Aanhef
de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot;
gelet op alle wet- en regelgeving waarin zaken omtrent horeca worden geregeld;
besluiten:
het ‘Uitvoeringsbeleid horeca Oirschot 2024’ vast te stellen.
Hoofdstuk 2 Wet en regelgeving
2.3 Overige wet- en regelgeving
2.3.1 Landelijke wet- en regelgeving
Op horecabedrijven kan meerdere landelijke wet- en regelgeving van toepassing zijn. Zo kan onder andere de volgende wet- en regelgeving van toepassing zijn:
•Omgevingswet, inclusief bijbehorende AMVB’s en Ministeriele regelingen
•Alcoholwet, inclusief bijbehorend Alcoholbesluit en Alcoholregeling
•Zondagswet
•Wet op de kansspelen
•Gemeentewet
Bovenstaande lijst is niet uitputtend bedoeld. Op grond van de wet- en regelgeving kan het zijn dat er meerdere meldingen/vergunningen/toestemmingen ingediend of aangevraagd moeten worden.
2.3.2 Provinciale en regionale wet- en regelgeving
Omgevingsverordening Noord-Brabant
Bij het opstellen van ruimtelijke ontwikkelingen met horeca-activiteiten moet rekening worden gehouden met de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Integraal Veiligheidsplan De Kempen
Het Integraal Veiligheidsplan beschrijft de rol van de gemeente in het veiligheidsbeleid. Zo worden onder andere de doelstelling, uitgangspunten en de bestuurlijke rollen op het gebied van integrale veiligheid beschreven. Er zijn 7 onderwerpen die prioriteit hebben. Horeca gerelateerde zaken kunnen in meerdere van die prioriteiten ondergebracht worden. Het Integraal Veiligheidsplan van de Kempen sluit aan op het Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant.
2.3.3 Gemeentelijke wet- en regelgeving
Toekomstvisie 2030
Monument in het groen, kwalitatief leven
Oirschot moet een blijvend recreatief karakter houden. Toerisme en recreatie is 1 van de 3 belangrijkste economische pijlers voor Oirschot. Bij iedere vorm van economische ontwikkeling staan kwaliteit en professionaliteit voorop met een goede inpassing of versterking van het groene en cultuurhistorische karakter van Oirschot. Kwaliteit moet invulling krijgen door in alle aspecten van wonen, leven en bedrijvigheid te streven naar het ‘topsegment’. De kwalificatie ‘topsegment’ laat zich het best duiden door een voorbeeld. Oirschot streeft, waar het de ontwikkeling van toerisme en recreatie betreft, niet naar ‘massatoerisme’ als een Zandvoort of grote vakantieparken als Centerparcs.
Preventie- en handhavingsplan alcohol
In het Preventie- en handhavingsplan alcohol is opgenomen hoe de gemeente omgaat met de 2 algemene hoofddoelstellingen daarvan en welke resultaten behaald moeten worden. De hoofddoelstellingen zijn:
•Afname (overmatig) alcoholgebruik en de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik bij jongeren onder de 18 jaar.
•Afname dronkenschap (met name tijdens uitgaansavonden in het publieke domein).
In het Preventie- en handhavingsplan alcohol is het horecasanctiebeleid opgenomen.
Uitvoeringsbeleid Kwaliteit VTH
Het Uitvoeringsbeleid kwaliteit vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht is van toepassing op horecabedrijven en -activiteiten. In dit beleid zijn de uitgangspunten opgenomen:
1De primaire verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de leefomgeving, bouwen, gebruiken en slopen ligt bij de burgers, bedrijven en instanties dan wel de partijen die namens hen optreden.
2De gemeente ziet toe of de verantwoordelijkheid voldoende wordt genomen en onderneemt acties op basis van geschat risico, wettelijke voorschriften en bestuurlijke prioriteit. De bemoeienis van de gemeente beperkt zich tot een minimum afgesproken niveau.
3Altijd moet voldoende aannemelijk zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan.
4De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis en een professionele organisatie op de diverse disciplines bezit, zodat de gemeente zich er altijd van vergewissen of derden voldoen aan de regelgeving. Dit vergt een basis kennisniveau.
5De gemeente heeft een vangnetfunctie voor de naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke omgeving.
Convenant
Tussen de bij de afdeling Oirschot van Koninklijke Horeca Nederland aangesloten horecabedrijven, de politie en de gemeente is een horecaconvenant gesloten. Het hoofddoel van het horecaconvenant is een integrale aanpak te realiseren om verstoring van openbare orde in en rond de horecabedrijven en verschillende vormen van overlast voor de omgeving te voorkomen. Daarvoor leveren alle partijen een maximale inspanning. De inspanningen die de partners uit het horecaconvenant moeten verrichten en de maatregelen die moeten worden genomen zijn opgenomen in het horecaconvenant. Deze inspanningen en maatregelen komen ook terug in dit Uitvoeringsbeleid horeca. Hierdoor moeten ook niet bij Koninklijke Horeca Nederland aangesloten horecabedrijven voldoen aan die inspanningen en de maatregelen uitvoeren.
Hoofdstuk 3 Horeca in de gemeente
3.1 Horecavormen
3.1.1 Ruimtelijk
Het omgevingsplan is een belangrijk instrument om gewenste ontwikkelingen te stimuleren en ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan. Bij een toets of horeca op een bepaalde locatie mogelijk is, is de omgevingsplanregeling bepalend. Het omgevingsplan is het primaire kader om horeca-activiteiten te kanaliseren. Toetsing aan het omgevingsplan kent zijn beperkingen. Het omgevingsplan is niet bedoeld als instrument ter handhaving van het horecabeleid. Het fungeert als regulerend instrument voor nieuwe horeca of uitbreidingen.
De reguliere horecabedrijven zijn te groeperen naar verschillende categorieën van horeca. Waar in de gemeente welke (maximale) categorie horeca gevestigd mag worden is afhankelijk van het omgevingsplan. De volgende categorisering wordt zowel voor horecabedrijven binnen de bebouwde kom als daarbuiten aangehouden: het omgevingsplan kent een onderverdeling in de vorm van welke horeca is toegestaan, de categorieën A tot en met E of 1 tot en met 5:
A. horecabedrijf categorie A of 1
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension;
B. horecabedrijf categorie B of 2
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant;
C. horecabedrijf categorie C of 3
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak;
D. horecabedrijf categorie D of 4
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, als dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal;
E. horecabedrijf categorie E of 5
een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek.
Voor horecalocaties waar dit onderscheid nog niet in zit wordt dat bij een herziening alsnog gedaan.
Deze categorisering is alleen van toepassing op reguliere horecabedrijven. Wanneer sprake is van een paracommerciële inrichting of wanneer de horeca-activiteiten ondersteunend of ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming mag geen regulier horecabedrijf worden uitgeoefend. Er moet dan een bij de hoofdbestemming passende bestemming worden opgenomen, al dan niet met de vermelding van ondersteunende horeca.
Terrassen op gemeentegrond zijn niet (altijd) opgenomen in het omgevingsplan. De algemene bestemmingen, zoals verkeer of groen, moeten de vestiging van een terras dan mogelijk maken (al dan niet met afwijken omgevingsplan).
3.1.2 Regulier, paracommercieel, ondersteunend of ondergeschikte
Op een locatie met de hoofdbestemming horeca mag een regulier (commercieel) horecabedrijf worden uitgeoefend, een horecabedrijf wat als hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Een regulier horecabedrijf is gericht op het aantrekken van bezoekers van buiten en dus extern gericht. Op locaties zonder een hoofdbestemming horeca kan dit anders liggen. Daarbij kan ook sprake zijn van commerciële horeca-activiteiten, maar dan ondersteunend aan of als nevenactiviteit bij een andere hoofdbestemming. Daarnaast kan er sprake zijn van een paracommerciële inrichting.
Ondersteunend
Op een locatie met een andere hoofdbestemming dan horeca, waar (commerciële) activiteiten worden verricht en waarvoor aan de deelnemers aan de betreffende (commerciële) activiteiten tegen betaling (kleine) eetwaren/maaltijden en/of dranken worden verstrekt voor consumptie ter plaatse is sprake van ondersteunende horeca. De horeca-activiteiten moeten zowel functioneel als ruimtelijk ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag maximaal 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlak van de hoofdactiviteit beslaan, waarbij ondersteunende ruimten zoals het sanitair, de keuken en het terras tot de horecafunctie worden gerekend. Er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De horeca-activiteiten mogen uitsluitend gericht op de hoofdactiviteit plaatsvinden.
Nevenactiviteit (nevengeschikt)
Bij horeca-activiteiten als nevenactiviteit is net als bij ondersteunende horeca-activiteiten sprake van een andere hoofdbestemming dan horeca. Er worden ook commerciële activiteiten verricht en er worden ook tegen betaling (kleine) eetwaren en/of dranken verstrekt voor consumptie ter plaatse. Er bestaat echter een verschil tussen ondersteunende horeca en horeca als nevenactiviteit. De horeca-activiteit als nevenactiviteit mag los van overige (commerciële) (hoofd)activiteiten plaatsvinden. De horeca-activiteiten hoeven dan ook niet gericht te zijn op de hoofdactiviteit. Er kan daardoor sprake zijn van zowel een interne als een externe doelgroep van bezoekers.
Paracommercieel
Bij een paracommercieel horecabedrijf moeten de horeca-activiteiten ten diensten staan van activiteiten op recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. De horeca-activiteiten mogen alleen samen met deze activiteiten worden uitgevoerd. De horeca-activiteiten mogen daarom uitsluitend gericht op deze activiteiten plaatsvinden en hebben dus een interne doelgroep.
3.1.3 Droge en natte horeca
Onderscheid wordt gemaakt tussen droge en natte horeca. Met droge horeca wordt bedoeld: horecabedrijven waar geen alcoholhoudende drank wordt geschonken voor consumptie ter plaatse. Het betreft onder andere cafetaria’s en gelegenheden waar eetwaren of uitsluitend alcoholvrije dranken worden verstrekt voor gebruik ter plaatse en waar alcoholhoudende drank wordt verkocht voor consumptie elders dan ter plaatse (meegeven). Bij natte horeca wordt alcoholhoudende drank verstrekt voor consumptie ter plaatse.
Om een horecabedrijf te kunnen vestigen en te mogen (blijven) exploiteren zijn diverse vergunningen vereist.
Hoofdstuk 4 Exploiteren horecabedrijf
4.1 Alcoholwet
4.1.1 Alcoholvergunning
Op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is het voor een (paracommercieel) horecabedrijf verboden het horecabedrijf uit te oefenen zonder een vergunning van de burgemeester. Een (nieuwe) alcoholvergunning moet worden aangevraagd als:
•er sprake is van nieuwvestiging of overname van een horecabedrijf;
•de ondernemingsvorm verandert;
•een bestaand bedrijf dat al een vergunning heeft een dusdanige verbouwing ondergaat dat de inrichting verandert (niet zijnde wijziging inrichting).
Een alcoholvergunning kan alleen worden verleend voor de uitoefening van een horecabedrijf in een inrichting, eventueel met een onmiddellijk aansluitend terras. In de Alcoholwet zijn de bepalingen opgenomen waaraan voldaan moet worden om een alcoholvergunning te kunnen krijgen. Wanneer daar niet aan voldaan wordt moet de burgemeester de alcoholvergunning weigeren (artikel 27 Alcoholwet). Voor paracommerciële horecabedrijven is aanvullend hierop nog bepaald dat het bestuur een reglement moet vaststellen dat waarborgt dat de verstrekking van alcohol in de inrichting vanuit het oogpunt van sociale hygiëne op verantwoorde wijze gebeurd (artikel 9 Alcoholwet).
Het wel of niet voldoen aan het omgevingsplan is niet relevant voor de beoordeling van de aanvraag om een alcoholvergunning. Het kan dus voorkomen dat de alcoholvergunning verleend moet worden, maar dat deze niet gebruikt kan worden omdat horeca niet past binnen het omgevingsplan.
Schorsen en intrekken vergunning
Een alcoholvergunning kan worden geschorst (artikel 32 Alcoholwet) en worden ingetrokken (artikel 31 Alcoholwet).
