Aanhef
Het college van B&W van de gemeente Ommen,
Gelet op de dienstverleningsovereenkomst met GBLT van 9 november 2021, artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht, 230, 231, 233, 237 Gemeentewet, artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikelen 29 en 31 Invorderingswet 1990;
Besluit vast te stellen:
Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
1het college: het college van B&W van de gemeente Ommen;
2de ambtenaar belast met de heffing: de door het college aangewezen ambtenaar, als bedoeld in artikel 231, lid 2 onder b van de Gemeentewet;
3de ambtenaar belast met de invordering: de door het college aangewezen ambtenaar, als bedoeld in artikel 231, lid 2, onder c, van de Gemeentewet;
4gemeentelijke heffing: de heffing als bedoeld in de belastingverordeningen van de gemeente, voor zover dit valt binnen de reikwijdte van artikelen 5 en 6.
Hoofdstuk 2 Verzoek om uitnodiging tot het doen van aangifte
Artikel 2
De belastingplichtige aan wie niet binnen 26 weken na afloop van het belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen 2 weken na het verstrijken van die 26 weken bij de ambtenaar belast met de heffing een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet voor zover dit betrekking heeft op heffingen of belastingen op grond van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 3 Voorlopige aanslagen
Artikel 3
Na de aanvang van het belastingjaar kunnen een of meer voorlopige aanslagen worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de aanslag over dat belastingjaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.
Hoofdstuk 4 Invorderingsrente belastingaanslagen van GBLT
Artikel 4
Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vinden de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 29 Invorderingswet 1990 en de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing.
Artikel 5 Reikwijdte
Dit besluit is van toepassing op belastingaanslagen betreffende belastingjaar 2022 en daarop volgende belastingjaren en ziet uitsluitend de volgende heffingen en belastingen:
1Afvalstoffenheffing, alleen hoofdstuk 1 en 2 van de bij verordening behorende tarieventabel;
2Rioolheffing;
3Onroerende zaakbelastingen;
4Toeristenbelasting;
5Forensenbelasting;
6Reclamebelasting;
7Precariobelasting;
8Marktgelden, alleen het jaarabonnement;
9Begraafplaatsrechten, alleen de onderhoudsrechten die per kalenderjaar worden geheven.
Hoofdstuk 5 Inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 6
1Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking.
2Dit besluit is van toepassing op belastingaanslagen voor tijdvakken die aanvangen op of na 1 januari 2022.
3Eerdere besluiten van gelijke strekking worden ingetrokken, met dien verstande dat deze wel van kracht blijven voor belastingaanslagen die zijn vastgesteld, of nog worden vastgesteld, voor tijdvakken die zijn aangevangen voor 1 januari 2022 en belastingaanslagen die niet onder de reikwijdte van artikel 5 vallen.
4Dit besluit wordt aangehaald als ‘Besluit nadere regels 2022’.