Bijlage 1: wettelijke verplichtingen m.b.t. participatie
In deze bijlage zoomen we in op de Omgevingswet en het wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau, omdat deze een aantal eisen stellen aan participatie. Wat deze eisen zijn, wordt hieronder beschreven.
Omgevingswet
Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet en komt terug in alle kerninstrumenten die onder de Omgevingswet vallen. De volgende verplichtingen gelden:
•Kennisgeving: het bevoegd gezag beschrijft in de kennisgeving wie worden betrokken, waarover en wanneer; wat de rol is van het bevoegd gezag en de initiatiefnemer en waar meer informatie beschikbaar komt (Bij: Omgevingsplan)
•Motiveringsplicht:het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn (Bij: Omgevingsvisie, Programma, Omgevingsplan).
•Aanvraagvereiste
3Als een initiatiefnemer bij de aanvraag aangeeft dat hij níet aan participatie heeft gedaan, is dat geen grond om de aanvraag te weigeren. Echter, de gemeenteraad kan vooraf categorieën van gevallen
: de initiatiefnemer moet bij aanvraag aangeven of, en zo ja hoe, hij participatie heeft vormgegeven en wat hij met het resultaat heeft gedaan. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging. (Bij: Omgevingsvergunning).
Bij deze verplichtingen geldt: dát het verplicht is, staat in de wet. Hoe de participatie in te richten: dát is vormvrij. Gemeenten dienen wel een participatiebeleid op te stellen. En ook bij de vaststelling van dit participatiebeleid geldt de motiveringsplicht: wie zijn betrokken geweest bij het opstellen, wat zijn de uitkomsten hiervan én, hoe is dit doorvertaald in het participatiebeleid?
Wetsvoorstel ‘versterking participatie op decentraal niveau’
Met dit wetsvoorstel wijzigen artikel 150 en 170 van de Gemeentewet. Dat betekent concreet dat de huidige inspraakverordening wordt verbreedt naar een participatieverordening. De datum van inwerkingtreding nog niet bekend (door de beide kamers controversieel verklaard).
De participatieverordening stelt regels over de betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden. Over de reikwijdte, voorwaarden, en hoe om te gaan met de uitkomsten van burgerparticipatie. Over inspraakgerechtigden, procedures en verantwoording. Over hoe een eindverslag eruit moet zien en hoe verantwoording wordt afgelegd aan de gemeenteraad. Maar ook wordt in de participatieverordening de toepassing van het uitdaagrecht bepaald. En zo ja, onder welke voorwaarden.
Bijlage 2: Interactievisie gemeente Overbetuwe
De 8 uitgangspunten over de relatie met de samenleving:
Uitgangspunten Gemeente Overbetuwe
Samenlevingsgerichte en communicatieve gemeente
1Het gesprek met de samenleving is voor ons vanzelfsprekend.
Het gesprek met onze inwoners, van mens tot mens, dat is wat ons inspireert. We denken en handelen vanuit mogelijkheden en vertrouwen.
2De dorpsagenda van onze inwoners geeft richting aan ons handelen.
Het algemeen belang staat centraal voor ons handelen. De leefomgeving van inwoners en hun dorpsagenda is daarbij de basis.
3Inwoners en partners weten de gemeente te vinden; onze informatie is duidelijk.
Onze inwoners en partners weten ons te vinden, en begrijpen wat de gemeente wel doet, en wat niet. We informeren betrokkenen over nieuw beleid, procedures of regelgeving.
4We stimuleren innovatie en kijken vooruit.
We dagen de samenleving uit om te komen met innovatieve en duurzame ideeën. We koesteren wat al goed is, delen successen, leren ervan en halen verhalen op.
Uitgangspunten Gemeente Overbetuwe
Betrouwbare gemeente
5Het is steeds duidelijk wat onze rol is in relatie tot de samenleving.
Als overheid hebben wij meerdere rollen in relatie tot de samenleving. We spreken met inwoners en andere betrokkenen steeds de rolverdeling en het eigenaarschap af.
6Onze regelgeving gaat uit van de bedoeling.
Doelregels zijn er op gericht een gewenste ontwikkeling te realiseren. Onze grondhouding is ‘Ja, mits’ in plaats van ‘Nee, tenzij.’
7Onze dienstverlening wordt door inwoners als kwalitatief goed ervaren.
Ons streven is dat het voor onze partners en inwoners duidelijk is wat ze van de gemeente kunnen verwachten.
8We gaan zorgvuldig en doelgericht om met gemeenschapsgeld.