Vervallen vergunning
Een alcoholvergunning kan van rechtswege vervallen (artikel 33 Alcoholwet). Dit betekent dat de vergunning automatisch vervalt als een genoemde reden in artikel 33 Alcoholwet van toepassing is.
4.1.2 Melding wijzigen inrichting
Als een horecabedrijf een zodanige verandering ondergaat, waardoor het niet langer in overeenstemming is met de in de alcoholvergunning gegeven omschrijving, moet de vergunninghouder dat binnen 1 maand na de wijziging melden aan de burgemeester (artikel 30 Alcoholwet). Het gaat hierbij om wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras. Als door de wijziging nog steeds wordt voldaan aan alle eisen waar een inrichting aan moet voldoen, stuurt de burgemeester een aan de nieuwe situatie aangepaste vergunning aan vergunninghouder. De aangepaste vergunning is geen nieuw besluit. Voldoet de inrichting niet meer aan de eisen dan wordt de vergunning ingetrokken.
4.1.3 Melding wijziging leidinggevende
Leidinggevenden van een horecabedrijf worden in de alcoholvergunning vermeld op een apart aanhangsel. Bij wijzigen van de leidinggevende(n), niet zijnde de ondernemer, is geen nieuwe alcoholvergunning nodig, maar kan de wens aan de burgemeester worden gemeld een leidinggevende bij te laten schrijven of een leidinggevende door te laten halen (artikel 30a en 30b Alcoholwet). De melding moet minimaal 8 weken voordat de leidinggevende aan de slag moet gaan of gaat stoppen worden ingediend. De melding moet gezien worden als een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel. Bij de melding moet worden aangegeven welke persoon (of personen) als leidinggevende bijgeschreven moet worden of welke persoon (of personen) van het aanhangsel afgehaald moet worden.
De burgemeester stuurt onverwijld een ontvangstbevestiging. Vanaf ontvangst van de ontvangstbevestiging mag de leidinggevende zijn werkzaamheden uitvoeren. De wijziging van het aanhangsel is een besluit. Als in het besluit de leidinggevende niet bijgeschreven wordt, moet deze onmiddellijk zijn werkzaamheden als leidinggevende staken.
4.2 APV
4.2.1 Exploitatievergunning
Voor het exploiteren van een openbare inrichting (met eventueel bijbehorend terras), wat een horecabedrijf is, is op grond van de APV een vergunning van de burgemeester vereist (artikel 2:28 APV). Dit is de exploitatievergunning. Een exploitatievergunning maakt het mogelijk preventief te toetsen of de exploitatie van een horecabedrijf zich verdraagt met de woon- en leefsituatie in de omgeving en of de openbare orde niet nadelig wordt beïnvloed. Als de woon- en leefsituatie of de openbare orde nadelig worden beïnvloed weigert de burgemeester de exploitatievergunning. De burgemeester weigert de exploitatievergunning ook als er strijd is met het omgevingsplan. Een exploitatievergunning is in principe voor onbepaalde tijd, maar de burgemeester kan in de vergunning bepalen dat de vergunning voor een bepaalde termijn geldt. Aan de vergunning kan de burgemeester voorschriften verbinden. Een vergunning is pand- en ondernemers gebonden en niet overdraagbaar. Voorschriften worden verbonden om te zorgen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting niet nadelig wordt beïnvloed en de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.
Vrijstelling exploitatievergunning
De APV schrijft een exploitatievergunning voor alle openbare inrichtingen voor. In de APV worden een paar uitzonderingen genoemd wanneer geen exploitatievergunning vereist is (winkel, zorginstelling, museum en/of bedrijfskantine- of restaurant). De burgemeester kan extra categorieën van openbare inrichtingen ambtshalve vrijstelling verlenen van de vereiste van een exploitatievergunning. De volgende categorieën van openbare inrichtingen worden door de burgemeester vrijgesteld:
•Bed & Breakfast accommodaties, met maximaal 2 slaapkamers;
•IJssalons, waarbij geen terras aanwezig is;
•Steunpunten/ontmoetingsplaatsen voor specifieke doelgroepen welke gezien moeten worden als het verlengde van de woon- en leefomgeving van woningen van die doelgroepen. Het gaat hierbij om ruimtes die deze doelgroepen niet zelf hebben;
•Inrichtingen waarbij uitsluitend sprake is van kleinschalige automatiek.
Voor deze categorieën van openbare inrichtingen is dus geen exploitatievergunning vereist.
Voorschriften
Reguliere horeca
In een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waarbij horeca-activiteiten het hoofddoel van de inrichting zijn, verbindt de burgemeester voorschriften aan de exploitatievergunning. In ieder geval de volgende voorschriften worden aan de vergunning verbonden:
1De vergunninghouder of (dag)leidinggevende moet de orde in het horecabedrijf en in de directe omgeving daarvan handhaven en hinder voorkomen of zoveel als mogelijk beperken.
2Het horecabedrijf is uitsluitend geopend binnen de in de in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijden.
3De exploitatievergunning, of een kopie daarvan, moet in het horecabedrijf aanwezig zijn en op het eerste verzoek van een ambtenaar van politie of daartoe aangewezen toezichthouder beschikbaar worden gesteld.
4Er worden geen happy hours of andere aanbiedingen met betrekking tot het schenken van alcoholhoudende drank georganiseerd waarbij de prijs voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
5Het is verboden in het horecabedrijf drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen.
6Het is verboden in het horecabedrijf personen toe te laten die in het bezit zijn van wapens, zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie.
7In de directe omgeving van het horecabedrijf moet afval worden verwijderd waarvan aannemelijk is dat het is achtergelaten door bezoekers van het horecabedrijf.
8Aanwijzingen die de politie, brandweer of toezichthoudende ambtenaren geven moeten direct opgevolgd worden.
Aanvullend hierop kunnen voorschriften worden opgelegd die betrekking hebben op specifieke vormen van reguliere horeca of specifieke onderdelen van de inrichting. Voor droge horeca worden in ieder geval de volgende voorschriften opgenomen:
1Gedurende de openingstijd van het horecabedrijf is daar altijd een (dag)leidinggevende aanwezig.
2De (dag)leidinggevende is minimaal 21 jaar en een algemeen leidinggevende is niet van slecht levensgedrag
3Er worden uitsluitend alcoholhoudende dranken verstrekt voor gebruik elders dan ter plaatse.
Paracommerciële, ondersteunende en nevengeschikte horeca
In een exploitatievergunning voor een openbare inrichting waar de horeca-activiteit ondersteunend of nevengeschikte is aan de hoofdactiviteit of waarbij sprake is van een paracommerciële horeca-activiteit, verbindt de burgemeester voorwaarden aan de exploitatievergunning om daarmee te zorgen dat de horeca-activiteit ondersteunend dan wel nevengeschikt blijft aan de hoofdactiviteit of om te zorgen dat de horeca-activiteit paracommercieel blijft. De bestemmingen (of soortgelijke bestemmingen) waarbij sprake kan zijn van een ondersteunende, nevengeschikte of paracommerciële horeca-activiteit zijn de volgende:
•dagrecreatieve bestemmingen;
•verblijfsrecreatieve bestemmingen;
•sportbestemmingen;
•maatschappelijke, culturele en/of educatieve bestemmingen;
•agrarische bestemmingen.
Omdat er een grote verscheidenheid aan openbare inrichtingen is worden de voorschriften (deels) afhankelijk gemaakt van de soort openbare inrichting waarvoor de exploitatievergunning vereist is. Aan wordt gesloten bij het verschil tussen ondersteunende, nevengeschikte en paracommerciële horecabedrijven. De voorschriften zijn ook afhankelijk van of de inrichting ook over een alcoholvergunning beschikt.
Algemeen
De volgende algemene voorschriften gelden voor alle ondersteunende, nevengeschikte en paracommerciële openbare inrichtingen:
1De vergunninghouder, (dag)leidinggevende of anderszins verantwoordelijke moet de orde in de openbare inrichting en in de directe omgeving daarvan handhaven en hinder voorkomen of zoveel als mogelijk beperken.
2De openbare inrichting is uitsluitend geopend binnen de in de in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijden.
3De exploitatievergunning, of een kopie daarvan, moet in de openbare inrichting aanwezig zijn en op het eerste verzoek van een ambtenaar van politie of daartoe aangewezen toezichthouder beschikbaar worden gesteld.
4Het is verboden in de openbare inrichting drugs aanwezig te hebben, te gebruiken of te verkopen.
5Het is verboden in de openbare inrichting personen toe te laten die in het bezit zijn van wapens, zoals bedoeld in de Wet wapens en munitie.
6In de directe omgeving van de openbare inrichting moet afval worden verwijderd waarvan aannemelijk is dat het is achtergelaten door bezoekers van het horecabedrijf.
7Aanwijzingen die de politie, brandweer of toezichthoudende ambtenaren geven moeten direct opgevolgd worden.
8Er wordt geen afzonderlijke reclame gemaakt voor horeca-activiteiten.
9Ruimtes die ten behoeve van de horeca-activiteit worden gebruikt worden niet ter beschikking gesteld aan derden of ter beschikking gesteld voor bijeenkomsten van persoonlijke aard, zowel tijdens als buiten de openingstijden.
Geen alcoholvergunning
De algemene voorschriften worden aangevuld met de volgende voorschriften wanneer de openbare inrichting niet beschikt over een alcoholvergunning:
1Gedurende de openingstijden van de openbare inrichting is daar altijd een (dag)leidinggevende of een anderszins verantwoordelijke aanwezig, die minimaal 21 jaar oud is.
2Er wordt geen alcoholhoudende drank geschonken voor gebruik ter plaatse of anderszins.
Alcoholvergunning
De algemene voorschriften worden aangevuld met de volgende voorschriften wanneer de openbare inrichting beschikt over een alcoholvergunning:
1Er wordt uitsluitend alcoholhoudende drank verstrekt voor gebruik ter plaatse.
2Er worden geen happy hours of andere aanbiedingen met betrekking tot het schenken van alcoholhoudende drank georganiseerd waarbij de prijs voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die daar gewoonlijk wordt gevraagd.
Dag- en/of verblijfsrecreatieve en agrarische bestemmingen
Voor ondersteunende of nevengeschikte horeca-activiteiten met een dag- en/of verblijfsrecreatieve bestemming of een agrarische bestemming worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften:
1Bij dagrecreatieve of agrarische bestemmingen is een eventueel terras niet groter dan wat opgenomen is in omgevingsplan of bij het ontbreken van een oppervlakte maximaal 50 m².
2Bij verblijfsrecreatieve bestemmingen is een eventueel terras niet groter dan wat opgenomen is in het omgevingsplan of bij het ontbreken van een oppervlakte maximaal 15 m², vermeerderd met 2,5 m² per verblijfplaats.
Ondersteunende horeca
Voor ondersteunende horeca-activiteiten, ongeacht welke bestemming het perceel heeft, worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften:
1De horeca-activiteit moet ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag hierdoor geen zelfstandige functie hebben of krijgen. De horeca-activiteit moet zowel functioneel als ruimtelijk ten dienste staan van en in overeenstemming zijn met de statutaire doelstellingen van de hoofdactiviteit.
2De horeca-activiteit is niet openbaar toegankelijk en er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit. Er is dus geen aparte openbaar toegankelijke ingang.
3De horeca-activiteit bedraagt maximaal 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlak van de hoofdactiviteit, waarbij ondersteunende ruimten zoals het sanitair, de keuken en het terras tot de horecafunctie worden gerekend.
Paracommerciële horeca
Voor paracommerciële horeca-activiteiten (sport, maatschappelijke, culturele en educatieve bestemmingen) worden de algemene voorschriften aangevuld met de volgende voorschriften:
1Een eventueel terras is niet groter dan wat opgenomen is in het omgevingsplan of bij het ontbreken van een oppervlakte maximaal 50 m².
2Er worden geen warme maaltijden (het geheel van warme gerechten tenminste bestaande uit de volgende 3, niet met elkaar gemengde bestanddelen van vlees, via gevogelte of wild, een groente en aardappelen, rijst of meelspijzen, geserveerd.
