijke ondersteuning en de doelgroepen die met de gesubsidieerde activiteiten worden bereikt;

4borgt personele continuïteit en vaste aanspreekpunten voor inwoners en samenwerkingspartners, onder meer door het structureel inzetten van één of twee vaste contactpersonen voor Renswoude;

5waarborgt continuïteit en bereikbaarheid in de uitvoering, waaronder voldoende achtervang en overdracht bij uitval door ziekte, vakantie of personele wijzigingen;

6draagt zorg voor een professionele organisatorische inrichting, waaronder adequate HR en werkgeverschapsborging, naleving van arbeidsrechtelijke verplichtingen, vervangings- en verzuimbeleid;

7faciliteert inhoudelijke, professionele en organisatorische borging van medewerkers en vrijwilligers, bijvoorbeeld door intervisie, deskundigheidsbevordering en kwaliteitsbewaking;

8beschikt over ontwikkel- en innovatievermogen en werkt aantoonbaar aan doorontwikkeling van het aanbod, passend bij maatschappelijke en demografische ontwikkelingen en de signalen uit de lokale praktijk;

9voert een transparante en controleerbare administratie, zodanig dat exploitatie, kosten en vermogenspositie inzichtelijk zijn, en verleent het college en daartoe aangewezen functionarissen desgevraagd inzage in werkzaamheden en financieel beheer;

10meldt onverwijld aan het college omstandigheden die (kunnen) leiden tot risico’s voor de uitvoering, continuïteit of het behalen van de beoogde maatschappelijke effecten;

11zorgt voor afstemming en samenwerking met de gemeentelijke toegang (Dorpsteam) en andere relevante partners in zorg, welzijn en het vrijwilligersveld.

3Nadere concretisering van deze verplichtingen vindt plaats via het werkplan en – indien van toepassing – de uitvoeringsovereenkomst.

4Het college kan in de subsidiebeschikking aanvullende subsidieverplichtingen opnemen, voor zover deze verplichtingen (i) verband houden met het doel van de subsidie of de wijze van uitvoering, (ii) noodzakelijk en evenredig zijn voor monitoring, kwaliteitsborging of bijsturing en (iii) voldoende concreet en kenbaar zijn geformuleerd.

Artikel 9 Subsidieaanvraag

1Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt aan één Instelling.

2De subsidie wordt verleend na een openbare openstelling en een vergelijkende beoordeling van aanvragen conform artikelen 11 t/m 13.

3De subsidieaanvraag wordt ingediend conform artikel 6 ASV en bevat in ieder geval een bijlage waarin de aanvrager de volgende onderdelen uitwerkt overeenkomstig het beoordelingskader van artikel 12:

a.inhoudelijke beschrijving van beoogd maatschappelijke effecten, bijdrage aan de doelstellingen en naar aanleiding hiervan de activiteiten(criterium 1);

b.beschrijving van organisatie, ervaring en deskundigheid, inzet professionals/vrijwilligers en lokale inbedding (criterium 2);

c.toelichting op uitvoerbaarheid, samenwerking, borging continuïteit en herkenbaarheid (criterium 3);

4afzonderlijke en onderbouwde begroting die aansluit bij de activiteiten (criterium 4).

a.Het college kan, indien noodzakelijk voor een zorgvuldige beoordeling, aanvullende bescheiden opvragen (artikel 6, vijfde lid, ASV).

b.Onvolledige aanvragen worden behandeld conform artikel 4:5 Awb; het college kan een hersteltermijn bieden mits dit de gelijke behandeling niet schaadt.

c.Aanvragen voor de meerjarige subsidie worden uiterlijk 1 augustus 2026 ingediend per e-mail via info@renswoude.nl.

Artikel 10 Subsidieplafond

1Voor deze regeling geldt een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:25 Awb. Het subsidieplafond voor de periode 2027–2030 bedraagt € 95.000 exclusief indexering per jaar.

2Het college kan het subsidieplafond wijzigen indien:

a.aanvullende middelen beschikbaar komen vanuit de gemeentebegroting; of

b.beleidsmatige of uitvoeringstechnische redenen daartoe aanleiding geven.

