Gemeentelijke regelgeving

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot houdende regels Participatiewet Nadere regels en beleidsregels Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Gemeente Oirschot · geldt sinds 8 september 2016

Aanhef

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot;

overwegende dat:

per 1 januari 2015 de Invoeringswet Participatiewet werking is getreden;

de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 van de gemeente Oirschot aan het college de bevoegdheid geeft om nadere regels op grond van de artikelen 9, 11, 15 en 16 te stellen ten aanzien van de uitvoering van deze verordening en ten aanzien van de inzet van andere dan in de deze verordening genoemde re-integratievoorzieningen;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015;

besluiten vast te stellen:

Nadere regels en beleidsregels Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015

Artikel 1 Sociale activering

1Sociale activering kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling of, als dat (nog) niet mogelijk is, maatschappelijke participatie.

2Sociale activering heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, maatschappelijk nuttige activiteiten te laten verrichten, zo mogelijk met het oogmerk om hiermee werkritme op te doen.

3Sociale activering wordt alleen verricht bij organisaties zonder winstoogmerk.

4Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende (nog) geen perspectief heeft op regulier werk en dat inzet van sociale activering, mede gelet op het tweede lid, wenselijk is.

Artikel 2 Oriëntatiestage

1Een oriëntatiestage kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling.

2De oriëntatiestage heeft enerzijds als doel de belanghebbende zich te laten oriënteren op verschillende werksoorten en aspecten die samenhangen met arbeid en anderzijds het college de mogelijkheid te geven zich te oriënteren op de mogelijkheden van arbeid voor de belanghebbende.

3Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn geen reëel perspectief heeft op regulier werk en een oriëntatiestage, mede gelet op het tweede lid, geïndiceerd is.

4Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of indien door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.

5De oriëntatiestage duurt maximaal drie maanden

6Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de in het vorige lid genoemde periode eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd.

Artikel 3 Stage

1Een stage kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling.

2De stage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, door middel van arbeid werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied.

3Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn geen reëel perspectief heeft op regulier werk en een stage, mede gelet op het tweede lid, geïndiceerd is.

4Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.

5De stage duurt maximaal drie maanden.

6Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de in het vorige lid genoemde periode eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd.

7Het college kan van de stagebiedende instelling of van het stagebiedende bedrijf een vergoeding vragen voor de stage.

Artikel 4 Werkervaringsplaats

1Een werkervaringsplaats kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling.

2Een werkervaringsplaats heeft als doel het ontwikkelen van werknemersvaardigheden en het opdoen van werkervaring.

3Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.

4Een werkervaringsplaats duurt maximaal twaalf maanden.

5Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven dan kan de in het vorige lid genoemde periode eenmalig met maximaal twaalf maanden worden verlengd.

Artikel 5 Proefplaatsing

1Een proefplaatsing kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling.

2De proefplaatsing heeft als doel de belanghebbende en de werkgever te laten wennen aan aspecten die samenhangen met het verrichten van betaalde arbeid door de belanghebbende.

3Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende na proefplaatsing perspectief heeft op regulier werk en een proefplaatsing, mede gelet op het tweede lid, geïndiceerd is.

4Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt.

5De proefplaatsing duurt maximaal drie maanden.

6Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven dan kan de in het vorige lid genoemde periode eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd.

Artikel 6 No-risk polis

1Het college kan aan de werkgever die een persoon behorend tot de doelgroep loonkostensubsidie

in dienst neemt een no-risk polis aanbieden, welke de loondoorbetalingsverplichting voor de werk-

gever bij ziekte van de desbetreffende werknemer afdekt.

2Het college sluit aan bij de regeling die hiervoor in het Regionaal Werkbedrijf Zuidoost-Brabant is

vastgesteld.

Artikel 7 Inkomstenvrijlating

1De vrijlating van inkomsten uit deeltijdwerk als bedoeld in artikel 31 lid 2 aanhef en onder n en artikel 31 lid 2 aanhef en onder r van de Participatiewet is, naast de wettelijke voorwaarden, van toepassing indien de arbeid volgens het college bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.

2Het college is van oordeel dat alle arbeid als bedoeld onder het eerste lid bijdraagt aan de ar- beidsinschakeling, met uitzondering van arbeid die reeds is aangevangen voor de ingangsdatum van de uitkering krachtens de Participatiewet, IOAW of IOAZ.

3Indien sprake is van een gezin geldt de vrijlating per meerderjarig gezinslid dat voldoet aan het eerste lid.

4De vrijlating geldt niet voor het inkomen dat door belanghebbende niet aan het college is gemeld.

Artikel 8 Individuele studietoeslag

1De hoogte van de individuele studietoeslag bedraagt 25% van het wettelijk bruto minimumloon dat voor de belanghebbende geldt.

2De individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald.

Artikel 9 Scholing

1Het college kan een vorm van scholing aanbieden gericht op arbeidsinschakeling.

2Voor de scholing die wordt aangeboden of waarvoor subsidie wordt verleend gelden de navolgende voorwaarden:

a.de scholing dient te zijn gericht op arbeidsinschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid;

b.goedkoopst adequate scholingsmogelijkheid moet worden benut.

3Voor de Nugger en de Anw-er geldt daarnaast de aanvullende voorwaarde dat deze zich beschikbaar dient te stellen voor algemeen geaccepteerde arbeid voor tenminste 19 uur per week.

Artikel 10 Tegenprestatie

De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal tien uren per week en voor de maximale duur van een aaneengesloten periode van zes maanden.

Artikel 11 Hardheidsclausule

Indien onverkorte toepassing van de nadere regels leidt tot situaties die onredelijk en onbillijk zijn, kan hiervan worden afgeweken.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze nadere regels en beleidsregels treden in werking op de achtste dag na die van bekendmaking

en werken terug tot en met 1 juli 2015.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regels kunnen worden aangehaald als ‘Nadere regels en beleidsregels Re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015”.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.