We hechten veel belang aan een zorgvuldige en doelgerichte besteding van gemeenschapsgeld. Onze besluitvorming is transparant en kenmerkt zich door integer handelen.
Model van eigenaarschap:
Bijlage 4: e-Participatie
Participatie kan zowel offline als online plaatsvinden. Voor online participatie gelden specifieke randvoorwaarden. Ook voor online participatie geldt dat we voldoen aan wetgeving.
Doel
•Iedereen kan meedoen
•eParticipatie is:
o Volledig online participeren of
o Online participeren als aanvulling op offline participatie
Uitgangspunten
Voor online participatie gebruiken we de volgende uitgangspunten.
•eParticipatie is veilig.
•De online omgeving is toegankelijk.
•De online omgeving is gebruiksvriendelijk.
•De privacy van participanten is geborgd.
•eParticipatie is laagdrempelig.
•We maken de keuze voor de inzet van eParticipatie weloverwogen.
Verschillende digitale kanalen
In Overbetuwe hebben we verschillende digitale kanalen die we kunnen inzetten voor eParticipatie:
•Gemeentelijke website.
•Social media die de gemeente gebruikt: Facebook, Twitter en Instagram.
•Platform voor bewonersinitiatieven OverbetuweDoet.nl.
•Buurtsite OnsOverbetuwe.nl met omgevingen per kern.
Voor elk van deze kanalen geldt dat alle vormen van beheer geregeld moeten zijn:
•Contentbeheer: zorgen voor de informatie die via het kanaal wordt gepubliceerd.
•Functioneel beheer: zorgen dat de omgeving blijft werken.
•Technisch beheer: zorgen dat de omgeving in de lucht blijft en veilig is.
Digitale mogelijkheden bij initiatief van inwoner(s)
•Als inwoners een initiatief hebben waarbij participatie gewenst of noodzakelijk is, kunnen inwoners hun idee op OnsOverbetuwe.nl zetten.
•Als een inwoner bij een initiatief hulp kan gebruiken van andere inwoners, kan hij of zij het initiatief op OverbetuweDoet.nl zetten.
Digitale mogelijkheden bij initiatief van derde partij
•Als een derde partij een initiatief heeft waarbij participatie gewenst of noodzakelijk is, kan deze partij daarvoor eigen online platformen inzetten.
•Als het voor een initiatief wenselijk is dat de gemeente daarin meedoet, kan de derde partij samenwerken met de gemeente. De gemeente maakt met de derde partij dan duidelijke afspraken over:
o Welke doelgroepen er zijn en hoe de verschillende doelgroepen bereikt kunnen worden.
o Welke online en offline kanalen gebruikt worden voor communicatie.
o Digitale kanalen moeten toegankelijk zijn.
o Het eigenaarschap moet per kanaal duidelijk zijn.
Digitale mogelijkheden bij initiatief van de gemeente
•Als de gemeente zelf een initiatief heeft, waarbij participatie gewenst of noodzakelijk is, beslist de gemeente welke van haar digitale kanalen ze daarvoor het best kan inzetten. De volgende uitgangspunten staan daarbij centraal:
o Informatie is actueel, vindbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk.
o De inwoner staat centraal, niet onze organisatie.
o Onze digitale kanalen voldoen aan actuele wetgeving en zijn veilig.
•Als de gemeente kiest voor een projectsite gelden daarbij de volgende aandachtspunten:
o Wie in de organisatie is verantwoordelijk voor de projectsite?
o Wie zorgt dat content op de projectsite wordt gepubliceerd?
o Worden de statistieken van de projectsite gemonitord en wie houdt die statistieken bij?
o Wie zorgt dat de projectsite blijft werken (functioneel beheer)?
o Wie zorgt dat de projectsite in de lucht blijft en veilig is (technisch beheer)?
o Is budget beschikbaar? Denk aan:
•Eenmalige kosten voor het maken en lanceren van de projectsite.
•Jaarlijkse kosten voor hosting, onderhoud, certificaten en WCAG-test.
•Als de gemeente samen met een derde partij (bijvoorbeeld een projectontwikkelaar) een initiatief uitvoert, kan de gemeente het participatietraject ook door de derde partij laten uitvoeren. Ook dan maakt de gemeente met de derde partij duidelijk afspraken over:
o Welke doelgroepen er zijn en hoe de verschillende doelgroepen bereikt kunnen worden.
o Welke online en offline kanalen gebruikt worden voor communicatie.
o Digitale kanalen moeten toegankelijk zijn.
o Het eigenaarschap moet per kanaal duidelijk zijn.