Aanhef
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne;
Overwegende:
-dat samenwerking op het eiland Voorne-Putten op het terrein van ICT, Geo-informatie en telefonie vanuit oogpunt van continuïteit, efficiëntie, kwaliteit en doelmatigheid geboden is;
-dat voornoemde colleges om die reden de Gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hebben getroffen;
-dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie lid is geworden van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (WSGO), zodat het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie daardoor valt onder de cao WSGO;
-dat artikel 20 van de Gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hiertoe dient te worden gewijzigd;
-dat de colleges, na verkregen toestemming van hun raden, kunnen beslissen tot de hiervoor bedoelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling.
gelet op:
-artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
gezien:
-de verkregen toestemming van de gemeenteraden van Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne.
besluiten:
de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos te wijzigen als volgt:
1. Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze Regeling en de daarop berustende besluiten wordt verstaan onder:
a.Bedrijfsvoeringsorganisatie: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 3;
b.Bestuur: het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 14a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
c.College(s): college(s) van burgemeester en wethouders van (één van) de gemeenten, waarvan het college/de colleges de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hebben ondertekend.
d.Deelnemer(s): college(s) van burgemeester en wethouders, dat/die de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos heeft/hebben ondertekend.
e.Gedeputeerde Staten: gedeputeerde staten van Zuid-Holland;f.
f.Gemeente(n): de gemeente(n), waarvan het College/ de Colleges de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos hebben ondertekend. g.
g.Raden: de gemeenteraden van de Gemeenten; h.
h.Regeling: de Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos;i.
i.Wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;j.
j.Zittingsperiode: de periode dat een lid van een Deelnemer zitting heeft in het College van de desbetreffende Deelnemer.
Artikel 2 Belang
De Regeling wordt getroffen ter ondersteuning en uitvoering van de taken van de Deelnemers op het gebied van ICT, Geo-informatie en telefonie.
Artikel 3 Bedrijfsvoeringsorganisatie
1Er is een Bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Syntrophos.
2De Bedrijfsvoeringsorganisatie is juridisch gevestigd te Spijkenisse ( gemeente Nissewaard).
3De Bedrijfsvoeringsorganisatie is een regionaal samenwerkingsverband van de Gemeenten.
Artikel 4 Doelstelling
1De Bedrijfsvoeringsorganisatie heeft tot doel:
Het realiseren en behouden van de reeds aanwezige benodigde informatievoorzieningen en het efficiënte en professionele beheer daarvan ten behoeve van de deelnemende Gemeenten en de coördinatie van ICT- activiteiten in verband met de verdere ontwikkeling van de in de dienstverleningsovereenkomsten opgesomde activiteiten. Daarnaast kan de Bedrijfsvoeringsorganisatie met toestemming van het Bestuur eveneens werkzaamheden verrichten op voormeld terrein ten behoeve van niet-deelnemende organisaties.
2De invoering van de Regeling dient de volgende kwalitatieve doelstellingen te realiseren:
-verminderen kwetsbaarheid;
-vergroten slagkracht;
-ontwikkelingen en landelijke vereisten beter het hoofd bieden;
-beheersen van kosten(-stijgingen) en benodigde investeringen;
-verbeteren van de dienstverlening.
Artikel 5 Taken
1In het kader van de doelstelling heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de volgende taken:
a.Aanschaf, ontwikkeling, onderhoud, beheer en exploitatie van data en telefonie, hardware, software, netwerk infrastructuren, applicaties, Geo-informatie, waaronder begrepen de registratie in het kader van BGT, BAG en WKPB, en alle overige ICT ondersteunende systemen.
b.Uitvoering van de in de dienstverleningsovereenkomsten opgenomen taken, alsmede wettelijke taken.
2De Bedrijfsvoeringsorganisatie gaat dienstverleningsovereenkomsten aan met de Deelnemers.
3Het Bestuur kan besluiten tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met niet-Deelnemers.
4Aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie worden voor de realisatie van de in artikel 4 omschreven doelstelling alle bevoegdheden van regeling en bestuur gemandateerd, die nodig zijn voor de uitvoering van de in lid 1 genoemde taken.
