Gemeentelijke regelgeving

Erfgoedverordening Oss 2020

Gemeente Oss · geldt sinds 1 juni 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Oss;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 augustus 2020;

gelet op de artikelen 3.16 van de Erfgoedwet;

gelet op het advies van de Monumentencommissie Oss van 25 april 2020;

gelet op het advies van de Commissie Ruimte van 10 september 2020 ;

besluit

vast te stellen de volgende verordening: Erfgoedverordening 2020.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:

-gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid;

-gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 18;

-gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid;

-gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;

-minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; - omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht;

-rijksmonument: monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister. Een rijksmonument wordt tevens geregistreerd in het gemeentelijk erfgoedregister;

-erfgoedregister: gemeentelijke lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk aangewezen monumenten/stads en dorpsgezichten, rijksmonumenten en rijks beschermde stads en dorpsgezichten;

-erfgoedcommissie: de adviescommissie voor het college van burgemeester en wethouders van onafhankelijke deskundigen, waarvan de taken en bevoegdheden nader zijn geregeld in de Verordening Adviesteam Omgevingskwaliteit, Adviesteam Architectuur en Erfgoedcommissie Oss 2020.

-geomorfologie: wetenschappelijk onderzoek naar de vormen van het aardoppervlak en de processen die daarbij een rol spelen of hebben gespeeld;

-dendrologie: wetenschappelijk onderzoek naar bomen en houtgewassen;

-cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, ontleend aan het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt en aan de monumentale waarden zoals beschreven in de selectiecriteria van deze verordening;

-interieur : de inwendige structuur dan wel gedeelten daarvan en de afwerking van de binnenschil van het gebouwde monument;

-casco: bouwkundige hoofdstructuur van het gebouwde monument;

-bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss

Voor meer bepalingen van begrippen wordt verwezen naar de toelichting van deze verordening en de Erfgoedwet.

Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister

1Burgemeester en wethouders houden een door een ieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed.

2Het gemeentelijke erfgoedregister ligt voor een ieder ter inzage in het gemeentehuis en is digitaal raadpleegbaar op de gemeentelijke informatiepagina.

3Het college registreert het gemeentelijke monument en het gemeentelijk archeologische monument in het gemeentelijke erfgoedregister.

4Het gemeentelijke erfgoedregister bevat, de plaatselijke aanduiding, het type object en het monumentnummer van het gemeentelijke-,rijks- en het archeologisch monument.

5Het college registreert het aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht in het gemeentelijk erfgoedregister.

6Het college registreert de aangewezen provinciale monumenten in het gemeentelijk erfgoedregister.

7Het college registreert de aangewezen rijksmonumenten op basis van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.

8Het college registreert de aangewezen rijks beschermde stads- of dorpsgezichten in het gemeentelijke erfgoedregister.

Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk monument

1Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente aan te wijzen als gemeentelijk monument.

2Dit artikel is niet van toepassing op:

a.rijksmonumenten,

Artikel 4. Selectiecriteria

Uitgangspunt voor de selectie en aanwijzing van gemeentelijke monumenten zijn de volgende basiscriteria, toetsingscriteria en bouwtechnische criteria:

1Architectuurhistorische waarde: bouwstijl, ontwerper, bouwtype, detaillering, interieur, bouwtechniek;

2Bouwhistorische waarde: bouw- en verbouwingssporen, materiaal (gebruik), bouwtechniek, structuur, wetenschappelijke bron, bouwhistorische verwachting;

3Ensemble- of stedenbouwkundige waarde: concept, gegroeid geheel, verkaveling, ensemble, silhouet;

4Cultuurhistorische waarde: nederzettingshistorie, historische waarde, herinnering aan historische gebruik of gebruikers, sociaal-economisch belang;

5Gaafheid: omgeving, hoofdvorm, detaillering;

6Zeldzaamheid;

Bij gebouwd erfgoed gecombineerd met (bouwtechnische criteria):

7Het casco verkeert in een redelijk goede staat, zodat het monument is te restaureren zonder volledige afbraak;

8De oorspronkelijke vorm of aanleg dient in de hoofdopzet nog aanwezig te zijn, tenzij het een belangwekkende historisch gegroeide situatie betreft (historische gelaagdheid).