3Wijziging van het subsidieplafond wordt tijdig en op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt.

Artikel 11 Verdeelmethodiek (één vaste subsidieontvanger)

1Het college verleent op grond van deze regeling één meerjarige subsidie voor de periode 2027–2030 (maximaal vier kalenderjaren) aan één Instelling voor de integrale uitvoering van de subsidiabele activiteiten (artikel 4).

2Het college maakt de openstelling van deze subsidie tijdig en openbaar bekend, met vermelding van aanvraagtermijn, aanvraagvereisten, beoordelingskader, verdeelregels en het indicatieve budget.

3Indien meerdere tijdige aanvragen worden ontvangen, vindt verdeling plaats via een vergelijkende beoordeling op basis van het beoordelingskader (artikel 12). De subsidie wordt verleend aan de aanvraag met de hoogste totaalscore, mits is voldaan aan de drempelvereisten (lid 4) en de minimumscores (lid 5).

4Drempelvereisten (knock-out): een aanvraag wordt alleen inhoudelijk beoordeeld indien: (a) de aanvrager een Instelling is en beschikt over rechtspersoonlijkheid; (b) de aanvraag volledig en tijdig is ingediend conform artikel 9; (c) de aanvraag ziet op alle in artikel 4 genoemde kernactiviteiten; (d) de activiteiten aantoonbaar ten goede komen aan inwoners van Renswoude; en (e) de begroting afzonderlijk, sluitend en toerekenbaar is aan de activiteiten.

5Minimumscores: de aanvraag moet minimaal 60 van de 100 punten behalen.

6Gelijke eindscore (tie-break): bij gelijke totaalscore krijgt de aanvraag met de hoogste score op criterium 1 voorrang; is ook die gelijk, dan criterium 3; is ook die gelijk, dan vindt loting plaats, waarna het college dienovereenkomstig besluit. Dit wordt vastgelegd in een proces-verbaal.

7Indien slechts één tijdige aanvraag is ontvangen, kan het college subsidie verlenen indien aan drempelvereisten en minimumscores is voldaan.

8Na afloop van de aanvraagtermijn worden geen nieuwe aanvragen meer in behandeling genomen, behoudens een eventuele heropenstelling als bedoeld in artikel 19 (continuïteitsbepaling).

Artikel 12 Beoordelingskader subsidie maatschappelijke ondersteuning en welzijn

Subsidieaanvragen worden beoordeeld aan de hand van het onderstaande beoordelingskader. De criteria worden als volgt gewogen:

1Criterium 1 (Inhoudelijke aanpak en maatschappelijk doelbereik): 25% (max. 25 punten);

2Criterium 2 (Organisatiekracht, ervaring en deskundigheid): 25% (max. 25 punten);

3Criterium 3 (Uitvoerbaarheid, samenwerking en continuïteit): 25% (max. 25 punten);

4Criterium 4 (Begroting): 25% (max. 25 punten).

Per criterium wordt een score van 0, 2, 4, 6, 8 of 10 toegekend en omgerekend naar punten conform de weging. Het college motiveert de scores per criterium aan de hand van de hieronder genoemde aandachtspunten. Naarmate een aanvraag beter aansluit bij de doelstellingen en uitgangspunten van de gemeente Renswoude, wordt een hogere score toegekend.

Bij de toekenning van het cijfer per criterium wordt de volgende beoordelingsschaal gehanteerd:

Schaal

Score

Beschrijving

Uitstekend

10

De aanvraag voldoet volledig aan de gestelde criteria en getuigt van zodanige ervaring, deskundigheid en uitwerking dat de beantwoording zeer overtuigend is en uitstekend aansluit op de situatie en doelstellingen van de gemeente Renswoude.

Goed

8

De aanvraag voldoet volledig aan de gestelde criteria en de aanvrager geeft een heldere, concrete en op de situatie toegespitste onderbouwing.

Voldoende

6

De aanvraag voldoet in hoofdzaak aan de gestelde criteria. De onderbouwing is overwegend helder en relevant, maar mist op onderdelen nog uitwerking, scherpte of overtuigingskracht.