5Ondermandaat is toegestaan, tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden.
6De Deelnemers dragen geen bevoegdheden over aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 6 Dienstverlening
Voor de ondersteunende diensten op het gebied van bedrijfsvoering en op facilitair gebied van personeel en organisatie, financiële zaken, juridische zaken, accommodatiebeheer en archiefbeheer, wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten met de gemeenten Nissewaard en Westvoorne.
Bestuur
2. Bestuur en voorzitter
Artikel 7 Bestuur
De Bedrijfsvoeringsorganisatie heeft een Bestuur.
Artikel 8 Samenstelling en zittingsduur
1Elk van de Deelnemers wijst uit zijn midden een lid aan dat hem in het Bestuur vertegenwoordigt.
2Een lid van het Bestuur wordt aangewezen voor de periode, dat hij lid is van het College van burgemeester en wethouders, dat hij vertegenwoordigt.
3Een lid van het Bestuur treedt af op de dag waarop het nieuw aangewezen lid van het Bestuur in functie treedt.
4Indien tussentijds binnen het Bestuur een plaats vacant of beschikbaar komt, wijst de Deelnemer, die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering of als dit niet mogelijk is ten spoedigste daarna een nieuw lid aan.
5Hij, die ter vervulling van een tussentijdse vacature, als lid van het Bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
6Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mee aan de Deelnemer die het aangaat. De desbetreffende Deelnemer doet mededeling van het ontslag aan het Bestuur. Het lid houdt zitting in het Bestuur totdat in de opvolging is voorzien.
7Voor ieder lid van het Bestuur wordt tevens ten minste één plaatsvervangend lid aangewezen door de Deelnemer, die het lid heeft aangewezen. Op plaatsvervangende leden zijn het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel alsmede artikel 11, lid 6 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 Stemming en besluitvorming
1Het Bestuur vergadert tenminste viermaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt, of tenminste één lid van het Bestuur zulks onder opgave van de te behandelen onderwerpen verzoekt. In het laatste geval vindt de vergadering plaats binnen twee weken nadat dit verzoek kenbaar is gemaakt.
2Het Bestuur kan beraadslagen en besluiten wanneer de meerderheid van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig of vertegenwoordigd is en een vertegenwoordiger van iedere gemeente aanwezig is.
3Het Bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast.
4De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders bepaalt.
5Anderen kunnen worden uitgenodigd om de vergaderingen van het Bestuur bij te wonen.
6Bij het nemen van besluiten door het Bestuur brengen de leden voor de gemeente die zij vertegenwoordigen ieder één stem uit. Het gewicht van de stemmen per lid is als volgt verdeeld:
-stem van het lid van de gemeente Brielle telt 1 keer;
-stem van het lid van de gemeente Hellevoetsluis telt 2 keer;
-stem van het lid van de gemeente Nissewaard telt 4 keer;
-stem van het lid van de gemeente Westvoorne telt 1 keer.
7Het Bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen is een voorstel verworpen.
8Van het bepaalde in het zevende lid zijn uitgezonderd besluiten omtrent:
a.vaststelling van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
b.wijziging van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie vanaf € 250.000,00.
Voor deze uitgezonderde onderwerpen geldt unanimiteit van stemmen.
Artikel 10 Bevoegdheden Bestuur
1Voor de vervulling van de in artikel 5 genoemde taken oefent het Bestuur de bevoegdheden uit die bij of krachtens de wet zijn toegekend aan de Deelnemers.
2Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze Regeling bepaalde is het Bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot:
a.het vaststellen en wijzigen van de begroting van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
b.het vaststellen van de jaarrekening van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
c.het vaststellen van de jaarlijkse kadernota van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
d.het vaststellen van bestuursrapportages;
e.het vaststellen van de benodigde verordeningen en nota’s ten behoeve van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
f.de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 35, zesde lid, van de Wet juncto artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet;
g.het beheer van de inkomsten en uitgaven van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
h.het vaststellen van rechtspositionele regelingen ten behoeve van het personeel;
i.benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
j.het doen van voorstellen tot toetreding alsmede voorbereiding voor besluitvorming in geval van uittreding;
k.het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, het instellen van bezwaar en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening ten behoeve van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
l.het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
m.het behartigen van de belangen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen.
