Aanhef
Burgemeester en wethouders van de gemeente Naarden
gelet op artikel 22a, lid 4 onderdeel b, c en d, lid 5, artikel 27, artikel 28 en artikel 33 lid 4 van de Participatiewet
b e s l u i t e n:
tot het vaststellen van de
beleidsregels Verlagingen Participatiewet Naarden, Muiden, Bussum 2015
Kader
Met de invoering van de Participatiewet vervalt de Toeslagenverordening 2012. Dat betekent dat er nadere regels moeten worden vastgesteld over criteria die gelden ten aanzien van de hoogte van de commerciële prijs voor kamerhuurder, onderverhuur, kostgangerschap en de daarbij (eventueel) behorende verlagingen. Bovendien moeten er ook regels worden vastgesteld over verlaging van uitkeringen bij het ontbreken van woonlasten en verlaging van uitkeringen voor schoolverlaters.
Artikel 1 Begripsbepalingen
1Alle bepalingen genoemd in deze beleidsregels hebben dezelfde betekenis als genoemd in de Participatiewet of in de Algemene wet bestuursrecht tenzij anders aangegeven.
2Norm voor gehuwden: de norm zoals deze in artikel 20 lid 1, onderdeel b en c en in lid 2 onderdeel b en c, en lid 3 en artikel 21 onderdeel b, van de Participatiewet is genoemd.
3Commerciële prijs kamerhuur en kamerverhuur: een bedrag van € 300,- per maand inclusief de kosten van gas, water en licht.
4Commerciële prijs kostgangerschap: een bedrag vanaf € 500,- per maand.
Artikel 2 Verlaging wegens verhuur, onderhuur of kostgeverschap
1Alle inkomsten uit verhuur en onderhuur worden in mindering gebracht op de uitkering, waarbij 10 procent van de norm voor gehuwden per huurder of onderhuurder buiten beschouwing wordt gelaten. Een echtpaar of daaraan gelijkgestelden telt voor één huurder of onderhuurder.
2Alle inkomsten uit kostgeverschap worden in mindering gebracht op de uitkering waarbij 10 procent van de norm voor gehuwden per kostganger (een echtpaar of daaraan gelijkgestelden telt voor één persoon) buiten beschouwing wordt gelaten plus een bedrag van € 200,- voor o.a. voeding per persoon.
3Indien sprake is van meer dan twee kostgangers of meer dan twee kamers die worden verhuurd of aan meer dan twee personen onderverhuur plaatsvindt, dan moet onderzoek worden verricht of belanghebbende aangemerkt kan worden als zelfstandige op grond van het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen 2004. Een echtpaar of daaraan gelijkgestelden telt voor één persoon.
Artikel 3 Verlaging wegens woonsituatie
Als sprake is van lagere algemene bestaanskosten dan waarin de norm voorziet als gevolg van de woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een woning, als bedoeld in artikel 27 van de Participatiewet, wordt een verlaging toegepast van 20 procent van de norm voor gehuwden.
Artikel 4 Verlaging bij schoolverlaters
Het college ziet af van de mogelijkheid om de norm tijdelijk te verlagen bij schoolverlaters als bedoeld in artikel 28 van de Participatiewet.
Artikel 5 Aantonen commerciële prijs verhuur, onderhuur of kostgeverschap
1Het college stelt eisen om de overeengekomen commerciële prijs te kunnen beoordelen.
2Een belanghebbende is in elk geval verplicht:
a Een getekende en gedateerde schriftelijke overeenkomst over te leggen waarin zowel huurder als verhuurder of kostganger en kostgever, verklaren welk bedrag verschuldigd is of wordt verkregen.
b Een kopie van een bewijs van betaling per bank.
Artikel 6 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels.
Artikel 7 Overgangsrecht
Als er sprake is van een kostgever, onderverhuurder of verhuurder die op 31 december 2014 bijstand ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, geldt de werking van artikel 2 niet eerder dan 1 juli 2015.
Artikel 8 Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 februari 2015.
Artikel 9 Citeertitel
Dit besluit kan worden aangehaald als ‘beleidsregels Participatiewet 2015’.