Aanhef
De burgemeester van de gemeente Nijmegen,
Overwegende dat actualisatie van de Beleidsregel handhaving Drank- en horecawet en het Handhavingsprotocol alcoholvrije inrichtingen wenselijk is. Beide beleidsregels zijn overzichtelijk samengevoegd tot een nieuwe beleidsregel;
Gelet op:
De Alcoholwet;
Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Algemene plaatselijke verordening Nijmegen;
Besluit:
1deze ‘Beleidsregel handhaving Alcoholwet en exploitatievergunning Nijmegen’ vast te stellen;
2het op 26 april 2007 vastgestelde Handhavingsprotocol alcoholvrije inrichtingen en op 31 mei 2007 gepubliceerd als bijlage bij de APV in te trekken;
3de op 16 december 2019 vastgestelde en op 20 december 2019, Gemeenteblad Nr. 311069 gepubliceerde Beleidsregel handhaving Drank- en Horecawet in te trekken;
4te bepalen dat deze beleidsregel in werking treedt op de dag na de bekendmaking.
Beleidsregel handhaving Alcoholwet en bepalingen exploitatievergunning Nijmegen
In deze matrix wordt weergegeven welke sancties volgen op welke overtreding.
4. Handhavingsmatrix
4.1 Alcoholwet
1Artikel 3, lid 1 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl niet voldaan kan worden aan de eisen van de Alcoholwet (dus niet te legaliseren) of terwijl de vergunning is geweigerd, geschorst, ingetrokken of aanvraag buiten behandeling is gesteld:
● Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, gelet op het feit dat de situatie niet legaliseerbaar is Naast deze maatregel wordt bestuurlijke boete toegepast indien de bestuursdwang maatregel niet voldoende blijkt.
2Artikel 3 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning:
● Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie. Indien bestuursdwang niet mogelijk is, bestuurlijke boete toepassen.
1Deze situatie kan zich met name voordoen als er al een exploitatievergunning is verleend aan de horecazaak en daardoor toepassing van bestuursdwang niet mogelijk is.
3Artikel 3 Alcoholwet: Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf zonder (geldige) vergunning, terwijl ondernemer in het verleden heeft beschikt over een geldige vergunning voor deze inrichting, en deze inrichting onafgebroken heeft geëxploiteerd, maar door wijziging van onderneming of andere redenen de vergunning niet meer in overeenstemming is met de feiten:
● Formele waarschuwing met termijn voor legaliseren situatie. Na ongebruikt verstrijken termijn het voornemen kenbaar maken tot toepassing bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging alcoholverstrekking of exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie.
4Overtreding van artikel 24, lid 1, lid 2 of lid 3 Alcoholwet (o.a. niet aanwezig zijn van de leidinggevende in de (lokaliteiten van de) inrichting):
● 1e constatering: schriftelijke waarschuwing
● 2e, 3e en 4e constatering: bestuurlijke boete
● 5e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art. 31 Alcoholwet
5Overtreding van een bij of krachtens de artikelen 9 lid 3 en 4, 12 tot en met 17 Alcoholwet gesteld verbod:
● 1e constatering: schriftelijke waarschuwing
● 2e ,3e en 4e constatering: bestuurlijke boete
● 5e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art 31 Alcoholwet (indien het een vergunde inrichting betreft)
6Overtreding van een bij of krachtens de artikelen 18, 19, 22, 25, 29 lid 3, artikel 35, 2e en 4e lid Alcoholwet gesteld verbod, beperking of voorschrift:
● 1e constatering: schriftelijke waarschuwing
● Volgende constateringen: bestuurlijke boete
7Handelen in strijd met de vergunningvoorschriften (uitgezonderd de voorschriften en beperkingen die op grond van artikel 2:34e APV krachtens artikel 25a tweede lid Alcoholwet specifiek met het oog op de handhaving van de leeftijds- of alcoholmatigingsbepalingen zijn opgenomen):
● 1e constatering: schriftelijke waarschuwing of bestuurlijke boete
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken ex art. 32 Alcoholwet
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken ex art. 32 Alcoholwet
● 4e constatering: intrekking van de Alcoholwetvergunning ex art. 31 Alcoholwet of 2:33a APV
8Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e en 2e lid Alcoholwet (leeftijdsbepaling) door ondernemers als bedoeld in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a Alcoholwet (supermarkten e.d.):
● 1e constatering: bestuurlijke boete
● 2e constatering: bestuurlijke boete
● 3e constatering (binnen periode van 12 maanden na 1e constatering): verbod alcoholverkoop ex art. 44 Alcoholwet (three strikes out)
9Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e lid Alcoholwet (leeftijdsbepaling) door andere ondernemers dan de bedoelde in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a (horecaondernemers):
● 1e constatering: bestuurlijke boete
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
● 4e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art. 31Alcoholwet
10Overtreding van het verbod van artikel 20, 1e lid Alcoholwet (leeftijdsbepaling) door andere ondernemers dan de bedoelde in artikel 18, 2e lid of artikel 19, 2e lid sub a (ontheffinghouders art. 35 Alcoholwet
2Uit de Beleidsregel Ontheffing ex artikel 35 Alcoholwet Nijmegen blijkt dat wanneer een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet is verleend, overtredingen van de Alcoholwet ertoe kunnen leiden dat er in de toekomst geen ontheffing ex artikel 35 Alcoholwet wordt verleend.
