Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf:
gelet op;
de artikelen 3.1. Wet open overheid, 42 Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2024 en hoofdstuk 6 Wmo 2015;
besluit;
vast te stellen de
‘Beleidsregel actieve openbaarmaking van rapporten van bevindingen kwaliteitstoezicht Wmo gemeente Ooststellingwerf’
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepaling
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a.Aanbieder: aanbieder in de zin van de Wmo 2015.
b.College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf.
c.Pgb: persoonsgebonden budget.
d.Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
e.Zorgaanbieder: een aanbieder in de zin van de Wmo 2015 (gecontracteerde aanbieder) en een aanbieder die door middel van een pgb is ingekocht (pgb-aanbieder).
f.Toezichthouder Kwaliteit Wmo: de toezichthouder die bevoegd is om namens het college onderzoek te doen naar de kwaliteit van de zorgaanbieder zoals bedoeld in de Wmo2015.
g.Toezichthouder Rechtmatigheid Wmo: de toezichthouder die bevoegd is om namens het college onderzoek te doen naar de rechtmatigheid van ondersteuning op grond van de Wmo 2015.
h.Openbaarmaking: actief publiceren van overheidsinformatie zoals bedoeld in de Woo (Wet open overheid.
Artikel 2 Reikwijdte
1Deze beleidsregel is van toepassing op rapporten die zijn opgesteld door de Wmo- toezichthouder kwaliteit in het kader van onderzoek naar overtreding van de voorschriften die zijn gesteld bij of krachtens de Wmo 2015.
2Deze beleidsregel is niet van toepassing op rapporten die zijn opgesteld door de Wmo-toezichthouder rechtmatigheid .
Hoofstuk 2 Toezicht op de naleving
Artikel 3 Toezicht
De toezichthouder kwaliteit voert zijn werkzaamheden uit op grond van:
a.reactief toezicht (incidenten, calamiteiten, risico-gestuurd toezicht) en
b.proactief toezicht (kwaliteitstoezicht ‘breed’ maar ook bijvoorbeeld thematisch toezicht).
Artikel 4 Prioriteitsbeleid
1Voor het risico-gestuurd toezicht worden de volgende prioriteitsklassen onderscheiden:
a.klasse I, hoge prioriteit;
b.klasse II, gemiddelde prioriteit;
c.klasse III, lage prioriteit.
2Het college kan nadere prioriteiten stellen bij toezicht.
Artikel 5 Inspectierapport
1De toezichthouder kwaliteit legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek vast in een inspectierapport.
2Een inspectierapport bevat:
a.de naam, het adres, de postcode van de zorgaanbieder en/of de plaats van de onderzochte vestiging en indien de houder juridisch op een ander adres dan deze vestiging gevestigd is ook de naam, het adres, de postcode en de plaats van die andere vestiging van de houder;
b.de soort voorziening die is onderzocht;
c.de vermelding dat namens het college toezicht is uitgeoefend;
d.de naam van de toezichthouder die het onderzoek heeft uitgevoerd;
e.de aanleiding voor het onderzoek;
f.de datum van het onderzoek;
g.de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd;
h.de resultaten van het onderzoek en
i.een advies aan het college.
3De toezichthouder kan besluiten overleg en overreding toe te passen bij de zorgaanbieder.
4De toezichthouder kan besluiten de zorgaanbieder een herstelaanbod te geven.
5Indien de toezichthouder tot het oordeel komt, dat de kwaliteitseisen zoals bepaald bij of krachtens de Wmo 2015 niet zijn of niet zullen worden nageleefd, geeft hij in het inspectierapport aan waarom hiervan sprake is.
6Alvorens het inspectierapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de zorgaanbieder in de gelegenheid om van het conceptrapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de instelling in een bijlage bij het rapport.
7De toezichthouder zendt het definitieve inspectierapport onverwijld aan de zorgaanbieder en het college.