Onvoldoende

4

De aanvraag voldoet gedeeltelijk aan de gestelde criteria. Enkele punten komen niet of onvoldoende aan de orde, of de onderbouwing is beperkt concreet of onvoldoende overtuigend.

Slecht

2

De aanvraag voldoet niet aan de gestelde criteria. Het antwoord is onduidelijk, summier of niet overtuigend.

Geen antwoord

0

De aanvrager geeft geen antwoord op het betreffende criterium.

Hieronder volgt een nadere toelichting per criterium:

1Inhoudelijke aanpak en maatschappelijk doelbereik (max. 25 punten)

Beoordeeld wordt in welke mate de aanvraag inhoudelijk bijdraagt aan het realiseren van de activiteiten, visie en doelstellingen zoals bedoeld in artikel 4 en bijlage 1 van deze regeling maatschappelijke ondersteuning en welzijn.

In de aanvraag wordt in ieder geval ingegaan op:

1een duidelijke, samenhangende en realistische beschrijving van de voorgestelde activiteiten en de onderlinge samenhang daartussen;

2het beoogde maatschappelijke effect en de bijdrage aan de sociale basis en het welzijn van inwoners;

3de wijze waarop wordt ingespeeld op maatschappelijke, demografische en landelijke ontwikkelingen die het welzijnswerk beïnvloeden, zoals dubbele vergrijzing, personeelstekorten in de zorg, afnemende financiële ruimte van gemeenten en de gevolgen van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA);

4de wijze waarop de vertaling van beoogde maatschappelijke effecten naar bijdragen en vervolgens naar concrete activiteiten consequent en navolgbaar is uitgewerkt;

5de aanwezigheid van een inhoudelijke toekomstvisie die aantoonbaar aansluit bij de visie en doelstellingen van de gemeente Renswoude (artikel 4 van deze regeling en bijlage 1), en de wijze waarop wordt ingezet op professionalisering en innovatie van het welzijnswerk.

Score: cijfer van 0 – 10

2Organisatiekracht, ervaring en deskundigheid van de subsidieaanvrager (max. 25 punten)

Beoordeeld wordt de mate waarin de aanvragende organisatie beschikt over de benodigde ervaring, deskundigheid en organisatorische kwaliteit om de activiteiten duurzaam en professioneel uit te voeren.

In de aanvraag wordt in ieder geval ingegaan op:

1aantoonbare ervaring met welzijnswerk, sociaal werk, maatschappelijke ondersteuning of daarmee vergelijkbare activiteiten;

2de aantoonbare deskundigheid, inzetbaarheid en professionaliteit van de ingezette medewerkers en vrijwilligers;

3kennis van de relevante vragen van de inwoners en van de lokale context van Renswoude, inclusief lokale inbedding, netwerk en zichtbaarheid;

4de kwaliteit van de interne organisatie, waaronder HR‑beleid, bestuursstructuur, bedrijfsvoering, continuïteit bij uitval (zoals ziekte of vakantie), intervisiemogelijkheden en een adequate aansturing en ondersteuning van professionals en vrijwilligers.

Score: cijfer van 0 – 10

3Uitvoerbaarheid, samenwerking en continuïteit (max. 25 punten)

Beoordeeld wordt de mate waarin het voorstel uitvoerbaar, realistisch en duurzaam is, mede in relatie tot samenwerking en borging van continuïteit.

In de aanvraag wordt in ieder geval ingegaan op:

1de wijze waarop de samenwerking met de gemeente Renswoude wordt ingericht;

2samenwerking met relevante lokale en regionale partners, zoals partijen binnen zorg, welzijn en het vrijwilligersveld, en een concreet plan voor kennisopbouw indien deze (nog) beperkt aanwezig is;

3inzicht in het lokale speelveld en het effectief benutten van bestaande structuren en initiatieven;

4de borging van continuïteit en herkenbaarheid voor inwoners, onder meer door de inzet van één of twee vaste contactpersonen voor Renswoude, met duidelijke afspraken over achtervang en overdracht bij uitval;

5de wijze waarop continuïteit in de uitvoering wordt gewaarborgd, waaronder – indien van toepassing – de overname van het huidige personeelslid en/of inzet van personeel in de startfase.

