Aanhef
Het college van de gemeente Mook en Middelaar:
Overwegende,
dat de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar in overeenstemming gebracht moet worden met de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr);
dat de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar gelet op de aan haar opgedragen taken een collegeregeling dient te zijn;
dat aan de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar alleen uitvoerende taken worden opgedragen en dat de huidige bestuurlijke inrichting hiervoor als te zwaar wordt ervaren;
dat derhalve de wens bestaat het openbaar lichaam Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar als bedoeld in artikel 8, lid 1, Wgr om te zetten naar een bedrijfsvoeringsorganisatie Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar als bedoeld in artikel 8 lid 3 Wgr;
dat aan de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar naast de taken en bevoegdheden van de Wet sociale werkvoorziening, ook taken en bevoegdheden uit de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 kunnen worden overgedragen;
dat de colleges van de gemeenten Gennep en Mook en Middelaar daartoe de vereiste toestemming van hun gemeenteraden hebben verkregen;
gelet op,
de Wet gemeenschappelijke regelingen;
de Gemeentewet;
de Wet sociale werkvoorziening;
de Participatiewet;
de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
besluit
dat het openbaar lichaam Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar als bedoeld in artikel 8 lid 1 Wgr wordt omgezet naar de bedrijfsvoeringsorganisatie Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar als bedoeld in artikel 8 lid 3 Wgr, welke gemeenschappelijke regeling als volgt komt te luiden:
Hoofdstuk 1 Algemeen
Artikel 1: Begripsbepalingen
In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:
a) het bestuur: het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar;
b) het/de college(s): het/de college(s) van burgemeester en wethouders die deze regeling heeft/hebben getroffen;
c) gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg;
d) gemeente(n): de gemeente(n) waarvan het/de college(s) deze regeling heeft/hebben getroffen;
e) IWGM: het rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam;
f) Pw: Participatiewet;
g) de raad/raden:de gemeenteraad/raden van een/de gemeente(n);
h) regeling: de gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke Werkvoorziening Gennep, Mook en Middelaar;
i) Wgr: Wet gemeenschappelijke regelingen;
j) Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
k) Wsw: Wet sociale werkvoorziening.
Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie
1De IWGM is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8 lid 3 Wgr.
2De bedrijfsvoeringsorganisatie is een rechtspersoon en is gevestigd te Gennep.
Hoofdstuk 2 Belang, taken en bevoegdheden
Artikel 3 Te behartigen belang, taken en bevoegdheden
1De bedrijfsvoeringsorganisatie is getroffen in het belang van een doelmatige en bedrijfsmatig verantwoorde uitvoering van de medebewindstaak van de colleges betreffende de Wsw. Ter bevordering daarvan dragen de colleges de bevoegdheden ten aanzien van de Wsw op grond van artikel 1, tweede lid Wsw, over aan IWGM.
2Het te behartigen belang kan ook inhouden dat, al dan niet tezamen, de regie en uitvoering over het realiseren van participatiebanen op grond van de Pw wordt opgedragen aan IWGM. Hiertoe zal in een dergelijke situatie een dienstverleningsovereenkomst worden gesloten tussen de betreffende gemeente en IWGM. Het bestuur van de IWGM zal daartoe de algemene uitgangspunten voor en de voorwaarden van die dienstverleningsovereenkomst vaststellen.
3Het te behartigen belang kan ook inhouden dat, al dan niet tezamen, taken uit de Wmo worden opgedragen aan IWGM. Hiertoe zal in een dergelijke situatie een dienstverleningsovereenkomst worden gesloten tussen de betreffende gemeente en IWGM. Het bestuur zal daartoe de algemene uitgangspunten voor en de voorwaarden van die dienstverleningsovereenkomst vaststellen.
