Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
a.Voorzitter:
De voorzitter van de Raad of diens plaatsvervanger
b.Griffier:
De griffier van de Raad of diens plaatsvervanger
c.Amendement:
Voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen
d.Subamendement:
Voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft
e.Motie:
Korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken
f.Voorstel van orde:
Voorstel betreffende de orde van de vergadering
g.Initiatiefvoorstel:
Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel vanuit de Raad
h.Raadsinformatiesysteem:
Openbaar informatiesysteem via: https://noordenveld.raadsinformatie.nl/dashboard toegankelijk voor iedereen.
i.Indemniteitsbesluit:
Besluit waarin een niet toegestane financiële handeling van het College alsnog door de Raad wordt bekrachtigd
j.Beeldvormend:
De eerste fase van vergaderen over een beoogd raadsvoorstel, beleidsstuk of verordening. Het doel van deze fase is met behulp van ambtenaren, collegeleden, betrokken inwoners, organisaties en derden zoveel mogelijk informatie te verzamelen om tot een verantwoorde oordeelsvorming te kunnen komen. Door het College specifiek voor de Raad georganiseerde bijeenkomsten waarin informatie wordt gedeeld, zijn toegankelijk voor raadsleden en plaatsvervangende commissieleden.
k.Oordeelsvormend:
De tweede fase van vergaderen over een raadsvoorstel, een beleidsstuk of een verordening. Het doel van deze fase is om goed te bekijken en beoordelen welk doel er met het beoogde stuk en het besluit daarover moet worden bereikt, waarover nog zorgen of bedenkingen zijn en waar het te nemen besluit in ieder geval aan zou moeten voldoen. Resultaat moet zijn of er voldoende gesproken is over de voorgenomen besluitvorming en of daardoor het voorgestelde besluit – al dan niet tijdens de besluitvorming aangepast – genomen zou kunnen worden.
l.Besluitvormend:
De derde fase van vergaderen over een raadsvoorstel, een beleidsstuk of een verordening. Het doel van deze fase is te komen tot besluitvorming over het – al dan niet middels amendering aangepaste – voorgestelde.
m.Plaatsvervangend commissielid niet zijnde raadslid:
Door de Raad op voordracht van de fractie benoemd plaatsvervangend commissielid, geen raadslid zijnde, welke tijdens de laatste verkiezingen van de Raad geplaatst is op de kandidatenlijst van de betreffende politieke partij. Plaatsvervangende commissieleden leggen bij hun aantreden ten overstaan van de raad de eed of verklaring en belofte af in handen van de voorzitter.
n.Hem/Haar:
Daar waar hem staat kan ook haar gelezen worden wanneer dit in de context / het verband logisch is.
Artikel 2 De voorzitter
De voorzitter is belast met:
1Het leiden van de vergadering;
2Het handhaven van de orde;
3Het doen naleven van het Reglement van Orde;
4Wat de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
Artikel 3 De griffier
1De griffier ondersteunt de Raad en diens voorzitter.
2De griffier is in elke vergadering van de Gemeenteraad aanwezig.
3Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de Raad daartoe op grond van artikel 107d gemeentewet (aangewezen) benoemde ambtenaar.
4De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Artikel 4 De gemeentesecretaris
De Raad kan het College verzoeken de gemeentesecretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 5 Het presidium
1De Raad heeft een presidium.
2Het presidium bestaat uit de fractievoorzitters.
3Het presidium wordt voorgezeten door de waarnemend raadsvoorzitter. Mocht deze verhinderd zijn, wordt hij vervangen door één van zijn plaatsvervangers.
4De griffier is secretaris van het presidium, bijgestaan door de raadsadviseur voor het verslag of een zo nodig vervangende collega van de griffie.
5De griffier en de raadsadviseur zijn in elke vergadering van het presidium aanwezig of een zo nodig vervangende collega van de griffie.
6De burgemeester is als adviseur bij de vergaderingen van het presidium aanwezig.
7Bij afwezigheid van de fractievoorzitter kan hij een fractiegenoot (raadslid) aanwijzen, die hem in het presidium vervangt. Eenmansfracties kunnen een plaatsvervangend commissielid niet zijnde een raadslid aanwijzen als vervanger van de fractievoorzitter.
8Het presidium heeft de volgende - niet politieke - taken:
•Het opdrachtgeverschap voor raadswerk- of projectgroepen;
•Het indienen van voorstellen namens de Raad;
•Het organiseren van de werkzaamheden van de Raad;
•Het desgevraagd adviseren van het College waarbij de fracties niet politiek gebonden zijn aan een gegeven advies of opinie;
•Het vaststellen van het eigen vergaderschema.
