Gemeentelijke regelgeving

Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Papendrecht

Gemeente Papendrecht · geldt sinds 1 april 2021

HOOFDSTUK 1 INLEIDING

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

hoofdstuk

Artikel 1.2 Reikwijdte

Deze verordening regelt de algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen met betrekking tot beschermd wonen en opvang.

HOOFDSTUK 2 PROCEDUREREGELS

Artikel 2.1 Melding

1De melding wordt gedaan door of namens de cliënt bij het college.

2De melding vindt plaats op de door het college voorgeschreven wijze.

3Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk en geeft de cliënt zeven dagen de tijd een persoonlijk plan in te leveren.

hoofdstuk

Artikel 2.2 Cliëntondersteuning

Het college wijst cliënten die een melding doen en hun mantelzorgers op de mogelijkheid zich gedurende de procedure desgewenst te laten bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner.

Artikel 2.3 Onderzoek en gesprek

1Het onderzoek bestaat in ieder geval uit een gesprek met de cliënt, en/of degene die namens de cliënt de melding heeft gedaan, en/of de vertegenwoordiger van de cliënt, waar mogelijk de mantelzorger(s), en/of desgewenst personen uit het sociale netwerk.

2Het college vraagt voor het gesprek aan de cliënt alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, te verschaffen. Hiertoe behoort in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, tenzij het college daarover al beschikt.

Artikel 2.4 Onderzoeksverslag

1Het college verstrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger een onderzoeksverslag.

2Het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt toe aan het onderzoeksverslag en verstrekt het aangepaste onderzoeksverslag aan de cliënt of diens vertegenwoordiger.

Artikel 2.5 De aanvraag

De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet door of namens de cliënt schriftelijk worden ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier of een ondertekend onderzoeksverslag.

Artikel 2.6 Medewerking cliënt

Artikel 2.7 Advisering

Het college is bevoegd om, indien dit van belang kan zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, zich te laten adviseren door een daartoe geschikte instantie.

Artikel 2.8 Ondersteuningsplan

1Het college kan, indien dit van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of het bepalen van de benodigde maatwerkvoorziening, een ondersteuningsplan laten opstellen.

2Artikel 2.6 is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 3 BEOORDELING AANSPRAAK OP MAATWERKVOORZIENING

Artikel 3.1 Uitgangspunt bij beoordeling maatwerkvoorziening

Het college neemt het onderzoeksverslag, en indien aanwezig het ondersteuningsplan, als uitgangspunt bij de beoordeling van de aanspraak voor een maatwerkvoorziening.

hoofdstuk

Artikel 3.2 Algemene criteria

Artikel 3.3 Criteria Beschermd wonen

Artikel 3.4 Criteria 24-uursopvang

Artikel 3.5 Dagbesteding

1De cliënt kan in aanmerking komen voor dagbesteding, indien hij, onverminderd de in de wet en in artikel 3.2 van deze verordening genoemde criteria, beschikt over een indicatie voor beschermd wonen.

2De client als bedoeld in het eerste lid kan in aanmerking komen voor het vervoer van en naar de dagbesteding waarbij het vervoer wordt vergoed van en naar de vanuit het woonadres van de cliënt dichtstbijzijnd gelegen locatie waar passende dagbesteding wordt aangeboden.

HOOFDSTUK 4 PERSOONSGEBONDEN BUDGET

Artikel 4.1 Criteria persoonsgebonden budget

hoofdstuk

Artikel 4.2 Hoogte persoonsgebonden budget

1Het persoonsgebonden budget voor beschermd wonen is gelijk aan 73,5% van de prijs waarvoor het college beschermd wonen heeft gecontracteerd.

2In afwijking van het eerste lid bedraagt een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen bij het betrekken van beschermd wonen bij een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt 50% van de prijs waarvoor het college beschermd wonen heeft gecontracteerd.

3Het persoonsgebonden budget voor dagbesteding is gelijk aan 73,5% van de onderliggende prijs waarvoor het college dagbesteding heeft gecontracteerd.

4In afwijking van het derde lid bedraagt een persoonsgebonden budget voor dagbesteding bij het betrekken van dagbesteding bij een persoon die behoort tot het sociale netwerk 50% van de prijs waarvoor het college dagbesteding heeft gecontracteerd.

