Aanhef
Op weg naar meer bestaanszekerheid voor inwoners in de gemeente Oirschot!
Voorwoord
“Ik heb hulp nodig”
Voor iemand met geldzorgen is dit de moeilijkste zin om naar anderen uit te spreken. Tegelijkertijd zien we dat veel mensen in de gemeente Oirschot een ander graag willen helpen. In onze gemeente kennen we veel initiatieven om medeburgers te ondersteunen: van weggeefkastjes en de hulp van vele vrijwilligers tot verschillende zelfstandige stichtingen. Daarnaast kennen we ook dorpsondersteuners die onze inwoners zo laagdrempelig mogelijk verder helpen. Als gemeente hebben we een rol om deze hulp te versterken, samen met onze partners. We werken samen met WIJzer Oirschot, Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (schuldhulpverlening) en KempenPlus (minimaregelingen). Vanaf 2026 zullen we voor de uitvoering van de taken van de laatstgenoemde partner samenwerken met de gemeente Best. Ondanks die stevige inzet krijgen niet alle inwoners de hulp die ze nodig hebben. Het taboe op het hebben van geldzorgen is groot.
Met dit beleidsplan hebben we voor ogen om de ondersteuning die er is, nog toegankelijker te maken en het taboe op geldzorgen te doorbreken. We willen ervoor zorgen dat mensen met geldzorgen zich vrij voelen om de hulpvraag te stellen. Niemand hoeft zich te schamen voor geldzorgen, het kan iedereen overkomen.
Hoe eerder iemand aan de bel trekt, hoe sneller we kunnen helpen en we daarmee problemen kunnen voorkomen. We streven er daarom naar om inwoners met geldzorgen vroegtijdig te bereiken en hen de juiste ondersteuning te bieden. Hiermee voorkomen we dat problemen zich opstapelen en mensen geen oplossing zien. Geldzorgen veroorzaken stress, waardoor het lastig wordt om beslissingen te nemen die goed zijn voor de langere termijn. Dit kan een negatieve impact hebben op de gezondheid, kansen en toekomst van onze inwoners.
Tegen inwoners met geldzorgen wil ik zeggen: blijf er niet mee rondlopen, maar zoek hulp. Wij bieden graag een uitgestoken hand, zodat je sneller uit de financiële zorgen komt en weer ruimte voelt om volledig mee te doen in onze gemeente en jouw toekomst op te bouwen.
Wethouder Corine van Overdijk
Samenvatting
In dit beleidsplan Geldzorgen 2025-2028 staat beschreven dat de gemeente Oirschot (extra) blijft investeren op preventieve activiteiten, energiebesparende maatregelen, communicatie en voorlichting. ‘Meedoen’ moet in de gemeente Oirschot geen loze kreet zijn, maar vanzelfsprekend. Samenwerking en een integrale benadering zijn hierbij essentieel: ‘Samen voor een sociaal Oirschot!’ Oirschot is een gemeente met een relatief welvarende bevolking, een hoge arbeidsparticipatie en een sterke sociale structuur. Het is een mooie plek om te wonen, op te groeien en mee te doen.
In dit beleidsplan vervangen we de termen armoede en schulden door geldzorgen. Deze term past beter bij onze activiteiten gericht op het voorkomen en aanpakken van geldzorgen en het bieden van dienstverlening op dat vlak. In hoofdstuk 2 lichten we deze nieuwe terminologie en onze visie daarop verder toe. Met dit beleidsplan willen we dat wat goed gaat behouden en ook verbeteren waar dat nodig is. Hoewel we beschikken over een goed ondersteuningsaanbod, merken we dat veel inwoners hier nog onvoldoende gebruik van maken. De komende periode richten we ons daarom op het eerder bereiken van inwoners en het vergroten van het gebruik van dit ondersteuningsaanbod. Zo kunnen inwoners met een laag inkomen bijvoorbeeld gemakkelijker deelnemen aan het verenigingsleven of genieten van een dagje uit.
Onze ambitie is dat iedereen in gemeente Oirschot naar vermogen kan meedoen. Aanhoudende geldstress belemmert inwoners echter in hun deelname aan de samenleving. Daarom gaan we deze problematiek aanpakken en zetten we ons maximaal in om inwoners zo snel mogelijk uit deze situatie te helpen. Juist in tijden van toenemende geldzorgen is het essentieel om mensen écht vooruit te helpen. ‘Meedoen voor iedereen’ moet een vanzelfsprekendheid zijn. Daarnaast willen we onze inwoners beter wegwijs maken in het doolhof van regelingen en voorzieningen. Ons uitgangspunt blijft een integrale toegang tot zorg en ondersteuning.
We werken aan onze ambitie vanuit vier speerpunten. Voor elk speerpunt beschrijven we waar we ons de komende jaren op willen richten. Hieronder volgt een overzicht van de speerpunten.
Speerpunt 1: We zetten ons in om inwoners proactief en zo vroeg mogelijk te bereiken.
Speerpunt 2: Informatie en voorzieningen zijn vindbaar en toegankelijk.
Speerpunt 3: We versterken integraliteit van de dienstverlening.
Speerpunt 4: De regelingen en ondersteuning zijn passend bij de vraag van de inwoner.
We volgen de voortgang met behulp van zowel kwantitatieve (tellen) als kwalitatieve (vertellen) gegevens. Zo beoordelen we of we op koers liggen om onze ambitie en speerpunten te behalen. Ons uitgangspunt is om binnen de bestaande budgetten te blijven en voor nieuwe activiteiten financiering te vinden binnen de begroting.
Dit beleidsplan biedt het kader voor de komende vier jaar. We werken nauw samen met diverse partners. Onze ambitie is dat ook andere partijen verantwoordelijkheid nemen in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken. Als gemeente zijn wij één van de vele spelers die bijdraagt aan de verwezenlijking van de ambitie, speerpunten en daaruit voortkomende acties die in dit beleidsplan worden beschreven.
Totstandkoming en leeswijzer
Hoe is dit beleidsplan tot stand gekomen?
Het beleidsplan ‘Geldzorgen 2025-2028’ geeft invulling aan het thema ‘armoede en schulden’ zoals beschreven in het brede beleidsplan ‘Participatie en meedoen’ dat in 2024 is vastgesteld. ‘Geldzorgen 2025-2028’ volgt het beleidskader Armoedebestrijding 2021-2024 ‘Koersen op de toekomst’ op zoals dat in 2020 is vastgesteld. Om uitvoering te geven aan schuldhulpverlening en minimabeleid, werken we samen met een aantal partners. Zo wordt de toegang tot ondersteuning bij geldzorgen verzorgd door WIJzer Oirschot (waaronder sociaal raadslieden en de formulierenbrigade). De uitvoering van minimaregelingen en bijzondere bijstand is op dit moment (in 2025) nog bij KempenPlus belegd, terwijl de schulddienstverlening wordt uitgevoerd door de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening (verder: MD) van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (verder: GRSK). Vanwege de samenwerkingen in de uitvoering met onder andere KempenPlus en GRSK, stelden we eerder samen met de Kempengemeenten een beleidskader op. In 2024 hebben we er voor gekozen om voor de komende periode een eigen beleidsplan voor gemeente Oirschot op te stellen. Hiermee beogen we de integrale dienstverlening rondom geldzorgen en schulden nog meer naar de voorgrond te halen en sneller in te kunnen spelen op de lokale behoeften van onze inwoners.
