Aanhef
De raad van de gemeente Opmeer;
gelet op artikel 223 van de Gemeentewet;
gezien het college voorstel van 4 november 2025;
gehoord de beraadslaging in de oordeelsvormende raadvergadering van 4 december 2025;
besluit vast te stellen de:
Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2026.
Artikel 1 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning:
een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet.
Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht
1Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden.
2Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld.
Artikel 3 Vrijstellingen
Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt, is vastgesteld.
2In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken
3Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde.
4De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede lid geschiedt in overeenstemming met de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet.
5De belasting bedraagt bij een waarde:
a.tot € 49.000,00: € 410
b.van € 49.000,00 tot € 145.000,00: € 643
c.van € 145.000,00 tot € 290.000,00: € 804
d.van meer dan € 290.000,00: € 1.148
Artikel 5 Belastingjaar Belastingtarief
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing
De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Artikel 7 Termijnen van betaling
1De aanslagen moeten worden betaald in 1 termijn. Deze termijn dient voldaan te zijn op de laatste dag van de maand, zijnde de tweede maand na de dagtekening die in het aanslagbiljet is vermeld.
2In afwijking van het eerste lid geldt, zo lang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in ten hoogste negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3Betaling door middel van automatische incasso is slechts mogelijk voor bedragen van € 10,00 of hoger.
Artikel 8 Overgangsrecht
De 'Verordening Forensenbelasting 2025 vastgesteld bij raadsbesluit van 12 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 9, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 9 Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 10 Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening forensenbelasting 2026'.
Artikel 11 Kwijtschelding
Van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.