Score: cijfer van 0 – 10

4Begroting (max. 25 punten)

Beoordeeld wordt de kwaliteit, transparantie en realiteitszin van de begroting.

In de aanvraag wordt in ieder geval ingegaan op:

1verhouding indirecte en directe kosten;

2de aanwezigheid van een duidelijke en afzonderlijke begroting die aansluit bij de beschreven activiteiten;

3de mate waarin de opgevoerde kosten passen binnen de subsidiabele activiteiten;

4de transparantie, consistentie en logische opbouw van de begroting;

5de mate waarin de begroting realistisch is en in verhouding staat tot de beoogde prestaties en resultaten.

Score: cijfer van 0 – 10

Artikel 13 Beoordeling van subsidieaanvragen

De beoordeling van tijdig ingediende en volledige subsidieaanvragen wordt uitgevoerd door een door het college ingestelde beoordelingscommissie.

1De commissie bestaat uit een oneven aantal leden (minimaal 3) en beschikt gezamenlijk over deskundigheid op het gebied van beleid sociaal domein/welzijn, subsidiebeheer/contractmanagement en financiële sturing.

2Alle aanvragen worden na sluiting van de termijn gelijktijdig beoordeeld aan de hand van artikel 12.

3De beoordeling vindt plaats in twee stappen: individuele beoordeling en consensusgesprek.

4De commissie legt de beoordeling vast in een beoordelingsverslag met per aanvraag: drempeltoets, scores per criterium met motivering, totaalscore en rangorde.

5Het college baseert het besluit op het beoordelingsverslag en motiveert de beschikking aan de hand van de criteria en de rangorde.

Artikel 14 Beslistermijn

Het college beslist op een aanvraag voor een meerjarige subsidie uiterlijk op 30 september 2026.

Artikel 15 Beschikking en uitvoeringsovereenkomst

1In de subsidiebeschikking wordt in ieder geval opgenomen: (a) de hoogte van het subsidiebedrag dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; (b) de subsidieperiode; (c) of en op welke wijze indexering; kan plaatsvinden; en (d) het toepasselijke begrotingsvoorbehoud.

2Aan de subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden op grond van de ASV en de Awb. Niet-naleving kan gevolgen hebben voor bevoorschotting, vaststelling, wijziging/intrekking en terugvordering binnen de kaders van de Awb.

3Het college sluit bij subsidies vanaf € 50.000 in beginsel een uitvoeringsovereenkomst, tenzij het college dit niet noodzakelijk of zinvol acht, conform artikel 11, vijfde lid, ASV. Bij subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 geldt artikel 11, zesde lid, ASV.

4Bij meerjarige subsidieverlening wordt het werkplan, inclusief prestatie-/procesindicatoren, als bijlage opgenomen bij de uitvoeringsovereenkomst en jaarlijks geactualiseerd. Wijzigingen zijn slechts geldig na schriftelijke instemming van college en subsidieontvanger.

5In de uitvoeringsovereenkomst worden in ieder geval vastgelegd: concrete activiteiten/afspraken, prestatie-/procesindicatoren, rapportage- en evaluatieafspraken en samenwerkingsafspraken. Indicatoren dienen uitsluitend als monitorings- en sturingsinstrument; aan indicatoren kunnen geen zelfstandige aanspraken of resultaatsverplichtingen worden ontleend.

6Het jaarlijks geactualiseerde werkplan en de evaluaties kunnen aanleiding geven tot bijstelling van afspraken, subsidiabele activiteiten of subsidieverplichtingen. Indien deze bijstelling leidt tot een wezenlijke wijziging van de subsidieverlening, geschiedt dit met toepassing van artikel 4:48 Awb en artikel 16 van deze regeling.

Artikel 16 Wijziging en intrekking van de subsidie

1Het college kan de subsidieverlening wijzigen of intrekken zolang de subsidie nog niet is vastgesteld, uitsluitend op de gronden en met inachtneming van artikel 4:48 Awb en met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb).