9In beginsel wordt er niet gestemd in het Presidium. Mocht dit om wat voor reden dan ook toch nodig zijn, en de stemmen staken waardoor er een patstelling ontstaat over iets waar wel een beslissing over moet worden genomen, dan heeft de voorzitter – hoewel deze normaliter geen stem heeft – de doorslaggevende stem.
10De vergaderingen van het presidium zijn openbaar en worden uitgezonden via de livestream, tenzij het presidium op voorstel van de voorzitter of een lid anders besluit, conform de procedure zoals die geldt voor de Raad. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het presidium anders beslist.
11Aan de vergaderingen van het presidium achter gesloten deuren kunnen alleen fractievoorzitters of diens plaatsvervanger deelnemen, mits zij raadslid of plaatsvervangend commissielid zijn. De overige leden van de raad en plaatsvervangende commissieleden kunnen de vergadering wel bijwonen, zonder deel te nemen.
Artikel 6 De agendacommissie
1De Raad heeft een agendacommissie
2De agendacommissie bestaat uit de waarnemend raadsvoorzitter en een plaatsvervanger van hem, aangevuld met twee raadsleden die gekozen worden uit de fracties die geen van de voornoemde voorzitters leveren. De leden worden benoemd door de Raad.
3De raadsadviseur is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig en is verantwoordelijk voor het verslag of een zo nodig vervangende collega van de griffie.
4De waarnemend raadsvoorzitter is voorzitter van de agendacommissie of bij zijn afwezigheid zijn plaatsvervanger.
5Bij verhindering van één van de leden van de agendacommissie vindt er geen vervanging plaats. Wanneer er sprake is van naar verwachting langduriger verhindering, langer dan drie maanden, zal er een (tijdelijke) vervanger door de raad worden gekozen, waarbij de bedoeling van lid 2 wordt gevolgd.
6De burgemeester is als adviseur aanwezig bij de vergaderingen van de agendacommissie.
7De agendacommissie heeft de volgende – niet politieke – taken:
•Het voorbereiden en vaststellen van voorlopige agenda’s voor besluitvormende- en oordeelsvormende vergaderingen;
•Beoordelen of de aangeleverde stukken voldoende duidelijk en volledig zijn en of er voldoende beeldvorming over een agendapunt heeft plaatsgevonden. Dit ter bevordering van een goede, inhoudelijke behandeling in de oordeelsvormende vergadering dan wel de besluitvormende vergadering;
•Het vaststellen van de vergadercyclus van de besluitvormende- en de oordeelsvormende vergadering alsmede van de agendacommissie;
•Het behandelen van de lange termijnagenda van de Raad en de planning van de overige bijeenkomsten.
8De Agendacommissie is gericht op het bereiken van consensus wanneer er discussie is over een bepaald punt of een bepaalde zaak aangaande de vergaderagenda’s. Wanneer hierover niet tot consensus gekomen kan worden, dan gaat het punt wel door naar de respectievelijke agenda’s zodat voornoemde vergaderingen zelf over het punt kunnen oordelen.
9De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar, tenzij de agendacommissie op voorstel van de voorzitter of een lid anders besluit, conform de procedure zoals die geldt voor de Raad. Van de vergadering wordt een verslag opgemaakt. De vergaderingen worden niet uitgezonden via de livestream. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de agendacommissie anders beslist.
Hoofdstuk II Toelating van nieuwe leden; fracties
Artikel 7 Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging
1Bij elke benoeming van nieuwe leden van de Raad stelt de Raad een commissie in bestaande uit drie leden van de Raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden van de Raad en bij gemeenteraadsverkiezingen de processen-verbaal van de stembureaus.
2De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven ver¬slag uit aan de Raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt.
3Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de Raad op om in de eerste vergadering van de Raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
4In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de Raad op voor de vergadering van de Raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 8 Fractie
1.a Leden van de Raad kunnen zich verenigen tot een groep, fractie genaamd.
1.b Zij doen hiervan schriftelijk mededeling aan de voorzitter, onder vermelding van de naam van de fractie en de namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger zullen optreden.
2.a Indien:
•Eén of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
•Twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
•Eén of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
•Een fractie van naam wenst te veranderen;
•wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
2.b Met de onder 2.a. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de Raad na de mededeling daarvan door de voorzitter.