3Er mag uitsluitend alcoholhoudende drank worden geschonken vanaf het in artikel 2:34b van de Algemene Plaatselijke Verordening genoemde tijdstip, tot sluitingstijd.
4Er worden geen gebruiksmogelijkheden aangeboden voor bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken. Bij gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties kan hierop een uitzondering worden gemaakt, mits het met instemming van de plaatselijke horeca geschiedt en/of als er via de plaatselijke horeca geen passend alternatief onderkomen voorhanden is.
5Om oneerlijke (gesubsidieerde) concurrentie met de plaatselijke horeca te voorkomen worden door gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties, bij het organiseren van bijeenkomsten van persoonlijke of commerciële aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de paracommerciële rechtspersoon zijn betrokken, consumptieprijzen gehanteerd die gelijk zijn aan het niveau van de plaatselijke horeca.
6Voor gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties is het verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, internet of via social media kenbaar te maken.
7De paracommerciële rechtspersoon houdt een registratie bij van barvrijwilligers die de voorlichtingsinstructie hebben gekregen. Deze registratie of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.
8Het bestuursreglement of een afschrift daarvan is in de inrichting aanwezig.
9De horeca-activiteit moet ondersteunend zijn aan de hoofdactiviteit. De horeca-activiteit mag hierdoor geen zelfstandige functie hebben of krijgen. De horeca-activiteit moet zowel functioneel als ruimtelijk ten dienste staan van en in overeenstemming zijn met de statutaire doelstellingen van de hoofdactiviteit.
10De horeca-activiteit is niet openbaar toegankelijk en er is sprake een interne doelgroep van bezoekers. De toegang tot de horeca-activiteit is uitsluitend via het erf of de toegang van de hoofdactiviteit. Er is dus geen aparte openbaar toegankelijke ingang.
In de exploitatievergunning voor een sportbestemming kan het maximaal toegestane aantal verenigingsgerelateerde feesten vastgelegd, als dat nog niet is vastgelegd in eventuele huur- of andere overeenkomsten. Het aantal kan afhankelijk zijn van de aard en omvang van de sportclub.
Wijzigen en intrekken vergunning
Een exploitatievergunning kan worden gewijzigd en worden ingetrokken (artikel 1:6 APV). Bij wijziging van de exploitatievorm, de exploitant of de bedrijfsvoering waarbij er sprake is van invloed op de woon- en leefomgeving van de inrichting of de openbare orde moet een nieuwe exploitatievergunning worden aangevraagd.
Leidinggevende
Wanneer er voor het horecabedrijf ook een alcoholvergunning is vereist worden de leidinggevenden van het horecabedrijf niet opgenomen in de exploitatievergunning. Wel wordt een verwijzing gemaakt naar het aanhangsel met leidinggevenden behorende bij de alcoholvergunning. Bij wijziging van het aanhangsel hoeft dan geen wijziging gedaan te worden van de exploitatievergunning.
Is er geen sprake van een alcoholvergunning dan worden de leidinggevenden wel opgenomen in de exploitatievergunning. In dat geval moet bij wijziging van de persoon van de leidinggevende de vergunninghouder dat binnen 1 week schriftelijk melden aan de burgemeester. De melding wordt gezien als aanvraag tot het wijzigen van de exploitatievergunning. Overeenkomstig de wijziging van de leidinggevende op het aanhangsel behorende bij de alcoholvergunning mag de nieuwe leidinggevende de leiding in het horecabedrijf uitoefenen vanaf het moment dat de wijziging is gemeld en de ontvangst van de melding is bevestigd. De wijziging van de exploitatievergunning is een besluit. Als de nieuwe leidinggevende niet bijgeschreven wordt in de exploitatievergunning, moet deze onmiddellijk zijn werkzaamheden als leidinggevende staken.
Inrichting
Als een horecabedrijf met een alcoholvergunning een zodanige verandering ondergaat, waardoor het niet langer in overeenstemming is met de in de alcoholvergunning gegeven omschrijving, moet een melding tot wijziging worden gedaan. Als deze melding wordt gedaan wordt die melding tevens gezien als aanvraag tot wijziging van de exploitatievergunning. Het gaat hierbij om wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras.
Is er geen sprake van een koppeling met een alcoholvergunning dan moet bij wijziging van het oppervlakte, het toevoegen van een lokaliteit, het vergroten/verkleinen van een terras, het toevoegen van een nieuw terras of het vervallen van een terras dat binnen 1 maand na de wijziging worden gemeld aan de burgemeester. De melding wordt aangemerkt als aanvraag tot wijziging van exploitatievergunning.
Als de wijziging (geldt in beide situaties) geen invloed heeft op woon- en leefomgeving van de inrichting of de openbare orde, stuurt de burgemeester een aan de nieuwe situatie aangepaste exploitatievergunning aan vergunninghouder. De aangepaste exploitatievergunning is geen nieuw besluit. Voldoet de inrichting niet meer aan de eisen dan wordt de exploitatievergunning ingetrokken. Dat is wel een besluit.
In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten en/of standpunten op diverse aspecten rondom horecabedrijven benoemd.
Hoofdstuk 5 Aspecten bij horeca
5.4 Openbare orde en veiligheid
5.4.1 Algemeen
De horecaondernemer is verantwoordelijk voor de veiligheid van het personeel en van de bezoekers en voor het behoud van de goede orde in het horecabedrijf en daarbuiten. Dit houdt in dat maatregelen getroffen moeten worden die de veiligheid zoveel als mogelijk waarborgen.
5.4.2 Brandveiligheid
Gebruiksmelding
Voor het gebruiken van panden waarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn of waarin aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van de verzorging nachtverblijf wordt verschaft of waarin aan meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar of aan meer dan 10 lichamelijk/verstandelijk gehandicapten dagverblijf wordt verschaft is op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving een gebruiksmelding voor brandveilig gebruik vereist.
Een gebruiksmelding wordt op ontvankelijkheid gecontroleerd. Een ontvankelijke melding wordt voor kennisgeving aangenomen. Hierbij vindt er geen inhoudelijke toets plaats of aan het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt voldaan. Een horecabedrijf moet wel ten alle tijden voldoen aan de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Bij periodieke toezicht controles wordt door een toezichthouder van de gemeente of van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost gecontroleerd of het horecabedrijf in werking is conform de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen
Wanneer bij een horecabedrijf tenten, overkappingen, parasols e.d. worden geplaatst moeten die voldoen aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Deze eisen zijn altijd van toepassing, ongeacht of een melding brandveilig gebruik gedaan moet worden.
Het is verboden om zonder een melding brandveilig gebruik op basis van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen een plaats of een gedeelte daarvan in gebruik te nemen of te gebruiken als:
•een verblijfsruimte op die plaats bestemd is voor meer dan 150 gelijktijdig aanwezige personen;
•in een verblijfsruimte op die plaats aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van verzorging nachtverblijf wordt verschaft;
•in een verblijfsruimte op die plaats aan meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar of meer dan 10 lichamelijk of verstandelijk gehandicapte personen verzorging wordt verschaft.
Aan de melding kunnen maatwerkvoorschriften worden verbonden. Het doen van een melding is niet nodig als het een evenement in de zin van de APV betreft. Het maakt dan onderdeel uit van de evenementenvergunning of -melding.
Versiering
Feestversiering zoals slingers, vlaggen, papieren vlaggetjes in een pand moeten vanwege de brandveiligheid voldoen aan de normen die gelden voor het pand. Het is belangrijk dat versieringen niet gemakkelijk ontvlambaar zijn en dat bij het ophangen van de versieringen de brandveiligheidsvoorschriften nageleefd worden.
5.4.3 Constructieve veiligheid
Bij podia, stellages, lichtinstallaties, inpandige tribunes e.d. moet aandacht besteed worden aan constructieve veiligheid. Voor de constructie is het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing. Hiervoor geldt de vastgestelde NEN-norm 60702.
De horecaondernemer is zelf verantwoordelijk voor de opbouw en de constructies van welk te plaatsen onderdeel dan ook. De constructieve veiligheid van podia, stellages, lichtinstallaties, inpandige tribunes e.d. wordt niet van gemeentewege getoetst.
5.4.4 Huisregels
Vanwege de risico’s op aantasting van de openbare orde en veiligheid wordt het hanteren van huisregels, of een huisreglement, door de gemeente in ieder geval verplicht gesteld wanneer het horecabedrijf als hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel gecombineerd met levende muziek en dat in de avond en het begin van de nacht (bijvoorbeeld (eet)café en feestzaal) of in de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn (bijvoorbeeld discotheek). Wanneer er voor een specifiek horecabedrijf aanleiding is om het hanteren van huisregels ook verplicht te stellen wordt die voorwaarde opgenomen in de exploitatievergunning.
Wanneer huisregels gehanteerd moeten worden of worden, worden deze op voor alle bezoekers zichtbare locaties opgehangen. Huisregels worden dan in ieder geval bij of nabij elke toegang van het horecabedrijf kenbaar gemaakt. De huisregels worden ook vooraf kenbaar gemaakt aan potentiële bezoekers, bijvoorbeeld op de website van het horecabedrijf of via sociale media. Ook het personeel moet op de hoogte zijn van de huisregels en worden geïnstrueerd hoe ze moeten handelen bij overtreding van de huisregels.
Huisregels moeten in ieder geval informatie bevatten over hoe de horecaondernemer omgaat met de toegangscontrole (leeftijd, tonen legitimatiebewijs en veiligheid), het schenken van alcoholhoudende drank, het verkopen en/of gebruiken van drugs, roken, de aanwezigheid van wapens, hinderlijk/aanstootgevend gedrag, agressie, eigendommen van de ondernemer, klachten en de gevolgen van overtreding van de huisregels. De huisregels kunnen ook nog informatie bevatten over bijvoorbeeld eisen aan kleding, het gebruik van camera’s, ongewenste intimiteiten/racisme/ discriminatie, verplichte consumptie, toiletgebruik, eigendommen van de bezoekers en verloren/gevonden voorwerpen.
Ook voor andere soorten horecabedrijven wordt geadviseerd huisregels te hanteren. Welke huisregels dan relevant zijn en dus gehanteerd kunnen worden is afhankelijk van het soort horecabedrijf.
5.4.5 Toelatingsbeleid
Bij het horecaconvenant aangesloten horecabedrijven hanteren een uniform toelatingsbeleid, opgenomen als huisregels in het horecaconvenant. Bij het niet naleven van die huisregels kan aan personen de toegang worden ontzegd. Bij het opleggen van een ontzegging aan een minderjarige, dan worden ook de ouders/verzorgers in kennis gesteld van de ontzegging.
5.4.6 Gebiedsontzegging
De burgemeester kan een persoon die een strafbaar feit op basis van het Wetboek van Strafrecht of de APV begaat een bevel geven zich gedurende ten hoogste 7 of 14 dagen niet in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. Bij lichte strafbare feiten kan het bevel (maximaal 7 dagen) pas worden gegeven als de betreffende persoon minimaal 1 keer is gewaarschuwd door de politie. Bij zwaardere strafbare feiten kan direct een bevel (maximaal 14 dagen) worden gegeven. Afhankelijk van de aard en ernst van de overtreding kan een bevel ook uitsluitend gegeven worden voor vrijdag tussen 22.00 uur en zaterdag 04.00 uur en zaterdag 22.00 uur en zondag 04.00 uur, voor de duur van maximaal 6 maanden.
