Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregel pré-mantelzorgwoningen Noordenveld 2024

Gemeente Noordenveld · geldt sinds 2 juli 2024

Aanhef

Het College van de gemeente Noordenveld heeft op 23 april 2024 besloten,

gelet op de bepalingen van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit

de beleidsregel ‘pré-mantelzorgwoningen gemeente Noordenveld 2024’ vast te stellen overeenkomstig bijgevoegde beleidsregel ‘pré-mantelzorgwoningen gemeente Noordenveld 2024’.

Hoofstuk 3. Beleidsregel

Artikel 1 Algemene bepaling

Voor zover de begrippen niet nader worden omschreven in deze beleidsregels hebben zij dezelfde betekenis als in de (Stelselcatalogus van de) Omgevingswet inclusief de uitvoeringsregelingen daarvan, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 inclusief de uitvoeringsregelingen daarvan en de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van de leesbaarheid zijn desalniettemin enkele begrippen (een-op-een) overgenomen uit de hiervoor genoemde wet- en regelgeving. Als de betreffende begrippen in de toekomst gewijzigd worden in de wet- en regelgeving dan gelden de begrippen zoals deze luiden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag. Indien een begrip bij de toepassing van deze regeling niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling of uitleg van dit begrip (ook gelet op de Omgevingswet).

Artikel 2 Begrippen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

a.achtererfgebied: gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen, waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is, maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn, voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw, de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen, waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied.;

b.bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

c.bebouwde kom: in het kader van deze beleidsregel worden alle gebieden die op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan tot het ‘Buitengebied Noordenveld’ behoren als buiten de bebouwde kom beschouwd. De overige gebieden worden gezien als binnen de bebouwde kom;

d.bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

e.bouwvlak: waarde voor attribuut groep bij het Gebiedsaanwijzingtype Bouw voor het aanwijzen van een gebied waar het bouwen en in stand houden van bepaalde bouwwerken is toegelaten;

f.buitenplanse omgevingsplanactiviteit: activiteit, inhoudende: a. een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan;

g.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordenveld;

h.h. gebouwerf: bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt;

i.hoofdgebouw: gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;

j.huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van ten hoogste twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;

k.mantelzorg: mantelzorg is intensieve zorg of hulp die niet door professionals wordt gegeven, maar door mensen die een sociale relatie hebben met degene die hulp nodig heeft. Het gaat om meer zorg dan wat normaal gesproken door huisgenoten wordt gegeven, en het doel ervan is om de persoon zelfstandig te laten blijven of mee te laten doen in de samenleving;

l.pré-mantelzorg: zorg zonder de aanwezigheid van een zorgindicatie, waarbij de verwachting is dat binnen 10 jaar sprake zal zijn van mantelzorgsituatie;

m.pré-mantelzorgwoning: een zelfstandige woonruimte bedoeld voor de huisvesting van een huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon pré-mantelzorg, vooruitlopend op toekomstige mantelzorg, verleent of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning;

n.zelfstandige woonruimte: een woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte;

o.zijdelingse perceelsgrens: de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

Artikel 3 Wettelijke grondslag

Onder de Omgevingswet is de juridische basis om medewerking te verlenen aan een tijdelijke pré-mantelzorgwoning te vinden in de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Conform de Omgevingswet zijn:

•artikel 5.1-activiteiten en artikel 5.21 van de Omgevingswet (De omgevingsplanactiviteit);

•artikel 5.36 van de Omgevingswet (Termijnstelling in omgevingsvergunning);

•artikel 10.23 Omgevingsbesluit (Termijnstelling in omgevingsvergunning);

•gerelateerde artikelen uit het Bkl, Bbl en/of Bal.

Artikel 4 Toetsings- en beoordelingscriteria

Het college kan op grond van artikel 5.1 lid 1 onder a van de Omgevingswet juncto artikel 5.36 lid 1 van de Omgevingswet met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit afwijken van het (tijdelijke) omgevingsplan en toestaan dat een tijdelijke pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd, met inachtneming van het volgende.

4.1Algemene voorwaarden

•De zorgontvanger heeft:

a.Minimaal de voor hem/haar geldende AOW-leeftijd bereikt op het moment van de aanvraag. Met het bereiken van de AOW-leeftijd is aannemelijk dat binnen 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat;

b.Daarnaast kan (in afwijking van het bepaalde onder a) gemotiveerd worden meegewerkt aan een pré- mantelzorgwoning waarbij de zorgontvanger nog geen AOW-leeftijd heeft. Bij de motivering dient in ieder geval aangetoond te worden dat er een medische indicatie is waaruit blijkt dat binnen 10 jaar een mantelzorgbehoefte ontstaat. Indien hier twijfels over zijn dan kan een onafhankelijk medisch deskundige om een oordeel gevraagd worden.

•Er dient sprake te zijn van een (duurzame) sociale relatie (bijvoorbeeld familieband) tussen zorgverlener en zorgontvanger, die maakt dat voor elkaar gezorgd wordt.