Artikel 5. De aanwijzing tot archeologisch monument

1Het college kan een archeologische vindplaats aanwijzen als archeologisch monument.

2Een archeologische vindplaats komt in aanmerking voor aanwijzing als bedoeld in het eerste lid indien de vindplaats beschikt over voldoende fysieke kwaliteit om bij te dragen aan de kennisvermeerdering over een archeologisch thema of een archeologische periode.

Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing

1Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 3 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

2Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.

Artikel 7. Voorbescherming

1De bescherming van paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6 is bekendgemaakt.

2De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd.

Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie

1Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en in de verordening op de gemeentelijke adviescommissie.

2De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.

Artikel 9. Beslistermijn.

1De termijn tot aanwijzing tot monument duurt maximaal 26 weken na ontvangst van de aanvraag.

2De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.

Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden

1De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

2Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument

1In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument.

2Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 3.

3Paragraaf 3 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat belanghebbenden en zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.

Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument

1Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.

2Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf 2 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.

3Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.

Artikel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument

Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.

Artikel 14. Omgevingsvergunning

1Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument:

a.te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of

b.te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

2Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid.

3Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van de ontvankelijke aanvraag voor om omgevingsvergunning voor een gemeentelijk monument voor advies aan de erfgoedcommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8,tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Voorschriften

1Burgemeester en wethouders kunnen aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden. Daaronder wordt onder meer verstaan een voorschrift tot:

a.het opleggen van de verplichting tot het toestaan van het verrichten,door of van gemeentewege,van archeologisch en/of bouwhistorisch onderzoek,voorafgaande aan en/of tijdens de uitvoering van de vergunning;

b.het indienen (al dan niet onder a. genoemde onderzoek) en van gemeentewege goed keuren van constructieberekeningen, een funderingsplan, een funderingspalenplan, en/of een kelderplan, waarbij de goedkeuring mede afhankelijk kan zijn van de resultaten van het onderzoek.

2De omgevingsvergunning kan voor een bepaalde tijd worden verleend.

3Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden toegevoegd indien de resultaten van het bouwhistorisch onderzoek daartoe aanleiding geven.

Artikel 16. Intrekken van de omgevingsvergunning

[vervallen]

Artikel 17. Weigeringsgronden

1De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg en archeologie zich daartegen niet verzet.

2Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.

Artikel 18. Advies omgevingsvergunning rijksmonument

[vervallen]

Artikel 19. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht

1De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.

2Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de erfgoedcommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

3De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid.

4Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt direct opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.

5De gemeenteraad wijzigt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het (tijdelijk) omgevingsplan als beschermd in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt.

7Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functieaanduiding rijksbeschermd stads of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Artikel 20. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezichten

1De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 19, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.

2De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

3De artikelen 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij in artikel 17, lid 1 onder het belang van de monumentenzorg specifiek het belang van het beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bedoeld.

4Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13 of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Artikel 21. Verbodsbepaling en aanvraag vergunning

1Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid aanhef en onder a van de Omgevingswet een bouwwerk of onderdelen van een bouwwerk te slopen.

2De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.

3De artikelen 16 en 17 zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij in artikel 17, lid 1 onder het belang van de monumentenzorg specifiek het belang van het beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bedoeld.

4Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet.

Artikel 22. Voorschriften

Aan een omgevingsvergunning om te slopen als bedoeld in het voorgaande artikel kunnen voorschriften worden verbonden ter voorkoming of beperking van schade aan het stads- c.q. dorps- dan wel landschapsbeeld en ter bescherming van bouwwerken en terreinen, die van belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekening voor wetenschap of hun cultuurhistorische waarde. Daaronder worden mede begrepen voorschriften als bedoeld in artikel 15, lid 1,sub a.

Artikel 23. Strafbepaling

Degene die handelt in strijd met artikel 13 of met het bepaalde krachtens artikel 14 lid 1, van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.

Artikel 24. Toezichthouders

1Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

2Burgemeester en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Artikel 25. Intrekken oude verordening

[vervallen]

Artikel 26. Overgangsrecht

1Een krachtens de Erfgoedverordening Oss 2020 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

2Aanvragen om vergunningen die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening Oss 2020.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening kan worden aangehaald als: “Erfgoedverordening Oss 2020, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 23 mei 2024”.

2Zij treedt in werking op 1 juni 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.