5.4.7 Beveiliging/portiers
De horecaondernemer is primair verantwoordelijk voor de orde en de veiligheid in zijn bedrijf en in de directe omgeving daarvan. De horecaondernemer moet daarom zorgen voor voldoende toezicht vanaf de opening tot sluitingstijd. Met toezicht wordt bedoeld: het in de gaten houden van de aanwezigen en de activiteiten. Afhankelijk van de aard van het horecabedrijf kan het normale personeel dit toezicht uitoefenen, kan voor eigen rekening een horecaportier in dienst worden genomen of moet voor eigen rekening een (door de Minister van Veiligheid en Justitie erkend) professioneel beveiligingsbedrijf in worden gehuurd. Zowel een eigen horecaportier als horecaportiers/beveiligers van beveiligingsbedrijven moet voldoen aan de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Horecaportiers/beveiligers en de te beveiligen objecten moeten worden aangemeld bij de afdeling Korpscheftaken van de politie. Horecaportiers/beveiligers moeten beschikken over een legitimatiebewijs van de Korpscheftaken. Wanneer 1 beveiligingsbedrijf op meerdere locaties optreedt of kan optreden moet per locatie een objectmelding gedaan worden bij de Korpscheftaken. Wanneer meerdere beveiligingsbedrijven op 1 locatie optreden moeten alle beveiligingsbedrijven ook per locatie een objectmelding doen.
Het inzetten van een portier/beveiliger (eigen of ingehuurd) kan worden verlangd als de omstandigheden daar aanleiding toe geven en/of er feitelijk beveiligingswerkzaamheden worden verricht. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij verlengde openingstijden en bijzondere gelegenheden, zoals de kermis, carnaval of andere evenementen. Aanduiding van een bijzondere gelegenheid en de omvang van het toezicht gebeurt door de gemeente, al dan niet op advies van de politie. Inzet van een horecaportier/ beveiliger kan in ieder geval verplicht worden gesteld wanneer het horecabedrijf als hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel gecombineerd met levende muziek en dat in de avond en het begin van de nacht (bijvoorbeeld (eet)café en feestzaal) of in de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn (bijvoorbeeld discotheek). Dit geldt vanaf een bezoekersaantal van meer dan 200 personen, waarbij de bezoekers geen onderlinge samenhang vertonen. Er is dan minimaal 1 horecaportier/beveiliger aanwezig. Vanaf 350 bezoekers komt er 1 horecaportier/beveiliger bij. Er kan vanaf 350 bezoekers volstaan worden met 1 horecaportier/beveiliger als de horecaportier/beveiliger mobilofonisch in direct contact staat met horecaportiers/beveiligers van nabijgelegen andere horecabedrijven en deze andere horecaportiers/beveiligers kunnen en ook komen assisteren bij incidenten of ongeregeldheden, mits hierbij voldaan wordt aan de regels over “lenen” zoals hierboven beschreven. De horecaportiers/ beveiligers worden ingezet vanaf uiterlijk 22.00 uur tot minimaal een half uur na sluitingstijd. Wanneer er daarna nog bezoekers op staat aanwezig zijn worden de horecaportiers/beveiligers ingezet tot uiterlijk een uur na sluitingstijd. De horecaondernemer zorgt ervoor dat de bezoekers via 1 in- en uitgang het horecabedrijf betreden en verlaten. Bij de inzet van een horecaportier/beveiliger moeten met de politie afspraken worden gemaakt over de inzet en de wijze van handelen. Horecaportiers/ beveiligers moeten duidelijk als portier/beveiliger herkenbaar zijn. Ook wanneer geen horecaportiers/ beveiligers ingezet hoeven te worden of worden blijft de horecaondernemer altijd zelf verantwoordelijk voor de veiligheid van personeel en gasten.
De politie kan in voorkomende gevallen een ondersteunende rol vervullen bij het ontzeggen van de toegang.
Optreden op straat
Horecaportiers/beveiligers die iemand op heterdaad betrappen op het plegen van een strafbaar feit mogen de verdachte, net als iedere burger, aanhouden. Als een horecaportier/beveiliger tot aanhouding overgaat moet hij de verdachte overdragen aan de politie of de verdachte bij zich houden tot het eerst mogelijke moment dat deze overdacht mogelijk is. Hierdoor kunnen de in de horecabedrijven aanwezige horecaportiers/beveiligers ook op straat, dus buiten de inrichting waar ze werkzaam zijn, optreden bij incidenten en ongeregeldheden.
Als een verdachte is aangehouden mag de horecaportier/beveiliger eventuele goederen, die vatbaar zijn voor inbeslagname door de politie, tijdelijk in bewaring nemen. De horecaportier/beveiliger moet deze goederen samen met de verdachte overdragen aan de politie. Wanneer een verdachte is aangehouden en overgedragen aan de politie wordt er aangifte gedaan bij de politie.
5.4.8 Cameratoezicht
Wanneer binnen het horecabedrijf gebruik wordt gemaakt van cameratoezicht zorgt de horecaondernemer ervoor de tekst “Cameratoezicht” leesbaar en duidelijk in het zicht wordt opgehangen. In de huisregels worden ook regels opgenomen over het cameratoezicht. Het registeren van opnamen en persoonsgegevens is een verantwoordelijkheid van de horecaondernemer. Dit moet gebeuren conform de Algemene verordening gegevensbescherming.
5.4.9 Wapens
Het bij zich dragen van wapens en het gebruik van wapens is een absoluut taboe in het uitgaansleven. Er wordt daarom gestreefd naar een wapenvrij uitgaansleven. Bij het hanteren van huisregels wordt daarin opgenomen dat het bij zich dragen of gebruiken van een wapen verboden is. De horecaondernemer moet hierop toezien. Mocht een horecaondernemer een persoon aantreffen die een wapen bij zich draagt of deze gebruikt dan informeert de horecaondernemer de politie daarover. De horecaondernemer verleent medewerking aan voorlichtingscampagnes waarin gewaarschuwd wordt voor wapenbezit.
5.5 Drank- en voedselverstrekking en genotsmiddelen
5.5.1 Drankverstrekking
Overmatig alcoholgebruik vormt niet alleen een gevaar voor de gezondheid, maar ook voor de veiligheid. Om overlast van personen die teveel alcohol hebben gedronken zo veel als mogelijk te beperken worden aanvullende voorwaarden gesteld aan alcoholverstrekking.
Alcoholvrije dranken
Alcoholvrije dranken, sappen en fris mogen overal geschonken worden. Zowel voor consumptie ter plaatse als voor consumptie elders dan ter plaatse. Daarvoor is geen toestemming vereist. Wel moet gezorgd worden dat het zichtbaar is dat een alcoholvrije drank wordt gedronken, door bijvoorbeeld andere glazen te gebruiken voor alcoholvrije dranken dan die gebruikt worden voor alcoholhoudende dranken.
Onder alcoholvrije dranken vallen ook dranken tot 0,5 vol%. Personen jonger dan 18 jaar mogen helemaal geen alcohol nuttigen, dus ook geen dranken tot 0,5 vol%.
Alcoholhoudende dranken
In zowel een commercieel als in een paracommercieel horecabedrijf mag naast zwak alcoholhoudende drank ook sterke drank worden verkocht.
Bij zowel een reguliere als een speciale bar (bijvoorbeeld speciale bierenbar) moet altijd een alcoholvrij alternatief aanwezig zijn.
Alcoholgebruik
Aan personen jonger dan 18 jaar mag geen alcohol worden verstrekt. Op basis van een identiteitsbewijs moet vastgesteld worden dat een persoon de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De horecaondernemer checkt hier actief op. Er mag ook geen alcohol worden versterkt aan personen ouder dan 18 jaar als de alcohol kennelijk bedoeld is om door te geven aan een persoon die nog geen 18 jaar is (wederverstrekking). Ook mag aan een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap verkeert geen alcohol meer worden verstrekt. Als een persoon die al in kennelijke staat verkeert als hij wil toetreden tot het horecabedrijf dan mag die persoon niet toe worden gelaten.
Personeel moet goed geïnstrueerd zijn over en gewezen zijn op dat er geen alcohol geschonken mag worden aan 18-, bij kennelijke staat van dronkenschap en in het kader van wederverstrekking. Ook moet het personeel over voldoende kennis beschikken om risico’s rond alcoholgebruik goed in te schatten. Dit kan door middel van diverse cursussen en trainingen waarin horecapersoneel of beveiliging geschoold kunnen worden rondom het thema alcohol en jongeren. Om alcohol te mogen schenken moet het personeel minimaal 16 jaar oud zijn (uitgezonderd stagiaires).
Als in het horecabedrijf alleen publiek ouder dan 18 jaar wordt toegelaten, moet de horecaondernemer ervoor zorgen dat ook alleen die doelgroep in het horecabedrijf kan komen. Het is aan de horecaondernemer om te zorgen dat die maatregelen worden genomen die nodig zijn om te zorgen dat er ook daadwerkelijk alleen personen ouder dan 18 jaar worden toegelaten. Maatregelen tegen alcoholgebruik onder de 18 jaar zijn dan niet meer nodig.
Happy hours
In artikel 2:34f van de APV is een verbod op happy hours opgenomen. Het verbod betekent dat het verboden is bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.
Buitenbar
Het plaatsen van buitenbars/tapeilanden op terrassen bij horecabedrijven, zoals opgenomen in de alcoholvergunning en/of exploitatievergunning, is toegestaan wanneer het terras op eigen grond is gelegen. Wanneer sprake is van gemeentegrond is een buitenbar/tapeiland uitsluitend toegestaan op het terras welke tegen de gevel(s) van het eigen horecabedrijf is of zijn gelegen en binnen de periode dat het terras geplaatst mag worden op basis van een exploitatievergunning of een terrasvergunning. Aan een buitenbar/tapterras bij op afstand gelegen terrassen op gemeentegrond wordt geen medewerking verleend. Tijdens evenementen of gemelde incidentele festiviteiten en tijdens de collectieve festiviteiten carnaval (zaterdag tot en met dinsdag), de kermis in het betreffende kerkdorp (dagen waarop de kermis plaatsvindt), de jaarwisseling en Koningsdag is het plaatsen van een buitenbar/tapeiland op alle terrassen toegestaan, dus ook op de op afstand gelegen terrassen.
Extra eisen paracommerciële rechtspersonen
Om een alcoholvergunning te kunnen krijgen moet het bestuur van een paracommercieel rechtspersoon een reglement vaststellen. Het reglement moet waarborgen dat de verstrekking van alcohol in de het bedrijf vanuit het oogpunt van sociale hygiëne op een verantwoorde wijze plaatsvindt. Het reglement moet in ieder geval de volgende verplichte zaken bevatten:
•welke kwalificatienormen worden gesteld aan de voorlichtingsinstructie op het gebied van sociale hygiëne die barvrijwilligers krijgen om te kunnen voldoen aan de eis gesteld in artikel 24, tweede lid onder c;
•de wijze waarop door of namens het bestuur wordt toegezien op de naleving van het reglement.
Het reglement of een afschrift daarvan moet in het horecabedrijf aanwezig zijn.
Een paracommerciële rechtspersoon mag werken met barvrijwilligers. Een barvrijwilliger is een persoon die niet in dienst is en die alcohol versterkt in het horecabedrijf van een paracommerciële rechtspersoon. Elke barvrijwilliger moet een voorlichtingsinstructie op het gebied van sociale hygiëne hebben gevolgd, anders mag niet worden opgetreden als barvrijwilliger. Welke voorlichtingsinstructie gevolgd moet worden moet opgenomen zijn in het door het bestuur vast te stellen reglement. In het horecabedrijf moet een registratie van barvrijwilligers die de voorlichtingsinstructie hebben gekregen worden bijgehouden.
Voorlichting
Voor de bezoekers van het horecabedrijf is het van belang om op de hoogte te zijn van de maatregelen die worden genomen om schenken aan personen jonger dan 18 jaar en aan personen in kennelijke staat van dronkenschap tegen te gaan en om wederverstrekking te voorkomen. Hiervoor kunnen verschillende communicatiemiddelen gebruikt worden, zoals social media, een website, communicatie in het horecabedrijf (bijvoorbeeld posters, schermen en signs bij de toegang en de bar) en de regels in de huisregels. De horecaondernemer werkt ook actief mee aan alcoholcampagnes rondom het tegengaan van alcoholgebruik onder de 18 jaar en alcoholmisbruik.
In elke gelegenheid waar alcohol wordt geschonken moet de leeftijdsgrens van 18 jaar voor het nuttigen van alcohol duidelijk en goed zichtbaar worden aangegeven.