4.2Ruimtelijke voorwaarden

•Binnen de bebouwde kom:

a.De pré-mantelzorgwoning kan gerealiseerd worden binnen de bestaande bebouwing (bijbehorend bouwwerk) dan wel binnen de bebouwing die op grond van de in het (tijdelijke) omgevingsplan opgenomen bebouwingsmogelijkheden gerealiseerd kan worden, met daarbij als voorwaarden dat:

•de pré-mantelzorgwoning gezien haar tijdelijkheid te verwijderen is;

•de oppervlakte van de pré-mantelzorgwoning maximaal 80 m2 bedraagt;

•de bouwhoogte maximaal 5 m bedraagt; en

•de minimale afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens 1 meter bedraagt.

b.Indien de pré-mantelzorgwoning niet op basis van de onder a genoemde bebouwingsmogelijkheden kan worden gerealiseerd dan kan met een passende onderbouwing, in aanvulling op de bestaande bebouwing, een tijdelijk bouwwerk ten behoeve van pré-mantelzorg in het achtererfgebied worden gerealiseerd. Middels een ruimtelijke onderbouwing moet in het kader van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ duidelijk worden gemaakt dat door de tijdelijke pré-mantelzorgwoning geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

•de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;

•het landschapsbeeld alsmede het bebouwings- en straatbeeld;

•de milieusituatie;

•de sociale veiligheid;

•de verkeersveiligheid;

•de woonsituatie;

•Indien het initiatief met de ruimtelijke onderbouwing als passend wordt beschouwd zijn dezelfde ruimtelijke voorwaarden vereist als onder 4.2 sub a.

•Buiten de bebouwde kom:

c.Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning buiten de bebouwde kom gelden de volgende voorwaarden:

•de pré-mantelzorgwoning is gezien haar tijdelijkheid te verwijderen;

•de oppervlakte van de pré-mantelzorgwoning bedraagt maximaal 100 m2;

•de bouwhoogte bedraagt maximaal 5 m; en

•de minimale afstand tot de (zijdelingse) perceelsgrens 1 meter bedraagt.

4.3Overige voorwaarden

•Per bouwvlak is ten hoogste één pré-mantelzorgwoning in het achtererfgebied (binnen het bestemmingsvlak) toegestaan.

•De pré-mantelzorgwoning is levensloopbestendig. Dit houdt in dat de woning is afgestemd op de mogelijke toekomstige zorgbehoefte (zoals rolstoeltoegankelijkheid).

•Een pré-mantelzorgwoning is enkel toegestaan bij een adres waar op basis van het (tijdelijk) omgevingsplan permanente bewoning is toegestaan en/of plaatsvindt.

•Het toevoegen van de pré-mantelzorgwoning mag geen aantasting van de omgeving van een beschermd monument; aantasting van karakteristieke stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen tot gevolg hebben.

•Voor wat betreft parkeren dient te worden voldaan aan de regels van het bestemmingsplan ‘Parkeren Noordenveld’ waarin wordt getoetst aan de meest actuele CROW-publicatie.

•De pré-mantelzorgontvanger en/of -verlener dient de bewoners van de aangrenzende percelen te informeren over de plannen voor het plaatsen van de pré-mantelzorgwoning. Indien gewenst kan het college van B&W hiervoor aanvullende eisen stellen in de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Artikel 5 Controle en handhaving

1Een ieder die zich laat inschrijven in de gemeente is verplicht aan te geven dat inschrijving in het kader van pré-mantelzorg plaatsvindt. Door middel van een huisnummerbesluit krijgt de woning ten behoeve van pré-mantelzorg het huisnummer van de woning waar de pré-mantelzorgunit aan wordt toegevoegd met daarnaast de toevoeging ‘M’.

2Ieder jaar wordt gecontroleerd of de pré-mantelzorgvrager en pré-mantelzorgverlener nog op het adres wonen waar de pré-mantelzorg plaatsvindt en of er nog sprake is van een pré-mantelzorgsituatie.

3Na het vervallen van de pré-mantelzorgbehoefte en dus de pré-mantelzorgrelatie tussen pré- mantelzorgvrager en -verlener wordt de omgevingsvergunning van rechtswege beëindigd.

4Na het vervallen van de pré-mantelzorgbehoefte en dus de pré-mantelzorgrelatie zoals genoemd in het tweede lid moet het (vergunde) (bestaande) (tijdelijke) bouwwerk dat dienst deed als pré- mantelzorgwoning binnen 12 weken conform de bepalingen van het (tijdelijk) omgevingsplan weer in gebruik worden genomen of zijn verwijderd. Specifieke voorzieningen welke met het oog op het tijdelijke gebruik als pré-mantelzorgwoning zijn aangebracht (zoals keuken, badkamer en toilet) moeten binnen 12 weken nadat de pré-mantelzorgrelatie is beëindigd, zijn verwijderd.

5In afwijking van het bepaalde in lid 4 kunnen burgemeester en wethouders in het geval dat de pré- mantelzorgbehoefte door overlijden is komen te vervallen, besluiten dat de bewoning van de pré- mantelzorgwoning door de achterblijvende partner zonder pré-mantelzorgbehoefte voor de duur van maximaal één jaar kan worden voortgezet.

6Tot slot kan de gemeente Noordenveld de verleende omgevingsvergunning intrekken als de vergunninghouder gedurende de periode van een jaar (of langer mits aangegeven in de omgevingsvergunning) geen activiteit uitvoert waarvoor die omgevingsvergunning verleend is. Dit kan worden gedaan op basis van artikel 5.40, tweede lid, onder b van de Omgevingswet.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen op basis van artikel 4:84 van de Awb afwijken van de bepalingen van deze beleidsregels als het volgen van de beleidsregels zou leiden tot gevolgen voor belanghebbenden die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Artikel 7 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen gemeente

Noordenveld 2024’.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.