Hoofdstuk III Vergaderingen
Paragraaf 1 Tijd van vergaderen; voorbereidingen
Artikel 9 Tijd en plaats van vergaderen
1De besluitvormende vergadering vindt in de regel eenmaal per vier weken plaats op woensdagavond van 20:00 tot in principe uiterlijk 23:00 uur.
2De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de agendacommissie.
3De Raad kan op voorstel van de voorzitter of van een lid besluiten de vergadering te verdagen als er in redelijkheid niet voldoende tijd blijkt te zijn om de resterende agendapunten naar behoren te behandelen.
Artikel 10 Oproep
1De voorzitter publiceert digitaal – spoedeisende vergaderingen uitgezonderd – ten minste zeven dagen vóór een vergadering ten behoeve van de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering.
2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 19 lid 2 Gemeentewet bedoelde stukken (stukken waarop geheimhouding rust), worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de Raad bekend gemaakt middels plaatsing in het vergader- en raadsinformatiesysteem.
3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 11, tweede lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de Raad gezonden en geplaatst in het vergader- en raadsinformatiesysteem.
Artikel 11 Agenda
1Voordat de (digitale) oproep wordt gepubliceerd, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast.
2In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het publiceren van de (digitale) oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.
3Bij aanvang van de vergadering stelt de Raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de Raad of de voorzitter kan de Raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen, onderwerpen afvoeren dan wel de volgorde van behandeling wijzigen.
4Wanneer de Raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar de oordeelsvormende vergadering of aan het College nadere inlichtingen of advies vragen.
Artikel 12 De wethouders
De wethouders worden geacht in de vergadering aanwezig te zijn en desgevraagd aan de beraadslagingen deel te nemen.
Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken / bijlagen
1Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda staan of als bijlage bij een raadsvoorstel dienen te worden aangemerkt, worden gelijktijdig met het verzenden van de (digitaal gepubliceerde) oproep voor een ieder zo snel mogelijk in het raadsinformatiesysteem opgenomen. De voorzitter maakt van een eventuele ter inzage legging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 14. Indien iemand voornoemde stukken fysiek wenst in te zien, kan daartoe een afspraak bij de griffie worden gemaakt tijdens de openingstijden van het gemeentehuis.
2Een origineel van een bijlage of ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht.
3Indien omtrent stukken op grond van artikel 5.1 Wet Open Overheid geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de Raad en de plaatsvervangende commissieleden inzage.
Artikel 14 Openbare kennisgeving
1De vergadering wordt tegelijkertijd met de oproep, door aankondiging op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze, ter openbare kennis gebracht.
2De openbare kennisgeving vermeldt:
a.De datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering;
b.De wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien.
Paragraaf 2 Orde van de vergadering
Artikel 15 Presentielijst
Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de Raad onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld.
Artikel 16 Zitplaatsen
1De voorzitter, de leden van de Raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter, na overleg in het presidium bij iedere nieuwe zittingsperiode van de Raad, aangewe¬zen.
2Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
3De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris, griffiemedewerker(s) en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 17 Opening vergadering; quorum
1De voorzitter opent de vergadering op de vastgestelde tijd, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is.
2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen van de afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 18 Hoofdelijke stemming
Indien om stemming wordt gevraagd, wordt in beginsel gestemd via het digitale stemsysteem.
Mocht de voorzitter of een lid van de Raad het verlangen dan wordt hoofdelijk bij oproeping gestemd. De voorzitter trekt een lot om te bepalen bij welk lid – volgens de nummering op presentielijst – de hoofdelijke stemming zal beginnen.
Artikel 19 Besluitenlijst / audioverslag / videoverslag
1De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden van de Raad toegezonden, gelijktijdig met de (digitale) oproep. De audio/videoverslagen van de voorgaande vergadering is via het raadsinformatiesysteem raadpleegbaar.
2Tijdens de vergadering wordt de besluitenlijst van de vorige vergade¬ring vastgesteld.
3De leden, het College van burgemeester en wethouders en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de Raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is.
4Een voorstel tot verandering dient ten minste 32 uur voor de betreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. Deze stuurt de voorstellen tot verandering door naar de raadsleden.