5.5.2 Glazen, bekers en flessen
Glas en glasscherven kunnen op straat zorgen voor overlast en vervuiling. Glas(scherven) op straat brengen ook een reëel veiligheidsrisico met zich mee. Horecaondernemers moeten er daarom op toezien dat bezoekers geen glas mee naar buiten nemen of van het terras af meenemen.
In het belang van de openbare orde en openbare veiligheid wordt het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen en servies in principe verplicht gesteld bij evenementen in de zin van artikel 2:25 van de APV in de buitenlucht of in tenten/overkappingen. Dit geldt dus ook bij evenementen op terrassen van horecabedrijven. Kunststof mag worden vervangen door papieren drinkgerei en -flessen en servies. Het gebruik van glazen en flessen van glas wordt alleen toegestaan bij evenementen die uitsluitend in gebouwen plaatsvinden of bij festivals in de buitenlucht waar hoofdzakelijk speciale alcoholhoudend dranken worden verkocht en waarbij voor het glaswerk een borg of aankoopbedrag betaald moet worden (zoals speciaal bierenfestivals). Ook achter de bar mogen glazen flessen en grootverpakkingen worden gebruikt.
Nabijgelegen horecabedrijven
Als een evenement in de (directe) nabijheid van een horecabedrijf (natte en droge horeca) plaatsvindt, ook zonder directe relatie tussen het evenement en het horecabedrijf, kan aan het horecabedrijf de verplichting tot het gebruik van kunststof drinkgerei en -flessen en servies opgelegd worden. Dit geldt uitsluitend voor het terras. Voor het binnen gedeelte van de inrichting geldt dit niet, mits de horecaondernemer er op toeziet of laat zien dat er geen glaswerk of servies mee naar buiten en/of het terras gaat. Als de verplichting wordt opgelegd moet het betreffende horecabedrijf ook gebruik maken van kunststof drinkgerei en -flessen en servies. Voordat de gemeente overgaat tot het stellen van deze verplichting bij een horecabedrijf wat geen relatie heeft met het evenement overlegt de gemeente met betreffend horecabedrijf over het voornemen tot het stellen van de verplichting. Als de verplichting wordt opgelegd communiceert de gemeente dit richting het horecabedrijf.
Het begrip “(directe) nabijheid” wordt als volgt gedefinieerd: het horecabedrijf (al dan niet met terras) grenst direct aan de locatie waar het evenement plaatsvindt en/of is zichtbaar vanaf de locatie en heeft daardoor een uitstraling richting het evenemententerrein. Kunststof mag worden vervangen door papieren drinkgerei en -flessen en servies.
Voor restaurants of andere horecabedrijven die voornamelijk gericht zijn op eten (ook tijdens het betreffende evenement) wordt de verplichting tot het gebruiken van kunststof drinkgerei en -flessen niet opgelegd, mits het gebruik van het servies en glaswerk uitsluitend inpandig en/of op het bij de inrichting horende terras plaatsvindt.
Collectieve festiviteiten
De horecabedrijven in het centrumgebied van Oirschot (rondom de Markt) en Middelbeers (rondom Doornboomplein die hoofzakelijk zijn gericht op de vertrekking van alcohol en het ten gehore brengen van muziek, al dan niet uitsluitend tijdens de collectieve festiviteiten, mogen tijdens de collectieve festiviteiten carnaval en kermis, zowel binnen als buiten op de terrassen de gasten uitsluitend kunststof bekers en flessen laten gebruiken. Glaswerk voor gebruik door gasten is niet toegestaan. Het gebruik van serviesgoed wel.
5.5.3 Voedselverstrekking
De Warenwet verplicht de horecaondernemer tot het naleven van de regels omtrent voedselveiligheid. Als eet- en drinkwaren in het horecabedrijf worden bereidt moet het bedrijf beschikken over een HACCP-plan. Er moet gewerkt worden volgens een goedgekeurde hygiënecode om te voldoen aan de wettelijke voorschriften van voedselveiligheid. Er zijn diverse op de verschillende branches afgestemde hygiënecodes. In de hygiënecode staan eisen die worden gesteld aan de temperatuur van het voedsel, de persoonlijke hygiëne van mensen die werken met voeding en regels gericht op de schoonmaak van materialen en werkruimten.
De NVWA kan ook adviseren over het verstrekken van eet- en drinkwaren.
Bedrijfsruimten
Voor sommige eisen met betrekking tot hygiëne en inrichting wordt onderscheid gemaakt tussenmobiele en/of tijdelijke bedrijfsruimten (marktkramen, feesttenten etc.) en “vaste” bedrijfsruimten (er is sprake van een “vast” gebouw). Dit in tegenstelling tot de eisen met betrekking tot voedselveiligheid en eisen voor de temperatuur van levensmiddelen. Deze zijn voor de verschillende soorten bedrijfsruimten identiek.
5.5.4 Drugs
Drugs vormen niet alleen een gevaar voor de gezondheid, maar ook voor de veiligheid. Zowel het handelen in als het gebruik van drugs in horecabedrijven brengen onaanvaardbare risico’s met zich mee. Een horecaondernemer spreekt zich daarom uit tegen elke vorm van het gebruik van drugs (opnemen in eventuele huisregels) en stemt de handelswijze daar ook op af. Samen met de gemeente en de politie spant een horecaondernemer zich dan ook in voor een drugsvrije horeca. Zowel de horecaondernemer als eventueel personeel moet in staat zijn om gedragspatronen te herkennen die horen bij het dealen van drugs. Ook fysieke gedragskenmerken van het gebruik van drugs moeten herkend kunnen worden. De horecaondernemer verleent medewerking aan voorlichtingscampagnes waarin gewaarschuwd wordt tegen drugs.
Mocht een horecaondernemer toch een persoon aantreffen die drugs aan het dealen of gebruiken is in het horecabedrijf dan seint de horecaondernemer de politie daarover in.
Ondersteuning en maatregelen
Novadic-Kentron is het expertisecentrum op het gebied van gebruik van middelen, verslaving en verslavingszorg. Zij dragen bij aan een gezonde en reële kijk op het gebruik van genotmiddelen. Ter preventie van mogelijke incidenten met drugs kunnen horecabedrijven maatregelen treffen. Maatregelen moeten worden afgestemd op de risico’s die samenhangen met het te verwachten publiek en het soort horecabedrijf. In eventuele huisregels kunnen striktere regels dan de wettelijke regels omtrent druggebruik in het horecabedrijf worden opgenomen. In horecabedrijven waar drugsgebruik te verwachten is kan de horecaondernemer publieksvoorlichting inzetten om bezoekers te informeren over de (gezondheids)risico’s van drugsgebruik. De insteek hierbij is niet het juridisch kader (zoals bij communicatie over wetten en huisregels), maar het gezondheidskader. Het doel van deze vorm van communicatie is om gezondheidsrisico’s terug te dringen bij het gebruik van drugs. Dat kan door bezoekers te ontmoedigen om (overmatig) drugs te gebruiken, maar ook om hen handvatten mee te geven die de kans op gezondheidsincidenten verkleint op het moment dat ze, ondanks wetten en ontmoediging, toch (overmatig) drugs gebruiken.
5.5.5 Lachgas
Het inademen van lachgas zorgt voor een korte sterke roes. Het effect treedt al snel op na inademing en houdt een aantal minuten aan. Inademen kan vanuit een ballon of rechtstreeks vanuit een patroon of cilinder. Lachgas als verdovend middel staat op de lijst met verboden middelen van de Opiumwet. Hierdoor is het verboden lachgas in te nemen, maar ook om het te (ver)kopen met het doel het als verdovend middel te gebruiken.
Patronen of cilinders mogen door het horecabedrijf nog wel gekocht en gebruikt worden voor toepassingen in de keuken.
5.5.6 Roken
In openbare gelegenheden mag binnen niet gerookt worden. Dit geldt ook voor e-sigaretten, met en zonder nicotine. Er mag niet worden voorzien in een inpandige afgesloten rookruimte, rokers moeten buiten staan. Ook in een shishalounge mogen binnen geen tabakswaren worden gerookt. Hierdoor mag er in een shishalounge binnen dan ook geen waterpijp worden gerookt. In een shishalounge kan wel gebruik wordt gemaakt van tabaksalternatieven, zoals smaakstenen en -pasta’s. De horecaondernemer moet actief beleid voeren om te voorkomen dat het rookverbod geschonden wordt.
Aan jongeren onder de 18 jaar mogen geen tabaksproducten of aanverwante artikelen worden verstrekt.
5.7 Openings- en sluitingstijden
5.7.1 Sluitingstijden
In artikel 2:29 van de APV zijn de sluitingstijden van diverse soorten openbare inrichtingen, wat horecabedrijven zijn, opgenomen. Vanaf sluitingstijd mogen geen bezoekers meer aanwezig zijn in het horecabedrijf. Voor horecabedrijven met nachtverblijf zijn de sluitingstijden alleen van toepassing op een kantinegedeelte, restaurant, bar of andere algemene verblijfsruimten waar dranken en etenswaren worden verstrekt.
In de zaterdagnachten in het voor- en najaar dat de klok wordt verzet wordt voor wat betreft de sluitingstijd gedaan alsof de klok in de betreffende nacht niet wordt verzet.
5.7.2 Ontheffing sluitingstijd
De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijden uit artikel 2:29 van de APV. Een aanvraag ontheffing wordt getoetst aan de volgende voorwaarden:
1Bij alle soorten horecabedrijven (natte en droge horeca), zowel reguliere horeca als (paracommerciële) ondersteunende of ondergeschikte horeca, kan maximaal 6 keer per kalenderjaar de sluitingstijd met maximaal 1 uur worden verruimd;
2Bij verruiming van de sluitingstijd ten behoeve van ondersteunende of ondergeschikte horeca moet de activiteit waarvoor verruimd wordt een rechtstreeks verband hebben met de hoofdbestemming van de inrichting;
3De openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu mogen door het latere tijdstip niet in gevaar komen; en
4Het verruimen mag geen (extra) overlast geeft voor de woon- en leefomgeving.
Een ontheffing is mogelijk voor alle dagen van de week. Er wordt geen (individuele)(extra) ontheffing verleend voor verruiming van de sluitingstijd:
•wanneer er op basis van de APV sprake is van een sluitingstijd van 03.00 uur;
•op de zondagen (zaterdag op zondag) dat de klok wordt verzet in het voor- en najaar;
•voor verruiming van de sluitingstijd van een terras;
•wanneer gebruik wordt gemaakt van de 2 extra ontheffingen ten behoeve van evenementen op en rondom de Markt in Oirschot.
In afwijking van het hierboven genoemde aantal van 6 keer per jaar kan voor een toeristenpoort of een cultuurboerderij maximaal 1 keer per maand een verruiming van de sluitingstijd worden verkregen tot maximaal 01.00 uur. Maximaal 2 keer per jaar is verruiming mogelijk op maximaal 3 aaneengesloten dagen tot maximaal 01.00 uur, mits de activiteit een lokaal karakter heeft. Een activiteit heeft een lokaal karakter als de gast(en) of artiest(en) en/of het merendeel van de bezoekers uit de Brabantse Kempen, het Groenewoud of de Meierij komen.
Wanneer op en rondom de Markt van de kern Oirschot evenementen worden georganiseerd, waarbij ook binnen een horecabedrijf activiteiten plaatsvinden ten behoeve van die evenementen, kan boven op de 6 keer individuele verruiming 2 keer extra ontheffing worden verleend voor verruiming van de sluitingstijd met maximaal 1 uur voor de nachten van zondag op maandag voor de deelnemende horecabedrijven. Van deze mogelijkheid zijn de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag, carnaval, kermis, 2e Paasdag, Koningsdag, de vrijdag na Hemelvaart, 2e Pinksterdag, 1e en 2e Kerstdag uitgesloten, omdat er op basis van de APV dan al een verlate sluitingstijd geldt.
5.7.3 Terrassen
Vanwege mogelijke (geluids)overlast voor de omgeving mag een terras, in de gehele gemeente, vanaf de openingstijd van het horecabedrijf op zondag (zondag op maandag) tot en met donderdag (donderdag op vrijdag) tot uiterlijk 0.00 uur geopend zijn voor bezoekers. Op vrijdag (vrijdag op zaterdag) en zaterdag (zaterdag op zondag) mag een terras tot 01.00 uur geopend zijn. Na respectievelijk 0.00 uur en 01.00 uur moeten bezoekers het terras verlaten. Uitsluitend personeel wat aan het opruimen is mag na respectievelijk 0.00 uur en 01.00 uur nog op het terras aanwezig zijn.
