Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Nederweert besluiten,
ieder voor zover het zijn/haar eigen bevoegdheid betreft;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht;
mede gelet op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024;
omdat het wenselijk is om aan de directeur van de RUD-LN bevoegdheid toe te kennen om namens hen handelingen te verrichten:
Artikel 1 (Randvoorwaarden)
1Bij de uitoefening van de bevoegdheden, als bedoeld in dit besluit, worden de specifieke bepalingen/voorwaarden, vermeld in de als zodanig genoemde kolom van het bij dit besluit behorende register, in acht genomen.
2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, wordt bij de uitoefening van bedoelde bevoegdheden het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires, regelingen, aanwijzingen en richtlijnen van rijks-, provinciale en gemeentelijke wetgevers of bestuursorganen in acht genomen.
3Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid, worden in vergunningen, ontheffingen, toestemmingen, overeenkomsten en dergelijke de gebruikelijke voorwaarden en bepalingen opgenomen.
4Inzake de uitoefening van bevoegdheden, als bedoeld in dit besluit, wordt jaarlijks verantwoording afgelegd in het inhoudelijke jaarverslag.
Artikel 2 (Vervanging)
Ingeval van afwezigheid van de directeur van de RUD, aan wie bij of krachtens dit besluit bevoegdheden zijn toegekend, worden deze bevoegdheden door zijn plaatsvervanger uitgeoefend.
Artikel 3 (Mandaat, volmacht en machtiging)
1Onder mandaat wordt het volgende begrepen: de bevoegdheid om in naam van burgemeester en wethouders, dan wel in naam van de burgemeester, besluiten als bedoeld in artikel 1:3 eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht te nemen.
2Onder volmacht wordt het volgende begrepen: de bevoegdheid om in naam van burgemeester en wethouders, dan wel in naam van de burgemeester privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.
3Onder machtiging wordt het volgende begrepen: de bevoegdheid om in naam van burgemeester en wethouders, dan wel in naam van de burgemeester, feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
Artikel 4 (Ondertekening)
1De namens burgemeester en wethouders uitgevoerde bevoegdheden worden als volgt ondertekend: ‘Namens burgemeester en wethouders van Nederweert,’ gevolgd door de naam en de functie-aanduiding van de directeur en daaronder zijn of haar handtekening.
2De namens de burgemeester uitgevoerde bevoegdheden worden als volgt ondertekend: ‘Namens de burgemeester van Nederweert,’ gevolgd door de naam en de functie-aanduiding van de directeur en daaronder zijn of haar handtekening.
Artikel 5 (Ondermandaat, subvolmacht en submachtiging)
1De directeur van de GR RUD-LN is bevoegd om aan medewerkers van de deelnemers in de GR RUD L-N een ondermandaat, een subvolmacht, dan wel een submachtiging te verlenen voor wat betreft de bevoegdheden als bedoeld in het bijbehorende register, met uitzondering van de bevoegdheid genoemd onder B1. Hierbij kunnen voorwaarden ten behoeve van de verlening aangegeven worden.
2De verlening geschiedt schriftelijk.
3Ingeval van uitoefening van ondermandaat, subvolmacht en submachtiging, als bedoeld in het eerste lid, worden uitgaande stukken overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 ondertekend, met dien verstande dat de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de gemachtigde medewerker in de plaats van de naam, de functieaanduiding en de handtekening van de eerst gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde worden geplaatst.
III
Te bepalen dat dit besluit kan worden aangehaald als “Besluit mandaat, volmacht en machtiging GR RUD-LN 2024 ”.
IV
Te bepalen dat dit besluit in werking treedt op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.
V
Te bepalen dat het besluit mandaat, volmacht en machtiging RUD Limburg Noord d.d. 13 december 2016 wordt ingetrokken op bij IV bedoelde datum.
Register behorende bij het Besluit mandaat, volmacht en machtiging GR RUD-LN 2024
Nr.
Bevoegdheid
Grondslag
Specifieke bepalingen/voorwaarden
B1.
Het maken van afspraken met het Openbaar Ministerie, Politie en landelijke inspectie- en opsporingsdiensten, waaronder het periodiek afsluiten van handhavingsarrangementen.
Art. 3 lid 3 GR
B3.
Het opleggen van een verplichting of een maatregel bij milieuschade of een onmiddellijke dreiging daarvan
Artikel 17.10 – 17.13 Wet milieubeheer
B4.
Het voeren van correspondentie ter voorbereiding en uitvoering van de door het bevoegde orgaan genomen besluiten.
B5.
Het verstrekken van zakelijke inlichtingen aan derden omtrent algemeen geldende voorschriften en regelingen alsmede het verstrekken van bescheiden waarop ingevolge geldende regelgeving aanspraak bestaat.
B6.
Het aanvragen van subsidies ten behoeve van de uitvoering van de taken.
Artikel 4:21 Algemene wet bestuursrecht
De bestuurlijke
vertegenwoordiger van de betreffende gemeente(n) dien(t)(en) vooraf akkoord te geven.
C13.
Het nemen van besluiten op grond van artikel 5:27 Awb en de Algemene wet op het binnentreden welke benodigd zijn ten behoeve van de toepassing van bestuursdwang
C14.
Besluit tot het opleggen van een spoedeisende last onder bestuursdwang conform art. 5.31 Awb
Waarbij een ondermandaat aan een medewerker alleen verleend mag worden als hier een voorwaarde bij gesteld wordt dat de bevoegdheid alleen gebruikt mag worden na een aantoonbare collegiale toets.