4De IWGM kan ook voor derden taken uitvoeren die gericht zijn op het ontwikkelen van arbeidsvaardigheden en het bemiddelen van mensen naar (betaalde) arbeid. Hiertoe zal in een dergelijke situatie een dienstverleningsovereenkomst worden gesloten tussen de derde partij en de IWGM. Het bestuur zal daartoe de algemene uitgangspunten voor en de voorwaarden van die dienstverleningsovereenkomst vaststellen.
5Het bestuur kan besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het bestuur van de IWGM te brengen.
6De IWGM is bevoegd de uitvoering van de aan haar overgedragen bevoegdheden c.q. aan haar opgedragen taken, op te dragen aan Stichting Sociale Werkvoorziening Industriële Toelevering en Service (INTOS).
Hoofdstuk 3 Bestuur en secretaris
Artikel 4 Samenstelling
1De IWGM heeft een bestuur als bedoeld in artikel 14a Wgr.
2Ieder college benoemt een wethouder uit hun midden tot lid van het bestuur.
3De voorzitter van het college van de gemeente Gennep is eveneens lid van het bestuur en tevens voorzitter.
4De colleges wijzen plaatsvervangers aan voor de door hen benoemde leden waarbij de voorzitter van het college van de gemeente Mook en Middelaar de plaatsvervanger van de voorzitter is.
5Het lidmaatschap van het bestuur is onverenigbaar met een aanstelling als medewerker van de bedrijfsvoeringsorganisatie IWGM, respectievelijk ambtenaar in gewone dienst van een deelnemende gemeente, met uitzondering van onderwijzend personeel.
6Het lidmaatschap van het bestuur is eveneens onverenigbaar met een dienstverband als medewerker bij Stichting INTOS.
Artikel 5 Aanwijzing
1De benoeming van de leden van het bestuur vindt plaats in de eerste vergadering in de nieuwe samenstelling van de colleges van de deelnemers. Indien een tussentijdse vacature ontstaat, wijst de betreffende deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw bestuurslid aan.
2Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen.
3Onverminderd het bepaalde in artikel 13 Wgr, eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur op de dag aangegeven in artikel C4 lid 2 Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien.
4De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen 8 weken.
5Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van de deelnemer die het (plaatsvervangend) lid vertegenwoordigt.
Artikel 6 Werkwijze
1In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het bestuur onderling de werkzaamheden.
2Het bestuur vergadert tenminste twee maal per jaar en voorts zo vaak als daartoe besloten is of als één van de leden dit nodig oordeelt, dit onder opgave van redenen.
3Het bestuur kan voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststellen.
4De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur.
5Op de voorzitter is artikel 33d Wgr van toepassing.
6De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend.
7De artikelen 22 en 23 Wgr zijn van toepassing op het bestuur.
Artikel 7 Stemrecht
1Elke gemeente heeft in het bestuur één stem, welk stemrecht kan worden uitgeoefend door de wethouder die door het college is benoemd tot lid van het bestuur. Het bestuur streeft ernaar om beslissingen in consensus te nemen. Mochten na uitvoerig beraad de stemmen staken, dan heeft de voorzitter de beslissende stem.
2Er kunnen enkel rechtsgeldige besluiten worden genomen als de leden van beide gemeenten in de vergadering aanwezig zijn.
3Adviseurs van het bestuur hebben geen stemrecht.
Artikel 8 Bevoegdheden
1Aan het bestuur komen alle bevoegdheden toe ter uitvoering van de taken die aan de IWGM zijn opgedragen.
2Het bestuur is bevoegd voor een door het bestuur te bepalen tijdsduur adviseurs te benoemen.
3Het bestuur kan dan tevens plaatsvervangers voor de in het vorige lid bedoelde adviseurs benoemen.
Artikel 9 Secretaris
1De directeur bestuurder van Stichting INTOS is ambtelijke secretaris van de IWGM.
2De plaatsvervanger van de directeur bestuurder van Stichting INTOS is tevens plaatsvervangend secretaris van de IWGM.
3De secretaris neemt deel aan de vergaderingen van het bestuur. Hij heeft daarin een adviserende rol.