3Het Bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
4Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.
5Het Bestuur kan machtiging, volmacht en mandaat verstrekken voor de daarvoor in aanmerking komende uitvoerende bevoegdheden.
6Overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a, tweede lid, van de Wet kan het Bestuur besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties, en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang, maar niet voordat de Colleges zijn gevraagd om de Raden in de gelegenheid te stellen hun wensen en bedenkingen bij het Bestuur naar voren te brengen.
Artikel 11 Informatie- en verantwoordingsplichten
1Een lid van het Bestuur legt aan het College dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het Bestuur gevoerde en te voeren beleid, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.
2Een lid van het Bestuur verstrekt het College dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat College gevraagde inlichtingen, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet. De inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt.
3Het Bestuur verstrekt door tussenkomst van de Colleges de Raden of de door een of meer leden van die Raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt.
4Het Bestuur geeft daarnaast aan de Colleges en, door tussenkomst van de Colleges, aan de Raden ongevraagd alle inlichtingen die de Colleges en de Raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt.
5Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de Raden, onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet.
6Een lid van het Bestuur kan door het College dat hem heeft aangewezen worden ontslagen.
Artikel 12 Kwaliteitsborging
1De Bedrijfsvoeringsorganisatie draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 5 van deze Regeling.
2Na overleg met het Bestuur komen de Colleges de volgende documenten overeen met het Bestuur:
a.de dienstverleningsovereenkomst (DVO)
b.de product-en dienstencatalogus (PDC);
c.de service level agreement (SLA);
3De product-en dienstencatalogus en service level agreement worden jaarlijks op hun actualiteit bezien. De dienstverleningsovereenkomst wordt periodiek, doch tenminste vierjaarlijks op actualiteit bezien.
4Er is een demand supply overleg (DSO). Dit overleg bestaat uit de demand managers van de Gemeenten en de directeur van Syntrophos.
5De taken van het demand supply overleg zijn in ieder geval:
a.Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Deelnemers en het Bestuur over de inhoud en de uitvoering van de dienstverleningsovereenkomst, de product-en dienstencatalogus en de service level agreement, alsmede over de levering en de uitvoering van diensten aan niet-Deelnemers;
b.Het voorbereiden van de besluiten van het Bestuur;
c.Het gevraagd en ongevraagd adviseren van de Deelnemers en het Bestuur over de uitvoering van de Regeling.
6De Bedrijfsvoeringsorganisatie maakt afspraken met de Gemeenten over de dienstverlening, inclusief een nadere regeling van verantwoordelijkheden en afspraken.
7De Bedrijfsvoeringsorganisatie hanteert een of meer kwaliteitssystemen.
8Indien sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig c.q. onrechtmatig handelen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie ten aanzien van één of meer Gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, wordt dit door het Bestuur zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het betreffende College of de betreffende Colleges gemeld.
9Het Bestuur draagt zorg voor beperking en zo mogelijk het herstel van geleden schade.
10In het verlengde van hetgeen bepaald is in lid 7, draagt de Bedrijfsvoeringsorganisatie zorg voor een adequate verzekering van de risico’s die samenhangen met de uitvoering van zijn taken en die niet vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van de Gemeenten.
11Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) de Bedrijfsvoeringsorganisatie toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt besloten door het Bestuur, zulks onverlet de mogelijkheid voor een Gemeente om de Bedrijfsvoeringsorganisatie aansprakelijk te stellen en rechtsmaatregelen te treffen.
Voorzitter
Artikel 13 Aanwijzing en ontslag
1Telkens na de landelijke gemeenteraadsverkiezing worden de leden van het Bestuur door de Colleges aangewezen. In vervolg daarop wijst het Bestuur, gehoord de Colleges, de voorzitter aan en bepaalt daarbij de periode van het voorzitterschap indien deze korter is dan de periode tot de eerstvolgende gemeentraadsverkiezing.
