Aanhef
De raad van de gemeente Oirschot;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 november 2022, nummer 22.I002320
gelet op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en artikel 38 van de Monumentenwet 1988;
Besluit:
Vast te stellen de Erfgoedverordening Oirschot 2023
In te trekken de Erfgoedverordening Gemeente Oirschot 2019
Artikel 1. Definities
In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
a.college: het college van burgemeester en wethouders
b.cultuurhistorisch waardevol element: een element zoals een stoep, muur of hekwerk dat vanuit het oogpunt van cultuurhistorie een kenmerkend onderdeel vormt van de historische bebouwing en vanwege de achitectuur, vormgeving, locatiegebonden situering of streekeigen materialisering beeldbepalend is voor de directe omgeving;
c.gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid van deze verordening;
d.gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht: stads- of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 16 van deze verordening;
e.gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid van deze verordening;
f.gemeentelijk beschermd monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
g.minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
h.omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk beschermd monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
i.Adviescommissie: adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Oirschot
Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister
1Het college houdt een door iedereen te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van op grond van deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld.
2Het gemeentelijk erfgoedregister bevat gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed en omvat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument.
Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
1Het college kan besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit, dat in eigendom is van de gemeente, of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd, of dat in particulier eigendom is, aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed.
2Het college kan besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling.
3Voor de aanwijzing van een cultuurgoed of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist.
4Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, en over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vraagt het college advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet.
5Dit artikel is niet van toepassing op:
a.door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en
b.cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
6Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
1Het college kan besluiten een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, te wijzigen of in te trekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
2Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als:
a.door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of
b.beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
3Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 5. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument
1Het college kan besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument.
2Dit artikel is niet van toepassing op:
a.rijksmonumenten, en
b.monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.
Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing
1Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door het college schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.
Artikel 7. Voorbescherming
1De bescherming van paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing op het beschermd gemeentelijk monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekendgemaakt.
2De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of na een besluit van het college van B&W om af te zien van definitieve aanwijzing.
Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie
Het college vraagt over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan de adviescommissie.
Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit
1Op een aanvraag om aanwijzing wordt besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.
2De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijke monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument.
Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving
1De aanwijzing wordt schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2Het college verwerkt de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig beschermd gemeentelijk monument
1In een spoedeisend geval kan het college een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig beschermd gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig beschermd gemeentelijk monument.
2Een aanwijzing als voorlopig beschermd gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als het college een besluit heeft genomen over de aanwijzing, als bedoeld in artikel 5, eerste lid.
3Paragraaf 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van het college tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig beschermd gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument
1Het college kan ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.
2Als de wijziging ziet op het schrappen van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten uit het register is paragraaf 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
3Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 13. Instandhoudingsplicht beschermd gemeentelijk monument
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
Artikel 14. Omgevingsvergunning beschermd gemeentelijk monument
1Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een beschermd gemeentelijk monument:
a.te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of
b.te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
2Het eerste lid is niet van toepassing op:
a.de uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt;
b.alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen betekenis heeft.
3Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een beschermd gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, als bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 15. Weigeringsgronden
1De omgevingsvergunning wordt slechts verleend als het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet.
2Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend zonder overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 16. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
1De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- of dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
2Het college zend het voorstel voor advies aan de adviescommissie.
3De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, als bedoeld in het tweede lid.
4Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt zo spoedig mogelijk opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
5De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld.
6Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt.
7Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functie-aanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Artikel 17. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
1De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 16, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
2Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet.
3Het college verwerkt de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing zo spoedig mogelijk in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 18. Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning
1Het is in een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen.
2De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
3Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
4Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 19. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk cultuurhistorisch waardevol element
1Het college kan een cultuurhistorisch waardevol element aanwijzen als beschermd gemeentelijk cultuurhistorische waardevol element.
2Het college zendt het voorstel voor advies aan de adviescommissie..
3Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de adviescommissie.
Artikel 20. Wijziging, intrekking en vervallen aanwijzing als beschermd gemeentelijk cultuurhistorisch waardevol element
1Het college kan een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 19, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 19, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurhistorisch waardevol element waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan.
2Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden, verwerkt het college dat direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 21 Omgevingsvergunning cultuurhistorisch waardevol element
1Het is verboden om een beschermd cultuurhistorisch waardevol element te slopen zonder omgevingsvergunning.
2De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen beschermd cultuurhistorische waardevolle element, een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd.
3Artikel 15 is van overeenkomstige toepassing.
4Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving
Artikel 22. Strafbepaling
Degene die handelt in strijd met artikel 13 of met het bepaalde krachtens artikel 14, derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 24. Toezichthouders
1Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de medewerkers van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, voor zover het taakvelden betreft waarvan het toezicht aan hen is toevertrouwd;
2Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
Artikel 25. Overgangsrecht
1Een krachtens de Erfgoedverordening Gemeente Oirschot 2019 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
2Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening Gemeente Oirschot 2019.
Artikel 26. Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op het moment waarop de Omgevingswet in werking treedt.