2Onverminderd artikel 4:48 Awb kan het college de subsidieverlening tussentijds wijzigen of beëindigen indien:

1Uit het toetsjaar, de jaarlijkse evaluatie of andere monitoring blijkt dat de gesubsidieerde activiteiten structureel onvoldoende bijdragen aan de beoogde doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3 en bijlage 1, en bijsturing redelijkerwijs niet (meer) toereikend is;

2sprake is van een zodanige wijziging van gemeentelijk beleid of wettelijke taken, dat voortzetting in deze vorm redelijkerwijs niet kan worden verlangd;

3sprake is van structurele en substantiële budgetvermindering of herprioritering, die niet binnen het bestaande kader kan worden opgevangen;

4de continuïteit, kwaliteit of lokale inbedding van de uitvoering onvoldoende is geborgd, ondanks geboden herstelmogelijkheden;

5de subsidieontvanger niet (meer) voldoet aan de randvoorwaarden of verplichtingen zoals opgenomen in deze regeling, de subsidiebeschikking of de uitvoeringsovereenkomst.

3Het college maakt bij toepassing van dit artikel een zorgvuldige belangenafweging, waarbij onder meer wordt betrokken:

1de mate van afhankelijkheid van de subsidieontvanger van de subsidie;

2de gevolgen voor inwoners en vrijwilligers;

3de mate waarin beëindiging of wijziging voorzienbaar was;

4de mogelijkheden voor een redelijke overgangs- of afbouwtermijn.

4Als uitgangspunt geldt dat bij wijziging of intrekking van een meerjarige subsidieverlening het lopende subsidiejaar wordt afgerond. Van dit uitgangspunt kan worden afgeweken indien zwaarwegende omstandigheden zich daartegen verzetten

5Voorafgaand aan een besluit tot wijziging of intrekking stelt het college de subsidieontvanger in de gelegenheid om zijn zienswijze naar voren te brengen en, voor zover redelijkerwijs mogelijk, verbetermaatregelen te treffen. Het college beziet of bijsturing via het werkplan of aanvullende afspraken redelijkerwijs mogelijk is, tenzij de aard of ernst van de omstandigheden zich daartegen verzet.

6Voor wijziging of intrekking van een reeds vastgestelde subsidie is artikel 4:49 Awb van toepassing.

Artikel 17 Voorschotten en betaling

Het college kan voorschotten verstrekken; hierover worden zo nodig nadere afspraken opgenomen in de beschikking en/of uitvoeringsovereenkomst.

Artikel 18 Verantwoording en vaststelling

1De subsidieontvanger verantwoordt jaarlijks de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten op de wijze en met de frequentie zoals vastgelegd in het werkplan en – indien van toepassing – de uitvoeringsovereenkomst. Deze verantwoording heeft mede tot doel inzicht te verkrijgen in de uitvoering, kwaliteit en ontwikkeling van de gesubsidieerde activiteiten en vormt de basis voor het bestuurlijk gesprek over voortzetting, verbetering en doorontwikkeling. Evaluaties en indicatoren vormen geen resultaatsverplichting.

2Na afloop van ieder subsidiejaar dient de subsidieontvanger met inachtneming van artikel 20 de volgende stukken in:

1een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

2een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

3een balans op de slotdatum van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

4een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

3Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, conform artikel 16 ASV, tenzij in de beschikking anders is bepaald.

Artikel 19 Continuïteitsbepaling (heropenstelling bij uitval)

1Indien de subsidieverlening gedurende de periode 2027–2030 eindigt door intrekking, beëindiging, faillissement of ontbinding van de subsidieontvanger, kan het college – met het oog op continuïteit van de basisvoorziening – een nieuwe openstelling organiseren voor de resterende periode.

2In dat geval maakt het college de nieuwe openstelling tijdig openbaar bekend en waarborgt het gelijke kansen en transparantie.

Artikel 20 Toezicht en controle

1Het college kan voorschriften stellen voor de inrichting van de administratie en inzage/controle verlangen op werkzaamheden en financieel beheer. Het college verlangt daarnaast accountantscontrole, voor zover passend binnen de ASV en de beschikking.