5De besluitenlijst moet inhouden:
a.De namen van de aanwezigen, zijnde de voorzitter, de griffier, de wethouders en burgemeester en de leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord hebben gevoerd;
b.De agenda van de vergadering inclusief eventuele voorstellen van orde en het dictum van amendementen en van moties;
c.De besluiten die de Raad tijdens de vergadering heeft genomen;
d.De uitkomst van elke stemming wordt opgenomen in de besluitenlijst, onder aantekening van de namen van de leden die overeenkomstig de Gemeentewet niet deelgenomen hebben aan de stemming; de uitkomst van hoofdelijke stemming bij oproeping wordt middels een stemlijst toegevoegd aan het verslag.
e.Een stemverklaring zoals bedoeld in artikel 28;
f.Als bijlage de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoor¬stellen en burgerinitiatiefvoorstellen, moties en amen¬dementen en subamendementen;
g.De tijdens de vergadering door burgemeester en wethouders gedane toezeggingen.
6De besluitenlijst wordt opgesteld onder de zorg van de griffier.¬
7De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 20 Ingekomen stukken
1Bij de Raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de Raad toegezonden en opgenomen in het raadsinformatiesysteem. De lijst wordt vastgesteld tijdens de raadsvergadering. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 en 5.2 Wet open overheid, kan een ingekomen stuk als vertrouwelijk worden aangemerkt. De griffier verleent in dit geval de leden van de Raad inzage.
2Op een gemotiveerd verzoek van een lid van de Raad kan een ingekomen stuk via de agendacommissie geagendeerd worden in de oordeelsvormende vergadering.
3Van ingekomen stukken die ter behandeling in handen van het college worden gesteld, doet het college verslag aan de raad zodra het ingekomen stuk door het college is afgehandeld.
4Indien afhandeling van een ingekomen stuk door het college langer dan 4 maanden vergt, rapporteert het college hierover aan de raad.
Artikel 21 Spreekregels
1De leden van de Raad spreken vanaf hun vaste zitplaats en richten zich tot de voorzitter. Leden die hierbij interrupties wensen te plaatsen doen dat vanaf hun zitplaats na hiervoor van de voorzitter toestemming te hebben gekregen.
2Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de Raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.
3De leden bespreken/stellen technische, niet politieke kwesties en vragen buiten de vergadering om, in beginsel na tussenkomst van de griffie met/aan de betrokken vak-ambtenaren. De beantwoording gaat naar alle raadsleden. Stelt een lid een dergelijke kwestie tijdens de beraadslagingen aan de orde, dan kan de voorzitter hem of haar hieraan herinneren.
Artikel 22 Volgorde sprekers
1Een lid van de Raad voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.
2De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid van de Raad het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Artikel 23 Aantal spreektermijnen
1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de Raad anders beslist.
2Iedere fractie beschikt per agendapunt in de eerste spreektermijn over maximaal vijf minuten spreektijd. De tijd voor interrupties en de beantwoording ervan wordt niet van de spreektijd afgetrokken. Voor de tweede termijn geldt ook een spreektijd van maximaal vijf minuten.
3Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.
4Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.
5Het vierde lid is niet van toepassing op:
a.De voorzitter;
b.De rapporteur van een commissie;
c.Het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel.
6Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.
Artikel 24 Spreektijd
Een lid van de Raad of de voorzitter kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden en de overige aanwezigen.
Artikel 25 Handhaving orde; schorsing
1Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:
a.De voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;
b.Een lid van de Raad hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden.
2Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het betreffende lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin dit plaatsvindt, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
3De voorzitter kan ter handhaving van de orde, de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord – de vergadering sluiten.
Artikel 26 Beraadslaging
1De Raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de Raad beslissen over één of meer onderdelen van een voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
2Op verzoek van een lid van de Raad of op voorstel van de voorzitter kan de Raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde burgemeester en wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
Artikel 27 Deelname aan de beraadslaging door anderen
1De Raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de Raad, de wethouders, de secretaris, de griffier of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging.
2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één van de leden van de Raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
Artikel 28 Stemverklaring
1Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de Raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
2De motivatie van de uit te brengen stem is bondig en kan niet opgevat of gebruikt worden als een extra termijn van de beraadslagingen.
Artikel 29 Beslissing
1Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is behandeld sluit hij de beraadslaging tenzij de Raad anders beslist.
2Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na stemming over eventuele amendementen de stemming plaats over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd.
3Voordat de stemming over een voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Paragraaf 3 Procedures bij stemmingen
Artikel 30 Algemene bepalingen over stemmingen
1De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming met algemene stemmen is aangenomen.
2Stemming geschiedt in beginsel per digitaal stemsysteem óf hoofdelijk bij oproeping óf bij hand opsteken. De voorzitter doet hiertoe een voorstel.