).
● Iedere constatering: bestuurlijke boete
11Overtreding van het verbod van artikel 20, 2e lid Alcoholwet (leeftijdsbepaling) door slijterijen:
● 1e constatering: bestuurlijke boete
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
● 4e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art 31 Alcoholwet
12Overtreding van het verbod van artikel 20, 3e lid Alcoholwet (geen aanduiding leeftijdsgrenzen):
● 1e constatering: waarschuwing
● Volgende constateringen: bestuurlijke boete
13Overtreding van het verbod van artikel 20, 4e lid Alcoholwet (toelaten personen in kennelijke staat van dronkenschap of onder invloed van andere psychotrope stoffen):
● 1e constatering: waarschuwing
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
● 4e constatering: intrekken Alcoholwetvergunning ex art. 31 Alcoholwet
14Overtreding van het verbod van artikel 20, 5e lid Alcoholwet (verbod dienst te doen onder invloed):
● 1e constatering: waarschuwing
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
● 4e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art 31Alcoholwet
15Overtreding van het verbod van artikel 21 Alcoholwet (alcoholverstrekking met risico op ordeverstoring etc.)
● (Preventieve) last onder dwangsom, evt. toepassing spoedeisende bestuursdwang
16Overtreding van de verordenende bepalingen krachtens artikel 25a tot en met 25g Alcoholwet
● 1e constatering: bestuurlijke boete
● 2e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken of, indien geen sprake van vergunning, bestuurlijke boete of bestuursdwang
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken of, indien geen sprake van vergunning, bestuurlijke boete of bestuursdwang
● 4e constatering: intrekking Alcoholwetvergunning ex art. 31 Alcoholwet of, indien geen sprake van vergunning, toepassen van bestuursdwang
17Overtreding van de verordenende bepalingen krachtens artikel 4 Alcoholwet, te weten artikel 2:34b 1e en 2e lid APV (paracommercie) en de overtreding van artikel 4 lid 5 Alcoholwet
● 1e constatering: waarschuwing
● 2e constatering: bestuurlijke boete
● 3e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 4 weken
● 4e constatering: schorsing van de vergunning voor de duur van 12 weken
● 5e constatering: intrekken vergunning ex art. 31 Alcoholwet
4.2 Bepalingen APV en exploitatievergunningvoorschriften
1Overtreding van het verbod van artikel 2:31 APV (Inrichting in bedrijf zonder geldige vergunning, waarvan de exploitatie niet legaliseerbaar is)
Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging exploitatie.
2Overtreding van het verbod van artikel 2:31 APV
3Bij een exploitatievergunning leidt iedere wijziging van de exploitant op grond van artikel 2:33b, eerste lid, APV tot het vervallen van de exploitatievergunning.
(Inrichting in bedrijf zonder geldige vergunning, waarvan de exploitatie legaliseerbaar is)
Voornemen kenbaar maken van bestuursdwang o.v.v. zienswijzetermijn. Na afloop zienswijzetermijn besluit tot last onder bestuursdwang, gericht op beëindiging exploitatie, tenzij inmiddels zicht bestaat op legalisatie. Bijvoorbeeld doordat een complete vergunningaanvraag is ingediend.
3Overtreding van het verbod van artikel 2:32 APV (Schijnbeheer of niet aanwezig zijn beheerder)
● 1e constatering: last onder dwangsom
● 2e constatering: invordering dwangsom
● 3e constatering: invordering dwangsom
● 4e constatering: invordering dwangsom
● 5e constatering: intrekken vergunning
4Niet aanwezig hebben van de vergunning in de inrichting
● 1e constatering: last onder dwangsom
● 2e constatering: invordering dwangsom
● 3e constatering: invordering dwangsom
● 4e constatering: invordering dwangsom
● 5e constatering: intrekken vergunning
5Gebruik van de inrichting in strijd met de vergunningsvoorschriften/-beperkingen
● 1e constatering: last onder dwangsom
● 2e constatering: invordering dwangsom
● 3e constatering: invorderen dwangsom of intrekken vergunning
● 4e constatering: intrekken vergunning