We hebben de visie Sociale Leefomgeving ‘Samen voor een sociaal Oirschot’ en ander bestaand beleid als uitgangspunt genomen. Tijdens de voorbereiding van het beleidsplan hebben we input verzameld van verschillende partners en inwoners. Dit omvat interviews met verschillende typen huishoudens en inkomensgroepen en onderzoekers van KWIZ. Verder hebben we gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de Adviesraad Zorg en Samenleving en regelmatig afgestemd met collega’s van andere beleidsvelden binnen het domein Sociale Leefomgeving. Naast deze gesprekken hebben we ook cijfers en gegevens verzameld en geanalyseerd, evenals recente ontwikkelingen in kaart gebracht. Op basis van al deze input is het beleidsplan ‘Geldzorgen 2025-2028’ tot stand gekomen.
Leeswijzer
In dit beleidsplan gaan we in op hoe we in de komende jaren in de gemeente Oirschot aan de slag gaan met geldzorgen waar onder andere ook de schuldhulpverlening en inkomensondersteunende regelingen deel van uitmaken. In hoofdstuk 1 introduceren we dit beleidsplan, bespreken we de wettelijke kaders, definiëren we wat we onder geldzorgen verstaan. In hoofdstuk 2 geven we inzicht in de omvang en samenstelling van huishoudens met een laag inkomen en/of met schulden. We bieden een overzicht van het gemeentelijke aanbod, schetsen de maatschappelijke context en ontwikkelingen en blikken we terug op de kadervisie Armoedebestrijding 2021-2024. In hoofdstuk 3 formuleren we het beleidskader voor schuldhulpverlening voor de periode 2025-2028. In hoofdstuk 4 presenteren we de ambitie, speerpunten, gebaseerd op de verzamelde input en daaruit voortkomende acties. Hoofdstuk 5 beschrijft onze aanpak voor monitoring en evaluatie en we ronden af in hoofdstuk 6 met een overzicht van de kosten en uitvoering.
Besluit:
1Het beleidsplan Geldzorgen 2025-2028 vast te stellen en te bepalen dat deze in werking treedt op de eerste dag na bekendmaking.
2De huidige Gewijzigde Kadernota armoedebestrijding 2021-2024 in te trekken na vaststelling beleidsplan Geldzorgen 2025-2028.
1. Beleidsplan ‘Geldzorgen 2025-2028’: Inleiding
1.3 Wettelijke kaders
1.3.1 Schuldhulpverlening
In art. 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) wordt schuldhulpverlening omschreven als: ‘het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden, indien redelijkerwijs is te voorzien dat een persoon niet langer zijn schulden kan betalen of indien hij al heeft opgehouden te betalen’. Schuldhulpverlening beoogt inwoners rust en overzicht te bieden in hun financiële situatie en, waar mogelijk, hun schulden af te lossen of te regelen. Daarnaast richt het zich op het voorkomen van terugval in financiële problemen. De Wgs stelt dat inwoners met financiële problemen of (dreigende) problematische schulden bij de gemeente terecht kunnen voor advies en schuldhulpverlening. Sinds 2021 is de wet gewijzigd, waardoor vroegsignalering van schulden, op basis van signalen van derden, ook een wettelijke taak is geworden voor gemeenten. In de gemeente Oirschot wordt schuldhulpverlening uitgevoerd door de afdeling MD van de GRSK. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de gemeentelijke beleidsregels schuldhulpverlening, die verder worden toegelicht in hoofdstuk 3.
1.3.2 Inkomensondersteuning
Gemeenten mogen inwoners met een laag inkomen geen extra inkomen geven, maar zijn wel verplicht om ondersteuning te bieden. Dit is vastgelegd in de Participatiewet en de Invorderingswet 1900. De gemeentelijke kaders voor bijzondere bijstand zijn opgenomen in de beleidsregels bijzondere bijstand en de verordening participatieregeling 18+. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen met de kenmerken van de regeling en of er sprake is van een inkomensgrens en/of draagkracht.
1.3.3 Sociaal Raadslieden Werk
Onderdeel van het gemeentelijke ondersteuningsaanbod is nog het Sociaal Raadsliedenwerk. Hoewel dit geen wettelijke verplichting is, vormt het een waardevolle aanvulling op de gemeentelijke dienstverlening.
Het Sociaal Raadsliedenwerk wordt uitgevoerd door WIJzer Oirschot, maar functioneert onafhankelijk en vertrouwelijk. De Sociaal Raadslieden zijn experts op het gebied van wetten, regelingen en voorzieningen en bieden ondersteuning en advies aan mensen met uiteenlopende problemen op het gebied van inkomen, schulden, uitkeringen en sociale voorzieningen. Ze fungeren als een belangrijke schakel tussen inwoners en instanties zoals de gemeente, de Belastingdienst, het UWV en zorgverzekeraars. Inwoners kunnen bij hen terecht met (juridische) vragen over uitkeringen, schulden en toeslagen, en zij verstrekken kosteloos informatie en advies. Daarnaast helpen de Sociaal Raadslieden bij het schrijven van klachten, brieven of bezwaren en ondersteunen ze inwoners bij het indienen van aanvragen. Ze spelen ook een cruciale rol bij het bieden van hulp bij schuldenproblematiek. Inwoners met financiële problemen kunnen met hun hulpvraag terecht bij de Sociaal Raadslieden.
De dienstverlening van de Sociaal Raadslieden is laagdrempelig en toegankelijk. Omdat de hulp gratis en anoniem is, verlaagt dit de drempel voor mensen die moeite hebben om zelf contact op te nemen met instanties. De Sociaal Raadslieden werken nauw samen met hulpverleners in het voorliggende veld en met gemeentelijke afdelingen, zodat inwoners met complexe hulpvragen op een geïntegreerde manier worden ondersteund.
1.4 Afbakening doelgroep inwoners
1.4.1 Laag inkomen
We spreken van een laag inkomen als iemand gedurende een langere tijd niet de middelen heeft om te kunnen beschikken over de goederen en voorzieningen die in de samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Hierbij is onderscheid te maken tussen noodzakelijke kosten zoals voedsel, ziektekosten, huur en kleding en kosten om actief deel te nemen aan de samenleving zoals de contributie van een vereniging.
