Aanhef
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Mook en Middelaar,
gelet op:
•titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht;
•artikel 35 van de Participatiewet,
overwegende dat:
•het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden een aanvrager in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming Tijdelijke ondersteuning noodzakelijk kosten (TONK);
•het daarom wenselijk is voor dit doel aparte, tijdelijke, beleidsregels vast te stellen;
BESLUIT vast te stellen,
de Beleidsregels Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten 2021 gemeente Mook en Middelaar.
Artikel 1 Begripsbepalingen
1Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gehanteerd hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij in deze beleidsregels anders is bepaald.
2In deze beleidsregels wordt verstaan onder
a.wet: de Participatiewet;
b.college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar;
c.inkomensterugval: een onvoorzienbare, onvermijdelijke en substantiële terugval in het inkomen als gevolg van de coronacrisis;
d.woning: de woonruimte met een adres binnen de gemeente Mook en Middelaar waar de aanvrager zijn hoofdverblijf heeft;
e.peildatum: het tijdstip waarop het inkomen en de waarde van de beschikbare middelen wordt vastgesteld. De peildata zijn doorgaans 1 januari 2020 en 1 januari 2021.
Artikel 2 Doelgroep
Een tegemoetkoming op grond van deze beleidsregels is bedoeld voor de aanvrager:
a.die door de huidige omstandigheden als gevolg van de coronacrisis te maken heeft met een inkomensterugval;
b.die daardoor noodzakelijke kosten zoals woonlasten niet meer kan voldoen, en;
c.waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden.
Artikel 3 Voorwaarden
1Ten aanzien van het criterium dat de inkomensterugval het gevolg moet zijn van de coronacrisis, kan worden volstaan met een verklaring van de aanvrager dat dit het geval is.
2Ten aanzien van het criterium dat sprake moet zijn van een substantiële inkomensterugval geldt dat het inkomen in de maand januari 2021 minstens 30% lager moet zijn dan het inkomen in de maand januari 2020.
3Als de maand januari 2021 niet representatief is voor het inkomen, dan beoordeelt het college het gemiddelde inkomen per maand over de maanden januari 2021 en februari 2021.
4Het vermogen waarover de aanvrager en de eventuele partner met wie de aanvrager een gezamenlijke huishouding voert, beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, moet op de peildatum lager zijn dan tweemaal het bedrag zoals genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet.
5Onder vermogen wordt in het kader van deze beleidsregels verstaan:
a.contant geld;
b.geld op betaal- en spaarrekeningen;
c.geld in een e-wallet of cryptovaluta zoals onder andere bitcoins;
d.de waarde van effecten, saldo van beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties en opties en effecten in depot.
6In afwijking van artikel 34 lid 1 sub a van de wet, worden bij het bepalen van het vermogen schulden niet in aanmerking genomen.
7Vermogen van ten laste komende kinderen en vermogen gebonden in de onderneming van de aanvrager(s) wordt buiten beschouwing gelaten.
Artikel 4 Noodzakelijke kosten
De tegemoetkoming kan betrekking hebben op de volgende voor de aanvrager en de eventuele partner noodzakelijke kosten:
a.Kosten van huur of hypotheekrente en -aflossing voor de woning;
b.Kosten van elektriciteit, gas en water voor de woning;
c.Servicekosten verbonden aan de woning.
Artikel 5 Aanvraagtermijn en looptijd
1De tegemoetkoming kan worden aangevraagd tot en met 31 juli 2021. Aanvragen na die datum worden niet in behandeling genomen.
2De tegemoetkoming kan worden verleend over de periode 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.
Artikel 6 Hoogte
De tegemoetkoming op basis van deze beleidsregel bedraagt 50% van de noodzakelijke kosten zoals bedoeld in artikel 4 met een maximum van:
a.voor gehuwden of samenwonende partners: € 275 per maand;
b.voor een alleenstaande ouder: € 250 per maand;
c.voor een alleenstaande: € 225 per maand.
Artikel 7 Geen verhuisverplichting
Het college legt aan de ontvanger van de tegemoetkoming geen verhuisverplichting op.
Artikel 8 Beleidsregels bijzonder bijstand en minimabeleid
De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid gemeente Mook en Middelaar 2017 zijn niet van toepassing.
Artikel 9 Aanvraag
1De aanvraag voor de tegemoetkoming wordt ingediend met een formulier dat door het college is vastgesteld.
2De aanvrager overlegt bij de aanvraag:
a.de bewijzen van het inkomen in de maand januari 2020 en in de maand januari 2021;
b.indien artikel 3 lid 3 van toepassing is, overlegt de aanvrager bewijzen van het inkomen over de maanden januari 2021 en februari 2021;
c.de bewijzen van het vermogen op 1 januari 2021;
d.de bewijzen van de noodzakelijke kosten verbonden aan de woning van de maand januari 2021;
e.overige bewijsstukken die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het beoordelen van het recht op of de hoogte van de tegemoetkoming.
Artikel 11 Uitbetaling
De tegemoetkoming wordt als één bedrag ineens over de maanden januari 2021 tot en met juni 2021 uitbetaald.
Artikel 12 Hardheidsclausule en onvoorziene situaties
1Indien naar het oordeel van het college sprake is van dringende reden, kan het college afwijken van deze beleidsregels.
2In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college.
Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2021.
2Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten 2021 gemeente Mook en Middelaar.