Een terras mag nooit langer geopend zijn dan de binnenruimte van het horecabedrijf.
Uitzonderingen
Wanneer op het terras sprake is van een collectieve of een gemelde incidentele festiviteit op basis van de artikelen 4:2 of 4:3 van de APV mag er versterkte muziek ten gehore worden gebracht op het terras. Het ten gehore brengen van die versterkte muziek moet op basis van de APV stoppen om 01.00 uur. Als deze eindtijd later is dan de toegestane eindtijd van het terras dan mag het terras tijdens die festiviteiten open blijven tot 01.00 uur, dus met versterkte muziek.
Bij een evenement op het terras waarvoor toestemming is verleend geldt, als de eindtijd van het evenement later is dan dat het terras open mag zijn, de eindtijd van het evenement ook voor het gebruik van het terras.
5.7.4 Schenken
In een reguliere openbare inrichting mag alcohol worden geschonken van openings- tot sluitingstijd. Voor paracommerciële inrichtingen gelden op basis van artikel 2:34b van de APV afwijkende tijden waarop gestart mag worden met het schenken van alcoholhoudende drank. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen sportkantines, gemeenschapshuizen/multifunctionele accommodaties en andere paracommerciële inrichtingen.
5.8 Geluid
5.8.1 Milieu
In de Omgevingswet of in het Besluit activiteiten leefomgeving zijn geen geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek bij milieubelastende activiteiten (voorheen inrichtingen) opgenomen. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet zij de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit overgegaan naar het tijdelijk omgevingsplan. Aan de geluidsnormen uit het tijdelijke omgevingsplan moet dus voldaan worden. Wanneer een overkapping met warmtelampen aanwezig is, wordt het stemgeluid van bezoekers meegeteld bij het geproduceerde geluidsniveau.
5.8.2 Maatwerkvoorschriften
Als bij milieubelastende activiteiten het organiseren van speciale geluidproducerende activiteiten tot de normale bedrijfsvoering hoort kan het zijn dat de geluidsnormen uit het tijdelijke omgevingsplan te laag zijn. In dat geval kunnen maatwerkvoorschriften voor die milieubelastende activiteiten worden vastgesteld. Er kunnen maatwerkvoorschriften worden opgenomen voor de bedrijfsduurcorrectie, een ander langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en maximaal geluidsniveau LAmax (eventueel voor een bepaalde activiteit), plaats waar de geluidsnormen gelden en technische voorzieningen en gedragsregels om aan de geluidsnormen te voldoen.
5.8.3 Horecaconcentratiegebied
De gemeente kan voor horecaconcentratiegebieden, binnen wettelijke grenzen, geluidsniveaus nader bepalen (artikel 2:19a Activiteitenbesluit). Bij de aanwijzing van een gebied moet rekening worden gehouden met de consequenties van een dergelijke aanwijzing voor de bewoners van het gebied en de overige belanghebbenden. Ook binnen een horecaconcentratiegebied is het mogelijk maatwerkvoorschriften te stellen. In de gemeente is geen horecaconcentratiegebied aangewezen. Er is ook geen aanleiding om een horecaconcentratiegebied aan te wijzen.
5.8.4 Collectieve festiviteit
Bij de aangewezen collectieve festiviteiten op basis van artikel 4:2 van de APV gelden andere geluidsnormen voor het ten gehore brengen van versterkte muziek dan opgenomen in het tijdelijke omgevingsplan. In de APV zijn hiervoor de afwijkende geluidsnormen opgenomen, die zowel voor inpandig als het buitenterrein (bij de inrichting horend terras) gelden. Tijdens collectieve festiviteiten moet het produceren van extra geluid om 01.00 uur worden beëindigd. Dat geldt zowel inpandig als op het buitenterrein. Daarna gelden de normen uit het tijdelijk omgevingsplan weer.
Op basis van artikel 4:2 van de APV kan het college nadere regels vaststellen met een andere maximale geluidsnorm. Vooralsnog wordt geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
5.8.5 Incidentele festiviteit
Op basis van artikel 4:3 van de APV kan elk horecabedrijf 4 keer per jaar een incidentele festiviteit organiseren, waarbij andere geluidsnormen dan opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan gelden voor het ten gehore brengen van versterkte muziek. Een festiviteit kan op basis van het tijdelijk omgevingsplan niet uit meerdere dagen bestaan. Een festiviteit die zowel voor als na 0.00 uur plaatsvindt wordt wel beschouwd als 1 festiviteit. Voor een incidentele festiviteit moet minimaal 4 weken voor de aanvang van de festiviteit een melding van de incidentele festiviteit worden gedaan. In de APV zijn de afwijkende geluidsnormen opgenomen. Hierbij mag zowel inpandig als op het buitenterrein van de inrichting (bij de inrichting horend terras) versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Tijdens incidentele festiviteiten moet het produceren van extra geluid om 01.00 uur worden beëindigd. Daarna gelden de normen uit het tijdelijk omgevingsplan weer.
Op basis van artikel 4:3 van de APV kan het college nadere regels vaststellen met een andere maximale geluidsnorm. Vooralsnog wordt geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
5.8.6 Onversterkte muziek
Op basis van artikel 2.70 van het tijdelijk omgevingsplan kan de gemeente normen bepalen voor het ten gehore brengen van onversterkte muziek. Deze normen zijn bepaald in artikel 4:5 van de APV.
5.8.7 Terrassen
Op de bij de inrichting horende terrassen mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Uitzondering hierop is tijdens de in artikel 4:2 van de APV aangewezen collectieve festiviteiten of tijdens een op basis van artikel 4:3 van de APV gemelde incidentele festiviteit. De geluidsnormen uit deze artikelen zijn dan van toepassing. Ook ten behoeve van gemelde of vergunde evenementen kan van dit verbod worden afgeweken. Op een terras mag uitsluitend onversterkte muziek ten gehore worden gebracht als voldaan wordt aan de normen zoals die zijn opgenomen in artikel 4:5 van de APV.
5.8.8 Evenementen
Voor evenementen op het buitenterrein van inrichtingen, afgezien van incidentele of collectieve festiviteiten en welke niet tot de normale bedrijfsvoering behoren, gelden dezelfde geluidsnormen uit het Uitvoeringsbeleid evenementen als die daarin gehanteerd worden bij buitenevenementen bij niet-inrichtingen.
5.8.9 Gehoorbescherming
Beperken geluidsvolume
Om gehoorschade bij kinderen/jongeren te voorkomen zorgt de horecaondernemer ervoor dat bij horeca-activiteiten die voornamelijk gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar of bij activiteiten waar personen van alle leeftijden aanwezig zijn het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 88 dB(A) bedraagt. Dit is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Van kinderen kan namelijk niet verwacht worden dat zij hun eigen gehoor beschermen. Waarschuwingen en gehoorbescherming zijn dan niet nodig.
Bij alle overige horeca-activiteiten spant de horecaondernemer zich in om het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte maximaal 92 dB(A) te laten bedragen. Dit is de gezondheidskundige streefwaarde en is inclusief stem- en omgevingsgeluid. Uitzondering hierop wordt gemaakt voor de horecabedrijven waarvan de hoofdactiviteit het produceren van geluid betreft, zoals cafés, discotheken, clubs, feestzalen en theaters/culturele centrums. Bij deze horecabedrijven mag het gemiddelde geluidsniveau op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte wel meer dan 92 dB(A) bedragen, inclusief stem- en omgevingsgeluid. De horecaondernemer zorgt er in dat geval voor dat het geluidsniveau maximaal 100 dB(A) bedraagt, inclusief stem- en omgevingsgeluid, mits onderstaande aanvullende maatregelen worden getroffen. Wel moet zoveel als mogelijk gestreefd worden naar een geluidsniveau rond de 92 dB(A).
Maatregelen gehoorbescherming
Bij een geluidsniveau hoger dan gemiddeld 92 dB(A) is gehoorbescherming erg belangrijk. Bij productie van een dergelijke geluidsniveau moet daarom door horecaondernemer informatie worden verschaft over gehoorschade, gehoorbescherming met een muziekfilter beschikbaar worden gesteld en moeten de geluidsboxen tot een afstand van 2 meter zoveel als mogelijk van het publiek worden afgeschermd.
Informatievoorziening
Bezoekers moeten worden voorgelicht over:
•hoe zij gehoorschade kunnen voorkomen;
•waar gehoorbescherming verkrijgbaar is in het horecabedrijf;
•de te verwachten geluidsniveaus en op welke plekken binnen het horecabedrijf het volume zo laag is dat het gehoor rust kan krijgen (bijvoorbeeld geluidplattegronden en actuele decibeldisplays).
Informatieverstrekking kan bijvoorbeeld via de website van het horecabedrijf, bij de toegang of op posters of digitale schermen.
Gehoorbescherming
In het horecabedrijf moet op een laagdrempelige manier gehoorbescherming verkrijgbaar zijn. Dit kan door bijvoorbeeld verkoop van gehoorbescherming bij de ingang, de bar of bonnenverkoop of door het plaatsen van oordopautomaten.
Gehoorbescherming die wordt aangeboden moet het geluid aanzienlijk reduceren, zonder dat dat ten koste gaat van de geluidbeleving. Gehoorbescherming moet een minimale beschermingsfactor van SNR15 hebben. Schuimoordoppen als gehoorbescherming worden afgeraden, omdat deze vaak niet goed afsluiten, deze doppen de muziek vervormen en er lastig een gesprek mee gevoerd kan worden. Ook worden schuimoordoppen vaak niet goed ingedaan, waardoor een vals gevoel van veiligheid ontstaat.
Overige bescherming
Onderstaande maatregelen zijn niet verplicht, maar helpen de gehoorschaderisico’s verder te beperken, meestal zonder aantasting van de geluidbeleving:
•De muziekinstallatie is voorzien van een geluidsbegrenzer.
•Creëer geluidsluwe zones en las stilte pauzes. Zorg ook voor dynamiek in de muziek door een bewuste afwisseling van geluidsvolume tussen en binnen nummers. Daardoor blijft de beleving goed gedurende het luisteren naar de muziek (of neemt deze zelfs toe), zonder dat het nodig is om de volumeknop in de loop van de tijd steeds verder open te draaien. Het maakt bezoekers eerder bewust van bijvoorbeeld oorsuizingen als eerste signaal dat het geluid te hard is.
•Bepaal de meest ideale opstelling van de geluidsinstallatie en inrichting van het horecabedrijf, met het doel de geluidsbelasting voor de bezoekers te beperken.
5.9 Terrassen
5.9.1 Plaatsing
Een terras behoort tot de inrichting van het horecabedrijf. Het maakt daarbij niet uit of het terras op eigen terrein of op gemeentegrond is gelegen. Als op het terras alcoholhoudende drank wordt geschonken moet het terras als lokaliteit worden opgenomen in de alcoholvergunning. In alle gevallen, dus ook als er geen alcoholhoudende drank wordt geschonken op het terras, moet een terras worden aangegeven in de exploitatievergunning. Een op te stellen terras moet in ieder geval voldoen aan onderstaande voorschriften, welke als voorschriften worden verbonden aan de exploitatievergunning. De voorschriften zijn deels afhankelijk van de ligging op eigen terrein of op gemeentegrond. Op gemeentegrond wordt nog een onderscheid gemaakt tussen terrassen op gemeentegrond in het centrum van Oirschot (gebied ‘Centrumplan Oirschot’ van 16 april 2024) en elders gelegen terrassen. De algemene voorschriften zijn altijd van toepassing, de voorschriften voor gemeentegrond alleen als het terras (deels) op gemeentegrond is gelegen. Bij (gedeeltelijke) plaatsing op gemeentegrond is er geen aparte vergunning meer nodig op basis van artikel 2:10 van de APV, zoals voorheen de terrasvergunning. Ondergeschikte wijzigingen in de voorschriften kunnen zonder aanpassing van dit uitvoeringbeleid horeca worden doorgevoerd.
