Gemeentelijke regelgeving

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2026

Gemeente Noordoostpolder · geldt sinds 27 november 2025

Aanhef

De raad van de gemeente Noordoostpolder

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025, no. 25.0001618;

gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;

B E S L U I T :

vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting 2026

Artikel 1 Definities

1Onder ‘jaar’ wordt verstaan een kalenderjaar, of een gedeelte van een kalenderjaar;

2Onder ‘maand’ wordt verstaan een kalendermaand, of een gedeelte van een kalendermaand;

3Onder ‘onroerende zaak’ wordt verstaan een onroerende zaak als bedoeld onder hoofdstuk III van de ‘Wet waardering onroerende zaken’, die niet tot woning dient, dan wel het niet-woning-gedeelte van een onroerende zaak die tot woning dient;

4Onder ‘eigenaar’ wordt verstaan degene die aan het begin van het kalenderjaar het genot heeft van de onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht als bedoeld in hoofdstuk IV van de ‘Wet waardering onroerende zaken’;

5Onder ‘vastgestelde waarde’ wordt verstaan de waarde welke jaarlijks met toepassing van Hoofdstuk III en IV van de Wet WOZ wordt vastgesteld;

6Onder ‘gebruiker’ wordt verstaan degene die aan het begin van het kalenderjaar de onroerende zaak al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt als bedoeld in hoofdstuk IV van de ‘Wet waardering onroerende zaken’;

7Onder ‘exploitant’ wordt verstaan een natuurlijk- of rechtspersoon die bedrijfsmatig als eigenaar en/of gebruiker ten behoeve van derden openbare aankondigingen aanbrengt op of aan door hem daartoe beschikbaar staande c.q. gestelde onroerende zaken, werken, ruimten en/of terreinen;

8Onder ‘openbare aankondiging’ wordt verstaan alle tot het publiekgerichte mededelingen die erop zijn gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd;

9Onder ‘tarief gebied’ wordt verstaan het gebied als gemarkeerd op de bij deze verordening behorende kaart;

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg.

Artikel 3 Belastingplicht

1De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van een onroerende zaak waar het belastbaar feit zich voor doet.

2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt, ingeval er geen gebruiker valt aan te wijzen, de reclamebelasting van de eigenaar van de onroerende zaak geheven waar het belastbaar feit zich voordoet, indien de eigenaar de openbare aankondigingen voor zichzelf dan wel als exploitant doet, dan wel het aanbrengen van de aankondiging(en) gedoogt.

3In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend.

4In afwijking van het bepaalde in het eerste lid en het tweede lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.

Artikel 4 Vrijstellingen

De reclamebelasting wordt niet geheven voor:

a.een openbare aankondiging door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak;

b.een openbare aankondiging die uitsluitend dient ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen;

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De reclamebelasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening en bijbehorende tarieventabel bepaalde.

Artikel 6 Belastingtijdvak

Het belastingtijdvak is gelijk aan een kalenderjaar.

Artikel 7 Ontstaan van belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak.

2Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht.

3Indien de belastingplicht bij het begin van het belastingtijdvak bestaat of aanvangt, wordt de reclamebelasting naar jaartarief geheven.

4Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, wordt de reclamebelasting naar maandtarief geheven.

5Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de naar maandtarief geheven reclamebelasting verschuldigd voor zoveel maanden als er in dat jaar, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

6Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclamebelasting naar jaartarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van de belastingplichtige verminderd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde reclamebelasting als er in dat jaar, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

7Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt en de reclamebelasting naar maandtarief is geheven, wordt de aanslag op verzoek van belastingplichtige verminderd tot op het bedrag dat met toepassing van het maandtarief wordt berekend voor het aantal volle kalendermaanden waarin de belastingplicht bestond. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt de maand waarin de belastingplicht eindigt als volle kalendermaand aangemerkt.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Termijn van betaling

1In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet.

2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Overgangsrecht

De "Verordening Reclamebelasting 2025" van 11 november 24, no. 24.0001253, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 12 Inwerkingtreding

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

2De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening reclamebelasting 2026.

Tarieventabel, behorende bij de "Verordening reclamebelasting 2026”

MAATSTAVEN EN JAARLIJKSE TARIEVEN RECLAMEBELASTING

1.1

De reclamebelasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar 2024 (waardepeildatum 1-1-2023).

1.1.1

Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17,18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Het vaste belastingtarief bedraagt per perceel per belastingjaar:

1.1.2

Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt per jaar bij een waarde van:

1.1.2.1

€ 1.000 tot en met € 300.000

€ 408,96

1.1.2.2

€ 300.001 tot en met € 450.000

€ 628,32

1.1.2.3

€ 450.001 tot en met € 600.000

€ 844,68

1.1.2.4

€ 600.001 tot en met € 750.000

€ 1.064,04

1.1.2.5

€750.001 en hoger

€ 1.283,40

1.1.3

Het tarief voor de reclamebelasting bedraagt per maand bij een waarde van:

1.1.3.1

€ 1.000 tot en met € 300.000

€ 34,08

1.1.3.2

€ 300.001 tot en met € 450.000

€ 52,36

1.1.3.3

€ 450.001 tot en met € 600.000

€ 70,39

1.1.3.4

€ 600.001 tot en met € 750.000

€ 88,67

1.1.3.5

€750.001 en hoger

€ 106,95

De tarieventabel behoort bij raadsbesluit van 10 november 2025,

de griffier van de gemeente Noordoostpolder,

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.