2In afwijking van het eerste lid is vanaf de inwerkingtreding van de Regeling de voorzitter het door het College van Nissewaard aangewezen lid van het Bestuur tot aan de eerstvolgende gemeenteraadsverkiezing.
3Waarneming van het Bestuur wordt binnen het Bestuur opgelost.
4Het Bestuur beslist omtrent schorsing en ontslag van de voorzitter.
Artikel 14 Bevoegdheden voorzitter
1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Bestuur.
2De voorzitter tekent samen met de secretaris alle stukken die van het Bestuur uitgaan.
3Voorts is de voorzitter, naast het leiden van de vergaderingen van het Bestuur, belast met:
a.het terstond ter tafel brengen van alle tot het Bestuur gerichte brieven en andere stukken;
b.het daadwerkelijk doen uitvoeren van de besluiten van het Bestuur;
c.het zo nodig instellen van een onderzoek, voordat bepaalde zaken ter overweging en beslissing worden voorgelegd aan het Bestuur.
Artikel 15 Vertegenwoordiging door de voorzitter
1De voorzitter vertegenwoordigt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte.
2De voorzitter kan de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon of personen.
3Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een rechtsgeding, waarbij de Bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, wordt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in dit rechtsgeding door een ander door het Bestuur aan te wijzen lid van dit Bestuur vertegenwoordigd.
Secretaris/directeur
3. Secretaris, directeur en personeel
Artikel 16 De secretaris
1De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie fungeert als secretaris van het Bestuur.
2De secretaris is in de vergaderingen van het Bestuur aanwezig, tenzij het Bestuur anders beslist.
3De secretaris staat het Bestuur bij de uitoefening van zijn taak terzijde. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend.
4Het Bestuur voorziet in een vervangingsregeling ten aanzien van de secretaris.
Artikel 17 De directeur
1De directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur benoemd.
2Het Bestuur voorziet in een vervangingsregeling ten aanzien van de directeur.
3De bevoegdheid tot schorsing of ontslag van de directeur berust bij het Bestuur.
4De instructie van de directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur vastgesteld.
Artikel 18 Taken en bevoegdheden directeur
1De directeur is namens het Bestuur belast met de integrale dagelijkse leiding over de organisatie en de procesvoering ten aanzien van de (geïntegreerde) voorbereiding en uitvoering van de taken, als bedoeld in artikel 5.
2De directeur staat het Bestuur en de voorzitter bij in de hun opgedragen taken en kan gemachtigd worden om namens hen, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft, bepaalde besluiten te nemen en om bepaalde stukken die namens het Bestuur uitgaan namens het Bestuur te ondertekenen.
Personeel
Artikel 19 Aanstellen overig personeel/formatie
1De formatie van de ambtelijke organisatie wordt, binnen de door het Bestuur vastgestelde begroting, vastgesteld door het Bestuur.
2Het Bestuur regelt de inrichting en de organisatie van het ambtelijk apparaat van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 20 Rechtspositie personeel
1De Bedrijfsvoeringsorganisatie is lid van de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (WSGO). Op het personeel is van toepassing de cao samenwerkende gemeentelijke organisaties (cao SGO).
2De bevoegdheden ten aanzien van het personeel worden uitgeoefend door het Bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 10, lid 5 en artikel 18, lid 2.
3Het Bestuur stelt, in aanvulling op de in lid 1. bedoelde cao, een Personeelshandboek vast.
4. Financiële bepalingen
Artikel 21 Financiële bijdragen
1Het Bestuur stelt een Bijdrageverordening vast. Deze verordening bevat in ieder geval nadere regels betreffende de wijze en in welke mate de Deelnemers financieel bijdragen aan de middelen van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
2Onderdeel van de in het vorige lid genoemde verordening is de financiële verdeelsleutel. Deze verdeelsleutel wordt vastgesteld door het Bestuur na instemming door de Colleges.
Artikel 22 Gemeentewet
1De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet niet is afgeweken.
2Het Bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast.
3In de verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet wordt in ieder geval geregeld dat minimaal één keer per jaar aan de Deelnemers de stand van zaken over de uitvoering van de begroting wordt gerapporteerd (financieel en inhoudelijk).