Artikel 6 Weigeren van medewerkingsplicht
1Indien de zorgaanbieder weigert om medewerking te verlenen aan een onderzoek door een toezichthouder dan kan het college bepalen dat het pgb niet mag worden besteed bij deze zorgaanbieder.
2De opzettelijke weigering om medewerking te verlenen aan een vordering van de toezichthouder levert een strafbaar feit op, in de zin van artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.
3Indien de zorgaanbieder zijn verplichting op grond van artikel 5.2.2, aanhef en onder a, van de Wmo 2015 niet nakomt dan kan het college een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 7 Openbaarmaking inspectierapport
1Het definitieve inspectierapport en eventuele opgelegde maatregelen en/of sanctiebesluiten worden openbaar gemaakt.
2Het college informeert de zorgaanbieder over het voornemen om het inspectierapport en eventuele opgelegde maatregelen en/of sanctiebesluiten openbaar te maken. De zorgaanbieder wordt in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen.
3De feitelijke openbaarmaking vindt plaats drie weken na de bekendmaking het besluit over de openbaarmaking, tenzij in deze periode een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend. In dat geval wordt pas tot openbaarmaking overgegaan nadat op het verzoek om voorlopige voorziening is beslist.
Artikel 8 Reactie zorgaanbieder
1De zorgaanbieder kan tot uiterlijk zes weken nadat het besluit tot openbaarmaking aan hem bekend is gemaakt zijn reactie op de openbaar te maken informatie kenbaar maken. De reactie is schriftelijk en bevat ten hoogste 200 woorden.
2De reactie van de zorgaanbieder wordt zo spoedig mogelijk openbaar gemaakt, zo mogelijk in samenhang met de openbaar gemaakte informatie. De reactie blijft beschikbaar zolang de openbaar gemaakte informatie beschikbaar is.
3Onderdelen van de reactie die persoonsgegevens, bedrijfsnamen of bedrijfsgegevens van derden, reclame-uitingen, dan wel strafbare of aanstootgevende teksten bevatten, worden niet openbaar gemaakt.
Artikel 9 Duur openbaarmaking
1De openbaar gemaakte informatie blijft gedurende vijf jaar na het besluit tot openbaarmaking beschikbaar.
2Het college verwijdert de informatie als het besluit tot openbaarmaking wordt ingetrokken en deze intrekking onherroepelijk is geworden.
Artikel 10 Schakelbepaling
Het college kan besluiten tot het openbaar maken van een inspectierapport over calamiteiten. Hierop is het bepaalde in deze paragraaf van toepassing.
Artikel 11 Jaarlijkse rapportage
Het college ontvangt, via de monitor sociaal domein, jaarlijks een verslag van de werkzaamheden van de toezichthouder. In het verslag worden voorstellen en aanbevelingen gedaan ter verbetering van kwaliteit. Tevens wordt er voorstellen gedaan ten aanzien van het prioriteringsbeleid en/of thematische onderzoek.
Hoofdstuk 3 Samenloop
Artikel 12 Verhouding tot het Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd
1Indien het college een kwaliteitsmelding ontvangt over een gecertificeerde instelling in de zin van de Jeugdwet dan wel een jeugdhulpaanbieder dan treedt het college in overleg met het Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
2Indien naast gefinancierde jeugdhulp tevens hulp vanuit de Wmo wordt gefinancierd, wordt er samengewerkt tussen de toezichthouder en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
Artikel 13 Verhouding tot het strafrecht
1Geconstateerde overtredingen worden in beginsel bestuursrechtelijk afgedaan. Indien een gedraging tevens als strafbaar feit is aangemerkt beoordeelt het college of de geconstateerde overtreding aan het Openbaar Ministerie wordt voorgelegd.
2De gemeente Ooststellingwerf kan ook aangifte doen bij het Openbaar Ministerie als er sprake is van een vermoeden van een strafbaar feit.
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 14 Slotbepaling
1Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na die van bekendmaking.
2Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel actieve openbaarmaking van rapporten van bevindingen kwaliteitstoezicht Wmo gemeente Ooststellingwerf’.