5Het persoonsgebonden budget voor opvang is gelijk aan 73,5% van de prijs waarvoor het college opvang heeft gecontracteerd.

6In afwijking van het vijfde lid bedraagt een persoonsgebonden budget voor opvang bij het betrekken van opvang bij een persoon die behoort tot het sociale netwerk 50% van de prijs waarvoor het college opvang heeft gecontracteerd.

HOOFDSTUK 5 BIJDRAGE IN DE KOSTEN

Artikel 5.1

1De client is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, met uitzonderingvan individuele begeleiding 4 maatsfchappelijke opvang (IB4 MO), 24-uursopvang en individuele begeleiding binnen de vrouwenopvang.

2De bijdrage is gelijk aan het maximumbedrag uit de wet danwel het uitvoerinsbesluit Wmo 2015.

hoofdstuk

Artikel 5.2

1De client is een bijdrage verschuldigd voor de algemene voorziening crisisopvang.

2De bijdrage voor crisisopvang wordt vastgesteld en geïnd door de instelling waar de client verblijft.

3De bijdrage voor crisisopvang bedraagt € 5,00 per nacht.

HOOFDSTUK 6 BEËINDIGING, HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING

Artikel 6.1 Beëindiging

hoofdstuk

Artikel 6.2 Herziening en intrekking

Artikel 6.3 Terugvordering

HOOFDSTUK 7 BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK

Artikel 7.1 Fraudepreventie

Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit beleid is dat het college cliënten informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik daarvan. Ter controle van het beroep op algemene- en maatwerkvoorzieningen wordt onder meer gebruik gemaakt van bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen.

hoofdstuk

Artikel 7.2 Controle

1Het college kan onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening en kan daarbij onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor de aanspraak op een maatwerkvoorziening onderzoeken.

2Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een maatwerkvoorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening en de wederzijds tussen het college en de cliënt resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.

Artikel 7.3 Nadere regels

Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere regels stellen.

HOOFDSTUK 8 KWALITEIT

Artikel 8.1 Kwaliteitseisen

hoofdstuk

Artikel 8.2 Prijs-kwaliteitverhouding

Artikel II Overgangsrecht

Cliënten aan wie voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit de algemene voorziening crisisopvang is verstrekt, zijn de bijdrage verschuldigd vanaf drie maanden na inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit.

Artikel III Inwerkingtreding

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van 1 april 2021.

HOOFDSTUK 9 KLACHTENAFHANDELING EN MEDEZEGGENSCHAP

Artikel 9.1 Regeling voor klachtenafhandeling

1Iedere aanbieder van een voorziening heeft een regeling voor afhandeling van klachten van cliënten.

2Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.

hoofdstuk

Artikel 9.2 Regeling voor medezeggenschap

1Het college regelt indien nodig dat de aanbieder een regeling voor medezeggenschap van cliënten heeft.

2Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders.

HOOFDSTUK 10 BURGERPARTICIPATIE

Artikel 10.1 Betrekken van ingezetenen bij het beleid

1Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende beschermd wonen en opvang, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.

2Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende beschermd wonen en opvang te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende beschermd wonen en opvang, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.

3Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.

4Het college stelt nadere regels ter uitvoering van het tweede en derde lid.

hoofdstuk

Artikel 10.2 Wmo adviesraad

De Wmo adviesraad adviseert het college over het beleid betreffende beschermd wonen en opvang.

HOOFDSTUK 11 SLOTBEPALINGEN

Artikel 11.1 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen bij de verstrekking van maatwerkvoorzieningen op verzoek van de cliënt ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening en de daarop gebaseerde regels, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

hoofdstuk

Artikel 11.2 Evaluatie

Evaluatie van het door het college gevoerde beleid vindt plaats via de reguliere bestuursrapportages van het college.

Artikel 11.3 Overgangsrecht

1De Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Papendrecht 2015 wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van deze verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van een op grond daarvan genomen besluit totdat het college, onder intrekking van dit besluit, een nieuw besluit op grond van deze verordening heeft genomen.

2Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening.

3Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen op grond van Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Papendrecht 2015 genomen besluiten, worden afgehandeld op grond van de Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Papendrecht 2015.

Artikel 11.4 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking 1 dag na publicatie.

Artikel 11.5 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Papendrecht".

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.