Aanhef
De raad van de gemeente Oosterhout,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 augustus 2025
gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN PARKEERBELASTINGEN 2026
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;
b.houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
c.parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
d.parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
e.centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Oosterhout een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met het gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel.
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven:
a.Een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze;
b.Een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3. Belastingplicht
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
1Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen;
b.zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat:
1indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het vorige lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
Artikel 4. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak
De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende "Tarieven- en kostentabel".
Artikel 5. Wijze van heffing
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte.
3Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd of waarvoor de vergunning geldt op verzoek worden opgegeven.
Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
2De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
Artikel 7. Termijnen van betaling
1De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
2In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen 2 maanden na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
3De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
4Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Artikel 8. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen
De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
Artikel 9. Kosten
De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a van deze verordening zijn vermeld in de bij de verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 10. Kwijtschelding
Bij de invordering van de belasting bedoeld in deze verordening wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Dit zijn besluiten van het college van burgemeester en wethouders waarin deze verordening verder wordt uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, een restitutiebeleid.
Artikel 12. Overgangsrecht
1De "Verordening Parkeerbelastingen Oosterhout 2025", vastgesteld bij raadsbesluit van 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
2De intrekking van de verordening, bedoeld in lid 1, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die en van voorgaande verordeningen genomen andere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.
Artikel 13. Inwerkingtreding
1Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 14. Citeertitel
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2026".
Tarieven- en kostentabel behorende bij en deel uitmakende van de "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2026"
1Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening bedraagt:
Plaats:
Bij parkeren gedurende:
Bedrag per tijdseenheid:
Voor de parkeerapparatuur-plaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep A’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
De dagen en tijdstippen,
zoals deze door het college zijn vastgesteld
in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
€ 1,90 per uur
Voor de parkeerapparatuur-plaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep B’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
De dagen en tijdstippen,
zoals deze door het college zijn vastgesteld
in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
€ 1,90 per uur met een maximum van € 3,80 per dag.
Voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep C’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
De dagen en tijdstippen,
zoals deze door het college zijn vastgesteld
in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
€ 1,90 per uur met een maximum van € 9,50 per dag.
Voor de parkeerapparatuurplaatsen gelegen op de terreinen aangeduid als ‘tariefgroep D’ op de gewaarmerkte tekening behorende bij het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
De dagen en tijdstippen,
zoals deze door het college zijn vastgesteld
in artikel 2 van het Aanwijzingsbesluit betaald parkeren Oosterhout 2026.
€ 9,50 per dag of een gedeelte daarvan.
2Het tarief voor het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, op plaatsen waar door middel van een vergunning geparkeerd kan worden bedraagt:
Letter
Soort vergunning
Bedrag
Uur
Week
Maand
Jaar
A1
1eBewonersvergunning op één adres
n.v.t.
n.v.t.
€ 5,00
€ 60,00
A2
2eBewonersvergunning op één adres
n.v.t.
n.v.t.
€ 10,90
€ 130,80
B1
1eBedrijfsvergunning op één bedrijfsnaam
n.v.t.
n.v.t.
€ 29,10
€ 349,20
B2
2eBedrijfsvergunning op één bedrijfsnaam
n.v.t.
n.v.t.
€ 44,00
€ 528,00
C
Onderhoudsvergunning
n.v.t.
€ 20,15
€ 51,30
€ 615,60
D
Bezoekersvergunning
€ 0,50
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
E
Zorgvergunning
n.v.t.
n.v.t.
€ 10,90
€ 130,80
F
Parkeervergunning voor bezitters van een gehandicaptenparkeerkaart
n.v.t.
n.v.t.
€ 0,00
€ 0,00
3De kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 9 bedragen € 82,-.
De kosten voor het opleggen van een naheffingsaanslag worden voor 2026 als volgt begroot:
a)
Vaste informatieverwerkingskosten
€ 49.687
b)
Variabele informatieverwerkingskosten
€ 12.209
c)
Kosten van afschrijving
€ 17.000
d)
Kosten van interest
€ 1.122
e)
Personeelskosten
€ 48.750
f)
Overheadkosten
€ 24.375
Totaal
€ 153.143
Berekening kosten per naheffingsaanslag:
Aantal naheffingsaanslagen
Kosten € 153.143 / 1.500 = € 102 per naheffingsaanslag (afgerond)
Van overheidswege is het maximumtarief voor 2026 voor naheffingsaanslagen vastgesteld op € 82,-.
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Oosterhout van tot vaststelling van de "Verordening parkeerbelastingen Oosterhout 2026".
, voorzitter
, griffier