Artikel 23 Financiële verantwoordelijkheid
1Het Bestuur stelt een Financiële Verordening vast.
2De Gemeenten dragen er zorg voor dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde overvoldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
De door het Bestuur vastgestelde begroting is daarbij leidend.
3Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, doet het Bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Artikel 24 Kadernota
Het Bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders van de begroting door tussenkomst van de Colleges aan de Raden.
Artikel 25 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting
1Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
2Het Bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze door het Bestuur wordt vastgesteld door tussenkomst van de Colleges toe aan de Raden.
3De ontwerpbegroting wordt door de Colleges voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) verkrijgbaar gesteld.
4De Raden kunnen bij het Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
5Het Bestuur stelt de begroting vast uiterlijk 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.
6Na vaststelling van de begroting zendt het Bestuur de begroting aan de Raden, die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
7Het Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten.
8De begroting kan zo nodig in de loop van het kalenderjaar worden gewijzigd, met dien verstande dat in dat geval inzending aan Gedeputeerde Staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te vinden.
9Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zesde lid is van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting vanaf € 250.000,00 gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt.
Artikel 26 Jaarrekening
1Het Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
2Het Bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, door tussenkomst van de Colleges een voorlopige jaarrekening aan de Raden. De Raden kunnen bij het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie hun zienswijzen over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen.
3Het Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten.
Artikel 27 Reserves en voorzieningen
1Reserves en voorzieningen worden overeenkomstig de door het Bestuur daartoe uitgevaardigde richtlijnen gevormd. Deze richtlijnen zijn opgenomen in de door het Bestuur vast te stellen Nota reserves en voorzieningen.
2Deze nota behoeft voorafgaande goedkeuring van de Colleges en Raden.
5. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffen
Artikel 28 Toetreding
1Toetreding tot de Regeling vindt plaats bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de Deelnemers alsmede het college van de potentieel deelnemende gemeente, na verkregen toestemming van de Raden en de raad van de potentieel deelnemende gemeente.
2Het Bestuur doet een voorstel aan de Deelnemers tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden. Tot deze voorwaarden behoort in ieder geval hetgeen op grond van artikel 12 is geregeld en van kracht is voor en in het jaar van toetreding.
3Het Bestuur stelt een toetredingssom vast voor toetreding en de bijdrage na de toetreding. De gevolgen van de toetreding worden in de Bijdrageverordening verwerkt.
4De toetreding treedt in werking op een in overleg tussen het Bestuur en de toetredende deelnemer(s) te bepalen tijdstip, dat niet ligt voor het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt.
5Indien toetreding plaatsvindt door een orgaan, dat ingevolge de Wet tot toetreding bevoegd is, anders dan een college van burgemeester en wethouders, zijn de voorgaande leden van overeenkomstige toepassing. Indien een ander orgaan, dan een college van burgemeester en wethouders, toetreedt tot de Regeling dient te worden bezien of dit leidt tot technische aanpassingen van de Regeling en de daarmee samenhangende regelingen en uitvoeringsbesluiten.
Artikel 29 Uittreding
1Iedere Deelnemer kan besluiten tot uittreding uit deze Regeling. Uittreding kan niet eerder plaats vinden dan zes jaar na de omzetting in een Bedrijfsvoeringsorganisatie, dan wel zes jaar na toetreding tot de Regeling. Bij het nemen van het besluit wordt artikel 1 van de Wet in acht genomen.
2Uittreding geschiedt per 31 december van het jaar volgende op het tweede jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dit geldt niet wanneer de Deelnemers hierover andere afspraken maken.
3Alvorens een Deelnemer tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe overleg met de andere Colleges gevoerd.
4In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de Deelnemer wenst uit te treden.
5Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht aan het Bestuur.
6De uittredende Deelnemer betaalt de schade die de achterblijvende Deelnemers als gevolg van de uittreding lijden. De uittredingssom wordt door een bindend advies vastgesteld door een commissie van drie onafhankelijke deskundigen die worden aangewezen door het Bestuur. Het Bestuur regelt de overige gevolgen van de uittreding.