1.4.2 Schulden
We spreken van schulden wanneer iemand verplichtingen heeft om geld terug te betalen dat is geleend of wanneer er achterstanden zijn in het voldoen van reguliere kosten, zoals vaste lasten en dagelijkse uitgaven. Wanneer een inwoner niet in staat is om openstaande betalingen binnen een redelijke termijn te voldoen, wordt gesproken van een problematische schuld. Bij problematische schulden gaat het om situaties waarin de betalingsachterstand leidt tot langdurige financiële problemen, vaak gepaard met stress en sociaal isolement, en waar zonder hulp geen uitweg mogelijk lijkt.
1.4.3 Oorzaken
Er zijn meerdere factoren die bijdragen aan het ontstaan van geldzorgen, zowel op individueel niveau als op maatschappelijk niveau. In de afgelopen jaren volgden een aantal crisissen elkaar op met grote gevolgen voor onze economie. Een pandemie, een oorlog en een energiecrisis. Het zijn situaties met grote gevolgen voor de persoonlijke situatie van een deel van de inwoners. Desondanks zijn de meeste inwoners veerkrachtig en vangen de gevolgen van de crisissen zelfstandig op of met hulp van hun netwerk. Het kabinet dempt de effecten door het verhogen van het minimumloon en het bijstellen van de koopkracht bij kwetsbare groepen. Toch blijkt volgens berekeningen van het Centraal Plan Bureau dat de groep mensen met financiële problemen groeit. Zo is er bij inwoners minder geld voor boodschappen, maken ze zich zorgen over hun bestaanszekerheid of energierekening. Voorheen dachten we dat inwoners in de bijstand, of net erboven, hier uitsluitend last van hadden. De crisissen treffen nu ook inwoners met een midden of hoger inkomen. Dit kan leiden tot een hogere ondersteuningsvraag bij geldzorgen, schulden en verduurzaming.
Veel inwoners met geldzorgen maken gebruik van onze dienstverlening. Toch is vertrouwen in de overheid geen vanzelfsprekendheid. Zonder vertrouwen is de stap naar hulp groter. Het onderzoek van het Centraal Plan Bureau (2023) laat zien dat groepen in lagere sociale klassen minder vaak vertrouwen hebben in de overheid
1Aanzienlijke verschillen tussen sociale klassen in Nederland | Nieuwsbericht | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)
. Uit een onderzoek van de Nationale Ombudsman (2022) blijkt dat het systeem vaak zó ingewikkeld is dat men verdwaald raakt in de regels en dit kan onbedoeld leiden tot schulden
2Sociaal minima in de knel - ombudsman - 17 oktober 2022
. Dit zorgt ervoor dat een deel van de inwoners het liever zelf oplost en de stap naar professionele hulp nog groter wordt. Daarnaast wordt de kloof tussen arm en rijk niet kleiner en moet de overheid moeilijke beslissingen nemen over het verdelen van woningen, zorg en andere middelen. De inwoners hebben behoefte aan een betrouwbare overheid. Een goede relatie tussen gemeente en haar inwoners draagt bij aan vertrouwen. En dit draagt op zijn beurt bij aan het goed functioneren van onze democratische rechtstaat en de toegankelijkheid van het sociale vangnet.
Op individueel niveau spelen zogeheten life-events een rol. Denk aan het krijgen van kinderen, maar ook het overlijden van een naaste, een echtscheiding of ontslag. Daarnaast kunnen verschillende andere factoren bijdragen aan het ontstaan van geldzorgen, zoals laaggeletterdheid, ziekte of psychische problemen en lichamelijke of cognitieve beperkingen.
Naast persoonlijke oorzaken worden financiële problemen ook sociologisch bepaald. Dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn op je financiële situatie. Zo wordt er overerving waargenomen. Financiële problemen bij ouders hebben grote invloed op de kansen en het toekomstperspectief van hun kinderen.
1.4.4 Gevolgen
Geldzorgen hebben vaak veel verdergaande gevolgen dan alleen betalingsachterstanden. Mensen lopen bijvoorbeeld het risico sociaal geïsoleerd te raken omdat zij te weinig financiële middelen hebben om sociale activiteiten te ondernemen, wat kan leiden tot gevoelens van schaamte. Bovendien hebben financiële problemen een negatief effect op de fysieke en mentale gezondheid. Steeds meer onderzoek wijst uit dat geldzorgen chronische stress veroorzaken. Langdurige stress kan leiden tot impulsief gedrag en verminderde vaardigheden om te plannen en organiseren, wat het moeilijker maakt om effectief te functioneren en verstandige langetermijnbeslissingen te nemen. Deze patronen kunnen ervoor zorgen dat financiële problemen blijven bestaan en andere levensgebieden negatief beïnvloeden.
De maatschappelijke kosten én het persoonlijke leed zijn hoog. Naast de uitgaven aan voorzieningen binnen het minimabeleid en trajecten in de schuldhulpverlening, leiden geldzorgen tot hogere zorgkosten, minder arbeidsparticipatie, meer schooluitval, een grotere afhankelijkheid van uitkeringen en een toenemend beroep op ondersteuning op andere leefgebieden, zoals huisvesting, mentale en fysieke gezondheid en sociale relaties.
Kinderen die opgroeien met geldzorgen hebben door de stressvolle omstandigheden vaak een slechtere gezondheid en presteren minder goed op school. Ze krijgen minder mogelijkheden om hun potentieel te ontwikkelen in vergelijking met leeftijdsgenoten uit (meer) welvarendere gezinnen. Hierdoor lopen ze bovendien een groter risico om later zelf ook met geldzorgen te leven, een fenomeen dat bekend staat als intergenerationele armoede.
3De invloed van armoede op schoolprestaties (Nederlands Jeugdinstituut)
2. Waar staan we nu?
2.4 Maatschappelijke context en ontwikkelingen
2.4.1 Landelijke ontwikkelingen
Het thema armoede, schulden en geldzorgen heeft de afgelopen jaren, mede door de coronacrisis en energiecrisis, zowel landelijk als lokaal meer aandacht gekregen dan ooit tevoren. De overheid heeft geprobeerd om inwoners die getroffen werden door de energiecrisis te ondersteunen met regelingen zoals de Energietoeslag en het prijsplafond. Ondanks deze maatregelen blijft de financiële bestaanszekerheid van mensen met een laag inkomen landelijk onder druk staan. Dit gaat niet alleen over voldoende inkomen, maar ook over de voorspelbaarheid en toegankelijkheid van het systeem van toeslagen en tegemoetkomingen. De Commissie Sociaal Minimum
8SCP, ‘advies Commissie sociaal minimum: landelijke aanpak bestaanszekerheid, september 2023.
stelt bovendien dat de verhouding tussen gemeenten en de Rijksoverheid uit balans is: er zijn aanzienlijke verschillen in het armoedebeleid van gemeenten, wat leidt tot ongelijkheid. De commissie adviseert de Rijksoverheid dan ook om te zorgen voor landelijke, toereikende regelingen voor mensen op het sociaal minimum, zodat gemeenten zich meer kunnen richten op individueel maatwerk.