Algemeen
1Voor (nood)uitgangen mag geen terrasmeubilair worden opgesteld.
2Brandkranen moeten voor hulpdiensten te allen tijde vrij bereikbaar zijn.
3De openingstijden van het terras zijn gelijk aan die van de inrichting, maar het terras mag nooit later geopend zijn voor bezoekers dan tot 0.00 uur. In de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag mag het terras nooit later geopend zijn voor bezoekers dan tot 01.00 uur. Na de sluitingstijd van het terras moeten bezoekers het terras verlaten. Uitsluitend personeel wat aan het opruimen is mag na de eindtijd nog op het terras aanwezig zijn.
4Vanaf sluitingstijd van het terras tot sluitingstijd van de inrichting wordt dusdanig toezicht gehouden op het terras dat overlast voor de omgeving wordt voorkomen.
5Op het terras mag geen versterkte muziek ten gehore worden gebracht. Uitzondering hierop is tijdens de in artikel 4:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening aangewezen collectieve festiviteiten of tijdens een op basis van artikel 4:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemelde incidentele festiviteit. De geluidsnormen en eindtijden uit deze artikelen zijn dan van toepassing. Ook ten behoeve van vergunde evenementen kan van dit verbod worden afgeweken.
6Op het terras mag uitsluitend onversterkte muziek ten gehore worden gebracht als voldaan wordt aan de normen zoals die zijn opgenomen in artikel 4:5 van de Algemene Plaatselijke Verordening.
7Het terras moet worden opgesteld binnen de daarvoor op de situatietekening behorende bij de vergunning aangegeven ruimte.
8Het terras en de naaste omgeving daarvan moeten vrij gehouden worden van afval afkomstig van het gebruik van het terras.
9Als het terras in de avonduren wordt verlicht, moeten schijnwerpers/lampen zo worden opgesteld dat deze het verkeer niet kunnen hinderen.
10De exploitant van het terras is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen om te voorkomen dat derden, ten gevolge van het gebruik van het terras, schade lijden of ontoelaatbare hinder/overlast ondervinden.
Gemeentegrond ‘Centrumplan Oirschot’
1Hulpverleningsdiensten moeten een ongehinderde doorgang hebben van minimaal 3,5 meter op een rijbaan voor fietsers en gemotoriseerd verkeer. Voetgangers moeten een ongehinderde doorgang hebben van minimaal 1,5 meter op een voetpad.
2Er mag geen terras worden geplaatst als er ten behoeve van het terras niet een minimale ruimte van 1,5 meter is.
3Het voetgangersgedeelte van de openbare weg mag gebruikt worden voor het plaatsen van een terras, mits de vrije (doorgang)ruimte minimaal 1,50 meter is en de vrije ruimte boven het terras minimaal 2,20 meter bedraagt; deze maat kan anders zijn voor gebieden waar uit de bestrating van de openbare ruimte duidelijk blijkt welke gronden als terras/uitstalruimte mogen worden gebruikt.
4Het zomer- dan wel winterterras moet worden opgesteld binnen de daarvoor aangegeven locaties in het ‘Centrumplan Oirschot’, waarbij het terrasmeubilair wordt opgesteld binnen de breedte van de voor en/of zijgevel van het horecabedrijf. In uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken met toestemming van de eigenaar/gebruiker van een naastgelegen pand en is plaatsing voor dat pand mogelijk.
5Het terras en de inrichting daarvan ziet er verzorgd (schoon, heel en veilig) uit, is van een hoog kwaliteitsniveau en draagt bij aan de algemene, ruimtelijke en belevingskwaliteit. De richtlijnen voor terrassen uit het ‘Centrumplan Oirschot’ worden gevolgd en goedkeuring van de gemeente is verplicht.
6Per terras is er sprake van één meubelstijl, welke een ingetogen uitstraling heeft. Het kleurgebruik van het terrasmeubilair is afgestemd op het kleurenpalet uit het ‘Centrumplan Oirschot’, zijnde houtkleurig, warmgrijs, antraciet en grijsgroen. Goedkeuring van de gemeente is vereist.
7Parasols, plantenbakken, ander terrasmeubilair of andere voorzieningen die in de buitenruimte geplaatst worden zijn beperkt toegestaan. Er blijft interactie tussen het terras en de overige openbare ruimte door het zicht op achterliggende bebouwing, looproutes en groen te handhaven. Wanneer parasols, plantenbakken, ander terrasmeubilair of andere voorzieningen geplaatst worden heeft dat een ingetogen uitstraling en is het kleurgebruik afgestemd op het kleurenpalet uit het ‘Centrumplan Oirschot’, zijnde houtkleurig, warmgrijs, antraciet en grijsgroen. Goedkeuring van de gemeente is vereist.
8De terrasvloer loopt door en het aanwezige straatwerk blijft zichtbaar. De terrasvloer wordt niet afgedekt met welke vorm van vloerbedekking dan ook. Het terrasmeubilair staat direct op de gemeentegrond. Afschermingen, meubels en dergelijke tot de grond zijn niet toegestaan.
9Het gedeelte waar straatmeubilair is geplaatst kan geen onderdeel zijn van het terras en moet altijd onbeperkt toegankelijk zijn voor gebruik.
10Op voor terrassen in gebruik genomen gemeentegrond mogen geen bouwwerken of permanente voorzieningen worden opgericht of worden geplaatst die aard en nagelvast aan de grond zijn verbonden en/of die niet te verplaatsen zijn. Tenzij de gemeente voor het oprichten expliciet toestemming heeft verleend.
11Het terras wordt opgesteld op tenminste 50 cm ten opzichte van bomen en beplantingen. Boomkransen blijven vrij van accessoires en meubilair.
12Op een terras, welke is gelegen tegen de gevel(s) van het eigen horecabedrijf, mag een verplaatsbare buitenbar of tapeiland worden geplaatst. Op op afstand gelegen terrassen is plaatsing niet toegestaan. Uitzondering hierop is tijdens vergunde evenementen en tijdens op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening aangewezen collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten, dan is het plaatsen van een buitenbar/tapeiland op alle terrassen toegestaan, dus ook op de op afstand gelegen terrassen.
13(Afval)containers staan buiten het zicht vanaf de openbare weg en maken geen onderdeel uit van het straatbeeld. De ondernemer is hiervoor zelf verantwoordelijk.
14Op het terras mogen geen tijdelijke en/of permanente tenten/overkappingen/serres worden geplaatst. Uitzondering hierop is tijdens vergunde evenementen en tijdens op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening aangewezen collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten, mits voor plaatsing toestemming is verleend, of wanneer daarvoor een omgevingsvergunning is verleend en expliciet toestemming is gegevens voor het gebruik van de gemeentegrond daarvoor.
15Een terras gelegen op het marktplein (plein zelf) in Oirschot mag slechts worden geplaatst in de periode van 15 maart tot 1 november.
16De terrassen gelegen op het marktplein (plein zelf) in Oirschot moeten worden verwijderd tijdens de kermis, andere vergunde evenementen of op aangeven van de gemeente.
17Ten behoeve van werkzaamheden aan het openbaar gebied behoudt de gemeente het recht om een terras (tijdelijk) te laten opruimen. Wanneer dit aan de orde is neemt de gemeente vooraf contact op met de horecaondernemer. De gemeente is niet aansprakelijk voor mogelijke schade in verband met het afbreken en opbouwen van het terras en een mogelijk verminderde omzet.
18Schade aan gemeentegrond en/of -eigendommen als gevolg van de plaatsing van een terras komen voor rekening van de horecaondernemer.
Gemeentegrond overige terrassen
1Hulpverleningsdiensten moeten een ongehinderde doorgang hebben van minimaal 3,5 meter op een rijbaan voor fietsers en gemotoriseerd verkeer. Voetgangers moeten een ongehinderde doorgang hebben van minimaal 1,5 meter op een voetpad.
2Er mag geen terras worden geplaatst als er ten behoeve van het terras niet een minimale ruimte van 1,5 meter is.
3Het voetgangersgedeelte van de openbare weg mag gebruikt worden voor het plaatsen van een terras, mits de vrije (doorgang)ruimte minimaal 1,50 meter is en de vrije ruimte boven het terras minimaal 2,20 meter bedraagt; deze maat kan anders zijn voor gebieden waar uit de bestrating van de openbare ruimte duidelijk blijkt welke gronden als terras/uitstalruimte mogen worden gebruikt.
4Het terrasmeubilair moet worden opgesteld binnen de breedte van de voor en/of zijgevel van het horecabedrijf. In uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken met toestemming van de eigenaar/gebruiker van een naastgelegen pand en is plaatsing voor dat pand mogelijk.
5Het terras en de inrichting daarvan ziet er verzorgd (schoon, heel en veilig) uit, is van een hoog kwaliteitsniveau en draagt bij aan de algemene, ruimtelijke en belevingskwaliteit. De richtlijnen voor terrassen uit het ‘Centrumplan Oirschot’ zijn van overeenkomstige toepassing en worden gevolgd. Goedkeuring van de gemeente is vereist.
6Per terras is er sprake van één meubelstijl, welke een ingetogen uitstraling heeft. Het kleurenpalet uit het ‘Centrumplan Oirschot’ is van overeenkomstige toepassing. Het kleurgebruik van het terrasmeubilair is hierop afgestemd, zijnde houtkleurig, warmgrijs, antraciet en grijsgroen. Goedkeuring van de gemeente is vereist.
7Parasols, plantenbakken, ander terrasmeubilair of andere voorzieningen die in buitenruimte geplaatst worden zijn beperkt toegestaan. Er blijft interactie tussen het terras en de overige openbare ruimte door het zicht op achterliggende bebouwing, looproutes en groen te handhaven. Wanneer parasols, plantenbakken, ander terrasmeubilair of andere voorzieningen geplaatst worden heeft dat een ingetogen uitstraling. Het kleurenpalet uit het ‘Centrumplan Oirschot’ is van overeenkomstige toepassing. Het kleurgebruik is hierop afgestemd, zijnde houtkleurig, warmgrijs, antraciet en grijsgroen. Goedkeuring van de gemeente is vereist.
8De terrasvloer loopt door en het aanwezige straatwerk blijft zichtbaar. De terrasvloer wordt niet afgedekt met welke vorm van vloerbedekking dan ook. Het terrasmeubilair staat direct op de gemeentegrond. Afschermingen, meubels en dergelijke tot de grond zijn niet toegestaan.
9Het gedeelte waar straatmeubilair is geplaatst kan geen onderdeel zijn van het terras en moet altijd onbeperkt toegankelijk zijn voor gebruik.
10Op voor terrassen in gebruik genomen gemeentegrond mogen geen bouwwerken of permanente voorzieningen worden opgericht of worden geplaatst die aard en nagelvast aan de grond zijn verbonden en/of die niet te verplaatsen zijn. Tenzij de gemeente voor het oprichten expliciet toestemming heeft verleend.
11Het terras wordt opgesteld op tenminste 50 cm ten opzichte van bomen en beplantingen. Boomkransen blijven vrij van accessoires en meubilair.
12Op een terras, welke is gelegen tegen de gevel(s) van het eigen horecabedrijf, mag een verplaatsbare buitenbar of tapeiland worden geplaatst. Op op afstand gelegen terrassen is plaatsing niet toegestaan. Uitzondering hierop is tijdens vergunde evenementen en tijdens op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening aangewezen collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten, dan is het plaatsen van een buitenbar/tapeiland op alle terrassen toegestaan, dus ook op de op afstand gelegen terrassen.
13Op het terras mogen geen tijdelijke en/of permanente tenten/overkappingen/serres worden geplaatst. Uitzondering hierop is tijdens vergunde evenementen en tijdens op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening aangewezen collectieve festiviteiten of gemelde incidentele festiviteiten, mits voor plaatsing toestemming is verleend, of wanneer daarvoor een omgevingsvergunning is verleend en expliciet toestemming is gegevens voor het gebruik van de gemeentegrond daarvoor.