Hoofdstuk 4 Inlichtingen en verantwoording.
Artikel 10 Inlichtingen en verantwoording
1Het bestuur verstrekt de raden en colleges ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerd en te voeren bestuur nodig is.
2Het bestuur verstrekt de raad de door één of meer leden overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang.
3Een lid van het bestuur geeft aan de raad en het college van zijn gemeente alle inlichtingen die door raad, of één of meer leden daarvan, of het college worden verlangd op de in die gemeente gebruikelijke wijze.
4Een lid van het bestuur kan door het college en door de raad van zijn gemeente ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
Hoofdstuk 5 Financiën
Artikel 11 Algemeen
De artikelen 186 tot en met 213 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de financiën van de bedrijfsvoeringsorganisatie, voor zover daarvan bij of krachtens de Wgr niet is afgeweken.
Artikel 12 Financieel beheer
Het bestuur stelt voorschriften vast met betrekking tot het financiële beheer, waarin in ieder geval regels worden opgenomen ten aanzien van:
a.de wijze waarop de invordering van alle inkomsten en ontvangsten plaats heeft en de wijze waarop alle betalingen geschieden;
b.de inrichting van de financiële administratie;
c.de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
d.de aanwijzing van een externe deskundige, die belast is met de onder c bedoelde controle;
e.de belegging van overtollige kasgelden.
Artikel 13 Verantwoordelijkheid
1De deelnemende gemeenten dragen bij aan IWGM ter hoogte van de uitvoeringsgelden die zij van de Rijksoverheid ontvangen voor de uitvoering van de Wsw;
2Indien in enig jaar een tekort mocht ontstaan, dragen de deelnemende gemeenten bij in dit tekort naar rato van het aantal geldig geïndiceerde Wsw-werknemers met een dienstbetrekking dat in de betreffende gemeente woonachtig is, uitgedrukt in het gemiddeld aantal standaardeenheden per jaar;
3De gemeenten zorgen voor een adequate bevoorschotting gedurende het jaar.
Artikel 14 Financiële en beleidsmatige kaders
Het bestuur zendt tijdens het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting geldt, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten met inachtneming van de termijn zoals nader omschreven in de Wgr.
Artikel 15 Begroting
1Het bestuur zendt de ontwerpbegroting voordat het deze vaststelt toe aan de raden van de gemeenten met inachtneming van de termijn zoals nader omschreven in de Wgr.
2De ontwerpbegroting wordt door de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
3De raden van de gemeenten kunnen bij het bestuur een zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
4Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan gedeputeerde staten met inachtneming van de termijn zoals nader omschreven in de Wgr.
Artikel 16 Jaarrekening
1Het bestuur zendt de voorlopige jaarrekening van het voorafgaande jaar zo mogelijk met accountantsverklaring en –verslag toe aan de raden van de gemeenten met inachtneming van de termijn zoals nader omschreven in de Wgr.
2Het bestuur stelt de jaarrekening vast.
3Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, aan gedeputeerde staten met inachtneming van de termijn zoals nader omschreven in de Wgr.
Hoofdstuk 6 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing
Artikel 17 Toetreding
1Toetreding door een niet aan deze regeling deelnemend college kan plaatsvinden bij een besluit van het betreffende college en met instemming van de betreffende raad. Een toetredingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien alle colleges van de deelnemende gemeenten een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben en de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
2Het bestuur bepaalt de voorwaarden voor en de gevolgen van een toetreding.
3Het bestuur bepaalt het moment waarop een toetreding van kracht wordt.
Artikel 18 Uittreding
1Een college kan uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad.
2Uittreding kan eerst plaatsvinden vijf jaar na toetreding tot de regeling met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste een jaar en welke opzegtermijn aanvangt na het jaar waarin de opzegging plaatsvindt.
3Het bestuur regelt de voorwaarden voor en de gevolgen van een uittreding. Het bestuur bepaalt daarbij tevens het moment van uittreding.