In de meest recente voortgangsrapportage
9Voortgang aanpak geldzorgen, armoede en schulden, juni 2024
van de aanpak van geldzorgen, armoede en schulden van voormalig minister Carola Schouten, is te lezen dat de armoede in de afgelopen drie jaar is gedaald met 1,4%, en kinderarmoede zelfs met 2,3%. Hierdoor leven er nu zo’n 230.000 mensen minder in armoede, waarvan 73.000 kinderen. Echter, problematische schulden zijn in diezelfde periode juist toegenomen. In 2022 had 7,7% van de huishoudens te maken met problematische schulden, en dat percentage is inmiddels gestegen naar 8,8%. Hoewel de overheid effectief gezinnen in armoede kan ondersteunen via toeslagen, heeft ze minder grip op het ontstaan en aanpakken van schulden. Daarom is er landelijk veel aandacht voor het verbeteren van de schuldhulpverlening. Er is een plan opgesteld voor een basisdienstverlening voor schuldhulpverlening, met als doel de toegankelijkheid en kwaliteit van de gemeentelijke schuldhulp te verbeteren. Het streven is dat alle gemeenten de richtlijnen van ‘Elementen van Basisdienstverlening’ implementeren, zodat er minimaal een gelijkwaardig hulpaanbod beschikbaar is in elke gemeente.
2.4.2 Lokale bevindingen
In de aanloop naar dit beleidsplan hebben we een evaluatie uitgevoerd van het beleidsplan Kadernota Armoedebestrijding 2021-2024, getiteld ‘Koersen op de toekomst’. In bijlage 3 is een terugblik waarin we ook ingaan op de aspecten van preventie en vroegsignalering en de gebiedsgerichte pilots die de afgelopen jaren in verschillende gemeenten zijn uitgevoerd. Ook worden hier de resultaten van de beleidsdoelstellingen besproken.
Om inzicht te krijgen in de beste aanpak voor het bereiken en ondersteunen van inwoners van de gemeente Oirschot op het gebied van armoede en geldzorgen, hebben we input en ideeën verzameld van diverse groepen. Dit betreft interviews met verschillende huishoudens en inkomensgroepen en overleg met partners van KWIZ. We hebben ook overlegd met de Adviesraad Zorg en Samenleving en afgestemd met collega's van andere beleidsvelden binnen Sociale Leefomgeving. Daarnaast hebben we data verzameld, geanalyseerd en recente ontwikkelingen in kaart gebracht.
Zoals hierboven beschreven hebben we KWIZ gevraagd om inzicht te geven in de doelgroep van het minimabeleid. Op dit moment hanteren we in de gemeente Oirschot een inkomensgrens van 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm) voor regelingen: de primaire minimadoelgroep. Het onderzoek van KWIZ biedt inzicht in de doelgroep van het minimabeleid en het bereik van de regelingen (opgenomen in bijlage 1).
Bijlage 1 Overzicht minimaregelingen
Kenmerk
Inkomensgrens/draagkracht
Bereik regeling
16Rapport KWIZ p. 5: Bereik inkomensondersteunende regelingen.
Verplichte regelingen
Bijzondere bijstand
Vergoeding van noodzakelijke, bijzondere kosten die voortvloeien uit uitzonderlijke omstandigheden en waarvoor het huishouden zelf niet kan voorzien.
Draagkracht:
35% van het inkomen boven 120% en 100% vermogen boven vermogensgrens.
28%
t.o.v.
20-25% landelijk
Individuele Inkomenstoeslag
Een toeslag voor personen met langdurig een laag inkomen en vermogen, zonder zicht op inkomensverbetering.
€ 375,- voor een alleenstaande, € 500,- voor een alleenstaande ouder of € 550,- voor gehuwden, die minimaal 36 maanden een laag inkomen hebben en geen zicht op inkomensverbetering.
Inkomensgrens 105% en geen vermogen boven vermogensgrens conform bijstand.
48%
t.o.v.
40-45% landelijk
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
Kwijtschelding van lokale belastingen voor mensen met een laag inkomen.
Inkomensgrens 100%.
22%
t.o.v.
70-75% landelijk
Niet verplichte regelingen
Collectieve ziektekostenverzekering
Een collectieve zorgverzekering, bestaande uit een basisverzekering en aanvullende verzekering via CZ of VGZ. Dit pakket biedt vergoedingen voor veel voorkomende kosten, met een tegemoetkoming voor de aanvullende verzekering.
Inkomensgrens 120% en vermogen onder vermogensgrens conform bijstand.
21%
t.o.v.
35-40% landelijk
Participatieregeling 18- (Stichting Leergeld)
Uitgevoerd door Stichting Leergeld, die kinderen ondersteunt zodat ze kunnen deelnemen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten.
Inkomensgrens 120%, maar Stichting Leergeld levert maatwerk.
56%
t.o.v.
35-40% landelijk
Participatieregeling 18+
Volwassenen ontvangen een bedrag op jaarbasis voor sociaal maatschappelijke participatie.
Inkomensgrens 120% en vermogensgrens conform bijstand.
5%
t.o.v.
35-40% landelijk
Bijlage 2 Samenwerkingspartners
WIJzer Oirschot
WIJzer Oirschot fungeert als de integrale toegang voor inwoners van de gemeente Oirschot met vragen over financiën, wonen, welzijn en zorg. In opdracht van de gemeente biedt WIJzer Oirschot een breed scala aan preventieve activiteiten, zoals Sociaal Raadsliedenwerk, dorpsondersteuners, een emplooi spreekuur en de formulierenbrigade. Deze initiatieven zijn gericht op het tijdig ondersteunen van inwoners met (geld)zorgen en bevorderen een laagdrempelige toegang tot hulp en advies.
KempenPlus
De uitvoering van minimaregelingen en de verstrekking van bijzondere bijstand ligt bij KempenPlus. Deze organisatie zorgt ervoor dat inwoners met een laag inkomen of bijzondere financiële lasten in aanmerking komen voor passende ondersteuning, zoals financiële bijstand.
MD (Schuldhulpverlening)
De dienstverlening rondom schuldhulp wordt uitgevoerd door MD. Deze organisatie ondersteunt inwoners met (problematische) schulden door middel van schuldbemiddeling, budgetbeheer en andere gerichte hulpverlening om de financiële stabiliteit van inwoners te herstellen.
