Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel besluit proceskosten bestuursrecht

Gemeente Putten · geldt sinds 12 maart 2014

Aanhef

De gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onderdeel b, Gemeentewet, van de gemeente Putten;

gelet op artikel 1:3. vierde lid, Awb, artikel 7:15 Awb en artikel 2, eerste lid, aanhef, onderdelen a en b, tweede en derde lid, Bpb juncto onderdeel C.1. van de bij dat Besluit behorende bijlage, en artikel 6 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003;

besluit:

vast te stellen de Beleidsregel besluit proceskosten bestuursrecht.

Artikel 1

1Voor de toepassing van de wegingsfactoren, die zijn genoemd in onderdeel C.1. van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht, wordt een zaak in beginsel aangemerkt als gemiddeld (wegingsfactor 1), tenzij een zaak als licht (wegingsfactor 0,5) of zeer licht (wegingsfactor 0,25) dient te worden aangemerkt.

2Van een lichte zaak is sprake indien:

1het gaat om zaken die enig onderzoek vergen, maar waarbij het niet om een (juridisch) vraagpunt gaat waarvoor een grotere (juridische) deskundigheid is vereist;

2het alleen over de proceskostenvergoeding gaat.

3Van een zeer lichte zaak is sprake indien:

1het om een pro forma bezwaarschrift zonder aanvulling gaat;

2het bezwaarschrift summier gemotiveerd is;

3het om een verkeerde tenaamstelling gaat;

4het om een verkeerde adresaanduiding gaat;

5het om een verkeerde belanghebbende gaat;

6het om een verkoopcijfer van het object zelf gaat dat vlak voor of na de waardepeildatum is gerealiseerd.

Artikel 2

1De vergoeding van door een deskundige opgemaakt taxatierapport geldt dat deze vergoeding wordt gebaseerd op de in dit artikel vermelde tijdsbesteding en uurtarieven.

2Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding van een door een deskundige opgemaakt taxatierapport wordt uitgegaan van de volgende tijdsbesteding:

a.maximaal 2 uren indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die dient tot woning, welk aantal wordt verhoord met 2 indien de zaak inpandig is opgenomen;

b.maximaal 3 uren indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die niet dient tot woning en deze zaak is aan te merken als een courante niet-woning, welk aantal wordt verhoogd met 2 indien de zaak inpandig is opgenomen;

c.maximaal 4 uur indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die niet dient tot woning en deze zaak is aan te merken als een incourante niet-woning, welk aantal wordt verhoogd met 2 indien de zaak inpandig is opgenomen.

3Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding van een door een deskundige opgemaakt taxatierapport wordt uitgegaan van de volgende uurtarieven:

a.maximaal € 50,00 exclusief BTW indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die dient tot woning, welk bedrag wordt verhoogd met BTW indien de BTW op belanghebbende drukt;

b.maximaal € 65,00 exclusief BTW indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die niet dient tot woning en deze zaak is aan te merken als een courante niet-woning, welk bedrag wordt verhoogd met BTW indien de BTW op belanghebbende drukt;

c.maximaal € 116,09 exclusief BTW indien het taxatierapport betrekking heeft op een onroerende zaak die niet dient tot woning en deze zaak is aan te merken als een incourante niet-woning, welk bedrag wordt verhoord met BTW indien de BTW op belanghebbende drukt.

Artikel 3

Reis- en verblijfkosten van een belanghebbende kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat reiskosten worden vergoed op basis van een kaartje openbaar vervoer 2e klasse, tenzij de reis (redelijkerwijs) per openbaar vervoer niet mogelijk is. In dat geval worden de reiskosten vergoed tegen een bedrag van € 0,28 per kilometer. De hoogte van de vergoeding van verblijfkosten wordt in goede justitie bepaald.

Artikel 4

Verletkosten van een belanghebbende kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De vergoeding van verletkosten vindt in beginsel plaats tegen de werkelijke kosten, waarbij geldt dat het minimumbedrag per uur € 7,00 en het maximumbedrag per uur € 80,00 bedraagt.

Artikel 5

Kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken kunnen voor vergoeding in aanmerking komen. De vergoeding van deze kosten vindt in beginsel plaats tegen de werkelijke kosten.

Artikel 6

Een proceskostenvergoeding wordt eerst toegekend indien belanghebbende kan aantonen dat de betreffende kosten daadwerkelijk op hem drukken.

Artikel 7

Het bedrag aan proceskostenvergoeding wordt overgemaakt op het rekeningnummer van belanghebbende.

Artikel 8

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking op de in artikel 3:42 Awb voorgeschreven wijze.

Artikel 9

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als "Beleidsregel besluit proceskosten bestuursrecht".

Aldus vastgesteld door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar,

Putten 27 februari 2014

G. Maaskant

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.