Artikel 21 Onvoorziene gevallen / hardheid

1Het college kan bepalingen gesteld bij of krachtens deze nadere regels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.

Artikel 22 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze nadere regels treden in werking op 2 juni 2026.

2Citeertitel: Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en welzijn gemeente Renswoude 2027–2030.

Bijlage 1 – Visie en doelstellingen maatschappelijke ondersteuning en welzijn

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning en welzijn gemeente Renswoude 2027–2030.

1Aanleiding en context

De gemeente Renswoude wil ook voor de komende jaren beschikken over een toegankelijke, herkenbare en toekomstbestendige basisvoorziening voor welzijn en maatschappelijke ondersteuning voor haar inwoners. Welzijnswerk speelt een sleutelrol in het versterken van de sociale basis, het bevorderen van zelfredzaamheid en het tijdig signaleren van ondersteuningsvragen.

Ontwikkelingen zoals dubbele vergrijzing, toenemende druk op mantelzorg en vrijwilligers, personeelstekorten in zorg en welzijn, en een afnemende financiële ruimte, vragen om een stevige, professionele en lerende welzijnsorganisatie met voldoende schaal, continuïteit en ontwikkelvermogen. Tegelijkertijd kenmerkt Renswoude zich door een kleinschalige gemeenschap, korte lijnen en een sterke betrokkenheid van inwoners en vrijwilligers. De gemeente wil deze kwaliteiten behouden en versterken.

Met deze bijlage geeft de gemeente richting aan wat zij onder een toekomstbestendige welzijnsvoorziening verstaat en welke maatschappelijke doelen zij daarmee wil realiseren. Deze visie en doelstellingen vormen het inhoudelijk kader voor subsidieaanvragers en het toetsingskader bij de beoordeling van aanvragen.

2Visie van de gemeente Renswoude

De gemeente Renswoude streeft naar een samenleving waarin inwoners gezond en prettig kunnen leven, elkaar weten te vinden en ondersteunen, en tijdig passende hulp ontvangen wanneer dat nodig is. Welzijnswerk vormt daarin een laagdrempelige, samenbindende en preventieve schakel tussen inwoners, informele netwerken, vrijwilligersinitiatieven en professionele ondersteuning.

De gemeente ziet welzijn en maatschappelijke ondersteuning nadrukkelijk als onderdeel van de sociale basis: dichtbij, herkenbaar, gericht op ontmoeting, preventie en vroegsignalering, en aanvullend op formele zorg. Het welzijnswerk moet bijdragen aan het voorkomen van zwaardere zorg, het versterken van eigen regie en het vergroten van veerkracht van inwoners.

Daarbij vindt de gemeente het van belang dat de uitvoering:

1lokaal ingebed en zichtbaar is in Renswoude;

2wordt uitgevoerd met vaste gezichten voor inwoners en samenwerkingspartners;

3steunt op een sterke combinatie van professionals en vrijwilligers;

4beschikt over voldoende achtervang, continuïteit en HR‑borging;

5en aansluit bij regionale en landelijke ontwikkelingen (zoals IZA en AZWA).

3Doelstellingen van de welzijnsvoorziening

Op basis van deze visie formuleert de gemeente Renswoude de volgende samenhangende doelstellingen voor het welzijnswerk.

3.1. Versterken van de sociale basis en ontmoeting

Inwoners kunnen elkaar ontmoeten, meedoen en naar elkaar omzien. Het welzijnswerk faciliteert ontmoetingsactiviteiten en laagdrempelige initiatieven die bijdragen aan sociale verbondenheid, het voorkomen van eenzaamheid en het versterken van het netwerk van inwoners, met bijzondere aandacht voor ouderen en kwetsbare inwoners. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de behoeften van de inwoners uit Renswoude.

3.2. Preventie en vroegsignalering

Het welzijnswerk heeft een duidelijke signalerende en preventieve functie. Door actief contact met inwoners, huisbezoeken, spreekuren en outreachend werken worden ondersteuningsvragen vroegtijdig herkend en opgepakt. Dit draagt bij aan het voorkomen van escalatie en zwaardere ondersteuning. Daarnaast worden inwoners vroegtijdig bekend gemaakt met de activiteiten en diensten van de welzijnsorganisatie.