Maatschappelijke partners
-Stichting Leergeld
-Voedselbank
De gemeente Oirschot onderhoudt diverse maatschappelijke partners om inwoners in aanvullende behoeften te voorzien. Bijvoorbeeld Stichting Leergeld Best e.o., die bijdraagt aan participatie van kinderen onder de 18 jaar, en de Voedselbank, die tijdelijke ondersteuning biedt aan inwoners met een laag inkomen.
Informatiepunt Digitale Overheid
Om inwoners wegwijs te maken in de digitale overheid, biedt de gemeente een Informatiepunt Digitale Overheid. Hier kunnen inwoners terecht met vragen over digitale overheidsdiensten.
Geldfit
Geldfit biedt een toegankelijk platform voor tips en informatie over geldzaken. Inwoners kunnen hier anoniem een korte test doen en ontvangen vervolgens een passend advies. Zo nodig worden zij doorverwezen naar gemeentelijke hulp of andere passende ondersteuning.
Bijlage 3 Terugblik Kadernota Armoedebestrijding 2021-2024
1.1 Algemene terugblik
In het najaar van 2020 is de Kadernota armoedebestrijding “Koersen op de toekomst” 2021-2024 vastgesteld. Een periode van vier jaar die anders is verlopen dan we vooraf hadden kunnen voorzien. In 2020 hadden we al te maken met corona en lockdowns. We konden echter niet voorzien hoe lang dat zou duren. Ook konden we op dat moment niet voorzien dat er een oorlog in de Oekraïne uit zou breken met een energiecrisis en forse inflatie tot gevolg. Meer en andere inwoners kregen te maken met geldzorgen. Landelijk zijn diverse ondersteuningsmaatregelen ontwikkeld, welke als extra taken naar gemeenten kwamen zoals de Eenmalige energietoeslag. Deze ontwikkelingen hebben inzet en aandacht gevraagd. Dat heeft enerzijds tot gevolg gehad dat we geplande ontwikkelingen niet in gang hebben gezet; anderzijds is er een hele nieuwe groep inwoners met geldzorgen in beeld gekomen die we hebben ondersteund en hebben kunnen wijzen op het volledige ondersteuningsaanbod. In het najaar van 2022 heeft er een tussenevaluatie van de kadernota Armoedebestrijding 2021-2024 plaatsgevonden. Uitdagingen zoals de coronapandemie, stijgende energieprijzen en koopkrachtdaling hebben er voor gezorgd dat het thema armoede meer en op een andere manier aandacht heeft gekregen en inzet heeft gevraagd.
Extra maatregelen i.v.m. corona en energiecrisis
De TONK (en Tozo) regeling is in het leven geroepen voor huishoudens die door corona te maken hadden met inkomstenterugval en hierdoor noodzakelijke kosten zoals woonkosten niet meer konden betalen. Er kwam ook een energietoeslag voor huishoudens met een minimuminkomen om de hoge energielasten te compenseren. We hebben deze regelingen met prioriteit ingevoerd en uitgevoerd. Daarnaast kregen gemeenten te maken met de hersteloperatie Toeslagenaffaire, waarbij vanuit de landelijke overheid aan gemeenten is verzocht om contact te leggen met de potentieel gedupeerden om te onderzoeken of ze ondersteuning nodig hebben en vervolgens een passend hulpaanbod te doen.
Vroegsignalering
Door de ontwikkelingen is er een steeds grotere groep inwoners die moeite heeft om rond te komen en mee te kunnen doen. Armoedebestrijding is een onderwerp geworden dat steeds nadrukkelijker op de agenda staat en de nodige aandacht krijgt, ook op bestuurlijk niveau. Naast de maatschappelijke ontwikkelingen, hebben er ook wijzigingen plaats gevonden in wet- en regelgeving. Zo is begin 2021 de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) gewijzigd. Verhuurders, energie- en waterleveranciers en zorgaanbieders werden verplicht betalingsachterstanden aan gemeenten te melden. Naar aanleiding daarvan is VPS ingericht. VPS staat voor Vindplaats Schulden, dit is een portaal van BKR waar signalen van betalingsachterstanden gemeld worden. Voor kleine partners, zoals particuliere verhuurders, die niet zijn aangesloten bij VPS, is er een mailbox voor het aanleveren van signalen. Vervolgens wordt contact gezocht met de inwoner om ondersteuning aan te bieden. Dat deden we telefonisch en per post. Daarnaast is per 1 januari 2024 de pilot huisbezoeken gestart. Een consulent schuldhulpverlening gaat samen met een sociaal cultureel werker van WIJzer Oirschot op huisbezoek bij de betalingsachterstanden die een indicatie vormen voor grote financiële zorgen.
De eindevaluatie vindt in 2025 plaats, waarna besloten zal worden of het afleggen van huisbezoeken in het kader van de vroegsignalering een vast onderdeel wordt van de dienstverlening van MD en of en hoe de samenwerking met WIJzer Oirschot wordt voortgezet.
Preventie
In 2021 zijn de Kempengemeenten een samenwerking gestart met Startpunt Geldzaken en met de Nederlandse Schuldhulproute. Dit zijn kanalen die in diverse andere gemeenten succesvol zijn gebleken en die een bijdrage leveren aan het vroegtijdig in beeld krijgen van inwoners met geldzorgen, zodat we hen vroegtijdig een lichte vorm van (zelf)hulp kunnen bieden of kunnen doorverwijzen. De samenwerking met Startpunt Geldzaken is per 1/01/2024 beëindigd omdat er nauwelijks gebruik van werd gemaakt.
Daarnaast zijn er andere preventieve activiteiten waar we op hebben ingezet. Gericht op zowel het maatschappelijk middenveld als op inwoners zelf. Hieronder sommen we er een aantal op:
•Start Nieuwsbrief Geldzaken
De Nieuwsbrief Geldzaken werd in eerste instantie structureel en periodiek uitgegeven. Nadat zichtbaar werd dat het bereik van de nieuwsbrief redelijk laag was is er voor gekozen om de nieuwsbrief enkel uit te brengen bij grotere mededelingen.
•Eenmalig item KempenTV.
•Dialoogavonden voor het maatschappelijk middenveld.
•Webinar Budgetteren voor inwoners en Webinar CZV voor maatschappelijk middenveld.
Taboedoorbreking
Er zijn diverse acties uitgezet als het gaat om communicatie uitingen gericht op het laagdrempelig aanbieden van ondersteuning en het doorbreken van het taboe op armoede en schulden. Een van de instrumenten om hier invulling aan te geven is de Nederlandse Schuldhulproute. Verder is in samenwerking met het Praktijkonderwijs van het Pius X-College en de organisatie Save the Children het project Speaking Minds uitgevoerd. Vanuit dit project zijn leerlingen van het praktijkonderwijs betrokken bij implementatievragen vanuit de gemeente over het thema geldzorgen; hoe voorkomen we dat jongeren geldzorgen hebben en hoe maken we geldzorgen beter bespreekbaar.
