Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe;
gelet op de kabinetsmaatregel Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK);
gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet;
b e s l u i t e n:
vast te stellen de
Gewijzigde beleidsregel tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kostengemeente Overbetuwe 2021 (eerste wijziging)
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
1In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.college : het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe;
b.de wet : de Participatiewet;
c.TOZO : Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers;
d.TLV : Tegemoetkoming Vaste Lasten;
e.NOW : Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid.
2Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Artikel 2 Aanvraag
Het college beoordeelt het recht op de bijzondere bijstand op basis van deze beleidsregel op aanvraag.
Artikel 3 Doelgroep
Deze beleidsregel is bestemd voor huishoudens die als gevolg van het coronavirus te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonlasten niet meer kunnen voldoen, en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. De bijzondere bijstand kan worden verkregen voor de noodzakelijke kosten in de maanden januari tot en met 30 september 2021.
Om voor de regeling in aanmerking te komen worden de volgende criteria gehanteerd:
1De daling van het gezinsinkomen is 15% of meer. In beginsel is hierbij leidend het verschil tussen het inkomen in januari 2020 en dat van de maand of maanden waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd.
2Het eigen vermogen bedraagt niet meer dan twee maal het vrij te laten vermogen als gesteld in artikel 34 lid 3 van de wet.
3Het aandeel van noodzakelijke kosten, als bedoeld in artikel 4, is meer dan 25% van het inkomen in de periode waarover de tegemoetkoming wordt aangevraagd.
Artikel 4 Noodzakelijke kosten
1Onder noodzakelijke kosten worden verstaan de kosten die betrekking hebben op de woonlasten van de aanvrager voor de woning die door de aanvrager zelf bewoond wordt. Onder woonlasten worden verstaan:
a.Huur;
b.Maandelijkse rente en/of aflossing van de hypotheek;
c.maandelijkse kosten van nutsvoorzieningen;
2Om voor tegemoetkoming van noodzakelijke kosten in aanmerking te komen worden de volgende drempelbedragen gehanteerd:
a.voor de kosten onder a. en b. een bedrag van €430,00 per maand, na aftrek van ontvangen huurtoeslag of bijzondere bijstand voor woonkosten;
b.voor de kosten van artikel 4, lid 1 onder c. een bedrag van € 112.- per maand voor gas, water en elektriciteit.
Artikel 5 Draagkrachtberekening
1Om de draagkracht uit het inkomen vast te stellen wordt uitgegaan van de toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag.
2De kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet is bij het vaststellen van de draagkracht niet van toepassing.
380% van het gezinsinkomen boven de geldende bijstandsnorm zoals omschreven in het eerste lid wordt beschouwd als draagkracht om in de noodzakelijke kosten te kunnen voorzien.
Artikel 6 De hoogte van de bijzondere bijstand
1De hoogte van de bijzondere bijstand bestaat uit de maandelijkse kosten boven de in artikel 4 bepaalde drempel, min de draagkracht zoals genoemd in het derde lid van artikel 5.
Artikel 7 Relatie met de Participatiewet en andere COVID-19 steunmaatregelen
1In afwijking van artikel 44 eerste lid van de wet kan met terugwerkende kracht een toekenning plaatsvinden over de maanden vanaf januari 2021.
2De verstrekking van de bijzondere bijstand kan samenlopen met het ontvangen van ondersteuningen conform de regelingen TLV, NOW en TOZO.
Artikel 8 Hardheidsclausule
1Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand kan het college, gelet op alle omstandigheden waaronder een terugval in inkomen van de aanvrager als gevolg van de coronacrisis, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels alsnog in aanmerking komt indien zeer dringende redenen hiertoe noodzaken.
2In gevallen, die de uitvoering van deze beleidsregel betreffen, waarin deze beleidsregel niet voorziet, beslist het college.
Artikel 9 Werkingsduur
1De maatregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten heeft een werkingsduur van 1 januari 2021 tot en met 30 september 2021.
2De duur van deze beleidsregel is in werking beperkt tot de duur van de maatregel en eventuele verlenging daarvan.
Artikel 10 Citeertitel en ingangsdatum
1Deze beleidsregel wordt aangehaald als gewijzigde beleidsregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK).
2Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2021.
3De beleidsregel Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK), zoals vastgesteld op 9 maart 2021 wordt ingetrokken.