14Ten behoeve van werkzaamheden aan het openbaar gebied behoudt de gemeente het recht om een terras (tijdelijk) te laten opruimen. Wanneer dit aan de orde is neemt de gemeente vooraf contact op met de horecaondernemer. De gemeente is niet aansprakelijk voor mogelijke schade in verband met het afbreken en opbouwen van het terras en een mogelijk verminderde omzet.
15Schade aan gemeentegrond en/of -eigendommen als gevolg van de plaatsing van een terras komen voor rekening van de horecaondernemer.
5.9.2 Uitbreiding terras
Het tijdelijk uitbreiden van het terras is uitsluitend toegestaan ten behoeve van evenementen, mits daarvoor toestemming is verleend.
5.9.3 Gemeentegrond
Het gebruik van gemeentegrond voor terrassen in het centrum van de kern Oirschot is opgenomen in de exploitatievergunning. Ook voor terrassen op gemeentegrond buiten het centrum van de kern Oirschot wordt het terras opgenomen in de exploitatievergunning. In de exploitatievergunning wordt het oppervlakte van het terras wat op gemeentegrond is gelegen aangegeven, evenals de situering. Het oppervlakte in de exploitatievergunning is de basis voor het te betalen bedrag voor het gebruik van de gemeentegrond. Die kosten worden jaarlijks in rekening gebracht.
5.11 Milieu en afval
5.11.1 Besluit activiteiten leefomgeving
In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn regels opgenomen waaraan milieubelastende activiteiten moeten voldoen. Bij alle vormen van reguliere horecabedrijven worden milieubelastende activiteiten uitgevoerd. Een melding op basis van het Besluit activiteiten leefomgeving is vereist bij het starten of wijzigen van milieubelastende activiteiten en moet minimaal 4 weken voor start of wijziging worden ingediend. Een dergelijke melding wordt op ontvankelijkheid gecontroleerd. Een ontvankelijke melding wordt voor kennisgeving aangenomen. Hierbij vindt er geen inhoudelijke toets plaats of aan het Besluit activiteiten leefomgeving wordt voldaan. Bij periodieke milieucontroles (toezicht) wordt gecontroleerd of het horecabedrijf in werking is conform de eisen van het Besluit activiteiten leefomgeving.
5.11.2 Duurzaamheid
Ook in inrichtingen moet gestreefd worden naar duurzaamheid. Behoudens duurzame bekers en verpakkingsmaterialen bij evenementen wordt duurzaamheid niet afgedwongen, maar wordt gestimuleerd richting ondernemers. Enkele voorbeelden om inrichtingen te verduurzamen zijn:
•Maatschappelijk verantwoord ondernemen;
•Afvalpreventie: toepassing recyclebare/afbreekbare bekers, gescheiden afvalinzameling;
•Terugdringen waterverbruik bij bijvoorbeeld toiletvoorzieningen en douches;
•Energiebesparing door bijvoorbeeld gebruik van LED-verlichting en energiezuinige apparatuur;
•Gebruik van groene stroom;
•Zorgen dat er zo weinig mogelijk voedsel wordt verspild;
•Gebruik van milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen;
•Gebruik maken van lokale of regionale leveranciers, zodat transportwegen kort zijn. Hierdoor wordt er ook meer draagvlak voor het evenement gecreëerd bij de lokale ondernemers;
•Als sprake is van een restaurant, voorkeur geven aan biologisch en/of regionaal geproduceerd voedsel. Ook fairtrade producten kiezen.
•Menukaarten of promotiematerialen, zoals flyers en posters op 100% gerecycled papier met milieuvriendelijk inkt laten drukken. Kies daarnaast voor kleinere formaten van dubbelzijdig bedrukt papier.
5.11.3 Duurzame bekers en verpakkingsmaterialen
Wanneer gebruikt wordt gemaakt van bekers en (flexibele) voedselverpakkingen die kunststof (plastic) bevatten, tijdens bijvoorbeeld evenementen of andere activiteiten, moeten die bekers en verpakkingen voldoen aan de daarvoor geldende regelgeving. Dat wil zeggen dat er sprake moet zijn van hergebruik van de materialen of, bij uitzondering, van hoogwaardige recycling. In het Uitvoeringsbeleid evenementen is opgenomen hoe aan deze regelgeving voldaan moet worden.
5.11.4 Afval
De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het schoonhouden van de eigen inrichting en de directe omgeving (50 meter vanaf de grens van de inrichting) en het opruimen van afval. De directe omgeving moet uiterlijk de eerstvolgende ochtend schoon en afvalvrij zijn. Voor de afvalinzameling moeten in de inrichting voldoende voorzieningen worden getroffen.
Hoofdstuk 7 Aspecten rondom vergunningen en meldingen
7.1 Aanvraag
7.1.1 Aanvraagformulier
Voor het doen van een aanvraag voor een vergunning of ontheffing of het indienen van een melding moet gebruik worden gemaakt van de daarvoor vastgestelde (e)-formulieren. Als de aanvraag/melding op een andere manier dan via het vastgestelde (e)-formulier wordt ingediend, moet deze aangevuld worden met het formulier. Pas na ontvangst van het formulier wordt de aanvraag/melding in behandeling genomen.
Het aanvraagformulier kan op de gemeentelijke website digitaal ingevuld worden.
7.1.2 Bijlagen
Bij het aanvraagformulier moeten de daarin aangegeven vereiste bijlagen worden ingediend. Een kopie van een legitimatiebewijs wordt in het kader van de bescherming van persoonsgegevens niet opgevraagd voor een vergunning/melding (wel voor Bibob-onderzoek). Ook een uittreksel van de Kamer van Koophandel wordt niet opgevraagd. De gemeente kan zelf in de registratie van de Kamer van Koophandel kijken.
Als voor de beoordeling van een aanvraag meer gegevens nodig zijn kan de gemeente hierom verzoeken. De aanvrager krijgt dan een termijn van in principe 2 weken om de benodigde gegevens aan te leveren.
7.6 Leges en kosten
7.6.1 Leges
De leges, zoals opgenomen in de gemeentelijke legesverordening, moeten betaald worden.
7.6.2 Gebruik openbare ruimte
Voor het hebben van een terras moet op basis van de gemeentelijke Tarievenverordening betaald worden voor het gebruik van gemeentegrond. In de Tarievenverordening wordt onderscheid gemaakt in het tarief voor het gebied behorende bij het centrum van Oirschot en voor alles daarbuiten.
Hoofdstuk 8 Toezicht en handhaving
8.2 Toezicht
8.2.1 Leeftijdscontrole
Een ondernemer kan besluiten slechts personen vanaf een bepaalde leeftijd binnen te laten. Als dit het geval is moet de ondernemer erop toezien dat ook uitsluitend personen vanaf die leeftijd binnengelaten worden. Vanuit gemeentewege is (vooralsnog) niet bepaald dat bij (bepaalde soorten) horecabedrijven een minimale leeftijd gehanteerd moet worden.
8.2.2 Administratieve controle
Naast het feitelijk toezicht in de inrichting kunnen ook de voor de inrichtingen geldende vergunningen, ontheffingen en dergelijke onderworpen worden aan een administratieve controle. Een administratieve controle kan gebeuren op alle aspecten. Wanneer zaken worden geconstateerd die niet meer juist zijn, moet afhankelijk van het geconstateerde gebrek de vergunning worden gewijzigd, een nieuwe vergunning worden aangevraagd of wordt de vergunning van overheidswege ingetrokken.
8.3 Crisis- en rampenbeheersing
8.3.1 Ontruiming
Het kan voorkomen dat er in een horecabedrijf een ernstig incident plaatsvindt. Er kan dan besloten worden om over te gaan tot ontruimen. Doordat in een horecabedrijf veel bezoekers in een beperkte ruimte bij elkaar kunnen zijn moet vooraf bekend zijn hoe er wordt ontruimd. Als er een beveiligingsorganisatie aanwezig is, heeft deze de taak om de ontruiming te begeleiden en/of uit
te voeren. Als er geen beveiligingsorganisatie aanwezig is, is dit een taak van de horecaondernemer dan wel personeel. Ontruimen kan gedeeltelijk of volledig plaatsvinden. Er kunnen diverse redenen zijn om te ontruimen. Deze zijn onder andere:
•brand;
•bouwkundige omstandigheden (bijvoorbeeld instortingsgevaar van een podium);
•bommelding;
•het vinden van een verdacht voorwerp;
•ongeregeldheden (denk aan verdrukking, massale vechtpartij, vuurwerk);
•uitvallen van voorzieningen (stroom, geluid, water, verlichting);
•gaslek en gasexplosie gevaar;
•het gebruik van traangas of andere vormen van gas.
Ontruimingsprocedure
Het besluit tot het starten van een ontruimingsprocedure kan plaatsvinden door de horecaondernemer, of bij zijn afwezigheid door de hoofdverantwoordelijke van de locatie, het hoofd Bedrijfshulpverlening (BHV), door de politie of door de brandweer. Als het nodig is kan het ook op bevel (last) van de burgemeester.
Een ontruiming kan alleen maar goed en rustig verlopen, als er voldoende tijd is om te ontruimen. Als er te weinig tijd is kunnen er eenvoudig zaken fout gaan. Een ander probleem bij ontruimen is de grote kans op paniek. Paniek ontstaat vaak uit onzekerheid. De verantwoordelijke voor de ontruiming moet daarom zorgen dat tijdig ontruimd wordt, zodat dit rustig kan gaan, en moet de bezoekers duidelijk informeren over waarom ontruimd wordt.
Verantwoordelijkheid
De ontruiming is geregeld in de Gemeentewet. De eindverantwoordelijke van de gemeente is de burgemeester. Het zoeken naar verdachte zaken is in eerste instantie een taak van de politie. Als er explosieven gevonden worden, of verdachte zaken in dat kader, kan de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) van Defensie worden ingeschakeld.
8.3.2 Rampenbestrijding
Een ramp is een gebeurtenis of dreiging met ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid als gevolg, waarbij mens of materieel belang ernstig wordt bedreigd of geschaad en waarvoor een gecoördineerde multidisciplinaire inzet van (operationele) diensten nodig is. Onder crisisbeheersing wordt ook wel verstaan: het aanwenden van alle middelen (in personeel en in materieel) die nodig zijn om rampspoedige gebeurtenissen, catastrofen of schadegevallen te bestrijden of te voorkomen.
De medewerker rampenbestrijding van de gemeente is verantwoordelijk voor de voorbereiding binnen de gemeentelijke organisatie. Dit betekent dat het regionale crisisplan en de deelprocessen Bevolkingszorg actueel worden gehouden en dat medewerkers door middel van opleiden, oefenen en bijscholen worden voorbereid op hun rol in een gemeentelijk proces ten tijde van een ramp/crisis. Met de komst van de Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding (Wkr/2004) is de verplichting geschapen om middels het Regionaal Beheersplan Rampenbestrijding (RBR) voorbereidingen te treffen op mogelijke rampen in de regio. De Wkr besteedt specifiek aandacht aan het verbeteren van de voorbereiding op rampen. Artikel 6 lid 1 Wkr verwijst naar artikel 3 Wet Rampen en Zware Ongevallen en artikel 6 Geneeskundige Hulp bij Rampen en Ongevallen (WGHOR). In dit artikel wordt gesteld dat eens per vier jaar een regionaal beheersplan opgesteld moet worden waarin een risico-inventarisatie opgenomen wordt met betrekking tot risico’s op rampen en zware ongevallen in de regio. Het risico op calamiteiten in of bij horecabedrijven wordt niet als een reëel risico gezien.
Rampenbestrijding en de veiligheidsketen
De veiligheidsketen geeft alle elementen weer die samen leiden tot een optimale bestrijding van rampen. Het gaat daarbij om zaken die ter voorkoming van rampen, bij de voorbereiding op en de bestrijding van rampen en in de herstelfase moeten worden gedaan. De veiligheidsketen bestaat uit de schakels pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. De brandweer (rode kolom), de GHOR (gele kolom) de politie (blauwe kolom) en de gemeente (oranje kolom) zijn gezamenlijke partners in de veiligheidsketen bij de rampenbestrijding.