3.3. Ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers

Mantelzorgers en vrijwilligers voelen zich gezien, gesteund en toegerust. Met betrekking tot vrijwilligers gaat het zowel om vrijwilligers van de welzijnsorganisatie zelf, als om vrijwilligers van andere vrijwilligersorganisaties in Renswoude. Het welzijnswerk verwijst door en biedt informatie, coaching, lotgenotencontact en deskundigheidsbevordering, en draagt bij aan het behoud van mantelzorg en de versterking van vrijwillige inzet in Renswoude. Daarnaast helpt het welzijnswerk om overbelasting zoveel mogelijk te voorkomen. Verder is één van de doelen om zo veel mogelijk mantelzorgers uit Renswoude in beeld te hebben en het bestand van vrijwilligers van de welzijnsorganisatie waar mogelijk stabiel te houden.

3.4. Toegankelijke ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben

Voor inwoners met vragen of problemen op het gebied van welzijn, zorg, administratie, regelingen of participatie is laagdrempelige en onafhankelijke ondersteuning beschikbaar. Waar nodig vindt passende doorverwijzing plaats naar andere formele of informele organisaties, waarbij aandacht is voor het behoud van regie bij de inwoner. De gemeente vindt het belangrijk dat de sociale kaart van Renswoude en de bestaande voorzieningen goed bekend zijn bij de welzijnsorganisatie, zodat inwoners eenvoudiger en sneller op de juiste plek komen.

3.5. Lokale inbedding en herkenbaarheid

Het welzijnswerk sluit aan bij de schaal, cultuur en sociale structuren van Renswoude. Bij voorkeur met behoud van de huidige welzijnswerker die actief is in Renswoude. De gemeente hecht waarde aan lokale kennis, samenwerking met andere lokale/ regionale organisaties, aanwezigheid in de gemeenschap en herkenbare aanspreekpunten, zodat inwoners weten waar zij terechtkunnen en vertrouwen hebben in de ondersteuning.

3.6. Continuïteit, professionaliteit en toekomstbestendigheid

De welzijnsvoorziening is organisatorisch en personeelsmatig robuust ingericht. Er is sprake van voldoende back‑up, deskundigheidsbevordering, strategische beleidsontwikkeling en ruimte voor innovatie en doorontwikkeling, passend bij de schaal van Renswoude en in aansluiting op maatschappelijke en demografische veranderingen.

3.7 Communicatie en bereik van de doelgroep

Informatie over activiteiten en diensten binnen het welzijnswerk is goed vindbaar, begrijpelijk en toegankelijk voor de doelgroep. Dit helpt inwoners om, vanuit eigen regie, bekend te zijn met de activiteiten en diensten en hiervan gebruik te maken. Hoewel veel inwoners de weg al weten te vinden, geldt dit niet voor iedereen. Daarom is er extra aandacht voor inwoners met bijvoorbeeld beperkte taalvaardigheid, laaggeletterdheid of digitale vaardigheden. De communicatie sluit aan bij de doelgroep en maakt gebruik van diverse (ook niet-digitale) kanalen binnen Renswoude. Het welzijnswerk heeft een belangrijke rol in het zorgen dat inwoners op de juiste plek terechtkomen. Daarnaast is het welzijnswerk zichtbaar, toegankelijk en actief in het informeren over zowel gesubsidieerde als overige activiteiten, bijvoorbeeld beweegactiviteiten of de vervoersdienst.

4Betekenis voor subsidieaanvragers

Van subsidieaanvragers wordt verwacht dat zij in hun aanvraag expliciet beschrijven hoe hun activiteiten, werkwijze en organisatie bijdragen aan deze visie en doelstellingen, zoals opgenomen in deze bijlage.

De visie en doelstellingen vormen daarmee een inhoudelijk richtinggevend kader, dat ruimte laat voor eigen invulling en accenten, mits deze aantoonbaar bijdragen aan de maatschappelijke opgaven van Renswoude en aansluiten bij het lokale karakter van de gemeente.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.