Dit project wordt voortgezet en in de komende schooljaren herhaaldelijk uitgevoerd.
Collectief aanbod
In de kadernota 2021-2024 is de doelstelling opgenomen om samen met het maatschappelijk middenveld een breed collectief aanbod aan te bieden. Binnen het traject schuldhulpverlening zou het volgen van het collectieve programma een vast onderdeel worden. Het collectieve aanbod omvat groepsactiviteiten die bijdragen aan het vergroten van de financiële draagkracht van de cliënt.
Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen. Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is door middel van een-op-een begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door een en dezelfde schuldhulpverlener. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Hierbij kan gedacht worden aan korte coachingstrajecten bij losse vragen, kleine betalingsachterstanden waarvoor een individuele betalingsregeling kan worden afgesloten of hulp bij inzicht in financiën of het opstarten van budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode. Cliënten zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis zodat er in het vervolg geen probleemsituatie ontstaat, of zij eerder hulp weten in te schakelen.
1.2 Gebiedsgerichte pilots
In de kadernota was opgenomen dat elke gemeente een eigen pilot zou uitvoeren waarbij werd ingezoomd op een specifiek vraagstuk vanuit de kadernota.
Pilot Schulden vrije start (Bergeijk)
De pilot: De ontwikkeling van jongeren mag niet door schulden worden ondermijnd. Om deze reden start de Gemeente Bergeijk met de Pilot Schulden vrije start! Deze pilot omvat een aanpak waarbij de afkoop van sommige schulden gepaard gaat met het aanleren van financiële vaardigheden. Het gaat om schulden die zijn ontstaan op de vaste lasten als gevolg van het niet hebben van inkomen of toereikend inkomen. Uitgangspunt is dat alle jongeren tot 23 jaar met een schone lei kunnen beginnen aan het leven.
Verloop van de pilot en vervolg
De pilot Schuldenvrije Start is in 2021 gestart. Vervolgens is de projectgroep Schuldenvrije Start aan de slag gegaan met de uitvoering van deze pilot. Hier zijn verschillende professionals vanuit het veld betrokken, zoals de jeugdcoach, een schuldhulpverlener als maatschappelijk werk. Ondanks inspanningen in de uitvoering en het verbreden van de doelgroep zijn er geen succesvolle aanmeldingen van jongeren geweest. In de tussenevaluatie is bepaald om de pilot door te laten lopen om te bezien of de aanmeldingen aan zullen trekken. Ook in de eindevaluatie zijn er geen aanmeldingen bij gekomen.
Naar aanleiding van de ‘Motie Ondersteuning Energiecrisis’ is de vraag gesteld of inwoners goed op de hoogte zijn van het volledige aanbod aan ondersteuning in de gemeente en of inwoners de weg weten te vinden naar passende zorg en ondersteuning. Deze vraag kun je ook stellen in het verlengde van de Pilot Schuldenvrije Start. In de raadsinformatiebrief naar aanleiding van deze motie is dan ook de Toegangsscan aangekondigd welke in 2023 is uitgevoerd in de gemeente Bergeijk. De Toegangsscan heeft laten zien dat inwoners onvoldoende op de hoogte zijn van de ondersteuningsmogelijkheden. Dus ook op het gebied van financiële ondersteuningsvragen weten inwoners niet of onvoldoende de juiste weg te vinden. Hoe we inwoners het beste kunnen bereiken is een belangrijke opgave, een mogelijkheid kan zijn het centraliseren van de toegang. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld.
Pilot Signalering verenigingen (Bladel)
Met deze pilot onderzoekt de Kempengemeenten welke standaard werkwijze en ondersteuning er nodig is om verenigingen in staat te stellen om ook op schuldenproblematiek te signaleren. De Bladelse verenigingen krijgen een uitnodiging om deel te nemen aan deze pilot.
Verloop van de pilot en vervolg
De gemeente Bladel is gestart met het doen van een klein onderzoek bij verenigingen. Middels een uitvraag per mail zijn meer dan 100 verenigingen (KBO’s, buurt, sport, muziekverenigingen etc.) benaderd met een viertal vragen. Deze gingen met name over of verenigingen schuldenproblematiek bij leden herkent, signaleert, wat zij op dit moment hieraan doen en of zij ervoor openstaan om hier meer over te weten te komen. 22 verenigingen hebben, na een herinnering, gereageerd op deze uitvraag. De reacties zijn uiteenlopend. Het overgrote deel is niet bekend met armoede-of schuldenproblematiek bij leden en doet dus ook niks op dit moment. Verenigingen die aangeven op dit moment wél iets te doen bij signalering, geven met name aan leden te wijzen/ door te verwijzen op/naar aanbod van bijv. stichting Leergeld. Het overgrote deel geeft aan er voor open te staan hier in het vervolg per mail voor benaderd te worden. Hierover is ook contact geweest met stichting Kempen in Beweging (met de Kempische coördinator sport en preventie die clubs o.a. helpt aan een vertrouwenscontactpersoon, en bewust maakt van aanbod zoals clubkadercoaching en workshops). Hier werd bevestigd dat er behoefte is aan laagdrempelige tips en informatie over het ondersteuningsaanbod en het signaleren van geldzorgen.
We hebben twee duidelijke pdf’s ontworpen met daarop het financiële ondersteuningsaanbod wanneer leden de contributie niet (meer) kunnen betalen en een signaleringskaart (gebaseerd op de signalenkaart Armoede van het NJI) met daarop tips hoe geldzorgen te signaleren en bespreekbaar te maken binnen de vereniging. De documenten zijn naar alle verenigingen (KBO, buurt, sport, muziek etc) verzonden binnen gemeente Bladel en vanuit stichting Kempen in Beweging zijn de volgende acties uitgezet:
•De bestanden zijn op de website geplaatst.
•Beide Pdf’s worden als bijlage met de e-mailnieuwsbrief meegestuurd..
•Alle op kempeninbeweging.nl geregistreerde sport- en beweegaanbieders (80) hebben beide Pdf’s ontvangen met een begeleidende tekst in een persoonlijke e-mail.
•Een social post maken over deze onderwerpen en beide PDF als foto meenemen.
Het blijft een uitdaging om de grote groep aan (sport)verenigingen op een goede manier te bereiken. Ook worden vrijwilligers binnen verenigingen steeds schaarser. Daarom blijven we de samenwerking opzoeken met Kempen in Beweging als overkoepelende organisatie. Geldzorgen en armoede staan op de lijst als onderwerp voor hun Kaderdag in januari 2025 en in het najaar van 2024/ begin 2025 willen we, i.s.m. de coördinator sport&preventie Bladelse verenigingen uitnodigen voor een thema-avond waar dit onderwerp ook voorbij zal komen.
