Aanhef
He college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Oldambt;
gelet op de bepalingen van afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht, de bepalingen uit de Gemeentewet en titel 3 van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
besluiten vast te stellen:
Mandaatbesluit Omgevingsdienst Groningen 2024
Artikel 1 Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.mandaat: de bevoegdheid om namens het college van gedeputeerde staten, de commissaris van de Koning, de colleges van burgemeesters en wethouders of de burgemeesters van de gemeenten besluiten te nemen als bedoeld in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht;
b.ondermandaat: de opdracht om de in mandaat verleende bevoegdheden uit te oefenen, als bedoeld in artikel 10:9 van de Algemene wet bestuursrecht;
c.volmacht: bevoegdheid om namens gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning, burgemeester en wethouders of de burgemeesters van de gemeenten privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d.machtiging: bevoegdheid om namens gedeputeerde staten of de commissaris van de Koning, burgemeester en wethouders of de burgemeesters van de gemeenten feitelijke handelingen te verrichten;
e.de regeling: de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen
f.directeur: de directeur van de Omgevingsdienst Groningen, als bedoeld in artikel 26 van de regeling;
g.mandaatgever: degene die een bevoegdheid heeft gemandateerd, of volmacht of machtiging heeft gegeven
Artikel 2 Bevoegdheden
1Aan de directeur wordt mandaat verleend als bedoeld in afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht voor de uitoefening van de bevoegdheden, behorende tot het aan de Omgevingsdienst Groningen opgedragen takenpakket als bedoeld in de dienstverleningsovereenkomst.
2Aan de directeur wordt mandaat verleend tot aanwijzing van medewerkers of van categorieën medewerkers, als bedoeld in artikel 18.6 lid 1 van de Omgevingswet.
3Bij afwezigheid van de directeur van de Omgevingsdienst Groningen wordt het mandaat als bedoeld in het eerste lid verleend aan de plaatsvervangend directeur.
Artikel 3 Ondermandaat
1De directeur is bevoegd aan de binnen de Omgevingsdienst Groningen werkzame medewerkers ondermandaat te verlenen, als bedoeld in artikel 10.9 van de Algemene wet bestuursrecht.
2Alleen indien de mandaatgever daarmee expliciet heeft ingestemd, is het de directeur toegestaan de bevoegdheden door te mandateren aan niet-ondergeschikten.
3Het ondermandaatbesluit wordt schriftelijk genomen en openbaar bekendgemaakt.
4Op het ondermandaat zijn de bepalingen ten aanzien van het verleende mandaat onverkort van toepassing. FORMTEXT FORMTEXT
Artikel 4 Voorschriften
1Bij de uitoefening van het verleende mandaat worden de toepasselijke wettelijke regelingen van rijk, provincie en de betreffende gemeenten, en de besluiten, verordeningen, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen of beleidsregels van de mandaatgever in acht genomen.
2Het mandaat omvat niet alleen de bevoegdheid om te besluiten, maar tevens:
a.het voeren van correspondentie in het kader van de voorbereiding van krachtens mandaat te nemen besluiten;
b.de correspondentie over de krachtens mandaat genomen besluiten;
c.besluiten betreffende de toepassing van een openbare voorbereidingsprocedure op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 5 Algemene uitzondering
1Aan de mandaatgever blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen gericht tot:
a.provinciale staten /de gemeenteraad;
b.de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;
c.de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;
d.de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit de Kamer gevormde commissie;
e.de vicepresident van de Raad van State;
f.de president van de Algemene Rekenkamer;
g.de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft ter zake van formele klachten;
h.enig bestuursorgaan van een gemeente of provincie;
i.enig bestuursorgaan van een waterschap of een hoogheemraadschap.
2Voorts blijft aan de mandaatgever voorbehouden de uitoefening van bevoegdheden genoemd in de bij dit besluit behorende bijlage.
Artikel 7 Verplichting tot vooroverleg
1Indien een krachtens mandaat te nemen besluit voorzienbaar belangrijke politieke, beleidsmatige of financiële gevolgen heeft of zou kunnen hebben, wordt de onderhavige zaak eerst voorgelegd aan het ter zake verantwoordelijk lid van de mandaatgever en kan pas na overleg met en goedkeuring van dit lid gebruik worden gemaakt van het mandaat of de machtiging. Van een bestuurlijk gevoelige zaak is sprake als:
a.in de fase voorafgaand aan de besluitvorming sprake was van een maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;
b.in de fase na de besluitvorming aanzienlijke kans bestaat op maatschappelijke bezorgdheid of onrust over de kwestie;
c.de kwestie extra communicatieve inspanningen vergt van de ambtelijke organisatie van de mandaatgever naar de samenleving;
d.de besluitvorming over de kwestie ingaat tegen politieke wensen met meningsverschillen als gevolg;
e.sprake is van een besluit in het kader waarvan al een gerechtelijke procedure loopt en tegen het besluit naar redelijke verwachting opnieuw een rechtsmiddel zal worden ingesteld.
2Een krachtens mandaat te nemen besluit wordt in ieder geval aan de mandaatgever voorgelegd, indien:
a.het betreffende besluit afwijkt van, strijdt met, dan wel een aanvulling vormt op een wettelijk voorschrift of besluiten, verordeningen, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen of beleidsregels van de mandaatgever;
b.andere dan standaardvoorwaarden worden gesteld;
c.het betreffende besluit afwijkt van een ingewonnen advies van een wettelijke adviseur.
3Indien sprake is van het bepaalde in het eerste en tweede lid, informeert de directeur daarover de mandaatgever, voorafgaand aan het te nemen besluit. Indien de mandaatgever dat nodig oordeelt, wordt het te nemen besluit genomen door de mandaatgever zelf.
Artikel 7 Verslaglegging
De directeur draagt zorg voor een periodieke verslaglegging van de krachtens (onder)mandaat genomen besluiten via de reguliere planning- en controlcyclus, een en ander na en in overleg met de mandaatgevers, welke verslaglegging ter kennisneming aan het ter zake bevoegd bestuursorgaan wordt gebracht.
Artikel 8 Volmacht en machtiging
Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijk gesteld de verlening van volmacht en machtiging als bedoeld in artikel 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 9 Ondertekening
1De bevoegdheid om in (onder)mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens de mandaatgever van besluiten als bedoeld in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht.
2De directeur ondertekent als volgt:
Burgemeester en wethouders gemeente Oldambt
Namens dezen,
<naam>
Directeur Omgevingsdienst Groningen
De burgemeester van gemeente Oldambt,
Namens deze,
<naam>
Directeur van de Omgevingsdienst Groningen
3Ingeval van uitoefening van ondermandaat worden besluiten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel ondertekend, met dien verstande dat na “Namens deze,” de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de ondergemandateerde wordt geplaatst, met vermelding dat dit plaatsvindt namens de directeur.
Artikel 10 Bekendmaking en inwerkingtreding
1Dit besluit wordt algemeen bekendgemaakt en treedt in werking met ingang van 1 januari 2024.
2De oude versie van het mandaatbesluit wordt ingetrokken.
Artikel 11 Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als: 'Mandaatbesluit Omgevingsdienst Groningen 2024’.
Aldus vastgesteld in de vergadering van college van burgemeester en wethouders van 16 januari 2024