7Een uittredende Deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
8Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis gegeven aan de overige Colleges en hun Raden en Gedeputeerde Staten.
Artikel 30 Wijziging
1Een voorstel aan de Deelnemers tot wijziging van deze Regeling kan worden gedaan door het Bestuur of door tenminste één van de Deelnemers.
2De Deelnemers dienen met eensluidende besluiten unaniem in te stemmen met een besluit tot wijziging van deze Regeling met inachtneming van artikel 1 van de Wet.
3De wijziging van de Regeling treedt niet eerder in werking dan nadat deze door de Bedrijfsvoeringsorganisatie bekend is gemaakt.
Artikel 31 Opheffing
1De Regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van alle Deelnemers met inachtneming van artikel 1 van de Wet.
2Het Bestuur stelt, de Raden van de Deelnemers gehoord, binnen zes maanden na de in lid 1 genoemde besluiten, een liquidatieplan vast en regelt de vereffening van het vermogen.
3De Bedrijfsvoeringsorganisatie blijft , zo nodig, na het tijdstip van de beëindiging in functie totdat de liquidatie is afgerond.
6. Archiefbescheiden
Artikel 32 Archief
1Het Bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de Regeling, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995.
2Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het Bestuur een archiefverordening vast, die aan Gedeputeerde Staten wordt medegedeeld.
3De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
4Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het Bestuur een archiefbewaarplaats en een e-depot aan.
5De secretaris van het Bestuur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Regeling, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats of het e-depot.
6Ten aanzien van de in het vorige lid genoemde archiefbescheiden, is, onder de bevelen van het Bestuur, de archivaris belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995. Met betrekking tot dit toezicht bevat de verordening als bedoeld in het tweede lid de nodige bepalingen.
7Het Bestuur benoemt als archivaris de door het bestuur van het Streekarchief aangestelde archivaris.
7. Geschillen en klachten
Artikel 33 Geschillenregeling
1In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wet geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten.
2Indien een geschil ontstaat treden het Bestuur en het College van de betreffende Gemeente(n) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen.
3Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken bestuursorganen.
4Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen in overleg teneinde te trachten tot een oplossing te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk van de partijen vrij om het geschil overeenkomstig artikel 28 van de Wet voor te leggen aan Gedeputeerde Staten.
5De kosten van de adviescommissie worden in gelijke delen door de conflicterende partijen gedragen.
Artikel 34 Klachtenregeling
1Overeenkomstig hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kan een ieder een klacht indienen bij het Bestuur over gedragingen van het Bestuur en de medewerkers van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
2Het Bestuur stelt een interne klachtenregeling vast.
3Het Bestuur voorziet in een externe klachtenprocedure.
8. Slot- en overgangsbepalingen
Artikel 35 Duur Regeling
1Deze Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
2Het College van de gemeente Nissewaard zendt de Regeling naar Gedeputeerde Staten.
3Het College bedoeld in het vorige lid draagt tevens zorg voor bekendmaking van de Regeling overeenkomstig het bepaalde in artikel 26 van de Wet.
4Het tweede en derde lid van dit artikel zijn van toepassing op besluiten tot wijziging en opheffing van deze Regeling alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding.
5De Deelnemers nemen de Regeling op in het door hen bij te houden register als bedoeld in artikel 27 van de Wet.
Artikel 36 Werking besluiten van het voormalig algemeen en dagelijks bestuur
1Besluiten van het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos van vóór de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos in die van Bedrijfsvoeringsorganisatie, waarbij taken of bevoegdheden zijn overgedragen aan het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos komen te vervallen.
2Door het algemeen of dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos vastgestelde mandaatbesluiten van vóór de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Syntrophos in die van Bedrijfsvoeringsorganisatie blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld door het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 37 Onvoorziene gevallen
In alle gevallen waarin deze Regeling of de Wet niet voorziet, beslist het Bestuur.
Artikel 38 Inwerkingtreding
Deze Regeling treedt in werking op 1 juli 2020.
Artikel 39 Citeertitel
De Regeling wordt aangehaald als: “Gemeenschappelijke regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Syntrophos” of “GR Syntrophos”.