Tevens zijn dit thema’s die voorbij komen in het reeds opgestarte Bladelse netwerk Geldzorgen. Hier nemen lokale partijen aan deel zoals het Cluster senioren, de Kleding- en Voedselbank, Hulp in Nood Hapert en Bladel/Netersel, Zorgcoöperatie Hoogeloon, stichting Leergeld, Sociaal Raadsliedenwerk en thuisadministratie CordaadWelzijn.
Pilot Aanpak Thuisadministratie en Scholing (Eersel)
De pilot thuisadministratie en scholing betreft een aanpak waarbij vrijwilligers worden getraind in het opzetten van een thuisadministratie bij cliënten. De training behelst een aanpak waarbij meer methodische kennis wordt toegevoegd aan de werkwijze van vrijwilligers die actief willen zijn in de thuisadministratie. Het doel van deze pilot is de Kempische vrijwilliger die betrokken is bij de thuisadministratie steviger te maken.
Met deze pilot onderzoeken de Kempengemeenten in hoeverre methodische vrijwillige inzet een oplossing kan bieden voor cliënten met enkelvoudige thuisadministratie problematiek.
Verloop van de pilot en vervolg
Het opleiden van vrijwilligers van de Thuisadministratie is aan de Thuisadministratie zelf. Daarom is in overleg met de Thuisadministratie besloten deze pilot om te buigen en een kennisavond te organiseren voor de vrijwilligers van de Thuisadministratie. Het eerste thema was “schuldhulpverlening”. Tijdens deze bijeenkomst hebben schuldhulpverleners en sociaalraadslieden van MD een toelichting gegeven op hun werk. Dat bleek zeer waardevol voor de vrijwilligers. We zetten in om deze bijeenkomst eens per jaar/eens in de twee jaar te organiseren.
Pilot Gezonde voeding met een laag inkomen (Reusel-De Mierden)
De gemeente Reusel-De Mierden start een pilot samen met lokale diëtisten. Het doel is om inwoners met een laag inkomen een gezond voedingspatroon aan te leren, waarbij rekening wordt gehouden met de (on)mogelijkheden van een klein budget. De (al bestaande) interventie “Goedkoop gezonde voeding” is de basis hiervoor.
Verloop van de pilot en vervolg
Drie diëtisten uit de gemeente hebben de opleiding gevolgd die bij deze interventie hoort. Tot twee keer toe hebben we het project on hold moeten zetten omdat de coronamaatregelen het niet toe lieten om groepsbijeenkomsten te organiseren. Hierna hebben twee diëtisten besloten te stoppen en zijn we door gegaan met één diëtiste. Zij heeft in het najaar van 2022 en in het voorjaar van 2023 twee trainingen aangeboden. De trainingen zijn door de deelnemers weliswaar positief beoordeeld. Echter, de opkomst was lager dan verwacht en het bleek moeilijk om voldoende deelnemers te vinden ondanks uitgebreide werving. Gelet hierop hebben we besloten dit zelfde aanbod niet voort te zetten. We zijn nu aan het verkennen of we op een andere wijze iets met gezonde voeding kunnen doen waarbij we uitgaan van wensen van inwoners zelf. Een concrete actie die hieruit is voortgekomen is dat de diëtiste aansluit bij het koffie-uurtje dat Vluchtelingenwerk organiseert voor statushouders in de gemeente en met hen in gesprek gaat over dit thema.
Pilot Aanpak integrale toegang schulden (Oirschot)
Met Wijzer kent Oirschot een afwijkende toegang tot de dienstverlening in de Kempen. Deze toegang is een integrale 3D toegang tot hulp, ondersteuning en zorg, inclusief het welzijnswerk. Er is kennis en expertise aanwezig over jeugd(zorg), Wmo, participatie, nieuwkomers, maatschappelijk werk, welzijnswerk en het informele (zorg)circuit.
In de Pilot integrale toegang zal de consulent schuldhulpverlening voor een dag(deel) meedraaien. Het doel van deze pilot is om te onderzoeken wat het effect is van het vanaf een gezamenlijke locatie werken op het leveren van schulddienstverlening. Bereiken we een betere aansluiting en samenwerking met sociaal raadsliedenwerk, emplooispreekuur, formulierenspreekuur en andere preventieve activiteiten.
Verloop van de pilot en vervolg
Deze pilot is per 1 juni 2022 gestart. Een vaste consulent schuldhulpverlening van MD is éénmaal per twee weken op de woensdag aanwezig geweest in Oirschot en maakte dan deel uit van de integrale toegang tot dienstverlening van team Wijzer voor de inwoners van Oirschot. Uit de praktijk blijkt dat er weinig aanloop is geweest tijdens de aanwezigheid van de consulent schuldhulpverlening. Vervolgens is de pilot on-hold gezet ivm personeelsuitval en onderbezetting bij de afdeling Schuldhulpverlening. Het gezamenlijk verlenen van ondersteuning van schulden aan een inwoner is dan ook niet van de grond gekomen binnen de gestelde termijn van de pilot. Een positief effect van het werken vanuit een gezamelijke locatie is het vergroten van de kennis van schuldhulpverlening bij de medewerkers van WIJzer. Dit heeft bijgedragen aan een betere integrale samenwerking.
1.3 Evaluatie beleidsdoelstellingen
In de voorgaande kadernota waren 7 beleidsdoelstellingen opgenomen over de ontwikkeling van cliënten ten opzichte van de dienstverlening. Daarnaast waren er 3 doelstellingen geformuleerd die de basis hebben gevormd voor het opstellen van het nieuwe beleid. De eindevaluatie is uitgevoerd middels het beschrijven van de resultaten van de 10 beleidsdoelstellingen.
Doelstelling 1: De financiële draagkracht van inwoners die zich gemeld hebben bij gemeenten voor schuldhulp is duurzaam verhoogd. Zij stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix.
De dienstverlening is door de corona maatregelen anders verlopen dan van te voren beoogd. Een van de grootste uitdagingen was de plotselinge overstap naar digitale dienstverlening. Omdat fysiek contact vaak niet mogelijk was, moesten schuldhulpverleners hun cliënten op afstand ondersteunen. Schuldhulpverleners kregen te maken met een verhoogde werkdruk en moesten manieren vinden om de toegenomen vraag aan te kunnen, vaak met beperkte middelen. Het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix is daarom niet van de grond gekomen.
Doelstelling 2: 55% van de cliëntcontacten in de financiële dienstverlening is in 2024 via het collectief aanbod.