4Ook na uittreding is de uittredende gemeente verplicht de bijdragen als bedoeld in artikel 13 te blijven voldoen.
Artikel 19 Wijziging
1De colleges kunnen aan het bestuur voorstellen doen tot wijziging van de IWGM.
2Indien het bestuur instemt met een wijzigingsvoorstel zoals bedoeld in lid 1, doet het daarvan mededeling aan de raden en de colleges.
3Een wijzigingsbesluit komt vervolgens tot stand, indien alle colleges van de deelnemende gemeenten een gelijkluidend besluit daartoe genomen hebben en de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
Artikel 20 Opheffing en liquidatie
1De regeling kan worden opgeheven bij een daartoe strekkend besluit van alle colleges van de deelnemende gemeenten en indien de betreffende raden daarmee ingestemd hebben.
2In geval van een opheffingsbesluit draagt het bestuur zorg voor de opstelling en vaststelling van een liquidatieplan. Alvorens dit plan vast te stellen legt het bestuur dit voor aan de colleges en raden die daarover hun zienswijzen kenbaar kunnen maken.
3De gemeentebesturen verbinden zich in het geval van opheffing van het openbaar lichaam in het liquidatieplan de verplichting op te nemen dat zij alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de gemeenten verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
4Het bestuur zal als vereffenaar optreden en belast worden met de uitvoering van het liquidatieplan.
5De bedrijfsvoeringsorganisatie en zijn bestuur blijven na het opheffingsbesluit bestaan voor zover dit voor de uitvoering van het liquidatieplan nodig is.
Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 21 Onvoorziene gevallen
In alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het bestuur, met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke bepalingen.
Artikel 22 Geschillenregeling
1Voordat een geschil als bedoeld in artikel 28 Wgr ter beslissing wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten, legt het bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie.
2De geschillencommissie bestaat uit drie leden, waarvan de twee partijen waartussen het geschil bestaat, er elk een aanwijzen. Deze twee personen kiezen samen een derde persoon die tevens zal optreden als voorzitter van de commissie.
3De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken bestuursorganen en zo nodig derden die van belang kunnen zijn voor de vaststelling van de aard van het geschil en/of het feitencomplex.
4De geschillencommissie brengt in beginsel binnen drie maanden na het begin van haar werkzaamheden aan de betrokken bestuursorganen advies uit over de mogelijkhe(i)d(en) tot een overeenstemming over de oplossing van het gerezen geschil te komen. Bij acceptatie van het advies zullen partijen ter zake van de oplossing een vaststellingsovereenkomst sluiten.
5Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil, wordt dit voorgelegd aan gedeputeerde staten overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 Wgr. Aan gedeputeerde staten wordt eveneens het dossier van de geschillencommissie overgelegd.
Artikel 23 Toezending en bekendmaking regeling
1Het college van de gemeente Gennep zendt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling toe aan gedeputeerde staten.
2Het college van de gemeente Gennep maakt een volledig ondertekend exemplaar van deze regeling alsmede van besluiten tot wijziging, tot uittreding van, van toetreding tot en tot opheffing van deze regeling tijdig bekend door kennisgeving van de inhoud van de regeling in de Staatscourant.
3Het bestuur draagt zorg voor de registratie van de regeling in het Handelsregister.
Artikel 24 Archief
1Archivering geschiedt overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke regelgeving inclusief de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften.
2De archiefverordening van de gemeente Gennep is van overeenkomstige toepassing.
3Het bestuur bepaalt wie belast wordt met het dagelijks beheer van het archief.
4Bij opheffing van deze gemeenschappelijke regeling worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Gennep.
Artikel 25 Inwerkingtreding, duur, evaluatie en citeertitel
1Deze regeling treedt in werking op 22 juni 2017, echter niet eerder dan nadat de regeling bekend is gemaakt overeenkomstig artikel 23 tweede lid van deze regeling.
2Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
3De regeling kan worden aangehaald als “gemeenschappelijke regeling IWGM”.