3In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of dat zij op grond van de Gemeentewet niet aan de stemming hebben deelgenomen.
4Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming bij oproeping wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling.
5De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 18 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst.
6Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden op grond van de Gemeentewet, verplicht zijn stem uit te brengen.
7De leden brengen bij hoofdelijke stemming bij oproeping hun stem uit door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.
8Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
9De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 31 Stemming over amendementen en moties
1Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.
2Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
3Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie, tenzij de Raad anders beslist.
Artikel 32 Stemming over personen
1Wanneer een stemming over personen voor het doen van benoemingen, een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatsvinden, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau.
2Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
3Er vinden zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De Raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevoegd op één briefje.
4Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
5Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk ingevuld stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
•Een blanco ingevuld stembriefje;
•Een ondertekend stembriefje;
•Een stembriefje waar meer op staat dan waar om gevraagd wordt;
•Een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft;
•Een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
•Een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
6In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de Raad, op voorstel van de voorzitter.
7Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Artikel 33 Herstemming over personen
1Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
2Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, vindt een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatsvinden.
3Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot.
Artikel 34 Beslissing door het lot
1Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatsvinden, door de griffier op afzonderlijke, geheel gelijke briefjes geschreven.
2Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
3Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje staat vermeld, is gekozen.
Hoofdstuk IV Rechten van leden
Artikel 35 Amendementen
1Ieder lid van de Raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen.
a.Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijk besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de Raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
b.Amendementen worden in de regel op de dinsdag voorafgaande aan de vergadering uiterlijk 14:00 uur ingeleverd bij de griffie. Dezelfde dag worden deze nog in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
c.Amendementen die op de dag van behandeling na 16:00 uur worden toegezonden, worden in principe niet meer in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
2Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
3Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter – gezien het feit dat het slechts enkele woorden betreft – oordeelt dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
4Intrekking door de indiener(s) van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de Raad heeft plaatsgevonden.
Artikel 36 Moties
1Ieder lid van de Raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen moties indienen.
a.Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend
b.Moties worden in de regel op de dinsdag voorafgaande aan de vergadering uiterlijk 14:00 uur ingeleverd bij de griffie. Dezelfde dag worden deze nog in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
c.Moties die op de dag van behandeling na 16:00 uur worden toegezonden worden in principe niet meer in het raadsinformatiesysteem geplaatst.
2De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
3De behandeling van een motie over een niet aanhangig onderwerp vindt plaats na besluitvorming over voorstellen van het college en overige voorstellen.
4Wanneer de indiener van een motie - waarvan de behandeling wordt uitgesteld - niet binnen 12 maanden aangeeft in welke vergadering de motie alsnog behandeld moet worden, vervalt de motie.
Artikel 37 Voorstellen van orde
1De voorzitter en ieder lid van de Raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3Over een voorstel van orde beslist de Raad terstond.
Artikel 38 Initiatiefvoorstel
1Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.
2Voordat het voorstel op de agenda van de vergadering wordt geplaatst, krijgt het College gedurende drie weken de mogelijkheid wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel aan de Raad kenbaar te maken.
3De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds is verzonden. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst.
4De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat de op de agenda voorkomende raadsvoorstellen en moties zijn behandeld, tenzij de Raad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld of dat het voorstel eerst dient te worden behandeld in de oordeelsvormende vergadering. In het laatste geval bepaalt de Raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
5De Raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening.
Artikel 39 Collegevoorstel
1Een voorstel voor een verordening of een ander voorstel van het College aan de Raad, dat vermeld staat op de agenda van de besluitvormende vergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de Raad.
2Indien de Raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid terug aan het College moet worden gezonden, bepaalt de Raad terstond in afstemming met het College welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Indien geen afstemming plaatsvindt, doet de agendacommissie een voorstel voor agendering.
Artikel 40 Interpellatie
1Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor aanvang van de vergadering schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
2De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis aan de overige leden van de Raad en het College van burgemeester en wethouders. Bij de behandeling van de agenda in de eerstvolgende vergadering, na het indienen van het verzoek, wordt het verzoek in stemming gebracht. De Raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
3De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de Raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de Raad anders beslist.
Artikel 41 Schriftelijke vragen
1De schriftelijke vragen aan het College van burgemeester en wethouders worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
2De vragen worden bij de voorzitter van de Raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de Raad en het College worden gebracht.
3Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende besluitvormende vergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het College de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij aangegeven wordt de termijn waarbinnen beantwoording plaats zal vinden. Dit bericht wordt gelijktijdig naar de Raad gezonden.