De bedoeling was om het aanbod af te stemmen met de lokale organisaties en middels een samenwerking vorm te geven. Door alle ontwikkelingen waar we de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad, corona, energiecrisis en gevraagde inzet als gevolg hiervan, is het collectief aanbod niet van de grond gekomen. Binnen de beperkte middelen hebben we online bijeenkomsten georganiseerd over minimaregelingen. Verder is ingezet op laagdrempelige, algemene voorzieningen voor de eerste ondersteuning. Denk aan Geldfit van de Nederlandse Schuldhulp Route en de Geldplannen van het Nibud. Tot slot zijn er in samenwerking met partners informatiepleinen ingericht in Bladel en Eersel waar inwoners met geldvragen terecht kunnen. Zij kunnen hier meer informatie krijgen over de verschillende voorzieningen die er zijn en hulp krijgen met het aanvragen daarvan. Verder kan een inwoner met beginnende schulden tijdig doorverwezen worden en kunnen de beginnende schulden aangepakt worden.
De dienstverlening van schuldhulpverlening bestaat voornamelijk uit één-op-één begeleiding. De schuldhulpverleners zijn opgeleid om de hulpverlening van a tot z uit te voeren waardoor er geen overdrachtsmoment voorkomt. Zo wordt een inwoner breed uitgevraagd op alle leefgebieden en wordt er gecoacht in het opdoen van vaardigheden en kennis op het gebied van financiële zelfredzaamheid. De één-op-één begeleiding biedt mogelijkheden tot ondersteuning en coaching op maat.
Doelstelling 3: Inwoners die deelnemen aan het collectief aanbod stijgen een of meerdere treden op het domein financiën van de zelfredzaamheidsmatrix.
Zoals benoemd in doelstelling 1 en 2 zijn zowel het collectief aanbod als het gebruik van de zelfredzaamheidsmatrix niet van de grond gekomen. Het beoogde doel met het collectief aanbod om naast stabiliseren en oplossen van schulden de financiële zelfredzaamheid te vergroten is daarvoor in plaats door middel van één-op-één begeleiding aan de inwoner aangeboden. De hulpverlening wordt van aanmelding tot nazorg begeleid door één en dezelfde schuldhulpverlener, hierdoor wordt vanaf het eerste besprek een vertrouwensband opgebouwd. Schuldhulpverlening is niet enkel voor inwoners met problematische schulden waarvoor een schuldregeling dient te worden opgestart, maar juist ook voor inwoners met hulpvragen in een eerder stadium. Zo worden er korte coachingstrajecten bij losse vragen aangeboden, wordt een inwoner gestimuleerd in het krijgen van inzicht in financiën en wordt er budgetbeheer of budgetcoaching voor een bepaalde periode opgestart wanneer passend. inwoners zijn zo niet meer enkel bezig met het oplossen van een probleemsituatie maar ook met het opdoen van vaardigheden en kennis samen met de consulent schuldhulpverlening.
Doelstelling 4: Wij bieden inwoners ontwikkelruimte door de inzet van saneringskredieten. De inzet van het aantal saneringskredieten t.b.v. een schuldregeling is daardoor 40% verhoogd naar 45%.
Er is geen 0-meting gedaan bij het opstellen van de doelstelling, om deze reden kan er dan ook niet worden geconcludeerd of het aantal saneringskredieten is verhoogd met 45%. Wel kan er geconcludeerd worden dat er uitvoering is gegeven aan de doelstelling om het aantal saneringskredieten toe te laten nemen. Saneringskredieten zijn bedoeld om mensen met problematische schulden te helpen door al hun schulden samen te voegen tot één overzichtelijk krediet, dat zij in een afgesproken termijn kunnen aflossen. Recentelijk zijn er nieuwe plannen gepresenteerd door de overheid en gemeenten om saneringskredieten effectiever en toegankelijker te maken. Een van de kernpunten in deze plannen is het verlagen van de drempel om in aanmerking te komen voor een saneringskrediet. Hierdoor kunnen meer mensen sneller worden geholpen, wat de kans vergroot dat zij hun schulden kunnen aflossen en hun leven weer op de rails krijgen.
Het inzetten van saneringskredieten is meer standaard geworden en dit is opgenomen in de werkprocessen.
Doelstelling 5: Wij kiezen voor een ontwikkelingsgerichte aanpak die inzet op duurzame gedragsverandering. Hiermee neemt de inzet van budgetbeheer met 20% toe, de inzet van beschermingsbewind neemt met 20% af.
De inzet van beschermingsbeheer wordt uitgesproken door de rechtbank, een afname hierin ligt niet binnen het bereik van schuldhulpverlening. Hierin is dan ook geen significant verschil zichtbaar in de afgelopen jaren. Voor inwoners die zich aanmelden bij schuldhulpverlening en nog niet onder bewind staan is de ambitie om aan te bieden wat nodig is. In het kader van duurzame gedragsverandering heeft de inzet van budgetbeheer dan ook de voorkeur mits dit passend is voor de inwoner. In de voorgaande kadernota is er geen 0-meting gedaan waardoor het niet mogelijk is een vergelijking te doen met aantallen uit 2024. Ook kan er niet worden aangetoond of de inzet van budgetbeheer met 20% is toegenomen.
Doelstelling 6: 50% van de inwoners die succesvol het traject van minnelijke schuldhulpverlening hebben afgerond leveren op vrijwillige basis een maatschappelijke bijdrage in een door hen zelf in te vullen variant (bijv. vrijwilligerswerk).
We hebben afgezien van vragen om een vrijwillige maatschappelijke bijdrage omdat hierop niet gestuurd kan worden. Aan de hulpvraag van een inwoner inzake schuldhulpverlening wordt altijd gehoor gegeven, ongeacht hij of zij een maatschappelijk bijdrage levert. Verder was de invulling van het leveren van een bijdrage beoogd om deel te nemen aan het collectief aanbod als ervaringsdeskundige, door bovengenoemde redenen is het aanbieden van een collectief aanbod niet aangeboden.
Doelstelling 7: Cliënten die gemeld zijn bij het meldpunt vroegsignalering zijn binnen 2 weken gesproken.
In 2023 is de voorgaande kadernota gewijzigd om aan te sluiten bij de Wgs. Een van de gewijzigde onderdelen is de vroegsignalering. Om een hulpaanbod te kunnen doen door middel van bijvoorbeeld huisbezoeken (zoals in de pilot vroegsignalering huisbezoeken) aan een binnengekomen signaal van een betaalachterstand, is de termijn verruimd naar 4 weken. Binnen deze termijn wordt een inwoner gesproken en is de doelstelling behaald.
De doelstelling die is geformuleerd voor de ontwikkeling van het nieuwe beleid:
Doelstelling 8 (nieuw beleid): Er zijn op 1-6-2024 nieuwe doelstellingen geformuleerd voor de opstellingen van het nieuwe beleidsplan 2024.
In het huidige beleidsplan worden de nieuwe doelstellingen gepresenteerd.