4De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het College aan de indiener en de leden van de Raad medegedeeld en toegezonden.
5De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 10 aan de leden van de Raad toegezonden.
6De vragensteller kan bij schriftelijke beantwoording in de besluitvormende vergadering waarvoor de antwoorden zijn geagendeerd en bij mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen, nadere inlichtingen vragen over het door de burgemeester of door het College van burgemeester en wethouders gegeven antwoord, tenzij de Raad anders beslist.
Artikel 42 Inlichtingen
1Indien een lid over een onderwerp inlichtingen verlangt, als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180 van de Gemeentewet, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het College van burgemeester en wethouders of de burgemeester
2Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener toegezonden aan de Raad.
3De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende reguliere besluitvormende vergadering gegeven en vormen derhalve een agendapunt.
Artikel 43 Rondvraag
1Ten behoeve van de voorbereiding van het College kunnen leden tot 12:00 uur op de vergaderdag politiek actuele vragen voor de rondvraag via de griffie indienen bij het College van burgemeester en wethouders. Dit betreffen vragen die in beginsel geen verder uitstel verdragen.
2De vragen dienen kort en bondig te zijn, zonder een lang(e) statement of inleiding, wat ook geldt voor de beantwoording door het College.
3Tijdens de raadsvergadering leest de vraagsteller de rondvraag voor waarna het College het antwoord geeft. Er is gelegenheid voor de vraagsteller om hierop een nadere verduidelijkingsvraag te stellen. Tevens mogen andere leden van de raad hierop een vervolgvraag stellen, betreffende hetzelfde onderwerp. De rondvraag blijft beperk tot het stellen van vragen en geven van antwoorden. Er volgt geen debat.
4De rondvraag is niet bedoeld voor technische vragen.
5De rondvraag kan niet gaan over individuele kwesties of zaken die onder de rechter zijn.
6De schriftelijke beantwoording wordt aan de besluitenlijst van de vergadering, waarin de vragen gesteld zijn, toegevoegd.
Hoofdstuk V Lidmaatschap van andere organisaties
Artikel 44 Verslag; verantwoording
1Een lid van de Raad, een wethouder of de burgemeester die door de Gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de Raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de oordeelsvormende vergadering.
2Ieder lid van de Raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 41, zijn van overeenkomstige toepassing.
3Wanneer een lid van de Raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de Raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 42, zijn van overeenkomstige toepassing.
4Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de Raad een van zijn leden heeft benoemd.
Hoofdstuk VI Besloten vergadering
Artikel 45 Algemeen
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Tevens zijn de bepalingen van het protocol geheimhouding gemeente Noordenveld van toepassing (zaaknummer 313407, agendapunt 5.7/01112023).
Artikel 46 Besluitenlijst
1De besluitenlijst van een besloten vergadering wordt ter inzage gelegd bij de griffier.
2Deze besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de Raad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze besluitenlijst.
3De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 47 Geheimhouding Wet open overheid (Woo)
1De besluitvormende vergadering kan op grond van het belang, genoemd in artikel 5.1 van de Woo, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de vergadering worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
2Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de besluitvormende vergadering haar opheft.
3De vergadering beslist vóór de afloop van een besloten vergadering op voorstel van de voorzitter over de vraag of geheimhouding zal worden opgelegd. De geheimhouding kan alleen in een besloten vergadering worden opgeheven.
Artikel 48 Overleg over opheffing geheimhouding
1De Raad kan op grond van artikel 23 lid 4 Gemeentewet de geheimhouding opheffen.
Hoofdstuk VII Toehoorders en pers
Artikel 49 Toehoorders en pers
1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen (uitsluitend) op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
2Het geven van tekenen van goed of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 50 Geluid- en beeldregistraties
Derden die in de vergaderzaal tijdens de besluitvormende vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, vragen om toestemming aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Artikel 51 Gebruik communicatiemiddelen
Tijdens de vergadering is het zonder de toestemming van de voorzitter niet toegestaan om communicatiemiddelen die de orde van de vergadering verstoren te gebruiken.
Hoofdstuk VIII Slotbepalingen
Artikel 52 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van het reglement, beslist de Raad op voorstel van de voorzitter.
Artikel 53 Inwerkingtreden
1Dit reglement treedt in werking op de dag na vaststelling ervan.
2Op dat tijdstip vervalt het Reglement van Orde voor de vergaderingen van de Raad van de gemeente Noordenveld, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024.